Mijn dagboeken in Boer & Tuinder

juli 17, 2009

Het kieken en de wetgevende macht

Ingedeeld onder: Johan Schollier — melkbrigade @ 10:29 am

Beste lezer, je vindt niet altijd even gemakkelijk een onderwerp voor je dagboek, maar soms bots je er tegenaan. Dat overkwam mij op 23 mei. Uit vorige dagboeken weet u dat ik af en toe en hakselaar bestuur, want soms help ik een loonwerker met chronisch personeelsgebrek.
Ik was dus met zo’n tuig onderweg van Hansbeke naar Zomergem. Net over de brug van het kanaal verandert de weg er in een schaduwrijke, smalle dreef. Ik kwam uit de felle zon het donkere gat ingereden. Een tegenligger – een tractor met sproeier – had er zich aan de kant gezet. Ik had de tractor gezien maar niet het spuittoestel, dat nog eens zo’n halve meter uitstak. Ik had het echt niet gezien; in één kwak lag zijn volledige sproeiraam tegen het asfalt! Miljaar … Had ik niet met open deur gereden, dan had ik het niet eens gemerkt en was ik gewoon doorgereden. Maar ik had ‘iets’ gehoord en ik was wat doorgereden om een parkeerplaats te vinden. “Gaat dat kieken nu nog doorrijden ook?” schreeuwde de boer tegen de twee chauffeurs die met mij mee waren.
Enkel op mijn band kon ik een afdruk zien: had ik drie centimeter meer naar rechts gereden, dan was er niets gebeurd! Maar goed, dit was de eerste keer in de dertig jaar dat ik een hakselaar bestuur dat de loonwerker door mijn fout de verzekering moest aanspreken. Ze mogen dus eigenlijk niet klagen.
De boer met de tractor was onderweg van Sint-Laureins, op de grens met Nederland, naar een perceel maïs op de grens van Deinze en Kruishoutem. Dat is 45 km! Hij had dus ongeveer twee derde van dit traject afgelegd en mocht nu onverrichter zake zijn terugreis aanvatten, met een sproeier in twee delen. Nog maar goed dat er geen spuitstoffen in het vat waren of er was wel degelijk sprake geweest van een ernstige puntvervuiling, want ook de aanzuigfilter werd afgerukt. De boer tilde het zwaarst aan het feit dat zijn maïs nu niet gesproeid kon worden en die had dat dringend nodig. Uit eerlijke schaamte stelde ik voor dat ik zijn maïs zou sproeien. Zo gezegd, zo gedaan. ’s Anderdaags ben ik samen met hem naar de zuidkant van Deinze gereden, met mijn sproeier – een mooi toestel dat ik enkele jaren geleden tweedehands op de kop kon tikken. Toen de boer dat zag, zei hij vlakaf dat ik zijn toestel beter helemaal naar de vaantjes had gereden.
Maar nu komt het. Waarom bewerkt een boer een veld op zo’n grote afstand? Waarom spreekt hij hiervoor geen loonsproeier van ter plaatse aan? Wel, dat is een bizar verhaal. Hij werd onteigend op de wijk ’t Zandeken in Evergem, waar men inmiddels het Kluizendok is beginnen graven, voor de uitbreiding van de Gentse haven. Hij heeft dan een ander bedrijf overgenomen in Sint-Laureins. Als gevolg van die onteigening kreeg hij van de VLM andere gronden toegewezen, en die liggen in Deinze. Ben je daar dan mee geholpen? “Als je jaren op de wip van een onteigening zit, neem je alles mee waar je kans van krijgt”, aldus die boer. Je leert leven met die afstand. Omdat die gronden dan ook nog door Pier, Pol en Jan gebruikt werden, hebben ze een ernstig onkruidprobleem. Daarom wou hij de zaak zelf in handen nemen, wat ook te begrijpen is.
Zo zie je maar dat je in Vlaanderen nooit je boontjes te week moet leggen op een stuk grond. Ze kunnen van overal komen. Vlaanderen is te klein voor de ondernemende Vlaming en het zal steeds méér te klein worden. Jaren geleden kocht de VLM in Deinze de Stockstormhoeve, met meer dan 35 ha grond erbij. Dat ligt nogal moeilijk in Deinze want er zat toen een jonge boer op dat bedrijf en ook hij moest zijn biezen pakken! De gronden zouden als grondenbank dienen voor de aanleg van het Deinse en Gentse stadsbos. Maar daar kwam nog niet veel van in huis – althans niet van die ruilen, wel van de bebossing. De Deinse boeren vertrouwen de VLM niet meer. Volgens de laatste ontwikkeling komen er nu vijf grote serrecomplexen op de Stockstormhoeve. Maar dat is uiteraard ook landbouw.
Wij zijn een huis aan het bouwen. Na 25 jaar boeren mag het wel eens iets anders zijn dan een stal of een loods. Nu de banken zo knoeien met onze zuurverdiende spaarcenten, is dit misschien het beste wat je kan doen. Een stulpje voor onze oude dag, als ’t God en nog een paar anderen belieft. Tot nu toe hebben we bijna alles zelf gedaan. De ruwbouw is klaar en nu plaatsen we het dak. Zo weet u meteen waar al onze ‘vrije’ tijd en ook wel een flink stuk van onze vakantietijd naartoe zal gaan. Het geeft wel een goed gevoel hoe je samen met je gezinnetje een huis uit de grond puurt. Ook mijn vader helpt wel eens mee, maar die heeft als gepensioneerde bijzonder weinig tijd, dat begrijp je wel. De belangrijkste pion in dit alles is onze zoon Brecht, die even in de bouw heeft gewerkt. Het ziet er beetje bij beetje naar uit dat hij de hoeve hier wel zal voortzetten en dan moeten wij plaats kunnen ruimen. Het zou de zesde generatie zijn van vader op zoon in lijn. Het doet mij een beetje denken aan een spreuk die hier vroeger op de schouw stond: ‘Daar alleen kan liefde wonen, daar alleen is ’t leven zoet, waar men stil en ongedwongen alles voor elkander doet.’ Mijn echtgenote Vera ziet het nog eenvoudiger. Onlangs bij een discussie over de kleur van het voegsel: “Tut, tut, tut … jullie zijn de uitvoerende macht. Ik ben de wetgevende macht!” … Maar dat wist ik natuurlijk allanger.
Ach, ’t leven kan toch schoon zijn! Prettige vakantie, en vergeet vooral niet ook echt vakantietijd te nemen.

– Johan Schollier

juli 16, 2009

Tour de France, tour de ma vie

Ingedeeld onder: Henk van Beek — melkbrigade @ 10:16 am

Ik heb eens gehoord dat afdalingen veel gevaarlijker en moeilijker zijn dan een beklimming. Je kan door de snelheid uit de bocht gaan en zo recht het ravijn in. Te stevig in de remmen gaan is ook gevaarlijk, je gaat zo onderuit. En toch moet je zorgen dat je met zo weinig mogelijk inspanningen, gestroomlijnd, geniet van de voordelen van een afdaling. Ook mijn ouders zijn aan hun afdaling bezig; binnen enkele jaren komt de pensioen gerechtigde leeftijd eraan. Voor een zelfstandige is dit nog steeds 65. Toch als je niks wil verliezen van het al armmoedige bedrag in vergelijking met het pensioen van een doorsnee ambtenaar. Maar laat ik over het bedrag maar niet klagen, aangezien ik er van overtuigd ben dat wanneer het mijn beurt is, de pot helemaal leeg zal zijn, indien men niet drastisch ingrijpt! Het gaat echt mijn verstand te boven als ik op het nieuws hoor dat men arbeiders – met de economische crisis als drogreden – soms op vervroegd pensioen stuurt. Op 52-jarige leeftijd!
Maar laat ik niet klagen. Ik ben gelukkig met men bedrijfje, werkend in en met het groen. Zoals je misschien weet uit mijn eerdere dagboeken, is mijn bedrijf nauw verweven met dat van mijn ouders. Onze bedrijven liggen naast elkaar, en werken op alle vlakken samen, zowel op productie als verhandeling en afzet. Hierdoor zal ik ook voor een heel stuk meegaan in de afdaling die mijn ouders nu maken. Ik zal ergens wel terug aan een klim zal beginnen, daar waar zij definitief afstappen. En inderdaad merken we dat een afdaling niet evident is. Stoppen, hoe doe je dat? Voorlopig moeten we onze productie en afzet nog op hetzelfde niveau houden zoals vroeger, wat we dan ook doen. Laat ik bij deze onze klanten alvast gerust stellen.
Nu zal je misschien denken dat een overname van het ouderlijk bedrijf door mezelf logisch zou zijn. Misschien is dit wel zo, maar daar bedank ik vriendelijk voor. Dit heeft met mijn persoonlijke situatie te maken en met mijn visie op het leven. Ik zou erg graag actief blijven in de veredeling van struiken en bomen, wat een kleine nichemarkt is. Maar ik ben zeker niet van plan om nog grote en zware cols te gaan beklimmen, als je begrijpt wat ik bedoel. Natuurlijk zal ik nog moeten investeren en hard werken; hier heb ik geen bezwaar tegen. Dat laatste is trouwens altijd mijn lust en leven geweest. Maar als parcours verkies ik dan toch een glooiend landschap, waar ik genietend kan doorfietsen.
Een echt klein familiaal bedrijfje, zonder externe werknemers, eigen baas, beperkte oppervlakte en toch leefbaar, zoals ik het thuis altijd heb gekend. Laten we eerlijk zijn, en toegeven dat het klimaat dat de Vlaamse Overheid, de banken, Fedis, de politieke en professionele instanties creëerden niet gunstig is. Er is in het verleden een (juiste) keuze gemaakt om vooral opportuniteiten te creëren voor grotere KMO’s. Ik heb hier alle begrip voor, zeker omdat dit voor de Vlaamse regio waarschijnlijk de beste keuze was en nog steeds is. Ik ben er daarom van overtuigd dat ik mijn heil best elders ga zoeken. Dit is een uitdaging die mij erg stimuleert, maar anderzijds ervaar ik ook wel eens angst. Toch kijk ik met veel goesting naar de toekomst. Als ik echt wat concreets te melden heb, dan lees je het als eerste hier.
Ik kijk in deze fase van mijn leven regelmatig terug. Ik ben heel gelukkig dat ik geboren en getogen ben op ‘den boerenbuiten.’ Opgegroeid op de boomkwekerij, goede en degelijke opvoeding gehad van mijn ouders en grootouders. Heel veel kansen gekregen in het leven en vele ervaringen mogen opdoen. Meer dan vijftien jaar actief geweest als boomkweker en voorvechter voor onze belangen. Ik heb dan ook met fantastische mensen mogen samenwerken, veel geleerd, en getracht wat goeds te doen. Rondleidingen gegeven op onze bedrijven, complimentjes hiervoor gekregen. Dossiers gelezen en soms echt een verschil gemaakt bij onderhandelingen. Jurylid geweest bij verschillende wedstrijden en laatstejaarsstudenten beoordeeld, wat ik nog steeds als een groot voorrecht ervaar. Hopelijk heb ik steeds juist geoordeeld? Ik heb ook stagiairs begeleid en geholpen bij hun verhandelingen, en later gemerkt dat ze goed terecht zijn gekomen. Dit en nog zoveel meer geeft mij zoveel voldoening en goesting om verder te doen. Net als het dagboek trouwens.
Nog kort even over onze voorzitter, Piet Vanthemsche. Bij zijn aantreden had ook ik vooroordelen, ik ken hem niet persoonlijk. Wel lees ik steeds vaker zijn ‘Op de eerste rij’, en zie hem met regelmaat op informatieve zenders, zoals laatst op kanaal Z. Ik heb mijn vooroordelen reeds laten varen, en ben steeds meer onder de indruk van zijn aanpak.
Wat wens ik hem (en iedereen) voor deze zomer buiten goed weer? Goesting, vooral veel goesting om er voor te blijven gaan, zeker nu in crisistijd. Het licht aan het einde van de tunnel bereiken we niet door negativisme, wel door steeds kritisch te blijven werken aan een duurzame toekomst. Saluut en de wind van achter.

– Henk van Beek

juli 10, 2009

Administratieve vereenvoudiging

Ingedeeld onder: Marcel Heylen — melkbrigade @ 10:27 am

Als ik nu – einde juni, bij het begin van de zomer – terugkijk op de voorbije maanden, dan mogen we toch wel besluiten dat we een prachtig voorjaar achter de rug hebben. Al was het soms wel moeilijk om te beslissen wanneer de vooruitzichten gunstig waren om te maaien. De weersvoorspellingen waren bijna twee maanden lang elke dag hetzelfde: mooi, zonnig weer, met plaatselijk kans op een bui. Om de risico’s te spreiden, hebben we onze eerste snede gras dan ook in vier keer gemaaid. Dat moet ik wel een beetje nuanceren. We hebben namelijk ons Italiaans raaigras als voorteelt van maïs in twee beurten gemaaid en onze graas- en maaiweiden ook in twee keer. Dat laatste vooral ook om groeitrappen te krijgen in onze graasweiden voor de koeien, want ik blijf vasthouden aan weidegang voor onze koeien. In de eerste plaats voor de gezondheid van de dieren zelf, want ondanks alle comfort dat we onze koeien in de stal proberen te geven ben ik er nog altijd van overtuigd dat de weide de comfortabelste verblijfplaats is voor een koe. Want, zeg nu zelf, het is toch een waar genot voor de boer om een kudde gelukkige en gezonde koeien op een zonnige dag in de weide te zien grazen of languit in het gras te zien liggen. Dan vergeet je toch op slag de lage melkprijzen en besef je weer waarom je melkveehouder werd.
Maar ook economisch gezien is weidegang volgens mij een goede zaak. Door grazen en maaien van de weilanden regelmatig af te wisselen, kan je de opname van gras behoorlijk op peil houden. Daardoor kan je – in combinatie met maïs aan het voederhek in de stal – een zeer evenwichtig en relatief goedkoop rantsoen aanbieden aan de koeien, zonder dat je moet toegeven op melkproductie. Het blijft natuurlijk de keuze van de boer zelf of hij al die moeite wil doen en of hij daar tijd voor heeft of tijd voor wil maken. Ook dit is allemaal wel erg relatief, want ik zie de laatste tijd bij veel melkveehouders een enorme drang om te groeien in aantal koeien. Als reden halen ze dan telkens aan dat ze dit doen om klaar te zijn voor de toekomst.
Ik heb daar zo mijn bedenkingen bij. Laat me vooraf duidelijk stellen dat ik de mening van iedereen respecteer en dat iedereen van mij zijn plannen mag realiseren, maar ik stel vast dat er heel wat boeren zijn die met 50 à 60 melkkoeien hun boterham kunnen verdienen. Studies wijzen trouwens uit dat dit aantal ook de limiet is voor één persoon om zijn werk en de verzorging van de dieren goed rond te krijgen en daarbij ook nog een normaal, aanvaardbaar gezins- en sociaal leven te hebben. Want hoe gedreven en werklustig je ook bent, elke mens heeft zijn grenzen en er is echt wel meer in het leven dan werken alleen.
Voor mij betekent ‘klaar zijn voor de toekomst’ dat ik een bedrijf heb dat de volgende generatie kan overnemen en met een veestapel die een goede genetische basis heeft, want daar is volgens mij nog heel veel winst te halen. Wanneer je – door stieren te gebruiken die de productiekracht van je koeien verbeteren – met hetzelfde aantal koeien 2000 kg melk per koe en per jaar meer kan produceren, dan heb je zo ruim 100.000 kg melk meer geproduceerd in dezelfde stal, zonder dat je kosten moet maken om bij te bouwen. Ik besef natuurlijk ook wel dat het een werk van lange adem is om je veestapel genetisch te verbeteren, terwijl je bij bouwen al na enkele maanden het resultaat ziet. Daar staat wel tegenover dat je de financiële lasten van bouwen ook heel wat jaren meedraagt.

Ik heb de afgelopen drie weken zowat de Ronde van Vlaanderen achter de rug, want van Diksmuide, over Ninove en Oostmalle, tot in Hasselt heb ik in het kader van een reeks studienamiddagen over Veeportaal als een van de sprekers aangetoond hoe deze internettoepassing voor mij als veehouder een meerwaarde oplevert. De opkomst was telkens goed. Er waren heel weinig klachten over de werking van Veeportaal en – wat zeker zo belangrijk is – heel wat vooral rundveehouders maken al gebruik van Veeportaal of willen er gebruik van maken. Bij de start in maart gebeurde 16% van de geboortemeldingen via Veeportaal; in de maand mei was dit al opgelopen tot 33%. De boodschap die ik telkens meegeef ,is dan ook behoorlijk positief. Ik ben van oordeel dat je het ook mag zeggen als iets goed is.
Het plezante aan Veeportaal is dat je steeds meer mogelijkheden ontdekt naarmate je er meer mee werkt en vooral dat je ondervindt dat deze toepassing duidelijk bijdraagt aan de zo dikwijls gevraagde maar tot nu toe nog veel te weinig gerealiseerde administratieve vereenvoudiging. Ik geef even een voorbeeld dat ikzelf ervaren heb in de praktijk. Bij een controle op de randvoorwaarden hoef je helemaal geen veeregister op papier meer voor te leggen. Wie al zijn veebewegingen binnen de drie dagen in Veeportaal bijwerkt, hoeft enkel het register op het computerscherm te tonen als officieel bewijs.
Voor de mensen die interesse hebben: op donderdag 2 juli is er in Aalter nog een laatste studienamiddag. Misschien ontmoeten we elkaar daar wel.

– Marcel Heylen

juli 3, 2009

Koeien in de wei

Ingedeeld onder: Carine Cornu — melkbrigade @ 10:28 am

Het klinkt voor velen onder jullie allicht bekend in de oren. Een zalige, zomerse zondagnamiddag. Wat later dan gewoonlijk naar huis gekomen van een feestje … en dan moet je nog aan het werk beginnen. Eén probleempje hebben we enkele jaren geleden al aangepakt. De koeien lopen gewoonlijk op een weide waar we met de auto voorbijrijden. Daar zetten we enkele van de kinderen af en zij kunnen de koeien zo meebrengen naar huis. Tegen dat wij thuis zijn en de melkmachine gestart is, zijn de koeien en de kinderen thuis. Die weide heeft er ondertussen al enkele jaren haar naam aan te danken: de kinderen hebben haar de ‘zondagswei’ gedoopt.
Dat was dus de voorbije zondag niet anders, maar de kinderen zaten allemaal op hun blote voeten in de auto. Mijn man Geert bood aan om dit keer de koeien mee naar huis te brengen. Omdat we dan van plaats moesten wisselen om verder te rijden, vond ik dat ik dat eigenlijk net zo goed kon doen. Ik dus uit de auto gestapt, in een rok en met mijn zonnebril op. En dat bleek nu juist het probleem. De koeien keken hun ogen uit. Ze wisten echt niet welke verschijning ze daar plots zagen. In plaats van de koeien vlot naar huis te krijgen, bleven ze allereerst al rustig staan. Je kunt ervan op aan dat ik elke hoek van de wei heb gezien, telkens een koe ophalend die het nog bijlange na niet nodig vond om gemolken te worden. Als ik dan toch wat dichter in hun buurt kwam, dan stonden ze mij eerder te bekijken als een rariteit dan dat ze rustig richting stal zouden gaan.
Na een korte tijd dacht ik eraan dat ik mijn zonnebril nog op had. Het leek me toen een goed idee om die maar af te zetten. De koeien zouden mij misschien weer herkennen en eindelijk doen wat ze moesten doen – dus naar de stal gaan. Sommige koeien vonden blijkbaar de boerin in een rok ook een zeer zeldzame vertoning (het is dan ook niet mijn gebruikelijke werktenue) en ze vonden het nog steeds nodig om mij aan te staren. Uiteindelijk zijn ze toch thuis geraakt. En met het mooie weer was het voor mij al bij al toch wel een mooie wandeling.
De koeien van de wei halen als het mooi weer is, vind ik eigenlijk best een fijne bezigheid. Het is misschien omdat ik het niet dagelijks doe, dat ik er wat meer van kan genieten. Dikwijls sturen we de kinderen om de koeien, liefst met z’n tweeën. Ook al hebben ze er niet altijd evenveel zin in, voor hen is het eigenlijk alleen maar een wandeling. Als de koeien achter ons hof lopen, zie je zeker het volgende scenario. Eerst vertrekken de kinderen, al huppelend of zigzaggend. Na een hele tijd verschijnen de koeien. Vanuit de keuken zie ik ze naar huis komen, eerst druppelsgewijs en stilaan in een lange stoet. Allemaal mooi in het gelid, na elkaar. Een prachtig gezicht, maar voor mij ook het sein dat ik kan starten met melken.
Af en toe ga ik met één van de kinderen om de koeien. Zo ging ik op een avond de koeien halen samen met Marrit, onze dochter van 11. Ze liepen toen vrij ver van het hof en we moesten toch tien minuutjes stappen voor we aan de weide waren. Zo samen stappend heb je eigenlijk wel een mooie gelegenheid om eens te babbelen. Ik vraag me af en toe wel eens af of ze het erg vinden om op een boerderij geboren te zijn. Zij zien namelijk meer de nadelen, terwijl wijzelf en ook de anderen er de voordelen van inzien. Af en toe eens moeten helpen, is zo een van die grote nadelen als kind. En stilaan ging het gesprek dan ook die richting uit. Met de grote vakantie voor de deur vroeg ik mij af of ze niet liever had dat ik uit werken zou gaan, zoals zoveel mama’s. Ik zei er dan ook in één adem bij dat ik als ik thuis was wel wat meer tijd zou kunnen vrij maken voor hen. Ik zou ook al eens gemakkelijker kunnen helpen bij hun huiswerk. Zo somde ik vooral al de voordelen op van buitenshuis te werken. Ze had haar antwoord al snel klaar: “Maar je zou dan wel veel minder thuis zijn. Neen, laat ons maar op een boerderij wonen. Zo zijn jullie altijd thuis.” Dus blijkbaar gaat ze toch wel een zalige en onbezorgde vakantie tegemoet.

– Carine Cornu

Blog op Wordpress.com.