Mijn dagboeken in Boer & Tuinder

november 10, 2011

Computergebruik voor dummies

Gearchiveerd onder: Luc Callemeyn — melkbrigade @ 8:29 am

Het leven is vol tegenstellingen en verrassingen. Vorig jaar verliep de oogst enorm slecht door het natte najaar. We dachten dat het nooit meer goed zou komen. We hadden nu een zeer droog voorjaar en zomer maar alles werd weer goedgemaakt door de neerslag in de nazomer en het gunstige weer in oktober. Iedereen kon oogsten en zaaien dat het een lust was. Ook hier is alle gras na de maïs gezaaid. Voorlopig is het druk met de najaarsactiviteiten waar wij onze hoeveproducten aan de man (proberen te) brengen. We moeten onze ambachtelijke producten niet beschouwen als gat in de markt, maar wij zien toch een voorzichtige groei in de afzet. Zoals altijd moeten wij hard werken voor de positieve extra’s en de negatieve krijgen wij gratis toe.
Dankzij Europa kan de VLIF steun voor de thuisverwerkers zorgen voor een steun in de rug. Deze zomer kwam er een nieuwe reglementering die ervoor moet zorgen dat enkel actieve en volwaardige boeren nog kunnen genieten van VLIF steun op hun landbouwbedrijf. Dat is een goede zaak. Er werd echter buitensporig gesleuteld aan de hoogte van de omzet die mag gehaald worden van buiten het bedrijf. Die bedraagt amper 5580 euro. Daarmee wordt de omzet bedoeld wordt die gehaald wordt uit verkoop van producten die niet van eigen bedrijf zijn. Reeds jaren zetten wij ons bij de Westvlaamse Hoeveproducenten in om uitwisseling te doen van producten, zodat in de kleinere hoevewinkels een breder assortiment kan aangeboden worden. Dit zorgt voor meer klanten en een beter inkomen. Die 5580 euro per jaar is maar 100 euro per week, Is dat teveel? Even vergelijken: dat is per jaar evenveel als 50 varkens afleveren, 1 week melken of 3 ha graan telen. Het alternatief is om een nieuwe vennootschap op te richten met aparte kassa en dubbele boekhouding. Iemand van administratieve vereenvoudiging gehoord?

Jaren geleden kocht ik een computer, ik denk in 2002. Bedoeling was om te bankieren, info op te zoeken, en ja, ook een beetje om op het web te snuffelen. Vandaag is dit helemaal omgezwaaid en de weg naar de computer is meestal om daar serieuze dingen op te doen. Zaken die we vroeger met de hand moesten invullen worden nu aangeboden in een web-applicatie waarbij iedere administratie zijn eigen systeem heeft. Duizenden veehouders moeten een mestbank aangifte bijhouden en ik zie daarvoor in de praktijk 3 grote systemen (mestbank, BB en SBB) die eigenlijk allemaal verschillend zijn in opbouw maar allemaal op het zelfde neerkomen. Uiteraard zullen er nog vele tientallen eigen programma’s zijn van voederadviseurs en boekhouders. En wanneer de mestbank u een controlebezoekje brengt, dan beginnen ze helemaal opnieuw met hun eigen systeem. Wat een verspilling eigenlijk. De overheid zou hier een sturende rol moeten nemen, samen met boekhouders en syndicale organisatie om daar één globaal invulsysteem van te maken. Er zijn voorbeelden genoeg dat dit wel kan, op een simpele manier. Kijk maar eens naar het e-loket, iedereen gebruikt dit nu om zijn percelen te registreren, ook de grote boekhoudkantoren. Let wel, vergeet dan niet om eens te kijken naar het Veeportaal om te zien hoe het zeker niet moet. We zijn nu al drie jaar na lancering en ikzelf en vele andere boeren blijven vloeken op heel dat onlogische gedoe. Hoe hard men ook zijn best doet om cursussen te organiseren (of is dat weer een bron van inkomsten?) of de helpdesk te bemannen. Het zou misschien kunnen dat boeren te dom zijn om te leren werken op de manier van de computer programmeurs. Het zou ook kunnen dat die lui te slim zijn om dat op een begrijpelijke manier aan de boeren (hun afnemers?) voor te stellen. Wie zijn dan de computer-dummies? Als men nog niet bezig is om heel die boel te herschrijven, dan is het vlug tijd om eraan te beginnen. Het is toch van het gekke dat er nu al minstens drie privé firma’s zijn die net het zelfde aanbieden als het Veeportaal, met dien verstande dat het alweer de boer is die hen moet extra betalen om hun programma te mogen gebruiken. Ik vind het daarbij ook wat pijnlijk te moeten vaststellen dat onze coöperatieve rundvee verbeterings organisatie VRV hierbij als hekkensluiter fungeert, hoewel zij toch het meeste baat hebben bij het versturen of binnenhalen van gegevens. Dit moet beter kunnen!

Maar al die verschillende systemen, een boer zou er door ontmoedigd worden. De overheid zou hier meer moeten coördineren en onze landbouworganisaties moeten hen daarbij helpen, dat zal meer liefde voor de stiel bijbrengen dan ergens in privébedrijven geld te investeren, is mijn mening. En iedereen op dezelfde manier laten werken, bijvoorbeeld met zoals met mijn traktor: “die is geel en groen, daar kan je toch alles mee doen?” Of is dit te simpel gedacht?

Luc Callemeyn.

maart 26, 2011

De fiere boer ploegt voort

Gearchiveerd onder: Luc Callemeyn — melkbrigade @ 8:33 pm

Zondag werd een nieuwe burgemeester binnengehaald in Jabbeke. Voor de vroegere burgemeester werd de combinatie bedrijf en parlementair werk te zwaar en zodoende kreeg onze eerste schepen Daniel plots de kans om aan het hoofd te komen van onze gemeente. Hij is opgegroeid op een gemengd bedrijf in Oudenburg en verdiende zijn eerste sporen in het organisatieleven in KLJ en in het gewest. Reeds 20 jaar is hij voorzitter van onze Landelijke Gilde en zo bekwam hij ook de verantwoordelijkheid over landbouw (maar niet milieu). De boerenstand is natuurlijk blij en trots met zo een hoge bevordering. Er was blijkbaar nog ruimte in de gemeentekas om een feestje te organiseren voor de installatie van de burgemeester, en in Jabbeke doen ze dat meteen goed. Het werd een zondagnamiddag vol met optredens en gratis drank en snacks uit het vuistje. Wij mochten dezelfde croc monsieurs bakken als op Agriflanders, helaas hadden wij geen elektriciteit genoeg en ging het niet snel genoeg naar de zin van de wachtenden. Op bepaalde momenten stonden wel 30 mensen voor en rond onze tafel met soms grove opmerkingen van ongeduldige hongerigen. Het was zelfs zo erg dat mijn stressbestendige Krista een paar keer een minuutje van tafel is weggelopen, en dat wil wel wat zeggen.
De laatste weken is het erg druk met de reservaties voor de bedrijfsbezoeken. Het lijkt wel of iedereen gewacht heeft op het voorjaar en dat nu alles losbreekt met de eerste warmte. Het boeiende is dat het altijd weer een verrassing is welk soort mensen je voor je hebt. Hoe volkser en spontaner, hoe liever wij het hebben, en hoe meer vragen ze stellen, hoe beter wij kunnen inspelen op hun leefwereld. Jammer genoeg krijgen wij wekelijks enkele aanvragen van mensen die denken dat het bij de boer zo even tussendoor kan en dan moet het maar gratis zijn. Het klinkt hard, maar voor niks gaat de zon op en wij moeten ook onze tijd nuttig besteden. (Lees: “Praten werkt”, maar wij moeten op het einde van de maand toch onze leningen terugbetalen). Er is vrij veel werk aan het beantwoorden van alle mails, het uitwerken van de aanvragen, en wij staan er altijd op dat organisatoren nog eens op voorbezoek komen. Soms is dit wel de grootste bron van frustratie: reisleiders blijken er een neusje voor te hebben om onverwacht en ongelegen te komen. En, niet onbelangrijk, bij het einde van het bezoek moet je opletten dat ze niet weg zijn zonder hun koffie en andere verbruiken af te rekenen.
IKEA lanceerde een stunt om een biefstukje aan te bieden voor de luttele prijs van 2,50€. Gratis promotie voor rundsvlees van bij ons vonden sommige producenten, anderen vonden het een kaakslag voor de landbouw omwille van de lage prijs. Boerenbond diende een terechte klacht in bij de overheid maar die klacht was niet ontvankelijk. Uit interesse volgde ik de reacties in de kranten. Misschien deed ik dat beter niet, want daar word je echt niet vrolijk van. Een hele kleine minderheid heeft begrip voor de ondermaatse uitbetaling van de boeren, maar de meerderheid van de reageerders wil enkel de allerlaagste prijs. Er is zelfs kritiek op alles wat wij doen, als wij met een kleine tractor rustig langs de baan rijden zijn wij een hinder op de weg. Wanneer we met een grote tractor efficiënt rijden met een grote vracht, dan zijn het mastodonten op de weg die aan 45 km/u “door de dorpskern scheuren”. Zelfs de zonnepanelen op de stallen vinden geen genade, een particulier mag op zijn woning 10kW leggen, en de boeren krijgen te veel subsidie om dan groenestroom certificaten uit te melken. Dan doe je nog eens iets voor het milieu. Samengevat zou ik denken dat het geen goed idee zou geweest zijn om daar die zondag aan de ingang van de Ikea actie te voeren. We konden wel eens slaag krijgen van de misnoegde consument.
Het gaat goed met de voedingsbedrijven de laatste tijd. Bedrijven die voor of na de boeren komen verdienen goed en presenteren hoge winsten. Het is hen gegund, zij hebben wat opgebouwd de laatste jaren. Des te schrijnender is het als je in de gespecialiseerde financiële pers leest dat zij hun winsten vooral halen uit beperking van de kosten voor de grondstoffen. Er is van alles genoeg en ze vinden altijd wel iemand die voor een lage prijs wil leveren. Dat is niet goed voor onze sector. Ik ga niet in detail treden maar men vertelt mij dat er momenteel processen aan de gang zijn in ons landbouwmilieu die zich in stilte als een kanker verspreiden en in de eerste plaats onze familiale bedrijven in hun greep houden om ze vervolgens rustig te verstikken. En de fiere boer, hij ploegt voort, maar niet meer op zijn eigen gronden die hij heeft geërfd van zijn voorvaderen. Wordt ongetwijfeld vervolgd …

Luc Callemeyn

februari 4, 2011

Ons vakmanschap proef je met verstand.

Gearchiveerd onder: Luc Callemeyn — melkbrigade @ 9:55 pm

Ben ik te laat om u allen een gelukkig 2011 toe te wensen? Misschien kan ik iemand schatrijk maken als hij mij een goedkoop (en toegelaten) middel kan bezorgen om het schuim op mijn rundermest te bestrijden. Mijn mestkelder staat nog maar voor 80% vol en toch komt het schuim lustig boven de rooster gebubbeld en dat zorgt voor een hele vieze bedoening. Ik zoek dus iets om met de mestmixer in de put te roeren. Laat het mij uittesten en ik vermeld het op Boerenblog zodat iedereen het bij u kan bestellen. Minder leuke gedachten heb ik voor de bedenkers van allerlei vaccinaties die er voor zorgen dat mijn koeien momenteel uiterst gestresseerd door de stal bewegen. Twee keer enten tegen blauwtong, twee keer per jaar voor IBR, twee acties voor tuberculineren en dan nog moet ik soms eens de stal in om een werk van barmhartigheid te verrichten zodat een koe ieder jaar opnieuw kan kalven. Maar we wijken af, ik wens u allen een goede gezondheid, veel plezier in het werk en in uw relaties … en minder onbetaalde facturen dan vandaag.
In de laatste weken werd mij een petitie onder de neus geduwd met daarop de eis voor de groententelers voor prijzen in het jaar 2011. Die zouden op een gelijk niveau moeten liggen als 2009. Wat een gekheid! Alle kosten bij de boer stijgen voor zaden, meststoffen, machines, mazout en pachten. Ook de eisen worden steeds strenger. Boeren leveren een steeds kwalitatiever product af voor steeds minder geld. Een Vlaamse boer wordt binnenkort minder per uur vergoed dan een ongeschoolde Pool. Meer met minder? Less is More = minder centen maar meer zorgen. Als een vakbondsman dit zou durven bij het ACV of ABVV, dan dragen ze hem naar buiten. Maar bij ons kan dit wel? Maar je zal zien, de fabrieken zullen wel kamikaze-boeren vinden die zelfs nog onder die voorgestelde 2009-prijs willen produceren.
Nu zondag nemen wij deel aan de “Dag van de Ambachten”. Geen grote Opendeurdag maar toch kan je een indruk opdoen van onze productie. Iedereen welkom!
Door de organisatie van Agriflanders te Gent en het Land- en Tuinbouw Salon te Roeselare werden wij net zoals velen gevraagd om een stand te bemannen voor de promotie van hoeve- en streekproducten. Mits betaling van standgeld natuurlijk. Wij hebben daarin toegestemd en tot onze verwondering zijn wij zowat de enigen die dit aandurven. Velen aanschouwen dit met een jaloerse blik, maar weinigen zetten de stap tot deelname. Het is ook niet zo simpel, het vraagt een maandenlange voorbereiding en een zenuwslopende week van werk en organisatie om dit allemaal rond te krijgen. Stand opbouwen en bemannen, in totaal meer dan 260 gewerkte uren (voor een arbeider/bediende is dit 7 werk-weken!), 18 ritten heen en terug naar Gent. Vooral de croque monsieurs en de sandwiches met speciaalkazen gingen … als zoete broodjes de deur uit. Ook hier verrichtten wij weer een werk van barmhartigheid: “De hongerigen spijzen”. Zo nu en dan zie je iemand staan gapen naar de stand om te zien hoe dit allemaal verloopt. We bevinden ons in een tijdperk van SOS Piet- en andere kookprogramma’s, ik zal er deze keer dan ook geen probleem van maken om ons geheime recept van ons vakmanschap mee te delen.
Hier komt het: neem uit de voorraad 30 kg maïs, 12 kg gras en 12 kg bietenpulp. Begin met de maïs fijn te snipperen en meng het luchtig met de bietenpulp en het gras. Let vooral op dat je het gras in zijn stengelige structuur laat. Voor het evenwicht voegen wij soja, koolzaad en lijnzaad toe en er mag ook een snuifje zout, calcium en mineralen bij. Serveer dit voor de ongeduldige koeien, en na anderhalve dag geven ze dan 25 à 30 liter melk. Pas op, niet laten afkoelen, maar laat in een grote tobbe stromen en voeg een geutje stremsel en zuursel toe. De bekomen massa in brokjes snijden, zorgvuldig wassen met heet water en in vormen stapelen. Na een passage in de pekel enkele weken geduldig wachten in de rijpingskamer en dan kan je daar plakjes van snijden. Ondertussen nemen we bloem, melk en een ei en daar bakken wij een speciaalbroodje van. Nu nog een snede gekookte (Belgische) ham aan toevoegen. Plaats het geheel tussen verwarmde bakplaten, zo bekom je een krokant korstje. Serveer met onze 3 geheime ingrediënten: authenticiteit, enthousiasme en liefde voor het vak. Buikje rond? Mannetje gezond!
Wij hebben wel genoten van die dagen op Agriflanders. Vooral door de verzorgde organisatie. Er komt ook heel veel volk die we veelal maar één keer op een jaar tegenkomen. Familie of verloren gewaande (klas)vrienden, plots staan ze daar voor je neus. Het thema voor Agriflanders was goed gekozen, “Iedereen wint”. Na zo’n beursbezoek ben je altijd informatie rijker en daar is het toch om te doen. Ergens werd de slogan toch even in vraag gesteld, wanneer wint de boer? Ik zou het ook kunnen zeggen zoals onze kalverhandelaar: ”De boeren waar ik handel mee drijf, laat ik altijd winnen: de ene keer is het geld en de andere keer is het verstand”.

Luc Callemeyn
Creatief melkproducent

december 1, 2010

De boer en zijn Mercedes

Gearchiveerd onder: Luc Callemeyn — melkbrigade @ 9:35 pm

Een paar weken geleden hadden wij hier opnames van het programma Dagelijkse Kost met Jeroen Meus op Eén. Daarin konden wij vertellen over de productie van kaas en de smaak van kaas op verschillende leeftijden. Onze klanten die het gezien hebben waren vol lof over het optreden van hun kaasboerin. Dergelijke filmpjes spelen dus inderdaad een belangrijke rol voor de vorming van de opinie van de consument. Op de website zag ik ook al andere producenten aan het werk over hun ambachtelijk bereide product. Dit is een goede zaak voor het imago van de landbouw en het is goed dat onze nationale zender dit wil oppikken binnen hun zendtijd.
Kijk je ook zo graag naar Boer zkt Vrouw? Steevast zitten wij ook op maandagavond aan de tv gekluisterd. Jammer dat het vergaderseizoen soms wat roet in het eten strooit want zo hebben wij een paar afleveringen gemist. Hoewel het scenario zo ongeveer heel voorspelbaar begint te worden –het zoeken van voldoende slaapplaats, de kennismaking met de boerderij en de familie, het verplichte rotkarweitje en het waterspelletje- is het programma nog altijd verrassend nieuw. De mooiste televisiemomenten komen wel als men de boer in zijn eigen waarde laat en zo weinig mogelijk verplichte nummertjes laat opvoeren. En dit is ook dit jaar heel goed geslaagd. Zouden er boeren zijn die er een lief aan overhouden? Ik hoop het. Is de kijker weer iets meer vertrouwd met het moderne boerenleven? Ik ben er van overtuigd.
Verleden week dinsdag werd ik gebeld door Radio 1 voor het programma Peeters&Pichal waar men het item salaris en loon verder wou uitdiepen. Er werd een straatenquête gehouden waarin de ondervraagden de sportlui en de politiekers en ook bedrijventop aanduidden als (te) grootverdieners, terwijl de zorgende sector en de boeren als onderbetaald werden aangewezen. De boeren? Er werd mij gevraagd of ik mijn medewerking wou verlenen aan het radioprogramma. Na een half uurtje werd ik teruggebeld, ondertussen had ik ruim de tijd om mij voor te bereiden. Na een minuutje vertellen zei de ondervrager dat dit voldoende was. “Jamaar”, antwoordde ik, “ik ben nog helemaal niet klaar hoor!” Toen werden nog een viertal minuten opgenomen over de oorzaak van het lage arbeidsloon van de boeren, hoe het zover kon komen en dat er bedrijven zijn waar de varkens beter wonen dan de boer en de boerin. Dit zou dus woensdag op de radio komen, maar iets voor het programma werd ik weer gebeld dat men toch liever had dat ik live op antenne kwam. Een kwartiertje later zou men terugbellen, dat werd ruim anderhalf uur, en toen was dit rechtstreeks. Ik had weer wat voorbereid, vertelde dat een boer geen maandsalaris heeft omdat er tijden zijn van zaaien en oogsten en misschien pas maanden later verkopen. Ook het jaarinkomen wisselt met de seizoenen en met de vraag en het aanbod. Ik had nog wel wat huiswerk gemaakt, maar de volgende vraag had ik niet voorbereid: ”Als het inkomen van de boeren zo laag is, waarom rijden al de boeren dan met een Mercedes?”. Benieuwd naar mijn antwoord? Op Boerenblog kan je een link vinden naar het programma. In ieder geval had ik het gevoel dat na mijn alerte bijdrage het onderdeel moeilijke vragen voorbij was.
Eind deze week gaat ook de verkiezing van de Creatiefste Ondernemer van Noord West Vlaanderen door. Dit is een organisatie van Unizo. Er waren een honderdtal inzendingen, daaruit werden 37 aansprekende dossiers geselecteerd en daarna kwam de jury tot een selectie van de 10 creatiefste bedrijven. Tot onze verrassing hoorden wij daar ook bij. Wij mochten ons dossier met alle mogelijke documentatie verdedigen voor de jury die bestaat uit een top van Westvlaamse ondernemers. Wij hadden ons goed voorzien van een korf vol verse hoeveproducten en kaas en konden de bijkomende vragen van de jury vlot beantwoorden. Helaas, wij zijn wel zeer creatief, maar er zijn nog wel bedrijven die een grotere uitstraling hebben dan ons familiaal bedrijfje. Dus wij behoren niet tot de supergenomineerden die meedingen naar de hoofdprijs. Daar zit een cateringbedrijf in met zeven medewerkers, een informatica ontwikkelingsbedrijf met 36 man personeel en in mijn ogen zowat de grootste kanshebber Laurierkwekerij Devisch. Niet toevallig uit onze gemeente, niet toevallig uit de tuinbouw. Deze familie is al jaren pionier in het kweken en veredelen van laurier en gaat plaatselijke en internationale inspanningen om hun product op een creatieve manier aan de man te brengen niet uit de weg.
Wij vinden het wel jammer dat wij niet tot de favoriete top behoren. Er was een aantrekkelijke prijzenpot voorzien met een promotiepakket, een bedrijfsfilm en een leasewagen. Langs de andere kant, promotie doen wij al, een bedrijfsfilm hebben we en die wagen was een Audi A1, en ik weet niet of ik daarin zou passen, met mijn lange benen …

Luc Callemeyn
creatief melkproducent

oktober 2, 2010

Wie niet zaait zal niet oogsten.

Gearchiveerd onder: Dagboek B&T,Luc Callemeyn — melkbrigade @ 3:02 pm

De organisatie van onze opendeurdag op 22 augustus mogen wij gerust in onze geschiedenisboeken schrijven. Wie zich ooit met zoiets heeft beziggehouden weet dat dit bergen werk met zich meebrengt. Wanneer het resultaat echter goed is dan vergeet je dat vlug. Een succes was het zeker, want wij schatten het bezoekersaantal toch op ongeveer 4000. Wij waren ook bijzonder verheugd dat wij zoveel mensen konden begroeten die vaste klant waren van de markt te Brugge. Daarnaast hadden wij niet minder dan 420 lekkerbekken op de middag om onze kaasschotel te proeven. Voor de drankvoorziening in de tent konden we rekenen op de steun van de jonge KLJ van Jabbeke, op en rond het bedrijf deden buren, familie en vrienden hun uiterste best om hun beste beentje voor te zetten. De hele dag hadden wij een bijzonder goed gevoel hoe het allemaal op wieltjes liep omdat wij zagen dat iedereen op de perfecte plaats ingeschakeld was, elk volgens zijn capaciteiten en mogelijkheden. Dat ging vanaf het persoonlijke onthaal aan de ingang tot de karnemelk proeverij, de kinderanimatie, de drankbedeling in de tent en aan de machine expo, de verkoop van kaas in onze nieuwe winkel tot de algemene orde op de boerderij. Zo bleef er voor onszelf voldoende ruimte om iedereen persoonlijk te begroeten. Wij hebben wel ervaren dat wij misschien wel 500 tot 1000 collega’s uit de landbouw “gemist” hebben. Het was immers die zondag zeer goed weer en heel de streek was met man en macht bezig om de restanten van de oogst binnen te halen. Maar zo konden wij een veelgehoorde opmerking weerleggen dat het zo moeilijk is om de burger te bereiken op een opendeurdag, dat het altijd boeren zijn die bij boeren op bezoek gaan. Bij ons was onze echte klant duidelijk in de meerderheid.
Was er dan niets minder rooskleurig te melden? Jawel, dat zoiets voor één dag organiseren allemaal zoveel geld kost. Een spantent van 45 meter mét plankenvloer, tafels, stoelen, versiering, drukwerk en promotie, veiligheid, proevertjes, kookdemonstaties en al het werk van de opkuis voordien, de stallen waren dan ook van top tot teen gereinigd én begaanbaar voor de bezoekers. Gelukkig is er goed gewerkt in de nieuwe hoevewinkel door onze enthousiaste verkoopsters. Zo nu en dan zie je eens afgunstige gezichten die je fijntjes melden dat er wel goed verkocht is in de winkel hé ? Dat zijn van die simpele zielen die nog nooit van economie gehoord hebben en die denken als je 10€ verkoopt dat je die 10€ dan privé mag uitgeven. Was het maar waar, al die kaas die bij ons maanden (of jaren) ligt te rijpen dat is wel ons uitgestelde melkgeld, vermeerderd met de productiekosten en onze arbeid! Maar je hoort ons niet klagen, zelfs nu nog krijgen wij nieuwe klanten over de vloer die afkomen op de gevoerde promotie of klanten van de markt die toch zo blij zijn dat ze “hun” kaasboerin eens aan het werk gezien hebben. Het is ook positief dat wij soms gecontacteerd worden door diensten of organisaties die plots ontdekken dat hier geen prutsboertje aan het werk is maar dat dit op een echte KMO gelijkt. Zo werden wij na de opendeurdag door de voorzitter van Unizo genomineerd als kandidaat voor “Creatiefste ondernemer van Noord-West Vlaanderen”. Jawel!
Ja, dit lijkt misschien op stoefen met onszelf dat wij zo populair zijn. Soms heeft dit ook zijn negatieve gevolgen. Zo werden wij in de voorbije week driemaal gecontacteerd om mee te werken aan een sociaal project ter bevordering van sociaal zwakkeren of ontwikkelingshulp. De verhalen waren divers, maar er was één constante, er werd beroep gedaan op onze bereidwilligheid of onze vrijgevigheid om hun project uit te voeren. Met de beste wil van de wereld, maar moeten wij daarvoor zwaar investeren in een aantal nieuwe gebouwen, in jarenlange know-how en ervaring? Daarnaast werden wij deze week gecontacteerd om een onderdeel te vormen van het nieuwe kookprogramma “Dagelijkse kost” op Eén. De moderne programmamaker stuurt een jongedame uit om een voor-verslagje te maken met wat foto’s en regelt de rest via telefoon en mail. Uren zijn we er al mee bezig geweest. En dan moet je nog plooien naar hun agenda: hun plan was om rond de middag tegelijk het kaasmaken en het melken te filmen. Eigenlijk beantwoorden wij niet helemaal aan hun normen want zij zochten een authentieke kaasmakerij met veel hout en weinig inox en misschien liefst nog een kromgewerkte maar enthousiaste boerin erbij. Op 24 oktober komt dit in het programma en er zullen allicht weer een aantal nieuwe mensen zijn die dit gezien hebben. Maar promotie loopt niet altijd van een leien dakje. Zorgen voor een prima product is het belangrijkste. Zo moeten wij nu al beginnen kaas maken als wij nog iets willen verkopen op Agriflanders in januari.

Luc Callemeyn
creatieve melkproducent

De nazomer

Gearchiveerd onder: Dagboek B&T — melkbrigade @ 3:01 pm

Pierre Michels, gemigreerde Vlaamse akkerboer

Uiteindelijk heb ik dan toch mijn dak vol zonnepanelen laten plaatsen. De oude asbestplaten hebben we zelf verwijderd, maar we kunnen ze nergens kwijt, zelfs niet op het containerpark. Half oktober, als de omvormers toekomen, hoop ik dat het systeem in werking treedt. Nog een geluk dat de verkoper de formulieren vóór 1 september heeft ingediend. Oorspronkelijk zouden we 60 cent krijgen per kilowattuur (kWh), maar die prijs ging op 1 januari naar 50 cent en nu naar 42 cent – en dat zou het systeem onrendabel maken. Kort gezegd, de Franse regering zakt hier sneller met de afnameprijs dan de zonnepanelen dalen in aankoopprijs.
Ik heb nu een contract van 50 cent per kWh gedurende twintig jaar. In theorie moet de installatie na twaalf jaar terugbetaald zijn. De installatieprijs is 4300 euro per kilowattpiek (kWp). Voor het dak op mijn huis ben ik nu ook aan het onderhandelen. Dat zou opnieuw zo’n 230 m² panelen zijn. De prijs hiervoor komt op 3600 euro per kWp, voor monokristallijne, niet-Chinese panelen. Voor de elektriciteit opgewekt op een huis krijg ik 51 cent per kWh gedurende twintig jaar. Voor zonnepanelen op een huis betalen ze dus meer dan voor panelen op de stal. Het dossier zou klaar moeten zijn voor 2011, want daarna zakken de prijzen van de energie opnieuw. De Franse regering heeft wel het inkomen uit nevenactiviteiten zoals zonne-energie opgetrokken van 50.000 naar 100.000 euro per jaar, zonder dat je een aparte vennootschap hoeft op te richten.
Er zijn nog weinig banken die zo’n projecten willen financieren en van mijn verzekeraar hoor ik ook niets meer.
We zijn onze eerste aardappelen beginnen te rooien en ik zie weinig verschil qua opbrengst tegenover vorig jaar. Aan de Franse boer waar mijn zoon soms helpt, bood de koper 280 euro/ton voor Charlotte. Omdat mijn zoon bij de prijsonderhandeling was, weet ik dat die boer 300 euro wil voor zijn aardappelen. Hij gaat ze nu opslaan in palloxen in zijn koeling, want hij is zeker is dat hij deze winter wel die prijs zal krijgen.
Intussen heb ik eens getelefoneerd naar de Belgische conservenerwtenindustrie. Die zijn blijkbaar absoluut niet van plan om voor volgend jaar hun contractprijzen te verhogen, zelfs de oppervlakte niet. Wel, volgend jaar zullen ze hier slechts een hoek en een kant krijgen – als ze braaf zijn. Wij Franse boeren zijn niet onnozel, hoor. Ze komen hier anderzijds met tarwecontracten van 180 euro/ton voor levering in november 2011 of 173 euro bij de oogst in 2011.
Het koolzaad is financieel goed geweest. Ik zie trouwens dat er meer gezaaid is eind augustus. Maar ja, ze moet de winter nog doorkomen. Onze suikerfabriek biedt ons bietenquota aan tegen 22 euro/ton. Dat quotum komt van een overzees departement, waar ze gestopt zijn met de bietenteelt. Ik heb zoveel aangevraagd als ik kan krijgen.
In totaal hebben we een 850 ha tarwestro geperst en amper 80 ha wintergerst. Op die 850 ha heb ik juist 4999 pakken van 300 kg geperst. Dat maakt 1760 kg stro per ha en dat is belachelijk weinig. Vorig jaar was dat 2300 kg/hectare en zelfs dat was niet veel.
Dit jaar heb ik van mijn weide van 102 hectare op de luchthaven in totaal 300 kg hooi per hectare opgeraapt. Ik kan er zelfs de compost en stikstof niet mee betalen die ik erop geworpen heb. Ik ga er nog twee jaar verder op boeren en als het rendement niet verhoogt, dan stop ik ermee. Het ergst van al is dat een oude Franse boer me had verwittigd dat het gras het enkel goed doet vanaf de grens van Noord-Frankrijk. Dus in België is het beter en in Nederland nog beter.
Op de luchthaven mag ik ook nog luzerne zaaien, maar ik kan dat aan niemand verkopen – tenzij we starten met rundvee. Ik word nu 53. Is het nu nog nodig dat ik als een zot blijf werken? Als ik mijn beide zonen en vrouw niet rond mij heb, ontzie ik het me eigenlijk. Waarschijnlijk zal ik moeten werken tot mijn 67 jaar, dus nog 15 jaar. Mijn zonen vinden dat ik nu een nieuwe tractor met een stropers moet kopen, maar dat is opnieuw 200.000 euro die we moeten ophoesten in alsmaar slechtere tijden. De gloriejaren van de rundveeboeren komen immers niet terug. Dus gaan we maar vooruit in de zonnepanelen. Daar hoef je tenminste niet aan te werken. Ik moet enkel de productiehoeveelheid opvolgen via de computer.

Onze zomer van 2010

Gearchiveerd onder: Dagboek B&T — melkbrigade @ 3:00 pm

Sofie Vansteelandt, witloofteler

Het is gewoon onvoorstelbaar hoe grillig Moeder Natuur kan zijn. We moeten dringend aardappelen rooien en we weten op geen honderd jaar of het zal lukken. Het heeft de laatste maand enorm veel geregend. Men beweert dat ons klimaat begint te veranderen en je zou het nog gaan geloven ook. Pas op, ik ben absoluut niet groengezind, maar ik heb nu toch mijn twijfels.
Tijdens de maand juli rooien we bloemkolen. Dat beschouwen we als de vakantiejob van onze juniors, maar ook voor onszelf blijft het een beetje plezant. We kunnen eindelijk de deur van het pluklokaal dichttrekken. De zon lonkte al een heuse tijd, maar zolang we witloof kweken, zijn we genoodzaakt om binnen te werken. We hadden bij de bloemkolen maar één groot probleem: onze plantjes hadden enorme dorst en wijzelf hebben niet genoeg grondwater. Dus was er maar één oplossing: water laten komen. Een transporteur in ons dorp is verschillende malen onze open put met water komen vullen. Mijn oudste zoon en mijn man wisselden af om het water rond te voeren. Het was een kwestie van de bloemkoolplantjes in leven te houden. Het is een ware zegen wanneer je als landbouwer bij een beek of plas woont. Tijdens de wintermaanden kan dat wel roet in het eten gooien, maar ’s zomers ben je toch gerust. We hebben het overleefd. Ik zei steeds: “En dat het in de winter zo nat kan zijn, onvoorstelbaar!” Maar het is nog geen winter en het is al zo ver. Momenteel schijnt de zon wel en we genieten van de laatste zomerse zonnestralen.
De kogel is door de kerk. Wie mijn dagboekbijdrage trouw leest, zal zich wel herinneren dat mijn jongste zoon graag kokkerelt. Wel, op 1 september is hij van school veranderd. Vroeger ging hij samen met zijn broer naar de landbouwschool. Hij zou tuinaanlegger worden. Mijn oudste zoon wil boer worden en de zaak voortzetten. Geen nood: een boer en een tuinaanlegger en mijn broodje zou binnen de kortste keren gebakken zijn. Maar van broodjes gesproken: de jongste is nu dus gestart in de bakkersschool in Brugge. Dat is wel een enorme omschakeling. Waarschijnlijk zal hij nu zijn gading vinden. De lessen zijn pas een tweetal weken bezig, maar op dit ogenblik denkt hij dat hij de juiste keuze gemaakt heeft. Het is wel een school met een totaal ander regime: beleefdheid en vóórkomen spelen er nog een belangrijke rol. Ik ben daar absoluut voorstander van, onze jeugd kan wel wat discipline gebruiken. Ik bedoel daarmee ‘de jeugd in het algemeen’, natuurlijk. Laten we enkele voorbeelden bekijken. Als je ’s morgens in je klas binnenkomt, blijf je naast je bank staan totdat de leerkracht zegt dat je mag gaan zitten. Als wij ergens binnenkomen, gaan we toch ook niet op de eerste de beste stoel zitten? Wij blijven toch ook beleefd wachten? ’s Morgens wandelt er een leerkracht op de speelplaats om de uniformen te controleren. Geen probleem, je kent de regels van het huis en die moeten gerespecteerd worden. Dat hoort in mijn huis ook zo. Dus, laat onze jongste maar begaan … We hopen binnen de kortste keren ons eerste stukje taart te mogen verorberen. We zijn in ieder geval in blijde verwachting ervan!
Onze grote vakantie is wel in mineur geëindigd. Mijn schoonmoeder is op 74-jarige leeftijd overleden. In 2008 werd bij haar voor de eerste keer kanker vastgesteld. Ze heeft een zware chemosessie ondergaan en na een hele tijd werd ze weer beter. Haar haren groeiden terug en we dachten allemaal dat het ergste achter de rug was. Na een ruim jaar is ze hervallen en toen is het geleidelijk bergafwaarts gegaan. Ik denk dat ze de enige patiënt was die zo’n doorzettingsvermogen en vechtlust had. Als je op bezoek ging, had je je eigen problemen verteld en ze had aandachtig geluisterd, maar van haar eigen ellende sprak ze niet. Veel mensen hebben haar gekend. Ze was een actief bestuurslid van onze KVLV en ze was ook een van de pioniers die in de jaren 70 in het proefcentrum van Beitem witloof leerden telen.
We hebben weer eens ons lesje geleerd. ‘De bomma’ is gestorven en ze heeft niks meegenomen – noch haar mooie bloemen, noch haar mooie foto’s. Alles laat je achter als je sterft. We werken veel, maar naast ons werk proberen we ook nog een leven te leiden en te genieten. Dan kan je natuurlijk de vraag stellen: “Wat is genieten?” Een antwoord daarop geven, is moeilijk, maar ik denk dat je dat voor jezelf moet uitmaken.
We zien het leven vanuit een ander oogpunt. Een sterfgeval in je naaste familiekring stemt toch tot nadenken. Waar zijn we in godsnaam toch dikwijls mee bezig? Veel dingen worden nu weer tot de groep van de futiliteiten verbannen en belangrijkere zaken komen op de voorgrond.

‘Ik heb een tuintje in mijn hart, alleen voor jou’

Gearchiveerd onder: Henk van Beek — melkbrigade @ 2:59 pm

Henk van Beek, boomkweker

Wat is het weer snel gegaan. De eerste week van september ligt alweer achter ons. De jongeren zijn weer naar school. Ik zie sommige boeren voor een laatste maal gras rapen en het zal waarschijnlijk niet meer lang duren voor ze aan de maïs beginnen. Ook in de boomkwekerij is het nu volop bedrijvigheid met leveren, uitsluitend containerplanten dan.
Ook hier zijn we dagelijks in de weer met het klaarmaken van orders, voor tuincentra zowel als voor de export. Dat is op zich een goed teken, geloof ik, maar dat weet je nooit zeker. Hier was het zo erg dat we eind juli onze eerste levering moesten doen. Planten stonden net buiten op hun plaats en waren in volle groei. Maar de klant is koning; dus als zij vragen, dan leveren wij – ook al heb ik er een hekel aan om planten zo vroeg in het seizoen af te leveren. Dat maakte dat we niet echt rust hebben gekend deze zomer. Al waren we dankzij de hulp van een jobstudent tijdig klaar met de grote werkzaamheden. Door die vroege afroep van de planten en omdat we nog een restantpartij heide veilden begin augustus, hadden we alle dagen wat om handen. Daar kwam nog bij dat we steeds het nodige snoeiwerk hebben. We moeten wildopslag verwijderen, onkruid wieden en tijdig ingrijpen bij plagen en ziekten. Gelukkig was de druk van plagen en ziekten relatief laag hier.
Augustus was goddank niet extreem warm, met geregeld een goede regenbui. Beter dan juli, toen vroeg vooral het beregenen veel van mijn tijd en zelfs extra avondwerk. Hoe zwoel de zomer ook mag zijn, een prille relatie is snel bekoeld wanneer ze te weinig aandacht krijgt. En zo ben je weer single. Ben ik te laat voor het nieuwe seizoen van ‘Boer zkt vrouw’? Misschien maar goed ook.
Deze week stond de boomkwekerijsector nog eens versteld. Nederlandse vakbladen bevestigden dat een van de grotere laanbomenkwekers officieel failliet was. Een bedrijf met naam en faam, meer dan 120 hectare jonge én oude laanbomen, en 28 mensen in dienst. Met een beetje geluk zou men proberen een doorstart te maken, indien er investeerders opdagen. Veel succes, zou ik zeggen. De oorzaak van het faillissement was een sterk verminderde afzet naar het buitenland, maar het fijne weet je toch nooit. Het is trouwens niet de eerste maal dat we dergelijk nieuws vernemen. Hier in België zijn de laatste decennia al meerdere grote boomkwekerijen failliet gegaan. De juiste oorzaak verneem je nooit. Vaak worden er nog enkele kleine bedrijven meegesleurd naar de afgrond. Laat het toch maar een teken aan wand zijn van hoe kwetsbaar je bent als bedrijf, zeker nu. Zou het aan de economie liggen? Tuurlijk niet, dit ligt gewoon aan onszelf.
Al meer dan tien jaar doen wij zaken met Scandinavische klanten. Het transport gebeurt steeds door internationaaltransportbedrijven. In de beginjaren waren dit vaak Denen, Duitsers of soms Nederlanders; de laatste vijf jaar bijna uitsluitend Oostblokkers – Polen, Roemeners of Wit-Russen. De laatste weken hebben we er weer drie op bezoek gehad. Met moeite parkeren ze achteruit op het erf. Ze spreken enkel hun moedertaal, geen Engels, Duits of Frans. En ook CMR-papieren invullen, lukt ze niet. Je krijgt een blanco exemplaar in de handen gestopt, waarbij ze met gebaren duidelijk maken dat je die moet invullen. Persoonlijk heb ik niks tegen die mensen, maar waarom? Een teken aan de wand?
Hebt u vorige week ook ‘Op de eerste rij’ van onze voorzitter Piet gelezen. Moet u toch eens doen als dat nog niet gebeurde. Het ging over zijn verblijf in het arme Afrika. Een prachtige samenvatting over het leven zoals het daar is. Maar vergeet niet, zelfs mijn grootvader heeft nog met paard en kar gereden en zijn koeien gemolken met de hand. Ik weet wel dat ik het niet mag doen, maar ik word steeds nostalgischer met het ouder worden. Ook mijn ambitie verlies ik zo nu en dan. Misschien zit het in de genen, maar ik wil geen zwartkijker zijn. Ik wil een realist zijn. Zo zie ik ook dat we harder moeten werken om net evenveel over te houden, met veel verplichtingen. Dát mag wel, dít mag niet. Administratie alsof ik na mijn uren een ambtenaar ben. Ik durf het niet te zeggen, maar als ik me niet vergis wil het GLB de ketenvorming versterken, terwijl we naar mijn bescheiden mening net in dat bedje ziek zijn. Ik heb erg veel moeite om daar dan ook in te geloven. Was ik maar een boomkweker in Afrika, dan moest het mooiste nu nog komen.
En toch gaan we verder, rug recht, met het gezicht in de zon, genietend van de nazomer. Het is nu maandag 6 september, net over 22 uur. Er kwamen net weer twee faxen en een mail binnen voor orders die woensdag moeten klaarstaan. We weten dus weer wat doen morgen, gelukkig.
Heeft u zondag nog geen plannen! Loenhout is nog steeds een ‘Dorp in Kijker’, met een hoogdag dit weekend – de Bloemencorso. Iedereen welkom.
-Henk Van Beek-

oktober 1, 2010

Sinatra: “I did it my way”

Gearchiveerd onder: Luc Callemeyn — melkbrigade @ 9:42 pm

Een tijdje geleden kreeg ik een telefoontje van de Mestbank dat men graag eens bij mij op bezoek wou komen. Niet echt als dwingende controle, maar wel eerder in het kader van advisering. Wel netjes om dat zo van voordien te laten weten! Oorzaak was een te hoog nitraatresidu in mijn grond waar de koeien heel de zomer op de wei hadden gelopen. Ik stond er van versteld hoe goed deze mensen onderlegd waren over “mijn gronden”. Ze hadden kaarten mee met de hoogtelijnen, met het koolstofgehalte, zelfs met de aanwezigheid van een rotslaag in de bodem. Zo kon het te hoge nitraatresidu op elk van deze waardemeters perfect uitgelegd worden. Kijk, dat snap ik nu niet. Te velde weet men nu perfect hoe een individuele bodem reageert met nitrificatie en uitspoeling ten gevolge van een droge zomer en een nat najaar. Men weet zelfs hoe het komt dat er nitraat in mijn bodem zit, en ook waarom het sommige jaren helemaal niet tot nut komt. Maar hoe komt het nu dat die hoge pieten in Brussel en Leuven daar geen weet van hebben? Hoe komt het dat men jaar na jaar de bemestingsnormen omlaag wil, met als gevolg dat mijn schrale zandgrond geen goede opbrengsten en gezonde gewassen meer zal kunnen leveren? Als al deze gegevens werkelijk ter beschikking zijn, zelfs op perceelsniveau, waarom gebruikt men ze dan niet? Terzijde, deze ambtenaar van de Mestbank was een fan (of niet?) van mijn schrijfsels in dit Dagboek. Toch vroeg hij mij met aandrang om zijn bezoek niet te vermelden bij een volgende publicatie. Iets waar ik natuurlijk niet kan op ingaan. Anders is de persvrijheid in gedrang!
Verleden week hielden wij een officiële opening van onze nieuwe hoevewinkel. Eerlijk gezegd werd er al enkele weken in gewerkt, maar wij doen het graag nog eens in ’t echt, zodoende. Over het hele openingsweekend mochten wij 500 bezoekers verwelkomen. Het doet deugd om van zovele mensen een woord van steun te krijgen bij de voltooiing van ons grote project. Voor onszelf vinden wij dit niet zo uitzonderlijk, het is een (voorlopig) eindpunt van onze drang om onze eigen producten aan een eerlijke prijs te verkopen. Het ontlokt sommige mensen wel eens de opmerking dat het eigenlijk ver gekomen is dat een boer niet alleen moet boeren om een inkomen te bekomen, maar dat hij ook nog volk moet ontvangen, hen eten geven of te slapen leggen met alle bijkomende lasten en lusten. Goed, ja, maar evengoed vind ik het ook niet logisch dat iedere boer verplicht zou moeten zijn om 100 koeien te houden of 100 hectaren of 500 zeugen of 80.000 kippen of 2 hectare serre om een goed inkomen te hebben. Ik houd het er op dat iedereen zijn expansiedrang naar eigen godsvrucht en vermogen moet of kan invullen, en zoals Frank Sinatra zingt “I did it my way”.
Mede door de goede winkelinrichting is het nu wat efficiënter geworden in de verkoop, en alles staat nu wat meer op zijn plaats. Bijna schreef ik hierboven dat het nu wat rustiger geworden is. Schijn bedriegt, want wij maken ons op voor de organisatie van onze Opendeurdag op zondag 22 augustus waar wij werkelijk alle deuren zullen openen. Natuurlijk kadert dit in het meer bekend maken van ons aanbod en onze werking. Het is ons hoofddoel om te tonen hoe het er momenteel aan toe gaat op een modern landbouwbedrijf, en in ons geval met kaasmakerij en zuivelverwerking als neventak. Wij plannen geen spectaculaire activiteiten, dat laten wij over aan de omliggende Landelijke Gildes. Misschien één uitzonderlijke activiteit: wij nodigen onze loonwerker uit om een demonstratie te geven met de hakselaar om balen stro te hakselen voor de droge koeien. Laat de motoren maar brullen! Verder wensen wij ons toe te leggen op het bereiden van een culinaire kaasschotel met diverse verrassende kaashapjes aangevuld met versgebakken brood en onder begeleiding van een streekbiertje. Zo kunnen wij ook tonen dat wij méér in onze mars hebben dan wat gesneden kaasblokjes.
Het spreekt voor zich dat al die schikkingen voor die opendeurdag weer heel wat organisatie teweegbrengen. Ik zal eerlijk zijn, wij hebben niets liever. Wij zijn opgegroeid met het verenigingsleven van KLJ en Groene Kring en wij zien dat onze kinderen op hun beurt meewerken aan school-activiteiten, Kazou of KLJ. Met de paplepel ingegoten zegt men dan. Hun veelzijdigheid weerspiegelt zich dan ook in de organisatie van ons bedrijf; Soms zijn zij van het ene moment naar het andere bezig met het opstellen van een tekst, het maken van etiketten, videobestanden afspelen, koffie bedienen of bestellen in de winkel. Niet zelden worden zij dan ook ingeschakeld in het landbouwbedrijf en melken zij de koeien, geven de kalveren of rijden met de tractor. Dit geheel van vaardigheden zijn ervaringen die zij in geen enkele school kunnen leren maar die goed van pas komen onder toeziend oog van ons als ouders. Zo leren zij ook flexibel te zijn in samenwerking met anderen.
Ook weer helemaal onze “Way of life”

Luc Callemeyn

De nieuwe tijd

Gearchiveerd onder: Pierre Michels — melkbrigade @ 9:42 pm

Onlangs herlas ik mijn Dagboek van 15 juli 2005, met als titel ‘In afwachting van de nieuwe tijd’. Toen ik de tekst las, was ik erg verbaasd, want wat ik toen geschreven had, is allemaal aan het uitkomen. Het belangrijkste was dat de golfstroom in de Atlantische Oceaan van richting aan het veranderen is. Toen schreef ik dat het in Frankrijk – dat tussen de 50 en 51° noorderbreedte ligt – even koud wordt als in de streek van Labrador, in het noorden van Canada, dat ook op 51° ligt. Het is waar dat onze planeet aan het opwarmen is, maar de winters worden telkens kouder en ieder jaar duren ze langer.
Op 15 mei liep ik door mijn koolzaad en mijn tarwe. Niets groeide. Voor de suikerbieten spraken ze ervan dat we maximum 30 ton per hectare zouden halen. Het gras op mijn luchthaven kreeg 5 ton compost (van kippen en varkens) en 80 eenheden stikstof, maar ik vroeg me af of ik het eigenlijk niet beter met mijn gazonmaaier zou afrijden dan met de grote maaier. Zouden de golfstroom en die vulkaanuitbarsting er voor iets tussenzitten? Eén ding is zeker: de tarwe- en gerstprijzen zullen door die koudegolf niet stijgen. De termijnmarkten voor de volgende maanden stijgen weinig. Iedereen is er voorlopig zeker van dat er graan genoeg zal zijn – zeker in Europa – omdat ze nog voor twee jaar gerst en voor één jaar tarwe in stock hebben. De Fransen vrezen wel dat de speculatiefondsen zich massaal uit de aandelen- en obligatiemarkten zullen terugtrekken en met een hoop geld zullen speculeren op landbouwproducten op de termijnmarkten. Dat zou dan dezelfde gevolgen hebben als twee jaar geleden.
Ik hoor hier geen enkele Franse boer opscheppen over twee jaar geleden. We hebben allemaal een goed financieel jaar gehad. We hebben toen al het geld opnieuw geïnvesteerd in machines en in gronden, maar daar hebben we nu spijt van. Het moet gezegd: dat jaar hadden we beter kunnen missen, want onze belastingsbrief en bijdrage aan de ziekenkas zijn in de brievenbus gevallen …
Onlangs zijn onze akkerbouwers in Parijs gaan betogen, omdat telkens een deel van de Europese premies van de graanboeren naar de veeboeren werd overgeheveld. En wat hoor ik de inwoners van Parijs zeggen op tv? “Wat hebben die boeren mooi materiaal.” Twee weken later spreken de Franse president en zijn ministers ervan dat ze de premies nog eens willen afromen en dat ze de nieuwe niet zullen uitbetalen omdat ze moeten besparen. Ik denk dat ze niet hardop durven zeggen: “Als ze met zo’n materiaal rijden, zijn ze toch al rijk genoeg.” Als de veeboeren hier betogen, dan doen ze dat met hun oude tractor met een frontlader met gevaarlijke pinnen erop en met een stinkende mestkar erachter. Die sukkelaars betogen allemaal in de steden in hun eigen buurt, want met hun tractor raken ze niet tot in Parijs.
Van mij mogen ze de graanpremies geleidelijk verminderen en dan zelfs afschaffen. Al die boeren die in Parijs betogen, werken slechts één mand per jaar en ze gaan driemaal per jaar op reis. Ze zaaien graan, ze oogsten het en verkopen het. Dat vinden ze genoeg. Typisch voor de Fransen: ze zijn tevreden als ze grond genoeg hebben – al hebben ze geen nagel om hun gat te krabben. Iets ontwikkelen en daarmee voortdoen, dat is veel gevraagd.
Vandaag, 5 juli, ben ik gestopt met stro aan te kopen. Eigenlijk hoef ik niet meer rond te gaan, want ze bellen me zelf op. De Franse boeren zijn tevreden met dezelfde prijs als vorig jaar. Ik heb de indruk dat er erg veel stro werd aangekocht, want de Fransen hebben geld nodig en daarom discuteren ze niet over de prijs. Wat er ook veranderde, is dat de boeren hier vroeger altijd wel iets aan hun machines zaten te repareren als ik op hun hoeve kwam. Nu zitten ze overdag binnen met hun computer te spelen. Als je dan op hun raam tikt, komen ze beschaamd en wereldvreemd naar buiten. Het is net of er pas een familielid gestorven is …
Een akkerbouwer hier had zich laten overtuigen om twee reusachtige vleeskippenstallen te bouwen, als inkomen voor een van zijn zonen. Wel, die gebouwen zijn na twee jaar bijna helemaal vernield. Met mijn oudste zoon heb ik een vergelijkbaar – zij het iets kleiner – probleem gehad. Hij wilde ook geen eieren rapen. “Van mijn leven niet”, zei hij. Hij ging nog liever als knecht werken bij een aardappelboer dan bij die ‘strontkiekens’. Ik heb de ezel dan maar een wortel voorgehouden … Ik ben mijn kippenstal met de bijbehorende hectares gaan presenteren bij een andere kippenkweker en ik zei tegen hem: “Denk er maar eens over na en kom het me vertellen.” ’s Anderendaags stond hij al vroeg bij mij in de keuken. Mijn zoon was totaal verrast dat die boer – die gewoonlijk bij mij stro komt vragen – nu mijn hok voor een mooie prijs wilde huren. Je kan je levendig voorstellen dat ik die voormiddag te horen kreeg: “Papa, je gaat dat toch niet doen, zeker?” Drie maanden later zaten onze legkippen erin en mijn zoon is nu heel tevreden dat hij gestart is als legkippenhouder.
– Pierre Michels

Het zal niet voor subiet zijn!

Gearchiveerd onder: Johan Schollier — melkbrigade @ 9:40 pm

Beste lezer, tot u spreekt Bob de Bouwer. U herinnert zich nog wel hoe ik vertelde over het huis dat wij aan het bouwen zijn. We hebben er zelf heel veel aan gewerkt, maar het doe-het-zelfgehalte zakt nu zeer snel. Dit huis vertoont inmiddels de eerste tekenen van bewoonbaarheid. Er zitten ramen en deuren in, het is gevoegd, alle nutsvoorzieningen zitten mooi weggestopt onder een isolerende ondervloer en we wachten nu op de ‘plakker’.Geen nood, er zijn hier al andere katten te geselen: de melkveestal.
Mijn grootvader had 12 koeien, mijn ouders molken er gaandeweg 45. In 1984 bouwden wij een ligboxstal en zonder tegenslagen zal onze zoon Brecht dit bedrijf voortzetten. Zijn gedrevenheid in de landbouw groeit met de dag. Daarom koopt een mens wat quotum bij, er komen wat meer dieren, de voederkuilen worden hoger … Maar ook dit: de mestopslag krijgt braakneigingen, de stal raakt overvol, met alle gevolgen van dien. Het is als een etterbuil die openspat. Je moet iets doen, nu … niet direct, maar subiet. Bijbouwen dus. Onlangs was ik met Guy, vriend des huizes en veehandelaar, in de Duitse deelstaat Niedersachsen. In 2 dagen kwamen wij wel op 30 melkveebedrijven. Daar waar waren heel grote bij: 250 koeien, 400 koeien, ook een bedrijf waar bijna de klok rond gemolken werd. Boeiend om eens te zien, maar ik zou het spijtig vinden als onze zoon echt zo hevig te keer moest gaan om zijn boterham te verdienen. Wij hebben nu een bouwvergunning voor een uitbreiding van de huidige stal met twee rijen ligboxen, drie grote stroboxen, wat ruimte voor zorgkoeien en een gemakkelijk bereikbare en injaagbare behandelbox. De melktank is voorlopig groot genoeg, en de melkmachine kan nog uitgebreid worden van 2×5 naar 2×6. Eerst moet de oude bindstal afgebroken worden. Aanvankelijk hadden wij een groter plan voor ogen, voor de volledige overbouwing van de oude stal: hoger, breder, langer … Merkwaardig genoeg is het onze zoon zelf die vond dat het best wat voorzichtiger kon. Vier spanten erbij en een ronde, bovengrondse mesttank. Dat zal een stuk minder kosten dan het eerste idee. De ommezwaai kwam er na de jongerendag van Milcobel, waar Brecht met vier jonge melkveehouders naartoe trok. Vooral de gesprekken in de wagen hebben hem een en ander doen inzien. Van de vijf reizigers vonden er twee dat je maar beter niet kon bouwen als de melkprijzen niet beter werden. Gelukkig heeft de markt zich de laatste maanden toch wat herpakt.
Je vraagt dus prijs voor een eerder klein project. Vooral de bedragen voor het betonwerk in de grond maken nogal snel duidelijk: “Mijnheer, wij doen dit liever niet, wij krijgen te veel kansen voor heel grote mestkelders onder volledig nieuwe stallen! Zou je dit niet beter zelf doen? … Je kan er duizenden euro’s mee verdienen of besparen.” Ziezo, onze vakantie is al gepland: hard werken en met de blokjes spelen. Betonnen stapelblokken voor de mestkelder. De metaalbouw kan snel, maar in prefabmuren kan men nauwelijks volgen. Ach ja, we zullen die ook maar zelf metsen. Als je niet een volledig nieuwe stal bouwt, heb je maar een korte tijd om dit te realiseren. Tegen de herfst moet alles eigenlijk binnen schot zijn.
Verbouwen of bijbouwen, het is hard werken, in moeilijke en gevaarlijke omstandigheden. En intussen moet je blijven melken. De koeien kunnen nauwelijks binnen of buiten langs nooduitgangen, diepe kuilen of hoge hopen rotzooi. Als er dan maar geen lijken uit de kast vallen – zoals ondergrondse obstakels van oude stallen, elektriciteits- of waterleidingen. Het is niet hetzelfde als bouwen op een stuk maagdelijke grond.

Och ja, in september zijn wij 25 jaar getrouwd. Wij zouden het er eens van nemen. Zelfs de kinderen zeggen: “Allez, pa en ma, wij zullen het werk wel doen.” En ze stellen ons een cruise van een weekje voor op de Rijn, de Donau of de Nijl … We zullen dat zeker wel eens doen, maar ’t zal niet voor subiet zijn.

Een tiental dagen geleden kreeg ik een bizar telefoontje van mijn broer. Zijn echtgenote Marleen was in KLJ Izegem goed bevriend met Lut De Bruyne. Ook Eric heeft haar inmiddels leren kennen, want hij levert groenten op de REO Veiling in Roeselare. Het was heel slecht nieuws. Ik was echt uit mijn lood geslagen. Lut De Bruyne, mens toch. Hoe is het mogelijk, zo jong nog, zo plots. Door dit Dagboek zagen of hoorden wij elkaar geregeld. Met de andere dagboekschrijvers kwamen we ook als eens samen voor een etentje. Lut kwam je overal tegen: op de werktuigdagen, op Agribex … Ik stapte samen met haar door enkele Gentse straten op de grote antigroen betoging in mei 2003. Een paar jaar geleden zat ik naast haar op het vliegtuig richting Ierland. Lut leidde deze reis. In mijn Dagboek daarover noemde ik haar ‘onze Moeder Overste’, want zij deed dit met brio.
Langs deze weg wil ik mijn medeleven betuigen aan haar gezin en haar naasten. Laat dit mijn ultieme eerbetoon zijn aan een grote dame, die heel veel betekend heeft voor de Vlaamse landbouw en ons platteland.
– Johan Schollier

Ik, Henk van Beek: (r)evolutie

Gearchiveerd onder: Henk van Beek — melkbrigade @ 9:38 pm

Onze levens als actieve land-en tuinbouwers, zijn soms als een lekkende oliebron in de Mexicaanse Golf wat dagboekmateriaal betreft. Ik heb er persoonlijk weinig moeite mee om wat neer te schrijven en ik moet vaak heel wat schrappen om mijn gemijmer binnen de lijntjes te laten passen. Ook 8 juni was weer zo’n dagboekdag.
God mag weten waarom, maar begin juni werd ik plots telefonisch gecontacteerd met de vraag of ik deel wou uitmaken van een workshop. In opdracht van de provincie Antwerpen moest men op zoek gaan naar de knelpunten van de land- en tuinbouw hier. Het onderzoek wordt geleid door mensen van de Universiteit Gent. Aan de hand van een SWOT-analyse (sterktes, zwaktes, kansen en bedreigingen) zouden we een SOR-analyse (Strategische Oriëntatie) uitvoeren. Een hele mond vol woorden om te zeggen dat we op zoek gingen naar de leefbaarheid voor de land- en tuinbouwsector in de provincie Antwerpen. Ik was wel verwonderd, maar ook vereerd met de uitnodiging. Ik, met mijn A3-opleiding, tussen de directeurs, voorzitters van veilingen en proeftuinen, belangenorganisaties en banken … Niet dat ik me minder voel, want ik heb ook mijn koffertje met ervaringen, kennis en knowhow als het over de boomkwekerij gaat. Al vrij vlug bleek dat onze sector binnen de provincie Antwerpen een belangrijk en direct economisch belang heeft, met nog veel groeimogelijkheden wat mij persoonlijk betreft. Ook al is dit onderzoek nog niet afgerond, ik wil het volgende resultaat wel al met u delen.
Toen we individueel een keuze moesten maken uit de lijst die we samen opgesteld hadden voor de SWOT-analyse, bleek dat de meerderheid de meeste kansen zag in concentratie (clusters, grote bedrijven) en technologie (wkk, mestverwerking). Er werd minder waarde gehecht aan diversiteit en marktniches. Ik kon het niet nalaten om op te merken dat zo’n keuze erg aanleunde bij de filosofie van banken, veilingen en proeftuinen. Vanuit sommige hoeken kreeg ik een lichte bevestiging van deze opmerking. Ik moet toegeven dat deze specifieke keuzes weinig invloed hadden op onze oefening, aangezien ik mij verder goed kon terugvinden in onze eindconclusie.
Diezelfde week zag ik per toeval nog een mooie documentaire op tv, want doordat het die week regenachtig was, had ik tijdens de avonden net een uurtje meer vrij. Bij warm weer ben ik toch vaak tot half tien bezig met beregenen. In die documentaire ging men op zoek naar de (bij)werking van Viagra en hoe men deze blauwe (dure) wonderpil in korte tijd tot een commercieel succes had gemaakt. Hoe was het farmaceutische bedrijf Pfizer erin geslaagd om in enkele jaren tijd een medicijn zo populair te maken? Een medicijn waar in principe slechts 3% van ons mannen werkelijk nood aan heeeft? Het succes groeide, onder meer door de druk vanuit allerlei media op de mannen om ook op seksueel vlak steeds topprestaties te leveren en als gevolg van een toegankelijke reclamecampagne ervoor. Zelfs jonge, viriele mannen gaven toe dat ze soms Viagra gebruikten. Volgens de maker van deze documentaire zou het gebruik van Viagra de mannelijkheid aantasten én kunnen leiden tot een vorm van afhankelijkheid. Ik kon mij helemaal vinden in het punt dat hier gemaakt werd. Niet onbelangrijk trouwens: de farmaceutische industrie verdient hier miljarden met de handel in seksueel zelfvertrouwen!
Nu ben ik met mijn lage scholing zeker geen professor, maar ik zou zo’n onderzoek graag eens laten uitvoeren in de land- en tuinbouw. Het verhaal van Viagra gaat wat mij betreft ook op voor onze sector. Maar wie is daar verantwoordelijk voor? Wie heeft de lust gecreëerd om de grootste te zijn, om steeds meer te produceren met minder (mannelijke) inspanningen? Waren het de banken die onze de pil (leningen) aanboden, omdat wij dachten dat we ze nodig hadden om goed te presteren? Waren het de proeftuinen, die zorgden voor minimale bijwerkingen en ons ondersteunen om topprestaties te leveren? Of de veilingen, die nooit voldaan bleken te zijn en nog tijden hebben van onverzadigbaar verlangen naar meer? Of misschien de media en de sociale druk, die steeds de grenzen verleggen?
Eigenlijk doet het er niet toe. We zijn allemaal verantwoordelijk voor onze eigen daden. Ieder voor zich is verstandig genoeg om de juiste keuze te maken. Maar laat je niet te snel verleiden. Ook voor land- en tuinbouwbedrijven geld de volgende spreuk: ‘Het is niet de grootte die telt, maar wat je ermee doet!’ Vanuit de stille Kempen alvast een zwoele zomer toegewenst.
– Henk van Beek.

Iets meer dan een jaar geleden namen we als dagboekschrijvers tijdens ons jaarlijkse etentje afscheid van Lut De Bruyne, die toen vol overgave aan een nieuwe jobuitdaging bij de REO Veiling begon. Vol ongeloof verneem ik nu het nieuws dat ze definitief afscheid heeft moeten nemen van haar leven hier. Dit is niet eerlijk. Enkele keren per jaar kwam je Lut wel ergens tegen. Steeds spontaan, goedlachs en een klaar voor praatje. Waarom Lut? Ik betuig mijn innige deelneming aan iedereen voor wie je zo dierbaar was.

Duurzaam leren werken

Gearchiveerd onder: Carine Cornu — melkbrigade @ 9:36 pm

En? Afgelopen zondag voldaan aan je vaderlandse plicht en gaan stemmen? Wij ook, natuurlijk. Onze kinderen zijn er een pak meer in geïnteresseerd dan wij op die leeftijd. Toen ik hen zondag dus vroeg of zij geen tip hadden voor een onderwerp voor mijn dagboek, kwamen ze al snel op de proppen met het thema ‘verkiezingen’. Dat heb ik nog sneller afgeblokt met ‘te saai’, maar daarmee heb je natuurlijk nog geen onderwerp. De tijd loopt, en je hersens werken op volle toeren op zoek naar een onderwerp. Geregeld flitsen die verkiezingen toch weer eens voorbij, tot je erover begint na te denken dat er enerzijds wel wat gelijkenissen zijn tussen ons, boeren, en de politici. Aan de andere kant kunnen ze heel wat leren van ons, landbouwers. Even daarover doorbomen, dat zag ik dus wel weer zitten. Hier volgt dus een relaas van mijn gedachten.
Boeren krijgen net als politici niet altijd loon naar werken. Voor ons is het voornamelijk op financieel vlak dat de beloning het een beetje (veel soms) laat afweten, bij politici is het vaak meer de appreciatie voor al het gedane werk die ontbreekt. Het zijn nu eenmaal niet altijd de hardste werkers die het meest geapprecieerd worden. We kennen dat, het is ook niet op de momenten dat je het hardst werkt dat je daarom het meest verdient. Maar het verschil tussen ons en de politici is dat zij de stekker uit de regering trekken als ze het niet meer zien zitten – met het alom bekende gevolg. Voor ons, landbouwers, is dat natuurlijk een stuk moeilijker en gaan daar wellicht heel wat slapeloze nachten aan vooraf. Je vecht voor je bedrijf tot de laatste snik. Het is je levenswerk, en iedereen ziet dat graag voltooid – ook al is het nooit af. Misschien een ideetje voor de politici om van iedere regering een stukje levenswerk te maken dat ze o zo graag zouden voltooien.
En dan was ik er zo ongeveer met de grote gelijkenissen. Voor de rest had ik vooral de indruk dat zij heel veel kunnen leren van ons, want wij hebben door hen al met heel veel dingen moeten leren omgaan. Neem nu de term ‘duurzaamheid’ – voor ons allang geen ijdel begrip meer. We hebben dat stilaan leren invullen op allerhande vlakken. Ik spreek dan vooral voor de sectoren die ikzelf ken, namelijk de melkveehouderij en de zeugenhouderij. Stap voor stap proberen we te gaan voor duurzamere koeien en zeugen. Dieren die langer kunnen meegaan, dat is goed voor ons en onze portemonnee. Maar dat is ook goed voor alle andere normen die ze ons opleggen rond milieu, dierenwelzijn enzovoort. Ook wat onze investeringen betreft, proberen we graag wat verder vooruit te kijken dan enkele jaren. Een duurzame investering start met een goed doordachte investering die heel wat jaren haar dienst kan bewijzen. Een investering die een hele tijd meekan, eentje die klaar is voor de toekomst. Het zit ons dan ook niet altijd mee wat de wetgeving betreft. Probeer maar eens duurzaam te investeren als de normen die in de wetgeving gesteld worden om de haverklap wijzigen.
Zou het voor de komende regering – wie er ook de scepter zwaait – niet eens het moment zijn om werk te maken van duurzame wetten? Als een van onze politici dat begrip nu eens zou lanceren, wordt het misschien nog een hype. Alleen nog duurzame wetten voorstellen, het zou weer eens wat anders zijn. Dan zijn wij verlost van een heleboel onzekerheid en kunnen we ons bedrijf eens wat gemakkelijker richten op een ietwat verdere toekomst. Het zou onze algemene economie ten goede komen, een argument dat kan tellen in een postcrisistijdperk.
Och ja, ik weet het wel: de meeste politici zijn kortetermijndenkers. Maar dat langetermijndenken kan je leren. Ze kunnen misschien wat geld steken in een cursus daarrond, in plaats van te pas en te onpas allerhande commissies op te richten. Misschien ook zouden we hen wat minder vaste wedde moeten geven, met een bonus als ze op een duurzame manier hun termijn uitdoen – terwijl ze ook al een beetje voorbereiden dat er in de volgende regering misschien iemand anders op hun stoel zal zitten. Het zou in elk geval al een goede stap zijn op de weg naar een duurzaam beleid. En wie weet wordt het ooit wel wereldnieuws, een krant die bloklettert: “België boert goed met een duurzaam beleid.” Het zou toch mooi zijn, misschien wel te mooi om waar te zijn. Ook al is dromen leuk, het is waarschijnlijk een pak realistischer om te denken dat ze wel weer wat zullen aanmodderen. En als het hen ook dit keer niet lukt, dan trekken ze wel weer de stekker uit de regering.
-Carine Cornu-

Een koe met een naam

Gearchiveerd onder: Marcel Heylen — melkbrigade @ 8:35 pm

Ik heb de gewoonte om elk kalf dat op onze boerderij geboren wordt een naam te geven. Dat maakt elke geboorte een beetje speciaal en spannend, want ik ben al aan het nadenken over een geschikte naam terwijl het kalven aan de gang is.
In 1989 – toen we vijf jaar aan het boeren waren – zijn we gestart met de letter A en we laten de naam elk jaar met een volgende letter van het alfabet beginnen, zodat we gemakkelijk kunnen onthouden welke koeien in hetzelfde jaar geboren zijn. Wie snel kan rekenen, weet dat we dus dit jaar aan de letter V gekomen zijn. Ik ging er in het begin van uit dat het wel stilaan tijd zou zijn om te stoppen als boer wanneer het alfabet ten einde was, en we dus 31 jaar geboerd zouden hebben. Maar nu ik op vier letters van het einde van het alfabet gekomen ben, begin ik hoe langer hoe meer te beseffen dat ik nog absoluut niet toe ben aan stoppen over vier jaar. Ik doe mijn job nog veel te graag. Ik ben zeker nog niet uitgeblust en ik heb nog heel wat plannen en doelen voor ogen die ik nog wil realiseren als boer. Ik heb daarom intussen voor mezelf al uitgemaakt dat ik zonder problemen opnieuw bij de letter A kan beginnen, omdat er op ons bedrijf natuurlijk allang geen koeien meer zijn met een naam die met A begint.
Voor diegenen die het willen weten, ik zal bij het einde van het alfabet 58 jaar zijn. Dat leek mij 21 jaar geleden – in een tijd dat de meeste loontrekkende mensen hier in mijn omgeving op 55 of 56 jaar met brugpensioen gingen – een normale leeftijd om ermee te stoppen. Maar de tijden veranderen en het komt mij goed uit dat men steeds meer begint te praten over werken tot 65 jaar. Ik ben dan ook van plan om nog een tijd door te gaan – als ik gezond mag blijven, natuurlijk. Zo lang ik plezier beleef aan het werken met mijn koeien en bij het inkuilen van een snede prima kwaliteit voordroog – zoals afgelopen zaterdag – dat gelukzalige gevoel van voldoening heb, is stoppen niet aan de orde.
Ik denk dat het belangrijk is voor je motivatie als boer om steeds doelen te hebben waar je naartoe werkt. Dat hoeven echt geen onbereikbare dromen te zijn, maar realiseerbare ambities. Een van mijn ambities was om ooit een 100.000-literkoe te fokken. Dat leek mij een realistisch maar toch ambitieus doel, want zo dik lopen de boeren niet die dit realiseerden. Als je dan je eerste 100.000-literkoe hebt, dan droom je natuurlijk van een tweede koe met deze productie. Lukt dat ook, dan droom je verder. Door met deze ingesteldheid te werken, wordt je leven geen sleur en blijf je steeds ambitieus.
Mijn gewoonte om mijn koeien al bij de geboorte een naam te geven, leverde onlangs een serieus probleem op bij het nieuwe managementprogramma van mijn melksysteem. Bij het overzetten van de diergegevens van het oude programma naar het nieuwe systeem – dat meer mogelijkheden heeft om allerhande rapporten en analyses te maken van de prestaties van de koeien – bleek dat al mijn jongvee verdwenen was uit het bestand. Het nieuwe systeem ging ervan uit dat alle dieren een nummer hebben. Aan dat nummer kan men eventueel wel een naam linken, maar zonder nummer geen dier. Dat is toch wel een beetje onbegrijpelijk, want onderzoek heeft al verschillende keren aangetoond dat koeien met een naam meer melk produceren dan koeien zonder. Zo’n conclusies moet je natuurlijk relativeren, want de achterliggende reden zal natuurlijk wel zijn dat boeren die de moeite doen om hun koeien een naam te geven hun dieren ook meer als een individu gaan benaderen. Die aanpak is dan meestal ook te zien in de kennis van de afstamming van hun koeien en de daarbij horende bewuste stierkeuze als vader voor het volgende kalf. Deze individuele benadering bij de stierkeuze heeft er bij onze koeien bijvoorbeeld toe geleid dat de 129 dieren op ons bedrijf 65 verschillende vaders hebben – ook voor mij een enigszins verrassende vaststelling.
Dat de manier waarop je met je dieren omgaat echt wel invloed heeft op de prestaties van de koeien, kon ik een paar jaar geleden ervaren. Ik was enkele dagen buiten strijd na een operatie aan mijn achillespees en tijdens die periode namen onze twee zonen het melken over. Hoewel de koeien hetzelfde rantsoen kregen als normaal, zagen we de melkproductie merkelijk dalen. Toen ik na een week het melken weer overnam, steeg de productie opnieuw naar het oorspronkelijke niveau. Er was maar één verklaring mogelijk: de koeien voelden duidelijk een verschil in aanpak van de melkers. In hun jeugdige enthousiasme waren onze zonen waarschijnlijk iets minder geduldig in de omgang met de dieren, wat resulteerde in stress en als gevolg daarvan een lagere melkproductie.
Ik heb de gewoonte om tegen mijn koeien te praten en dat kan soms wel leiden tot hilarische toestanden. Zo zei ik vorig jaar iets tegen één van onze koeien, in de weide naast onze buren. Aan de andere kant van de laurierhaag antwoordde onze buurman, omdat hij dacht dat ik hem aansprak.
– Marcel Heylen

Het is gelukt

Gearchiveerd onder: Kris Van der Velpen — melkbrigade @ 8:33 pm

De Belgische Fruitveiling is er als eerste in geslaagd om een handelsprotocol met China te ondertekenen. We kunnen er als telers alleen maar blij om zijn, want de Chinese markt kan ons wel mooie toekomstperspectieven bieden. Tot voor kort kenden de Chinezen de Conférencepeer helemaal niet. Er was zelfs overredingskracht voor nodig om die mensen te overtuigen dat het wel degelijk peren waren, want de peren die men in China kent, lijken helemaal niet op ons lange, groene kwaliteitsproduct. De Chinezen onze peren leren kennen, was nog maar het begin. Eenmaal ze van de kwaliteiten van de Conférence overtuigd waren, was het nog een lange weg om ze in dat immense land binnen te krijgen. Dat het uiteindelijk gelukt is, hebben we alleen maar te danken aan de inzet en de volharding van de topmensen in de veiling en hun entourage. Een dikke proficiat is hier zeker op zijn plaats.
Een product ergens binnenkrijgen is één ding. Je klant tevreden houden is een andere kwestie, zeker als je weet dat een land als China hoge fytosanitaire eisen stelt, zelfs voor je er binnen geraakt. Het is nu aan ons om enkel peren naar ginds te laten vertrekken waarvan we zeker zijn dat er niks op aan te merken valt. Het is volledig fout om te denken dat je nu volledige oogsten Conférence in een zeecontainer kan stoppen richting Verre Oosten. Je moet garanties kunnen bieden dat je de fruitmot en het bacterievuur helemaal onder controle hebt. Heel wat van onze provincies werken nu aan plannen rond de bestrijding van bacterievuur, maar als iedereen met planten die gevoelig zijn aan bacterievuur zijn verantwoordelijkheid neemt, is deze ziekte al flink gereduceerd. Fruittelers zouden eigenlijk de toelating moeten hebben om een zieke plant die ze ergens zien onmiddellijk te verwijderen – om het even op welk domein die plant staat. Je zou dan wel boze reacties krijgen, maar het bacterievuur zou wel vlug verdwijnen. Ook voor het opruimen – lees: verbranden – van zieke takken moet de overheid zich soepel opstellen, ofwel moet ze met een oplossing voor de dag komen. Het kan toch niet zijn dat wie aangetaste bomen of takken verwijdert dan een boete krijgt omdat hij geen toelating had om ze te verbranden.
In China heeft men ook graag uniforme peren. In dikkere maten lukt dit meestal wel, maar dan moet er toch heel nauwkeurig gesorteerd worden. Waarschijnlijk zullen de peren die naar Azië vertrekken wel centraal gesorteerd worden, maar dan moet het daar ook correct gebeuren. Laatst was ik in een grote Belgische supermarkt en daar moest ik vaststellen dat peren van een relatief kleine teler zeker even mooi gesorteerd waren als de kist ernaast, die ingepakt was bij een van de grote sorteerhuizen. Je hebt alleen maar garantie dat iets goed verloopt, als je het goed kunt controleren. In dat opzicht komen er misschien andere tijden. Vroeger was alles goed, zolang je klanten ermee tevreden waren. Je kon eigenlijk zeggen: “Dit is mijn fruit. Ik bied het zo aan. Wat geef jij ervoor?” Vandaag heeft de klant zijn eisenbundel klaar: dit mag erop gesproeid zijn, deze verpakking wil ik, op die dag moet het geleverd worden, aan de prijs die ik nog steeds bepaal. Kan je hieraan niet voldoen, dan heb je pech, want ergens kan iemand anders dat wel. Deze tendens hebben we het afgelopen seizoen duidelijk gezien in de appelmarkt.
Met onze lange, groene peer hebben we wel een exclusief product, dat niet in heel de wereld geteeld wordt. Dat geeft wel wat ruimte, maar we hebben de Chinezen in het begin onze mooiste, gelegde peren van een goede maat verkocht. Ik weet nu al zeker dat ze in de toekomst niet met minder tevreden zullen zijn. Zoals ik al zei, gaan niet alle peren naar China. Toch is er wel wat vraag en het fruit dat naar China kan, geeft ruimte voor andere peren op andere markten – al worden die ook steeds veeleisender. Er staat ons dus een grote uitdaging te wachten en misschien moeten we ons anders gaan structureren als teler.
In China vragen ze zich wel niet af of ze Vlaamse of Waalse peren zullen krijgen. Ze hebben zich daar ook niet afgevraagd of de Belgische staat nu al hervormd was of niet. Ook de splitsing van een kieskring was geen probleem bij de onderhandelingen. Lukt het onze politici na 13 juni om ons land weer bestuurbaar te krijgen? Misschien moet de volgende regering eens een stage komen doen bij fruittelend en handeldrijvend België, want daar vinden ze altijd wel een uitweg om crisissen te overleven.
– Kris Van der velpen

109!!

Gearchiveerd onder: Bernadette Jonckheere — melkbrigade @ 8:32 pm

Op 16 april overleed mijn laatste groottante, op dezelfde dag als de oudste inwoonster van België. Mijn moeder wordt deze zomer 87, dus spreekt het vanzelf dat tante Maria ook een zeer hoge leeftijd had. Ze werd namelijk net geen 109. Op de dag van haar begrafenis zou ze 109 geworden zijn. Voor haar was het zeker een verlossing, want al heel wat jaren bad ze hardop tot de Heer dat die haar zou komen halen. Tot enkele jaren geleden bad ze iedere avond een lang avondgebed, met de akte van geloof, hoop, liefde en berouw. Toen ze uiteindelijk toch stervende was, heeft ze meer dan eens aan de verpleegsters gevraagd of ze nu al in de hemel was. Op haar bidprentje staat er dat er geen enkele reden is om te wenen en dat ze wil dat we blijven lachen om de mooie momenten die het leven geboden had.
Tante had geen kinderen en ze stond erop dat voor de koffietafel na de begrafenis alle nichten, neven, achternichten en achterneven gevraagd zouden worden. We konden ons aanmelden via e-mail – zo onwezenlijk voor een begrafenis van een 109-jarige! Veel familieleden gaven verstek, vooral de achternichten en -neven. Eentje die normaal wel gekomen zou zijn, zat vast in Los Angeles door de aswolk van de IJslandse vulkaan met de moeilijke naam Eyjafjallajökull. Ondanks de drukke voorjaarswerkzaamheden ben ik toch naar de begrafenis en de koffietafel gegaan. Het was dit jaar toch een gemakkelijk voorjaar, zodat een ‘dagje vrij’ er wel afkon.
Aan tafel zat ik dus bij de achternichtjes en -neefjes, die intussen ook al ergens tussen de 40 en 55 zijn. We hebben inderdaad gelachen met de mooie herinneringen aan tante. Als je er op bezoek ging, blonk tante Maria wel vijfmaal de glazen op en veegde ze twee- of driemaal de tafel af, voor ze iets inschonk. Het was net een ceremonie. Iedereen was er altijd welkom. Ik heb wel spijt dat ik haar na mijn huwelijk eigenlijk niet meer opgezocht heb.
Er was ook een ver familielid van in de zeventig, die zich per abuis ook aan onze tafel had gezet. Een verbitterd man, die ik eigenlijk niet kende. Hij had op alles zijn commentaar en die was altijd negatief. Hij was wel een intellectuele mens, die vroeger in Argentinië gewerkt en gewoond heeft. Opeens zei hij dat er zeker geen boeren meer overbleven in de familie. Toen heb ik maar flink luid gezegd dat ik een boerin ben, en dat mijn broer boer is in bijberoep.
De grootvader van die man was afkomstig van dezelfde boerderij waar mijn moeder opgegroeid is. Die hoeve is helaas helemaal met de grond gelijk gemaakt en de plek is nu volgebouwd met woningen. Dat vond hij onrechtvaardig: ze hadden die hoeve moeten laten staan, omwille van de familienaam! Of op zijn minst hadden ze de watermolen moeten laten staan, want die had gediend om elektriciteit te maken toen iedereen nog met olielampen en kaarsen in de weer was. Het was in zijn ogen een stuk erfgoed. Net alsof iemand van hogerhand zich daar iets van aantrekt! Als ze in Brussel of elders denken dat ze grond nodig hebben, dan nemen ze die – zonder boe of ba – en van sentimentaliteit is al helemaal geen sprake. Toen ik zei dat wij ook onteigend waren, begon hij er natuurlijk over dat we zzeker veel geld gekregen hadden. Op zulke momenten kan ik wel ontploffen. Eigenlijk is er in heel dat onteigeningsgebeuren een woord dat ontbreekt, namelijk ‘ontpacht’ worden. Want vergoed worden als pachter is toch heel iets anders dan vergoed worden als eigenaar! Enfin, ik ben toch maar geen grote discussie aangegaan.
Wat later begon hij over het voedsel dat geproduceerd wordt. Ook nu was er niks positiefs te beluisteren, natuurlijk. Al het negatieve dat de media – terecht of onterecht – naar buiten brengen, passeerde de revue. Toen ben ik wel in de verdediging gegaan en ik kreeg opeens steun uit onverwachte hoek, namelijk van een zoon van een nicht van mijn moeder, wiens overgrootvader boer was. Voor hem is de landbouw eigenlijk ook een ver-van-mijn-bedshow, maar hij wist toch te vertellen dat er nergens meer voedselcontrole is dan in Vlaanderen – over Wallonië zullen we het maar niet hebben. Hij koos de kant van de landbouw en dat vond ik hartverwarmend. De klassieke dooddoeners zoals overbemesting, pesticiden, varkens- en vogelpest, dioxines, antibioticagebruik, alles heb ik kalm weerlegd en ik heb uitgelegd hoe goed we gecontroleerd en gevolgd worden. Ik heb dus ons imago voor heel de tafel nogmaals proberen op te krikken. Ik weet niet of ik hem heb kunnen overtuigen, maar hij heeft zich aan tafel wel driemaal laten opscheppen en hij heeft alles netjes opgegeten.
Toen moest ik plots aan tante Maria denken, die op het feest voor haar honderdste verjaardag tegen me zei dat ze nooit gedacht had dat ik met een boer zou trouwen. Ik ook niet, tante, maar de liefde is onvoorspelbaar.
– Bernadette Jonckheere

Bespiegelingen op een zondagavond

Gearchiveerd onder: Pierre Michels — melkbrigade @ 8:31 pm

Vorige zondag – op 9 mei, dus op Moederdag – heb ik mijn laatste maïs gezaaid in België. Tijdens de tractorrit van bijna vier uur terug naar Frankrijk heb ik tijd genoeg om over alles eens wat na te denken.
Op die enkele dagen tijd dat ik in Vlaanderen ben, kom ik met evenveel Belgen in contact als op een heel jaar hier in Picardië. Het valt me op dat die Vlamingen in een soort beschermde schelp leven. Telkens als ze geen regering hebben, is het alsof ze geen problemen meer hebben. Er wordt niet gediscussieerd over de Franstaligen of over de crisis. Het is alsof ze liever zo blijven, dan telkens weer al die problemen – die toch niet opgelost worden als ze wel een regering hebben. Als ik met mijn tractor aankom in de buurt van Doornik, schakel ik mijn radio telkens over op de Waalse RTL en daar hadden de presentatoren het er die avond over dat ze het ook beu zijn om telkens over BHV te twisten.
Eens de grens over, is het gedaan met die taaldiscussie. Ik zette de Franse radio aan en daar spraken ze over de crisis. Ik ben dan ook in mijn schelp gekropen en ik heb de radio maar afgezet. Toen begon ik wat na te denken. Ik ben nu 52 jaar. Moet ik nu heel mijn leven in twee landen blijven boeren? Geen van mijn twee zoons wil mijn Vlaamse grond bewerken, die interesseert hen niet. Ze willen niet zeggen: “Papa, laat die grond toch gaan”, omdat ze zien dat ik altijd opgetogen voor de Vlaanderen vertrek en moe weer naar huis kom. Ze weten heel goed dat die twintig hectare onbetaalbaar zijn bij aankoop, en dat je voor hetzelfde geld hier tweemaal of zelfs viermaal meer oppervlakte kan hebben – met grotere inkomsten dan nog. Waarschijnlijk denken ze dat ik op een bepaalde dag zelf wel zal zeggen dat ik ermee stop.
Als ik weer op de hoeve aankom, geef ik eerst en vooral mijn vrouwtje een kusje. Natuurlijk heb ik er niet aan gedacht om bloemen mee te brengen voor Moederdag – die moet ze zelf maar kopen. Maar ik had wel een Vlaamse boerenhesp meegebracht, droge worsten, hoofdvlees en chocolade van Côte d’Or. Ze was er heel tevreden mee. Ik heb haar dat gegeven en ik mag het nog zelf opeten ook.
Als ik een halfuurtje thuis ben, is het eerste wat ze vraagt: “Wat voor nieuws?” In het begin houd ik me steeds van de domme, want hoe meer ik zeg, hoe meer ze vraagt. Dan, na een uur begint het van: “Hebt ge dit of dat meegebracht uit België?” “Oei ja, ik ben het vergeten. ’t Zal voor de volgende keer zijn”, antwoord ik dan. “Morgen moet je de tarwe bijstrooien, ze staat geel. De bieten staan vol onkruid en het gaat niet dood. Heb je weeral te weinig producten in je sproeimachine gedaan?” vraagt ze me. Het is telkens alsof mijn Franse hof helemaal om zeep is als ik terugkom. Omdat we nu al meer dan 25 jaar getrouwd zijn, antwoord ik wel niet meer op al die commentaren. Het enige dat ik eruit versta is dat ze me laat weten waarmee ik de maandagochtend kan beginnen – en dat ik me beter ermee zou haasten ook.
Telkens als ik van mijn reis terugkom, vertel ik haar dat ik dit en dat gedaan heb, maar ze luistert niet. Het eerste wat ze controleert is mijn portefeuille. “Waar zijt ge nu al uw geld weer kwijt gespeeld?” vraagt ze me dan. Soms probeer ik haar te slim af te zijn door – voor ik vertrek – in mijn Belgische bank geld af te halen, maar dan ik vergeet elke keer het ontvangstbewijsje op tijd uit mijn portefeuille te halen – met alle beschamende gevolgen van dien.
Eigenlijk mag ik niet kwaad zijn op mijn vrouw. Ze kan onze boerderij perfect besturen zonder mij. Maar als ik het moest doen zonder mijn vrouw, dat zou veel moeilijker gaan of zelfs onmogelijk zijn. Dat zeg ik wel liever niet hardop, want anders springt ze me nog boven het hoofd.
Nu mijn beide zonen meewerken op de boerderij, heb ik aan mijn vrouw gevraagd om eens samen een bootreis of een vliegreis te maken. Maar ze wil nooit weg van de hoeve. Als we soms ergens naartoe gaan, dan zijn we nog geen honderd meter van de boerderij of ze is al ongerust. “We gaan ons niet te lang bezighouden, zodat we snel terug zijn”, zegt ze dan. Het is misschien daarom dat ik graag alleen naar België reis met mijn tractor – om er zogezegd te boeren.
– Pierre Michels

Moederdag

Gearchiveerd onder: Dagboek B&T,Sofie Vansteelandt — melkbrigade @ 8:30 pm

Het is weer bijna zover. Zondag staat de kalender op 8 mei, de tweede zondag van de maand mei en Moederdag. Ik vind het steeds fijn dat ik een dag je in de bloemetjes gezet word – misschien ook letterlijk, wie weet? Er hoeft niks gigantisch aan te pas te komen, maar het doet deugd om een extra schouderklopje te krijgen. Eigenlijk heb ik zeker niet te klagen.
Zoals jullie nu stilaan wel weten, hebben we twee zonen. De oudste zal boer worden en trekt hele dagen met zijn vader op. De jongste heeft zijn gading nog niet gevonden en trekt graag met mij op. Zo hebben we alle twee onze zin.
Onze oudste zoon heeft net zijn G-rijbewijs behaald. Het werd een heus karwei. Hij heeft theoretische lessen gevolgd en was bij zijn eerste examenpoging geslaagd. Toen kwamen de praktijklessen aan bod. Dat werd een ander paar mouwen. Hij rijdt thuis erg vlot met de tractor, maar een examinator naast jou is nu precies niet zo rustgevend. Hij heeft drie pogingen nodig gehad om te slagen. Ik kan gerust begrijpen dat zo’n examen niet van een leien dakje loopt. De jongens zijn nog maar zestien jaar en hebben nog geen enkele ervaring in het verkeer. Dat is heel verschillend van iemand die met de auto rijdt. Die behalen hun L-rijbewijs en kunnen een zeer ruime tijd in het verkeer oefenen. Bovendien zijn die twee jaar ouder en kunnen ze al veel meer situaties beter inschatten. Maar voor iedereen geldt dezelfde wet, dus moest hij er ook door, en bij de derde keer was hij geslaagd! Ik blijf bij mijn standpunt dat het onverantwoord is om jongens van zestien een trekker en vracht van meerdere tonnen te laten besturen. Ze kunnen onmogelijk inschatten wat er kan gebeuren in sommige onvoorziene omstandigheden. En ik ben ook niet gerust in de snelheden die sommige tractoren kunnen halen.
Onze jongste zoon heeft zijn gading nog niet echt gevonden. Hij rijdt ook erg graag met de tractor, maar hij is nog beperkt tot onze hoeve of een dichtbijgelegen veld. Tijdens de paasvakantie mocht hij de mest op het land inwerken. We lachten er steeds mee dat hij de ‘strontwerken’ kreeg, maar een mens moet toch ergens op de ladder beginnen en meestal is dat nog steeds aan de onderste trede. Klaas, onze oudste, ploegde daarna het veld en maakte het zaai- of plantklaar. Mijn man had maar één opdracht: delegeren.
Eigenlijk heeft mijn man een etappe overgeslagen. Een tiental jaren geleden hebben we namelijk een nieuwe tractor gekocht. Toen hielp zijn vader nog alle dagen mee, dus palmde die de nieuwe tractor in voor de voorjaarswerken. Maar zijn vader werd wat ouder en zag het niet meer zitten om hele dagen mee te draaien, dus werd de loonwerker voor de voorjaarswerken ingeschakeld. Nu heeft Klaas dus zijn rijbewijs behaald en hij rijdt nu op het veld. Zodoende is mijn man nog steeds gedoemd om witloof marktklaar te maken.
Als je de lokale krant openslaat, zie je dikwijls foto’s van viergeslachten. Wel, wij hebben een driegeslacht: mijn schoonvader, mijn man en mijn zoon brengen alle drie witloof naar de veiling. Zijn dat geen mooie taferelen? Moeten we dat niet koesteren?
Matthijs helpt graag zijn moeder en moeder aanvaardt nog veel liever de hulp van haar souschef. Tijdens de vakanties vindt hij het reuzeprettig om de tafel uitgebreid te dekken. Als wij dan binnenkomen om ons vieruurtje te verorberen, vinden we dikwijls een surprise op tafel. Hij houdt van bakken, dat varieert van wafels tot cake enzovoort. Soms zijn dat rechtstreekse aanvallen op mijn lijn, maar op zulke momenten proberen we dat even te vergeten. ’s Middags komt hij graag mee binnen om het middagmaal te bereiden. Dat gaat van de tafel dekken, tot groenten snijden en favoriete slaatjes bereiden. Het mogen zonen zijn, ze moeten toch ook de basisregels beheersen van eten bereiden. Je weet tenslotte nooit waar het leven je doet belanden. De tijden veranderen wel: mijn vader ging aan tafel zitten en at. Hij kon absoluut geen maaltijd bereiden en had er niet de minste interesse voor. Vandaag moet een mens toch zijn plan kunnen trekken en in het huishouden kunnen bijspringen. Natuurlijk moet er interesse zijn – en die is er bij onze jongste alvast.
Maar laten we nog even op volgende zondag terugkomen. Ik wens alle moeders op onze wereldbol een fijne, mooie Moederdag. Laat jullie maar eens lekker verwennen. En aan alle vaders: denk eraan, zondag is D-day. Willen jullie goede punten scoren, stip die dag dan in jullie agenda aan.
– Sofie Vansteelandt

juli 20, 2010

De nieuwe tijd

Gearchiveerd onder: Pierre Michels — melkbrigade @ 7:46 pm

Onlangs herlas ik mijn Dagboek van 15 juli 2005, met als titel ‘In afwachting van de nieuwe tijd’. Toen ik de tekst las, was ik erg verbaasd, want wat ik toen geschreven had, is allemaal aan het uitkomen. Het belangrijkste was dat de golfstroom in de Atlantische Oceaan van richting aan het veranderen is. Toen schreef ik dat het in Frankrijk – dat tussen de 50 en 51° noorderbreedte ligt – even koud wordt als in de streek van Labrador, in het noorden van Canada, dat ook op 51° ligt. Het is waar dat onze planeet aan het opwarmen is, maar de winters worden telkens kouder en ieder jaar duren ze langer.
Op 15 mei liep ik door mijn koolzaad en mijn tarwe. Niets groeide. Voor de suikerbieten spraken ze ervan dat we maximum 30 ton per hectare zouden halen. Het gras op mijn luchthaven kreeg 5 ton compost (van kippen en varkens) en 80 eenheden stikstof, maar ik vroeg me af of ik het eigenlijk niet beter met mijn gazonmaaier zou afrijden dan met de grote maaier. Zouden de golfstroom en die vulkaanuitbarsting er voor iets tussenzitten? Eén ding is zeker: de tarwe- en gerstprijzen zullen door die koudegolf niet stijgen. De termijnmarkten voor de volgende maanden stijgen weinig. Iedereen is er voorlopig zeker van dat er graan genoeg zal zijn – zeker in Europa – omdat ze nog voor twee jaar gerst en voor één jaar tarwe in stock hebben. De Fransen vrezen wel dat de speculatiefondsen zich massaal uit de aandelen- en obligatiemarkten zullen terugtrekken en met een hoop geld zullen speculeren op landbouwproducten op de termijnmarkten. Dat zou dan dezelfde gevolgen hebben als twee jaar geleden.
Ik hoor hier geen enkele Franse boer opscheppen over twee jaar geleden. We hebben allemaal een goed financieel jaar gehad. We hebben toen al het geld opnieuw geïnvesteerd in machines en in gronden, maar daar hebben we nu spijt van. Het moet gezegd: dat jaar hadden we beter kunnen missen, want onze belastingsbrief en bijdrage aan de ziekenkas zijn in de brievenbus gevallen …
Onlangs zijn onze akkerbouwers in Parijs gaan betogen, omdat telkens een deel van de Europese premies van de graanboeren naar de veeboeren werd overgeheveld. En wat hoor ik de inwoners van Parijs zeggen op tv? “Wat hebben die boeren mooi materiaal.” Twee weken later spreken de Franse president en zijn ministers ervan dat ze de premies nog eens willen afromen en dat ze de nieuwe niet zullen uitbetalen omdat ze moeten besparen. Ik denk dat ze niet hardop durven zeggen: “Als ze met zo’n materiaal rijden, zijn ze toch al rijk genoeg.” Als de veeboeren hier betogen, dan doen ze dat met hun oude tractor met een frontlader met gevaarlijke pinnen erop en met een stinkende mestkar erachter. Die sukkelaars betogen allemaal in de steden in hun eigen buurt, want met hun tractor raken ze niet tot in Parijs.
Van mij mogen ze de graanpremies geleidelijk verminderen en dan zelfs afschaffen. Al die boeren die in Parijs betogen, werken slechts één mand per jaar en ze gaan driemaal per jaar op reis. Ze zaaien graan, ze oogsten het en verkopen het. Dat vinden ze genoeg. Typisch voor de Fransen: ze zijn tevreden als ze grond genoeg hebben – al hebben ze geen nagel om hun gat te krabben. Iets ontwikkelen en daarmee voortdoen, dat is veel gevraagd.
Vandaag, 5 juli, ben ik gestopt met stro aan te kopen. Eigenlijk hoef ik niet meer rond te gaan, want ze bellen me zelf op. De Franse boeren zijn tevreden met dezelfde prijs als vorig jaar. Ik heb de indruk dat er erg veel stro werd aangekocht, want de Fransen hebben geld nodig en daarom discuteren ze niet over de prijs. Wat er ook veranderde, is dat de boeren hier vroeger altijd wel iets aan hun machines zaten te repareren als ik op hun hoeve kwam. Nu zitten ze overdag binnen met hun computer te spelen. Als je dan op hun raam tikt, komen ze beschaamd en wereldvreemd naar buiten. Het is net of er pas een familielid gestorven is …
Een akkerbouwer hier had zich laten overtuigen om twee reusachtige vleeskippenstallen te bouwen, als inkomen voor een van zijn zonen. Wel, die gebouwen zijn na twee jaar bijna helemaal vernield. Met mijn oudste zoon heb ik een vergelijkbaar – zij het iets kleiner – probleem gehad. Hij wilde ook geen eieren rapen. “Van mijn leven niet”, zei hij. Hij ging nog liever als knecht werken bij een aardappelboer dan bij die ‘strontkiekens’. Ik heb de ezel dan maar een wortel voorgehouden … Ik ben mijn kippenstal met de bijbehorende hectares gaan presenteren bij een andere kippenkweker en ik zei tegen hem: “Denk er maar eens over na en kom het me vertellen.” ’s Anderendaags stond hij al vroeg bij mij in de keuken. Mijn zoon was totaal verrast dat die boer – die gewoonlijk bij mij stro komt vragen – nu mijn hok voor een mooie prijs wilde huren. Je kan je levendig voorstellen dat ik die voormiddag te horen kreeg: “Papa, je gaat dat toch niet doen, zeker?” Drie maanden later zaten onze legkippen erin en mijn zoon is nu heel tevreden dat hij gestart is als legkippenhouder.
– Pierre Michels

juni 6, 2010

Zonnige groeten uit Zerkegem

Gearchiveerd onder: Luc Callemeyn — melkbrigade @ 11:05 am

Twee weken geleden hadden wij hier een bijzondere bijeenkomst: de KVLV en Landelijke Gilden organiseerden hier bij ons in onze nieuwe ontvangstruimte een “Mis voor de vruchten der aarde”. Dit is een jaarlijkse traditie en grijpt elk jaar op een andere hoeve plaats. De opkomst was goed, meer dan 50 parochianen. Dat was bijna meer dan in de zondagsmis. Een koffietje en een broodje achteraf werden goed gesmaakt.
Ik presenteer u enkele overpeinzingen van gedurende de tijd die ik op de tractor doorbracht in de afgelopen weken.
In de verafgelegen grasland was ik gras aan het openschudden en bij de buren in het natuurgebied bemerkte ik een bezoeker. Hij was voorzien van een statief en een fototoestel met lenzen erop die bijna zo groot waren als zijn statief en was waarschijnlijk op zoek naar een zeldzame plant of vlinder. Na twee uur speurwerk gaf hij het op, en daar was ik niet rouwig om want anders krijg ik misschien nog meer beperkingen op het gebruik van mijn nabijgelegen grasland.
Ik was op een ander perceel bezig met gras schudden toen een dame mij voorbij fietste met de vingers duidelijk op de neus geklemd. Ik begreep het niet: was er teveel stof dat vrijkwam uit het gras of was ze bang van de aswolk van de vulkaan?
Ik gebruik een perceeltje dat ingeklemd ligt in een woonwijk en dat slechts 25 are goot is, maar toch heb ik niet minder dan 18 buren en u mag van mij aannemen dat de tuintjes van de mensen er achteraan helemaal niet zo netjes bijliggen als vooraan. Het blijft ook telkens een hele opgave om daar mest op te gaan voeren zonder de buren te storen.
Mijn buurvrouw heeft een mooie nieuwe draad geplaatst om haar schapen binnen de perken te houden. Jammer dat zij een ijzeren trekpaaltje op een halve meter in mijn land had geplaatst. De loonwerker die kwam ploegen kon dit niet opmerken en heeft aldus een scheur van 15 cm in zijn tractorband opgelopen en stond hij 2 uren stil. Dat wordt een juridisch steekspelletje denk ik.
Mijn buurman heeft twee zwanen en elk jaar kweken die een nest jongen. Een van die zwanen lag een tijdlang verdacht stil langs de oever en enkele uren later kon ik niet anders dan concluderen dat hij gewoon dood was. Buurman vond dat spijtig, het koppel was zo zijn mannetje kwijt. Ik vond dat niet zo spijtig, het rotbeest slaagde er elk jaar in om een groot deel van mijn jonge maïsplantjes op te eten. Buurman is zijn zwaan uit de oever komen opvissen en brengt hem naar het labo in Torhout om te zien of hij niet ziek was. Straks vinden ze nog iets van vogelpest ofzo.
Buurman heeft een vrij grote tuin en maait daar de hele zomer en gooit alle maaisel op een hoop. Toen wij bezig waren met mest openvoeren heb ik de kraanman opdracht gegeven om dat op te scheppen en op mijn land te voeren. Nu zit ik met een gewetensprobleem: had ik dit moeten aangeven aan de Mestbank als aangevoerde nutriënten en had ik dat eerst moeten aanvragen? Misschien ben ik wel in overtreding ?
Mijn koe heeft een accident gehad. Ik heb ze ooit eens gekocht van de jongens van de Dairyboard in de nationale driekleur om zo actieve reclame te maken voor faire melk en om de te lage prijzen aan te klagen. Vorige zomer nam ik deel aan een betoging te Brussel met de tractor en had ik dat koetje (50 cm hoog) middels een stevige constructie vooraan op de tractor geplaatst op de frontgewichten. Later heb ik niet de moeite genomen om het er af te halen. Het heeft mij veel verbaasde blikken en meestal een glimlach opgeleverd. Helaas, ik had het dier te strak gemonteerd en door de trillingen zijn de poten afgebroken en op één been kan een koe ook niet blijven staan. Ik heb ze er afgehaald en zal ze herstellen. Misschien kan ze nog eens ergens dienen in een promotie actie, ik wil ze bijvoorbeeld gerust aanbieden aan onze grootste Belgische coöperatie als ze nog eens FAIRE BELgische melk wil op de markt brengen.
Verleden week was ik toevallige getuige van een conversatie op Facebook waarin drie jonge boerendochters wedijverden om voor elkaar de beste beschrijving te geven over hun ervaringen met jong gemaaid gras. Vooral de geur deed hen bijzondere gevoelens oproepen. Wie zegt daar dat er geen meisjes meer zijn die nog interesse hebben in de boerenstiel? Jonge mannen, niet versaagd, stuur mij een berichtje en ik breng ze met u in contact op 3 juli te Zuienkerke.
Zo, het gras is gemaaid, de maïs is gezaaid, de boer heeft zijn schoonste tijd van het jaar weer gehad. Ik belde verleden week met een dame uit de administratie, ze vertelde me dat ze twee weken met verlof ging. Ik heb mijn twee weken ook gehad hoor, ik stuur u een kaartje met daarop deze groeten: “Veel zon gehad, de tractorreis van 100 uren is goed verlopen, het eten voor de koeien ziet er lekker uit, en wij beginnen alweer met het gewone werk”

Luc Callemeyn

maart 29, 2010

Beton gieten, deze keer in ’t zwart.

Gearchiveerd onder: Dagboek B&T — melkbrigade @ 8:19 pm

Sedert verleden week is er veel veranderd aan het uitzicht van onze boerderij. Zaterdag was er hier veel volk bezig om 2 hopen aarde open te werken die hier lagen van toen we de funderingen maakten voor onze nieuwe kaasmakerij en ontvangstruimte. Met 2 kranen en 2 kippers waren ze hier druk aan het werk en tegen de avond was zag het er al helemaal anders uit. Voor morgen voorspellen ze regen, dus vandaag nog vlug gras zaaien en inwerken en dan kunnen de koeien tegen deze zomer er op. Ondertussen kregen we ook al adviserend bezoek van Kathleen, de landschapsarchitecte verbonden aan het Provinciaal Instituut van Beitem. Het is niet dat wij zo’n grote gedreven fan zijn van groen, maar een goede inkleding van de bedrijfgsgebouwen zien wij toch ook wel als een onderdeel van het visitekaartje van ons bedrijf. En het advies is dan ook toegespitst op functionaliteit en eenvoud, en vooral weinig snoeiwerk dus dat zien we wel zitten. Aan onze nieuwbouw hebben we nu ook wat beton gegoten, vooral aan de inkom en de ontvangstruimte, en onze plaatselijke betongieter Danny durfde het aan om die meteen in een zwarte kleur te gieten. (U had toch geen andere vermoedens bij de titel hoop ik?) Daarna wordt de beton in tegelmotief gezaagd voor een mooi effect.
Beetje bij beetje naderen wij aldus het einddoel en onze agenda bevat al heel wat boekingen voor bedrijfsbezoek en kaasschotel voor de komende maanden. Naast onze vernieuwde kaasmakerij willen wij er ons ook op toeleggen om groepen en verenigingen te ontvangen en het verhaal van onze koeien, melk en kaas en andere zuivel te vertellen en daarvoor bouwden wij een gezellige ontvangstruimte met aangepast sanitair en nieuwe winkel. Wij geloven er hard in dat de toekomst van ons bedrijf niet enkel meer ligt in het louter produceren van voedsel met afzet aan dumpingprijzen maar wij willen diezelfde liter melk een meerwaarde geven. Daartoe bespelen wij 2 vlakken, namelijk het verwerken tot ambachtelijk product met een duidelijke herkomst maar ook het aanbieden van educatie aan scholen, groepen of verenigingen.
Aangezien ik alle werken in deze nieuwbouw grotendeels zelf heb gedaan (of toch in eigen beheer) heeft het wat langer geduurd dan voorzien om dit alles te realiseren. En ik begrijp nu heel goed wat het spreekwoord zegt over “de laatste loodjes wegen het zwaarste”. Hoewel wij het einddoel steeds duidelijker voor ogen zien en het steeds dichterbij lijkt te komen worden wij weer keer op keer verrast door werkjes die ook belangrijk zijn en die het afwerken weer wat vooruitschuiven. Maar we komen er wel hoor, 6 april is alvast een datum waarop al heel wat moet klaar zijn, en dat zal ook wel zo gebeuren.
Niet dat wij nog helemaal nieuw moeten beginnen, wij zijn al van april 2009 aan het werk in de nieuwe kaasmakerij en na een zekere gewenningsfase wordt daar al volgens een vast stramien geproduceerd. Ons voordeel is dat wij er organisatorisch en ergonomisch heel veel op vooruit zijn gegaan omdat wij nu verschillende soorten kaas na elkaar kunnen maken. Eigenlijk zijn wij zo’n beetje slaaf van ons eigen enthousiasme, als er vraag is naar een nieuwe soort dan proberen wij die ook te maken, want de Klant is Koning, maar dan vraagt iemand anders de volgende keer weer net een soort die je niet hebt. Ach, dat geeft niet hoor, zo bouwen wij een uitgebreide kennis en expertise op die altijd wel ergens weer van pas komt.
Op zondag 22 augustus gooien wij de deuren van onze productieruimten wijd open en kan iedereen al dat moois komen bewonderen want dan organiseren wij opnieuw een Opendeurdag op ons bedrijf. De vorige editie dateert van 2005 en wij vinden het wel nuttig om dat nog eens te herhalen. Wij zien vooral graag dat veel van onze Brugse klanten er een dagje van maken om bij “hun” kaasboerin Krista te komen kijken. Vijf jaar geleden hadden wij ongeveer 4000 bezoekers, steken we dit jaar een tandje bij?
In mijn vorige Dagboek had ik het over een onaangepaste en dikwijls onverantwoorde administratie waarin men heel veel gegevens wil verzamelen zonder rekening te houden met de boer zijn mogelijkheden om dat in te vullen of aan te reiken. Kort gezegd, boeren verzuipen in de invulverplichtingen die allemaal “maar vijf minuutjes per dag vragen”. Toevallig stond ik op mijn Dagboek- weekend op de Agro Expo te Roeselare en ik kan getuigen dat ik felicitaties kreeg van tientallen boeren dat er eindelijk iemand was die dit durfde aan te kaarten. O ja, ook uit administratiehoek werd dit toegegeven, maar niet officieel, of wat dacht je? Velen vragen om een vervolg daarvan. Jammer, maar ik ben geen betaalde ombudsman. En ik kan niet altijd klagen in dit Dagboek.
Dit lijkt me meer een werk voor de landbouworganisaties, om daar eindelijk eens iets aan te doen.

Luc Callemeyn

Wat heb ik in 2010 al geleerd?

Gearchiveerd onder: Sofie Vansteelandt — melkbrigade @ 8:16 pm

De derde maand van het nieuwe jaar is nog maar ingezet en ik ben al op verschillende domeinen wijzer geworden. We zullen het eens op zijn Piet Huysentruyts uitdrukken: “En wat hebben we geleerd?”
Ten eerste heb ik geleerd dat Koning Winter toch nog bestaat. Aangezien onze winters de laatste jaren nogal zacht van aard waren, dachten we natuurlijk dat het zo hoorde. Maar dit jaar heeft de winter een lange adem. De vorstperiode startte nog voor Kerstmis en steekt geregeld haar kop weer op. Dat heeft wel een positieve invloed op de verkoop en consumptie van onze wintergroenten. Hoe kouder het aanvoelt – en effectief ook is – hoe meer wintergroenten de consument verorbert. Laat onze Frank maar verkondigen dat de aarde opwarmt, momenteel is daar maar weinig van te merken. Ik weet het, het is wat kortzichtig gedacht, maar ik kan de koude niet zo goed trotseren. We werken een hele winter in onze loods, waardoor we wat gevoeliger worden voor koude temperaturen. Maar geen nood, na de winter volgen twee mooie seizoenen. Misschien wordt onze zomer zoals onze winter: intens. Laat maar komen!
Ten tweede leerde ik dat ons lichaam geen machine is. We horen naar zijn signalen te luisteren, anders gaat onze gezondheid in ‘overdrive’. Ik heb al geruime (denk maar zeer ruime) tijd last van lage rugpijnen. Ik kreeg geregeld een spuitje van onze huisarts, zodat ik weer verder kon. Maar dat kan niet blijven duren. We horen daar nu eens intensief aan te werken. Dus ben ik ingeschreven in de rugschool van het ziekenhuis. Ik moet 24 uur les volgens, 2 uur les per week. Dat wordt dus een cursus van 12 weken of welgeteld 3 maanden en ik studeer rond half mei af. Het valt niet te onderschatten om voor deze extra uren tijd te maken in mijn werkschema. Een mens zit toch nooit met zijn vingers te draaien. En aangezien we nog volop in het seizoen zitten, moeten mijn man en ik extra inspanningen leveren om alles rond te krijgen. Maar wat betekenen 12 weken in een mensenleven? Je gezondheid gaat toch voor en werk zal er altijd zijn. Ik krijg oefeningen om mijn rugspieren te verstevigen en extra uitleg om bepaalde handelingen beter uit te voeren. Ze hebben me al meer dan eens proberen bij te brengen dat ons lichaam voldoende rust hoort te krijgen. Dus gaan we ons ritme wat bijschaven!
Ten derde hebben we dit witloofseizoen opnieuw te maken met het concept van ‘vraag en aanbod’. Door de droge zomer van 2009 hadden veel velden last van witloofwortelluis en ook wij zijn er niet aan ontsnapt. Door die ziekte blijven de pennen veel kleiner en zijn ze vervolgens onbruikbaar, met als gevolg een kleiner aanbod witloof op de markt. Doordat het aanbod ietsje kleiner is, is de prijs deze winter veel beter, want een kleiner aanbod betekent een beter marktevenwicht. We hebben weer hoop en daardoor is het ook veel aangenamer werken. Wat hebben we nu in de wandelgangen opgevangen? Je kan je oren niet geloven. Er zouden collega-witlooftelers aan uitbreiding denken! Hoe is het in godsnaam mogelijk. We waren een aantal jaren bijna verzopen in ons eigen product en nu wordt er weer aan schaalvergroting gedacht. Staan die telers er dan nooit bij stil dat iedereen graag zijn boterham verdient en dat we bij schaalvergroting weer de dieperik ingaan? We overleven niet door meer te werken voor een lagere prijs, zoals sommigen soms redeneren. Ik ben van het principe dat onze overlevingskansen er onder andere in bestaan dat we ons product proberen te opwaarderen. Hoe we dat in de werkelijkheid moeten vertalen, is mij wel nog een raadsel. Daarover zouden de bevoegde instanties beter eens nadenken. Door nieuwe, grote projecten te laten starten, komt het doodsvonnis voor sommige bedrijven weer een stapje dichterbij. Ik begrijp niet dat de bank nog steeds bereid is hiervoor geld te lenen. Maar blijkbaar kan je met een zogezegd goed businessplan veel gedaan krijgen bij de bank. Onze sector kan deze gedachtegang missen als kiespijn.
Hetzelfde scenario doet zich voor bij onze industriegroentesector. We mogen hetzelfde en zelfs meer voor een minprijs leveren. Dat gaat toch iets te ver. Waarom laten onze groenteboeren zich niet gelden? Onze melk- en varkensboeren hebben het bijltje er niet bij neergelegd en het heeft hen geen windeieren opgebracht.
Ten slotte gelden voor het nieuwe schrijfjaar dezelfde voorwaarden, mijn artikel mag namelijk maar een halve bladzijde van de krant innemen.
We zijn met de woorden van onze kok Piet begonnen en we zullen er ook mee afsluiten: nog een dikke merci dat je luisterde en tot de volgende keer.

– Sofie Vansteelandt

Werktuigen delen in de Cuma

Gearchiveerd onder: Pierre Michels — melkbrigade @ 8:16 pm

Ik was er rotsvast van overtuigd dat je met eigen machines meer kon verdienen dan met loonwerk. Ik ben nu 52 jaar en ik zie ze liever gaan dan komen. Er kwam hier een plaats vrij in de machinecoöperatie en ik ben in de bietenrooier en mestkar gestapt. Ze willen dat ik ook in een van de maaidorsers een aandeel koop. Het aanbod is aanlokkelijk – de ene dorst tegen 32 euro per ha en de andere tegen 58 euro, brandstof en chauffeur inbegrepen – maar wat gaan mijn beide behulpzame geburen dan denken? Bovendien is het misschien financieel wel interessant, maar die twee dorsers zijn vorig jaar bij mijn vriend wel van twee uur ’s nachts tot tien uur ’s morgens komen dorsen. Zoek dan maar enkele mensen die op zulke uren met de graankar willen rijden …
Voor de bietenrooier is het minder riskant, want die kan gespreid over drie maanden en zelfs in de regen rooien. Voor het gebruik van de bietenrooier zal ik zo’n 170 euro per ha betalen, of iets minder dan loonwerk (200 euro). Die prijs valt mee omdat er enkele boeren gestopt zijn met bieten.
Deze week heb ik vijftien volle vrachtwagens Belgische compost laten overkomen, om het gras van de luchthaven te bemesten. Dat heb ik gedaan met de mestkar van de Cuma. Op een dikke namiddag was ik klaar en dat zal me normaal 100 euro kosten. Voor die prijs kan ik me geen mestkar kopen en een heel jaar in mijn loods zetten. Je mag het draaien of keren, maar goedkoper kan het niet en bovendien krijgen we om de zeven jaar een nieuwe machine. De afspraak is dat iedere boer maximaal twee dagen achter elkaar de kar mag gebruiken en ze dan moet afstaan aan de volgende.
Hier gebruiken ze die mestkarren vooral in de nazomer, om hun mest op de strostoppel te voeren. Als ze in Vlaanderen ook een Cuma zouden oprichten, dan konden die mestkarren in de lente naar de Vlaamse boeren gaan. Wij hebben ze dan toch niet nodig omdat we winterploeg doen. De Vlaamse boeren die lid zijn van de coop zouden dan voor amper enkele tientallen euro’s al hun mest kunnen openvoeren – want hoe meer leden eigenaar er zijn, hoe goedkoper het wordt. In plaats van een 37.807 euro te betalen voor een mestkar (die toch meer dan 10% in waarde daalt elk jaar), investeer je dan in een gps op je tractor, en je mestkar wordt een computergestuurde bemestingskar.
Heeft het te maken met de depressie of komt door die lange winter, maar hier in Frankrijk hebben heel wat boeren zich van het leven beroofd. Op tv of in de pers wordt daar weinig gewag van gemaakt, maar het gaat om tweeëndertig boeren hier in het noorden – en zelfs drie buren die ik zelf ken. Na de begrafenis van mijn derde buur – die zonder een kerkelijke dienst begraven werd –– zijn alle boeren met de auto elkaar gaan opzoeken. We moesten elkaar spreken. Eigenlijk hadden we elkaar niks te zeggen, afgezien van die zelfmoord – maar het was bedoeld om nog meer zulke gevallen te voorkomen, als het mogelijk is. Bij de veeboeren in Bretagne willen ze zelfs geen statistieken meer bijhouden. Als een boer daar ’s nachts naar het vee gaat kijken, dan zal de boerin haar man vergezellen. Veel varkensboeren zitten met achterstallige schuld bovenop hun lening, die in totaal meer waard is dan hun hele bedrijf.
Op het landbouwsalon hebben we deze situatie aangekaart bij onze president Sarkozy, maar die antwoordde dat wij boeren al 35 jaar zo hard klagen dat hij niet veel belang meer hecht aan onze woorden. Eigenlijk zijn we teleurgesteld in Sarkozy en hij zal bij de volgende verkiezingen zeker onze stem niet krijgen, of toch niet zomaar. De Villepin – die vroeger eerste minister was, een goede vriend was van Jacques Chirac en die openlijk nee zei tegen de Amerikaanse invasie in Irak – bracht zes uur door tussen de dieren en boeren op het landbouwsalon in Parijs en er is een grote kans dat hij de boeren achter zich schaart. Sarkozy, die liep in versneld tempo door het salon. Wee degene die zich niet uit de voeten maakt of hij scheldt hem uit – zoals vorig jaar gebeurde.
De bergboeren uit Macon, die door hun winterreserves heen zitten en voorlopig hun dieren niet buiten kunnen laten, vragen om hulp, maar ze kunnen ons niet betalen. In de Vendée – een andere streek, waar de velden en weiden door de zee overspoeld werden zodat ze voor jaren onvruchtbaar zijn – vragen ze ook om hulp. Het Noord-Franse hulpfonds Secours Populaire heeft zich over hun lot ontfermd. Zolang er hulpgeld binnenkomt, gaat het dagelijks een vrachtwagen met stro sturen.
– Pierre Michels

februari 21, 2010

Het verdronken land van Koning Welvaart

Gearchiveerd onder: Johan Schollier — melkbrigade @ 8:29 pm

Koning Winter speelt het hard vandaag. Strooizout wordt schaars. Ik heb uit goede bron vernomen dat er nu magnesiumkaïniet op onze wegen gestrooid wordt. Daardoor schiet de prijs van deze weidemeststof omhoog. Het mag stoppen met vriezen!
Je kan deze dagen niet naar je brievenbus stappen of er zit wel een pakje maïsreclame tussen. Allemaal hebben ze de beste, de best verteerbare, de VEM-rijkste, de vroegste, de gezondste … Eigenlijk kan het niet anders dan dat wij die hele ‘commerce’ voor een stuk mee betalen. Als je – ik zeg maar iets – 20 ha maïs in je teeltplan hebt, dan gaat er al een flink budget naar maïszaad. Voor mijn part mag men het zaaigoed gewoon in witte zakken leveren, maar dan liefst 25 euro per dosis goedkoper. Dat zou ons beter uitkomen in deze crisistijd.
Als occasioneel bestuurder van een hakselaar weet ik dat de beste maïs toch altijd bij de beste boeren te vinden is. Ook bij diegenen waar het meezit in de fase van de zaai, want een hevige plensbui kan al van bij de start veel schade berokkenen. Bij degenen die hun kanten verzorgen en geen hout vijf rijen ver over de maïs laten groeien. Bij diegenen waar niet de hele wendakker door akkerwinden tegen de grond getrokken is. Allemaal al meegemaakt, trouwens.
Wat je ook steeds meer tegenkomt, zijn velden die besmet zijn met rhizoctonia. In onze zwaardere en koudere gronden is deze schimmel een grote boosdoener, nogal vaak in een gras-maïscultuur. Gras en maïs zijn waardplanten van deze schimmel. Tot voor kort kregen wij er al eens mee af te rekenen in de suikerbietteelt. Ook in schorseneren of aardappelen kan de schimmel lelijk huishouden.
Ik heb een perceel waarop het de laatste tijd niet meer meeviel om maïs te telen. De maïs werd er ziek bij de voet, viel om, maar groeide dan toch krom tegen een andere plant omhoog. Eigenlijk hetzelfde beeld van maïs die in zijn jeugdgroei door een storm of onweer tegen de grond lag, maar dan toch nog min of meer naar boven groeit. Gevolg: een ongelijk veld, onafgewerkte planten en een flauwe opbrengst. Het kan zo erg zijn dat je de maïs vanuit één richting moet afrijden. Maar toen kreeg ik van een landbouwer uit Vinkt een tip met enig ‘Tante Kaat’-gehalte: vul de bemestingsbakken van de maïszaaier met kalkstikstof ‘Perkla’ of gekorrelde cyanamide en stel de machine af op 200 kg/ha. Deze meststof komt dan in de grond, op de rij, vlakbij het maïszaad. Toen ik het de eerste keer probeerde, vroeg ik me af of die het kiemende zaad niet zou verbranden. Maar nee hoor, het resultaat was ver-bluf-fend! Het hele groeiseizoen bleef de maïs erg gezond, homogeen recht en zwaar van opbrengst. Alvast een opsteker! Zaai ook niet te vroeg, want rhizoctonia slaat toe in koude periodes met groeistilstand.

Mijn uitsmijter is wat langer vandaag. Enig hersenspinsel van mijnentwege, een doordenkertje. In november maakte ik samen met Vera te elfder ure een uitstap. Waarom niet eens met de trein vanuit Dairy Station? In het station stonden tien treinen. Trein één op perron één, trein twee op perron twee, trein drie op perron drie … Aan elke trein hingen tien wagons. Op de eerste trein zat bijna niemand meer. Komt die trein het station nog uit? Hij zag er dan ook maar uit als een ‘perte totale’. Ook rond trein twee was er heel weinig beweging. Dit kon ook moeilijk anders, want hij spoorde naar ‘Het verdronken land van … weet ik veel!’ Trein drie zag er danig versleten uit. Die moet in het verleden heel veel gebruikt geweest zijn, maar nu wou iedereen er zo snel mogelijk af. Halverwege de perrons was er veel beweging. Bij de verste perrons was het dan weer wat rustiger. Trein tien heette ‘The millionnaire’ en een ticket voor deze trein was heel duur. Treinen elf, twaalf, dertien … waren nog niet binnen, maar wij zouden toch geen van deze treinen nemen.
Aanvankelijk zaten we in de laatste wagon van een trein ergens halverwege, maar die zat overvol. We stapten dan maar over in de derde wagon van een trein twee perrons verderop. De trein van vijf voor twaalf. Hierop was nog veel plaats, en hoe verder je naar achteren ging, hoe meer plaats er was. Van waar we toen zaten, konden we ‘The millionnaire’ niet zien, er stonden nog treinen tussen. De trein naar het verdronken land zien we allang niet meer, ook daar staan treinen tussen. Waarheen spoort onze trein? Dat weten we nog niet, het is dan ook een verrassingsuitstap. Pas bij de aankomst zullen we weten of het een beetje de moeite loonde. Zal hij sporen naar het land van melk en honing? Of wie weet naar het land van Koning Welvaart?
Vera zou al meer de trein genomen hebben, ik voelde daar niet zo veel voor. Zo gaat dat nu eenmaal in een huishouden. Wat was het beste? De laatste vier jaar zijn er nogal wat verloren ritten gemaakt. Den ijzeren (melk)weg heeft zijn prijzen fors verlaagd de laatste tijd, dus heeft onze uitstap nu nog enige zin? Het gerucht doet de ronde dat Dairy Station gesloten zou worden, maar daar begint men nu steeds meer over te mopperen. Nochtans zou het kalf al verdronken zijn.

– Johan Schollier

februari 20, 2010

Veeportaal, een huis met veel kamers

Gearchiveerd onder: Marcel Heylen — melkbrigade @ 8:28 pm

De trouwe lezers van deze rubriek hebben na het lezen van mijn titel al wel begrepen dat ik verwijs naar de dagboekbijdrage die collega Luc Callemeyn enkele weken geleden schreef. De teneur van zijn verhaal was dat Veeportaal slecht zou werken en heel gebruiksonvriendelijk is. Ik heb alle respect voor de mening van andere mensen, maar in dit geval zou ik deze uitspraak toch wel enigszins willen nuanceren en tegenspreken.
Veeportaal is een zeer uitgebreide internettoepassing, die een massa aan gegevens en individuele bedrijfsinformatie bevat. Op de overzichtspagina vind je elf verschillende rubrieken, die volgens mij op een duidelijke en overzichtelijke manier verwijzen naar de inhoud van de onderliggende bladzijden, zodat je hier gemakkelijk kan kiezen naar welke rubriek je wilt gaan. Die rubrieken zijn volgens mij zeer logisch en gestructureerd opgebouwd. Bij een geboortemelding lijkt het mij bijvoorbeeld toch logisch dat je eerst een oormerknummer kiest en dan de geboortedatum ingeeft. Vervolgens geef je het geslacht en de haarkleur van het kalf op. Daarna identificeer je de moeder van het kalf. En daarmee is je kalf geregistreerd.
Heb je een contract met CRV, dan moet je natuurlijk ook deze rubriek invullen. Het voordeel is dat je onmiddellijk een naam kan geven aan je dier en dat de geboortegegevens van het kalf opgeslagen worden. Dat is belangrijk voor CRV, om de afkalfgemakindex van de geregistreerde dieren te berekenen. Maar ook voor de veehouder heeft dit een meerwaarde, omdat je deze gegevens altijd kan opvragen. Vóór de introductie van Veeportaal schreef ik deze gegevens allemaal op in een apart schriftje en nu is dat niet meer nodig.
Ik vind het ook zeer vreemd dat in Boer&Tuinder van vorige week, in het verslag van de sectorvakgroep Melkvee, ‘”e vakgroep haar bezorgdheid herhaalt over de weinig gebruiksvriendelijke werking van het Veeportaal voor de input van courante, verplichte meldingen.” Ik zou echt eens willen weten wat die problemen dan wel zijn. Ik doe al sinds 16 maart van vorig jaar al mijn geboortemeldingen, vertrekmeldingen, bestellingen en recent nog mijn jaarlijkse registercontrole via Veeportaal, zonder enig probleem.
Ik heb de indruk dat het vooral mensen zijn die niet met Veeportaal werken die klagen over de werking ervan. De Beroepswerking van de Boerenbond heeft al heel wat Veeportaalopleidingen georganiseerd. In een praktische opleiding van drie uurtjes leer je hier, onder leiding van een deskundige lesgever, op een efficiënte manier werken met het Veeportaal. De meeste cursisten kunnen aan het einde van de les vlot overweg met de courante meldingen, bestellingen en rapporten van Veeportaal. Werken met een nieuwe toepassing of een nieuw systeem is altijd een beetje aanpassen en zoeken, maar vooral veel oefenen. Ik zou het willen vergelijken met ‘robot melken’ – iets wat ik zelf geregeld ervaar. Mensen die niet met een robot melken, hebben een hele hoop vooroordelen over het systeem en helemaal niet gehinderd door enige ervaring of kennis ter zake breken ze het tot op de grond af.
Het vroegere Saninet (de voorganger van Veeportaal) vergelijken met de huidige internettoepassing is alsof je een studentenkot vergelijkt met een riante villa. Het is dan ook logisch dat je op het eerste gezicht bij het verhuizen van een simpele eenkamerwoning naar de ruime villa niet onmiddellijk je draai kan vinden in een huis met zoveel verschillende kamers. Maar dat zegt niets over de kwaliteit van de nieuwe woning.
Hoe je het ook draait of keert, Veeportaal is voor de veehouders een enorme stap voorwaarts in de administratieve vereenvoudiging, die je heel wat schrijfwerk kan besparen als je ervan gebruik wilt maken. Trouwens, als Veeportaal zo slecht zou werken als men wil laten uitschijnen, hoe kan het dan dat amper acht maanden na de introductie al meer dan de helft van de geboortemeldingen via Veeportaal gebeuren en dat dit aantal elke maand blijft stijgen?

De regio waar ik woon, de Antwerpse Kempen, is de laatste weken wel erg dikwijls in het nieuws geweest. Spijtig genoeg met niet zo fraaie gebeurtenissen, die de indruk wekken dat ze hier in de buurt niet erg snugger zijn. Eerst waren er de hallucinant belachelijke beelden in alle tv-nieuwsberichten van enkele mannen die met een emmer en een truweeltje de met diepe putten bezaaide E313 tussen Antwerpen en Hasselt herstelden met vloeibaar asfalt. De opdrachtgeefster was hier wel een West-Vlaamse minister … Vervolgens stuurde de NMBS in Herentals een elektrische trein op een spoor voor dieseltreinen. De eerlijkheid gebiedt mij wel te zeggen dat er plannen zijn om die lijn in de toekomst te elektrificeren. Het was dus eigenlijk een iets te vroege testrit.

– Marcel Heylen

februari 19, 2010

Labofobie

Gearchiveerd onder: Bernadette Jonckheere — melkbrigade @ 8:27 pm

Onze kinderen hebben de verkeerde studierichting gekozen! Ze hadden beter een wetenschappelijke richting genomen en nadien hogere studies voor laborant of ingenieur in de chemie gedaan. Na hun studies konden ze dan met een fikse lening en met wat financiële hulp van de ouders een eigen labo beginnen. Want als er nu iets mij een lucratieve bezigheid lijkt, is het wel een labo runnen. En dan vooral een labo voor de controle van landbouwactiviteiten, zoals grondontleding, voedselcontrole of residucontrole.
Omdat wij met ons bedrijf in waterwingebied liggen, hebben we hier ieder jaar het spek aan ons been, namelijk nitraatresiducontrole van op zijn minst één van onze percelen. Twee jaar geleden was de uitslag niet goed. We kregen wel geen boete, maar er kwam een audit, uitgevoerd door twee sympathieke dames van de Mestbank die ons een hele namiddag hebben beziggehouden. Enfin, het betekende heel wat papierwerk (alweer een boom gesneuveld), heel wat uurtjes extra schrijfwerk en veel stress. We werden verplicht om in 2008 zelf staalnames te financieren van drie percelen, die dan wel goed waren. In 2009 volgde weerom een staalname van één perceel. Ditmaal zitten we weer te hoog, namelijk 130 waar het maar 90 mag zijn. Door de aanhoudende droogte groeiden de aardappelen veel te weinig en namen ze te weinig stikstof op. Dit jaar moeten we dus weer drie stalen laten nemen en komt er opnieuw een audit.
In heel dit circus stuit mij nog het ergst tegen de borst dat er – als je informeert bij akkerbouwers die dertig of veertig kilometer verder wonen en een oppervlakte bewerken die wel tweemaal de onze is – ginds nooit een staal genomen wordt en dat men daar kan bemesten zoveel men wil. De opbrengsten zijn daar uiteraard dus ook steeds hoger. Mijn mening is dat men om eerlijk te zijn op ieder bedrijf stalen moet nemen. De labo’s zullen mijn visie wel delen. Bovendien bezochten we in september tijdens een Open Dag een waterzuiveringsstation, waar ons werd verteld dat het een fluitje van een cent is om nitraten uit het water te halen!
Verder hebben wij hier ook nog drie hectare weiland waaraan een beheersovereenkomst verbonden is. Die drie hectare bestaat dan nog uit drie perceeltjes, zodat er ieder jaar ook daar drie bodemstalen worden genomen, op onze kosten uiteraard. Deze stalen worden al jarenlang genomen door een kerel die denkt dat hij met een stelletje lagereschoolkinderen te maken heeft, maar dat doet nu niks ter zake. Toen we verleden jaar de uitslag kregen van deze drie percelen, sloeg ik bijna steil achterover. Wij voeren daar geen dierlijke mest, we brengen enkel wat kunstmest aan en het gras wordt tweemaal gemaaid. Al jaren hebben wij een nitraatuitslag van hoogstens 60, maar meestal heel wat minder. Dit jaar bedroeg de uitslag van één perceel 674!!! Een ander had 131 (?) en nog een ander 17,1. Ik heb onmiddellijk het labo gebeld en gevraagd of ze ergens een komma verkeerd hadden gezet. “Nee, dat was onmogelijk”, zeiden ze. “We werken niet met komma’s.” En die 131 vonden ze door de grote droogte niet abnormaal. Maar ze wilden wel een ander staal komen nemen van het perceel met de hoogste waarde. Enkele weken later kregen we de nieuwe uitslag: 81. Toch ergens gemist met de komma’s, zeker? Je zou er een labofobie van krijgen. Wat moeten wij eigenlijk denken over de bodemontledingen in het voorjaar? We hebben niet veel zin meer om daar nog veel geld aan te spenderen, want zijn die dan wel betrouwbaar?
Om af te sluiten wil ik er nog een andere labostory aan toevoegen. In januari 2000 belde er in de vooravond een man van de Post aan de voordeur, met een aangetekende brief. Stomverbaasd las ik dat het Voedselagentschap in volle dioxinecrisis in het slachthuis van één van onze kalkoenen twee staaltjes vlees had genomen. In het ene staal vonden ze een medicament terug (de naam ervan ben ik vergeten) dat al jaren verboden was! Het was een geneesmiddel dat vroeger veel werd gebruikt in de varkenshouderij. We konden wel een tegenonderzoek laten doen op het tweede staal. Eén belangrijk detail: er was maar één labo in België dat dit onderzoek kon doen, dus moesten we het staal eigenlijk laten onderzoeken in hetzelfde lab. Gelukkig heeft de voederfirma dan het heft in handen genomen, ze heeft een koerierdienst ingeschakeld en het staal naar een labo in Duitsland gebracht. Resultaat: geen spoor van dit medicament aanwezig. Kostprijs van heel dit verhaal: 90.000 frank. Het labo in België heeft later aan de voederfirma toegegeven dat ze eigenlijk hun apparatuur allang niet meer geijkt hadden! En wij, wij riskeerden een H-statuut en een fikse boete – door een slordig labo. Vandaar mijn labofobie, die maar niet wil genezen.

– Bernadette Jonckheere

februari 18, 2010

Ruimte voor de fruittelers

Gearchiveerd onder: Kris Van der Velpen — melkbrigade @ 8:26 pm

Vorige week kreeg ik een uitnodiging in de brievenbus voor een van de grootste jaarlijkse vergaderingen in onze sector. Het thema van de avond is ‘Fruit in space’. Aanleiding voor deze titel is het feit dat Frank De Winne een Greenstar-appel meenam op zijn avontuur in de ruimte.
Voor wie mijn sector niet zo goed kent, leg ik even uit dat de Greenstar een harde, groene appel is, die je best met een Golden of een Granny Smith kan vergelijken. Het is een appel die niet bruin verkleurt als je hem doormidden snijdt, vandaar waarschijnlijk de keuze van de astronaut. Greenstar is ook een product van mijn buren Better3fruit; hij werd bijna samen met het ras Kanzi gelanceerd. Beide rassen komen uit dezelfde ‘fabriek’, maar ze hebben verder eigenlijk niet veel met elkaar te maken.
Aanvankelijk had ik bij de eerste Greenstar een goed gevoel. De Kanzi was ook lekker, maar die was dan weer moeilijker te telen en wat kleiner. Toen ik echter naging hoe de Greenstar verkocht werd, heb ik meteen mijn plannen laten varen om er enkele duizenden bomen van aan te planten. Er was geen duidelijkheid over de manier waarop de appel verkocht zou worden en of ik er genoeg zou aan overhouden. Later werd dit wel wat opgelost, maar toen had ik al wat anders aangeplant.
Als er vroeger een nieuw ras verscheen, stapte je naar de boomteler en je kocht er een aantal bomen van. Je plantte die bomen en op de veiling waar je lid was, kon je dan je appels verkopen – al dan niet met succes. Was de prijs goed en kon je het ras goed telen, dan plantte je er bomen van bij. Was het niet echt een succes, dan plantte je iets anders. Als het echt slecht was, rooide je de bomen meteen en was het verhaal direct afgelopen. Tegenwoordig maken veel nieuwe rassen deel uit van concepten en moeten de veilingen eraan deelnemen vooraleer de teler het ras kan commercialiseren. Dit kost natuurlijk massa’s geld en uiteindelijk moet de teler van het nieuwe ras deze kosten terugbetalen – wat ook logisch is, want je kan de perentelers niet laten opdraaien voor de kosten die iemand maakt om een nieuw appelras te lanceren. Meestal worden zulke rassen ook centraal bewaard en gesorteerd. Dit is op zich geen nadeel, want je kan toch niet alles zelf doen. Maar het is wel een feit dat je dan als teler alle controle over je product kwijt bent. De prijs die je uiteindelijk ontvangt, is hetgeen er overblijft na allerlei onkosten. Je kan daar goed mee zijn, maar het kan ook tegenvallen.
Is deze evolutie nu goed of slecht? Ik zou het niet weten, maar ik weet wel dat de fruitsector zit te smeken naar iets nieuws – en vooral naar iets dat geld opbrengt. Als men een tiental jaren geleden al schreef dat het water ons tot aan de lippen stond, dan weet ik zeker dat we nu toch wel heel goed moeten kunnen zwemmen. Je voelt het met de appels echt bergaf gaan. De concurrentie is zwaar en de lasten zijn hoog. Gelukkig gaan de peren nog wel wat, maar ze kunnen niet eeuwig het verlies van de appels compenseren. We mogen daar niet blind voor zijn en er moet openlijk over gesproken kunnen worden, want ‘praten werkt’. De mensen die deze laatste slogan nogal eens gebruiken, organiseerden trouwens hele avonden rond de crisis, en daar kwam de fruitsector ook aan bod. De top van de Boerenbond trok letterlijk de boer op en stelde vast dat er veel ellende was in alle sectoren.
Het onderkennen van een probleem is een grote stap naar de oplossing ervan. Als iemand in een vereniging aan zijn collega’s een reportage toont over de problematiek, dan mag daar gerust een debat over volgen. Samen met de goede prijzen verdwijnt dikwijls ook de goede sfeer tussen de telers. Iedereen is bezig met zijn zelfbehoud en sommigen prediken de revolutie – wat zeker niet gezellig is. Het erge aan heel de appelcrisis is het feit dat wij er zelf niet zoveel schuld aan hebben. Onze appels zijn van goede kwaliteit, de bedrijven zijn modern en goed gestructureerd, we werken hard en we zijn correcter dan ooit.
Gelukkig zijn fruittelers ook heel inventief en valt er altijd wel iets te verdienen, zij het dan via een of ander alternatief. Je moet trouwens toch verder en je mag het je ook niet te hard aantrekken, want dat is zeker niet gezond. We mogen in deze slechte tijden ook niet vergeten te leven. Een wandeling of een fietstocht kosten je niks, maar kunnen voor je gezondheid van onschatbare waarde zijn.

– Kris Van der velpen

januari 22, 2010

Het Veeportaal of “De draak met zeven koppen”.

Gearchiveerd onder: Luc Callemeyn — melkbrigade @ 10:01 pm

U kent allicht het sprookje van de draak die een grot moet bewaken met daarin een grote schat. Wie durft te naderen maakt kennis met deze vuurspuwer. In een aangedikte versie is er een draak met zeven koppen, en je moet elke kop afhakken om aan de schat te raken. Een onmogelijke opdracht dus.
Jaren geleden werden alle problemen rond het synchroniseren van diergegevens toegeschreven aan de tekortkomingen van het Sanitel systeem. Maar er leefde hoop want het Veeportaal zou ons veel gelukkiger maken. Het is voor mij een grote ontgoocheling geworden. De start van het Veeportaal is bijna 2 jaar uitgesteld omdat andere partijen steeds maar nieuwe uitbreidingen vroegen. De firma die dit ontworpen heeft was wel de goedkoopste maar kende weinig van landbouw toepassingen. Bij de opstart van het systeem lagen alle aanmeldingen een hele week plat, ik was bij de eersten die het paswoord verkregen maar sommige boeren hebben maanden moeten wachten. Ondertussen konden ze terecht op het telefonisch meldingssysteem dat ook aangepast was en dat nu gemiddeld dubbel zo lang duurde als voorheen. Ik ben er met grote verwachtingen aan begonnen, ik ben niet gespeend van opzoekingslust en ken wat van computers en hun verborgen nukken. Maar hier spande het Veeportaal toch wel de kroon. Na een tijdje kon ik al een geboorte aangeven zonder foutmelding, maar een vertrek invoeren was een ander probleem. Ik heb er mijn tanden op stukgebeten hoe je een favoriete koper kon inbrengen, maar ik kon het niet gewoon worden dat alle invulvelden kriskras door elkaar stonden, onder goedverborgen knopjes die soms zelfs niet overeenkwamen met de handleiding. Het lijkt wel voor “De slimste mens” gemaakt. Op de helpdesk zijn ze heel vriendelijk maar ze blijven dweilen met een kraan halfopen want bijvoorbeeld voor de handleiding of de veelgestelde vragen moet je terug naar de website van DGZ. Waarom staan die oplossingen niet gewoon onder een “Help” tekentje op de pagina die je moet invullen? Toen ik eens een klein uurtje met de helpdesk in gesprek was vertelde de jongedame mij dat zij ook lange tijd op dat misleidende onderwerp had zitten vloeken. Ik dacht: “Ik ook, maar jij mag vloeken in je betaalde uren …”. Kunnen zij nu echt geen nieuw systeem anno 2009 maken waarbij ze uitgaan van de gedachte dat alles gewoon zonder handleiding moet kunnen? Van pure ellende ben ik zo vlug mogelijk overgestapt naar het (betalende) Unifarm management programma waar al die invulvelden toch overzichtelijk kunnen voorgesteld worden, mits een gewone dosis gezond boerenverstand dan wel.
Ik meld al deze technische problemen in dit Dagboek, omdat ik met heel dit systeem dagelijks te maken heb. Ik realiseer hier op mijn bedrijf een kleine 100 geboortes op een jaar, dat zijn dus al minstens 200 aan- en afmeldingen, voeg er dan nog een paar speciale erbij en nog wat opzoekingwerk, het zal duidelijk zijn dat dit systeem mij in het laatste jaar al heel wat hoofdbrekens en gevloek heeft gekost. Nochtans ben ik mij bewust van het enorme potentieel van heel dit Veeportaal. Er kunnen gegevens doorgestuurd worden naar andere programma’s die ze op hun beurt automatisch kunnen verwerken. Denk maar aan melkcontrole, mestbank, premieberekeningen… Zij weten op vandaag beter wat wij zitten hebben op onze boerderij dan wijzelf.
Stilaan wordt ook duidelijk dat het bezitten van onze gegevens big business geworden is. Daarbij is het een interessante gedachte wie nu eigenlijk de eigenaar is van (onze) gegevens, wie die mag verwerken of beheren. De administratieve last op onze bedrijven is enorm. Maar er is goed nieuws en er is slecht nieuws: het goede nieuws is dat er al veel kan uit handen genomen worden door diverse adviesbureaus , het slechte nieuws is dat de administratieve vereenvoudiging volledig op onze kosten zal afgerekend worden.
Op onze laatste Bedrijfleiderskring zaten we met een tiental boeren samen om de boekhouding en het bedrijf te bespreken, toen was er een jonge boer die in de groep gooide dat hij meer wilde aansturen op een samenwerkingsverband met melkquota ringen omdat hij er zeker van was dat hij geen opvolgers had. De groep reageerde perplex, zijn kinderen waren 4 en 6 jaar. Ik denk dat de toekomst elke dag moet gemaakt worden, en dat je morgen maar vruchten kan plukken van hetgeen je vandaag zaait. Het heeft mij wel aan het denken gezet. Ook bij mij kwam de vraag naar boven: “Heb ik een opvolger?”. Ik ben bijna zeker van wel, ik kan mij onmogelijk voorstellen dat een uitgebouwd bedrijf als het onze dat een frisse blik heeft op de toekomst niet zal overgenomen worden. Maar of dat in eigen familie zal gebeuren? Dat zien we wel. Ik heb zelf nog een paar jaartjes te gaan. En ik moet nog een paar draken de kop afhakken.

Luc Callemeyn

Vaarwel 2009!

Gearchiveerd onder: Sofie Vansteelandt — melkbrigade @ 9:59 pm

Het is weer bijna zover. De eindejaarsfeesten staan voor de deur en met een beetje geluk wordt het dit jaar misschien een witte Kerst. Nog nooit is de kerstvakantie met zoveel sneeuwpret ingezet. De winter is mislukt als mijn man geen sneeuwman kan maken samen met de kinderen, maar vorige zondag was de sneeuw van prima kwaliteit. En nu maar hopen dat de dooi niet te vlug roet in het eten komt gooien, want meneer en mevrouw Kerstman staan te pronken in ons gazon. Voor mij is sneeuw mooi, zolang hij maar niet begint te smelten. Dan pas begint de miserie: natte voeten, vuile vloeren enzovoort.
Ik heb de eer de laatste dagboekbijdrage van dit jaar te mogen schrijven. Graag wil ik jullie mijn oprechte wensen voor het nieuwe jaar, 2010, meedelen. Ten eerste wens ik iedereen een goede gezondheid toe. Het klinkt misschien oubollig, maar dat is het helaas niet. We staan er niet bij stil wat er allemaal kan gebeuren. We staan ’s morgens op en gaan de hele dag aan de slag. In onze naaste familiekring is er iemand die kanker had, hervallen. Dan pas gaan je ogen open en besef je dat je leven uit meerdere facetten dan werken alleen bestaat. De kerstvakantie is altijd een plezante vakantie. Enerzijds hebben we het druk omdat ons witloof in een dag minder marktklaar gemaakt moet worden. Anderzijds hoeven we niet steeds op onze klok te kijken. Er wordt al eens wat langer geslapen en ’s avonds kunnen de kids wat langer opblijven. Het brengt een aangename sfeer in huis: dicht bij het haardvuur en de brandende kerstlichtjes, dicht bij de pakjes – rara, wat heb ik dit jaar in mijn pakje steken?
Ten tweede wens ik iedere land- en tuinbouwer een faire prijs voor een kwalitatief product. We kunnen er eeuwig over doorzeuren, maar de huidige trend is niet houdbaar. Hoe lang gaat het nu nog duren voordat de boer van zijn onderste trede van de ladder kan komen? Ik formuleer het misschien niet correct: wanneer gaan we voor ons product een leefbare prijs krijgen? We kregen nieuwe aardappelcontracten aangeboden en hoe kun je het raden: contracten met een minprijs. We zijn dus met de contracten voor 2010 goed begonnen.
Vervolgens wens ik iedereen het juiste weertype op het juiste moment toe. Ik klaag absoluut niet. We hebben een uitstekende zomer gehad, alleen mochten de weergoden ons toch wat gunstiger gezind zijn. Een buitje af en toe ging welkom wezen. Wat hebben onze buren water op hun vruchten gesproeid. Ik had er bewondering voor: ieder vrij moment werd gespendeerd aan het bijhalen van water. Je kan toch moeilijk met lede ogen toezien terwijl je oogst verdort. Wijzelf hadden geen vruchten meer op het veld die dringend een slokje water konden gebruiken. Onze witloofwortelen hebben nu wel een kleinere diameter, maar daarmee valt te leven. We hebben de laatste kunnen rooien de avond voordat de vorst in het land was. Er zijn collega-telers die het net niet gehaald hebben en nu wachten op betere weersomstandigheden. Het is telkens een grote opluchting als we de poorten van de koelcellen kunnen dichttrekken. De stress valt weg en de rest – zoals de prijsvorming – heb je gewoon niet in eigen handen.
Laten we eerst het uittreden van het oude en het intreden van het nieuwe jaar vieren. Het zijn telkens zware dagen voor de maag en de lijn. Er zullen mooie, rijkelijke maaltijden geserveerd worden. We hebben weer goeie voornemens om het volgende jaar wat meer op onze lijn te letten, wat meer te sporten. We gaan graag zwemmen, maar helaas de tijd ontbreekt.
Ik zou dit laatste Dagboek van het jaar willen afsluiten met een passend gedicht.

Nieuwjaar…wat mogen we verwachten?
Een jaar vol vreugde, vrede en vriendschap, dat heeft ieder in gedachten.
Wensen die mogen uitkomen.
Beleven van onvervulde dromen.
Geen macht, rijkdom of weelde die alles overheerst.
Gewoon gelukkig zijn met elkander, geven en delen
dat raakt een mens het eerst.
Zie elkaar gewoon graag, geef genegenheid en liefde,
aan eenieder die je lief is,
Begin ermee vandaag en het wordt zeker en vast
een schitterend, sprankelend en boeiend 2010!

Hiermee wil ik de laatste dagboekbijdrage van dit jaar afsluiten. Ik wens jullie – zowel de redactie als de lezers van Boer&Tuinder – prettige feestdagen. Proost!
– Sofie Vansteelandt

PS: Denk eraan dat er tijdens de eindejaarsfeesten strenge alcoholcontroles zijn. Dus, Bob is in the house!

Goedele met melkmuil, mmm …

Gearchiveerd onder: Dagboek B&T — melkbrigade @ 9:57 pm

Met een erg goed gevoel kijk ik terug op 2009. We zijn nu in aanloop naar de feestdagen en de jaarwisseling. Ik denk dat we met z’n allen terugkijken op een hectisch jaar, met zelden positief nieuws – de geboorte van een olifantje buiten beschouwing gelaten. Persoonlijk ben ik dus wel tevreden over de resultaten die ik geboekt heb. Ondanks de economische malaise durf ik zeggen dat onze bedrijven het meer dan goed gedaan hebben. Voor mij het bewijs dat kleinschalige, familiale bedrijven echt nog wel toekomst hebben. Nichemarkten bewerken is dan wel een noodzaak, vrees ik. Ik maak hier ook wel een duidelijk onderscheid tussen ondernemers en (louter) producenten, die toch vaak met handen en voeten gebonden zijn aan de handel.
Voor een laatste maal dit jaar wil ik een praktijkvoorbeeld aanhalen. Dit najaar heb ik me gewaagd aan wat klokverkoop, via FloraHolland. Ik kon een mooie partij perfecte, visuele Euonymus fortuneisoorten op korte stammetjes aanbieden. Ik had deze planten zelf uitgeselecteerd en veilingklaar gemaakt. Naar mijn bescheiden mening was het een partij planten met een hoge marktwaarde, waarvoor ik mijn handen in het vuur zou steken. De najaarsverkoop verloopt nu eenmaal een beetje terughoudend en de particuliere verkoop van tuinplanten verplaatst zich toch steeds meer naar het voorjaar. Ik besef natuurlijk maar al te goed dat klokverkoop via de veiling een kwestie is van aanbod en vraag. In eerste instantie had ik er dan ook geen moeite mee toen er afgeklokt werd onder de marktwaarde van mijn planten – wel pijnlijk, natuurlijk. Tegen het einde van de eerste week werd een kar geweigerd voor klokverkoop. Vol verbazing nam ik snel telefonisch contact op met de veiling. Een keurmeester was van mening dat het geen uniforme partij betrof. Wat doe je dan? Rustig blijven? Zeggen dat je het niet eens bent met zijn mening, natuurlijk. Als leverancier trek je onvermijdelijk aan het kortste einde. Maar men was wel blij met mijn aanbod, kwestie van verbreding te hebben van het veilingaanbod. De volgende dag heb ik dan maar alle verpakkingsmateriaal van de veiling, de extra legborden en veilingkarren teruggezonden. Ik ben toch niet gek! Ik ben een ondernemer, geen melkkoe.
Nu wil het (toevallig) zo zijn dat ik nog geen week later ik een mail ontving van een Deense boomkweker die een aantal jaren geleden mijn boomkwekerij had bezocht. Een nieuwe klant dus, die net op zoek was naar mijn Euonymus fortuneisoorten op korte stammetjes. Snel wat foto’s gemaild, aangeboden met de correcte prijs, zelfs een partij van mindere kwaliteit – met een korting die toch nog hoger lag dan wat ik op de veiling kreeg. Een orderbevestiging volgde binnen de 24 uur. Kassa! Dan ben ik trots op wat ik doe en waar ik voor sta. “Laat me, laat me, ik heb het altijd zo gedaan”, zong Ramses Shaffy, die op 1 december overleed.
Toen ik begin november op zoek was naar een leuk boek voor de verjaardag van mijn petekindje Blijke, lag daar Goedele – met gratis Oxfam fair trade chocolade. Voor een eerste maal kon ik de verleiding niet weerstaan en ik kocht het maandblad, vooral voor de reep chocolade. Goedele is ook wel het type vrouw waar ik voor zou kunnen vallen. ‘Met ballen aan het lijf’, zoals ze hier – en waarschijnlijk ook elders – zeggen. Verstandig, charmant, mooi, welbespraakt en niet bang om allerlei taboes bespreekbaar te maken, zonder vulgair of choquerend te zijn. De chocolade was wel oké, maar wat fair trade betreft, blijf ik sceptisch. Ik heb dat met allerlei labels, die toch vaak om commerciële redenen gebruikt worden. Laat dat wel geen reden zijn om een goed doel niet te ondersteunen. In dit nummer van Goedele trof ik per toeval ook een hele reportage over ‘De Melkbrigade’. En Goedele deed het weer. Op een prachtige manier besprak ze de melkcrisis, naar mijn mening geheel objectief. De boeren moesten niet zeuren want … . De boeren moesten blijven protesteren want … . Ook mooie reportages over de melkboer, kaasboer en zuivelbereidingen. De herkenbaarheid van de Groene Kringoverall die boer Paul Goosen droeg, zorgde voor een gevoel van trots. Dit zijn wij ook, de land-en tuinbouwsector.
Ik heb dit najaar een kookcursus gevolgd bij Landelijke Gilde Loenhout. Een erg fijne ervaring, een leuke groep en lekker eten. Ook dat was de ‘schuld’ van de media. De kookprogramma’s waar men ons mee om de oren slaat, zorgden bij mij voor een wrede goesting naar meer. Dat wou ik ook, een hobbykok zijn! Wel, koken bleek ook echt leuk te zijn, werken met natuurproducten. Misschien ga ik hier nog mee verder, als ik ooit meer vrije tijd heb. Deze lessen zorgden voor nog meer respect voor mijn moeder en voor alle mama’s of papa’s die dagelijks instaan voor lekkere, gezonde en natuurlijk evenwichtige maaltijden. Nog even felicitaties richten aan Lutgarde. Prachtig hoe ze de kookmannen wist te sturen naar een lekker kookresultaat, niet altijd even gemakkelijk.
Wat rest er mij nu nog, behalve jullie prettige feestdagen te wensen en een ondernemend 2010.

– Henk van Beek

Volgende pagina »

Theme: Rubric. Blog op Wordpress.com.

Follow

Get every new post delivered to your Inbox.