Mijn dagboeken in Boer & Tuinder

maart 29, 2010

Beton gieten, deze keer in ’t zwart.

Gearchiveerd onder: Dagboek B&T — melkbrigade @ 8:19 pm

Sedert verleden week is er veel veranderd aan het uitzicht van onze boerderij. Zaterdag was er hier veel volk bezig om 2 hopen aarde open te werken die hier lagen van toen we de funderingen maakten voor onze nieuwe kaasmakerij en ontvangstruimte. Met 2 kranen en 2 kippers waren ze hier druk aan het werk en tegen de avond was zag het er al helemaal anders uit. Voor morgen voorspellen ze regen, dus vandaag nog vlug gras zaaien en inwerken en dan kunnen de koeien tegen deze zomer er op. Ondertussen kregen we ook al adviserend bezoek van Kathleen, de landschapsarchitecte verbonden aan het Provinciaal Instituut van Beitem. Het is niet dat wij zo’n grote gedreven fan zijn van groen, maar een goede inkleding van de bedrijfgsgebouwen zien wij toch ook wel als een onderdeel van het visitekaartje van ons bedrijf. En het advies is dan ook toegespitst op functionaliteit en eenvoud, en vooral weinig snoeiwerk dus dat zien we wel zitten. Aan onze nieuwbouw hebben we nu ook wat beton gegoten, vooral aan de inkom en de ontvangstruimte, en onze plaatselijke betongieter Danny durfde het aan om die meteen in een zwarte kleur te gieten. (U had toch geen andere vermoedens bij de titel hoop ik?) Daarna wordt de beton in tegelmotief gezaagd voor een mooi effect.
Beetje bij beetje naderen wij aldus het einddoel en onze agenda bevat al heel wat boekingen voor bedrijfsbezoek en kaasschotel voor de komende maanden. Naast onze vernieuwde kaasmakerij willen wij er ons ook op toeleggen om groepen en verenigingen te ontvangen en het verhaal van onze koeien, melk en kaas en andere zuivel te vertellen en daarvoor bouwden wij een gezellige ontvangstruimte met aangepast sanitair en nieuwe winkel. Wij geloven er hard in dat de toekomst van ons bedrijf niet enkel meer ligt in het louter produceren van voedsel met afzet aan dumpingprijzen maar wij willen diezelfde liter melk een meerwaarde geven. Daartoe bespelen wij 2 vlakken, namelijk het verwerken tot ambachtelijk product met een duidelijke herkomst maar ook het aanbieden van educatie aan scholen, groepen of verenigingen.
Aangezien ik alle werken in deze nieuwbouw grotendeels zelf heb gedaan (of toch in eigen beheer) heeft het wat langer geduurd dan voorzien om dit alles te realiseren. En ik begrijp nu heel goed wat het spreekwoord zegt over “de laatste loodjes wegen het zwaarste”. Hoewel wij het einddoel steeds duidelijker voor ogen zien en het steeds dichterbij lijkt te komen worden wij weer keer op keer verrast door werkjes die ook belangrijk zijn en die het afwerken weer wat vooruitschuiven. Maar we komen er wel hoor, 6 april is alvast een datum waarop al heel wat moet klaar zijn, en dat zal ook wel zo gebeuren.
Niet dat wij nog helemaal nieuw moeten beginnen, wij zijn al van april 2009 aan het werk in de nieuwe kaasmakerij en na een zekere gewenningsfase wordt daar al volgens een vast stramien geproduceerd. Ons voordeel is dat wij er organisatorisch en ergonomisch heel veel op vooruit zijn gegaan omdat wij nu verschillende soorten kaas na elkaar kunnen maken. Eigenlijk zijn wij zo’n beetje slaaf van ons eigen enthousiasme, als er vraag is naar een nieuwe soort dan proberen wij die ook te maken, want de Klant is Koning, maar dan vraagt iemand anders de volgende keer weer net een soort die je niet hebt. Ach, dat geeft niet hoor, zo bouwen wij een uitgebreide kennis en expertise op die altijd wel ergens weer van pas komt.
Op zondag 22 augustus gooien wij de deuren van onze productieruimten wijd open en kan iedereen al dat moois komen bewonderen want dan organiseren wij opnieuw een Opendeurdag op ons bedrijf. De vorige editie dateert van 2005 en wij vinden het wel nuttig om dat nog eens te herhalen. Wij zien vooral graag dat veel van onze Brugse klanten er een dagje van maken om bij “hun” kaasboerin Krista te komen kijken. Vijf jaar geleden hadden wij ongeveer 4000 bezoekers, steken we dit jaar een tandje bij?
In mijn vorige Dagboek had ik het over een onaangepaste en dikwijls onverantwoorde administratie waarin men heel veel gegevens wil verzamelen zonder rekening te houden met de boer zijn mogelijkheden om dat in te vullen of aan te reiken. Kort gezegd, boeren verzuipen in de invulverplichtingen die allemaal “maar vijf minuutjes per dag vragen”. Toevallig stond ik op mijn Dagboek- weekend op de Agro Expo te Roeselare en ik kan getuigen dat ik felicitaties kreeg van tientallen boeren dat er eindelijk iemand was die dit durfde aan te kaarten. O ja, ook uit administratiehoek werd dit toegegeven, maar niet officieel, of wat dacht je? Velen vragen om een vervolg daarvan. Jammer, maar ik ben geen betaalde ombudsman. En ik kan niet altijd klagen in dit Dagboek.
Dit lijkt me meer een werk voor de landbouworganisaties, om daar eindelijk eens iets aan te doen.

Luc Callemeyn

Wat heb ik in 2010 al geleerd?

Gearchiveerd onder: Sofie Vansteelandt — melkbrigade @ 8:16 pm

De derde maand van het nieuwe jaar is nog maar ingezet en ik ben al op verschillende domeinen wijzer geworden. We zullen het eens op zijn Piet Huysentruyts uitdrukken: “En wat hebben we geleerd?”
Ten eerste heb ik geleerd dat Koning Winter toch nog bestaat. Aangezien onze winters de laatste jaren nogal zacht van aard waren, dachten we natuurlijk dat het zo hoorde. Maar dit jaar heeft de winter een lange adem. De vorstperiode startte nog voor Kerstmis en steekt geregeld haar kop weer op. Dat heeft wel een positieve invloed op de verkoop en consumptie van onze wintergroenten. Hoe kouder het aanvoelt – en effectief ook is – hoe meer wintergroenten de consument verorbert. Laat onze Frank maar verkondigen dat de aarde opwarmt, momenteel is daar maar weinig van te merken. Ik weet het, het is wat kortzichtig gedacht, maar ik kan de koude niet zo goed trotseren. We werken een hele winter in onze loods, waardoor we wat gevoeliger worden voor koude temperaturen. Maar geen nood, na de winter volgen twee mooie seizoenen. Misschien wordt onze zomer zoals onze winter: intens. Laat maar komen!
Ten tweede leerde ik dat ons lichaam geen machine is. We horen naar zijn signalen te luisteren, anders gaat onze gezondheid in ‘overdrive’. Ik heb al geruime (denk maar zeer ruime) tijd last van lage rugpijnen. Ik kreeg geregeld een spuitje van onze huisarts, zodat ik weer verder kon. Maar dat kan niet blijven duren. We horen daar nu eens intensief aan te werken. Dus ben ik ingeschreven in de rugschool van het ziekenhuis. Ik moet 24 uur les volgens, 2 uur les per week. Dat wordt dus een cursus van 12 weken of welgeteld 3 maanden en ik studeer rond half mei af. Het valt niet te onderschatten om voor deze extra uren tijd te maken in mijn werkschema. Een mens zit toch nooit met zijn vingers te draaien. En aangezien we nog volop in het seizoen zitten, moeten mijn man en ik extra inspanningen leveren om alles rond te krijgen. Maar wat betekenen 12 weken in een mensenleven? Je gezondheid gaat toch voor en werk zal er altijd zijn. Ik krijg oefeningen om mijn rugspieren te verstevigen en extra uitleg om bepaalde handelingen beter uit te voeren. Ze hebben me al meer dan eens proberen bij te brengen dat ons lichaam voldoende rust hoort te krijgen. Dus gaan we ons ritme wat bijschaven!
Ten derde hebben we dit witloofseizoen opnieuw te maken met het concept van ‘vraag en aanbod’. Door de droge zomer van 2009 hadden veel velden last van witloofwortelluis en ook wij zijn er niet aan ontsnapt. Door die ziekte blijven de pennen veel kleiner en zijn ze vervolgens onbruikbaar, met als gevolg een kleiner aanbod witloof op de markt. Doordat het aanbod ietsje kleiner is, is de prijs deze winter veel beter, want een kleiner aanbod betekent een beter marktevenwicht. We hebben weer hoop en daardoor is het ook veel aangenamer werken. Wat hebben we nu in de wandelgangen opgevangen? Je kan je oren niet geloven. Er zouden collega-witlooftelers aan uitbreiding denken! Hoe is het in godsnaam mogelijk. We waren een aantal jaren bijna verzopen in ons eigen product en nu wordt er weer aan schaalvergroting gedacht. Staan die telers er dan nooit bij stil dat iedereen graag zijn boterham verdient en dat we bij schaalvergroting weer de dieperik ingaan? We overleven niet door meer te werken voor een lagere prijs, zoals sommigen soms redeneren. Ik ben van het principe dat onze overlevingskansen er onder andere in bestaan dat we ons product proberen te opwaarderen. Hoe we dat in de werkelijkheid moeten vertalen, is mij wel nog een raadsel. Daarover zouden de bevoegde instanties beter eens nadenken. Door nieuwe, grote projecten te laten starten, komt het doodsvonnis voor sommige bedrijven weer een stapje dichterbij. Ik begrijp niet dat de bank nog steeds bereid is hiervoor geld te lenen. Maar blijkbaar kan je met een zogezegd goed businessplan veel gedaan krijgen bij de bank. Onze sector kan deze gedachtegang missen als kiespijn.
Hetzelfde scenario doet zich voor bij onze industriegroentesector. We mogen hetzelfde en zelfs meer voor een minprijs leveren. Dat gaat toch iets te ver. Waarom laten onze groenteboeren zich niet gelden? Onze melk- en varkensboeren hebben het bijltje er niet bij neergelegd en het heeft hen geen windeieren opgebracht.
Ten slotte gelden voor het nieuwe schrijfjaar dezelfde voorwaarden, mijn artikel mag namelijk maar een halve bladzijde van de krant innemen.
We zijn met de woorden van onze kok Piet begonnen en we zullen er ook mee afsluiten: nog een dikke merci dat je luisterde en tot de volgende keer.

– Sofie Vansteelandt

Werktuigen delen in de Cuma

Gearchiveerd onder: Pierre Michels — melkbrigade @ 8:16 pm

Ik was er rotsvast van overtuigd dat je met eigen machines meer kon verdienen dan met loonwerk. Ik ben nu 52 jaar en ik zie ze liever gaan dan komen. Er kwam hier een plaats vrij in de machinecoöperatie en ik ben in de bietenrooier en mestkar gestapt. Ze willen dat ik ook in een van de maaidorsers een aandeel koop. Het aanbod is aanlokkelijk – de ene dorst tegen 32 euro per ha en de andere tegen 58 euro, brandstof en chauffeur inbegrepen – maar wat gaan mijn beide behulpzame geburen dan denken? Bovendien is het misschien financieel wel interessant, maar die twee dorsers zijn vorig jaar bij mijn vriend wel van twee uur ’s nachts tot tien uur ’s morgens komen dorsen. Zoek dan maar enkele mensen die op zulke uren met de graankar willen rijden …
Voor de bietenrooier is het minder riskant, want die kan gespreid over drie maanden en zelfs in de regen rooien. Voor het gebruik van de bietenrooier zal ik zo’n 170 euro per ha betalen, of iets minder dan loonwerk (200 euro). Die prijs valt mee omdat er enkele boeren gestopt zijn met bieten.
Deze week heb ik vijftien volle vrachtwagens Belgische compost laten overkomen, om het gras van de luchthaven te bemesten. Dat heb ik gedaan met de mestkar van de Cuma. Op een dikke namiddag was ik klaar en dat zal me normaal 100 euro kosten. Voor die prijs kan ik me geen mestkar kopen en een heel jaar in mijn loods zetten. Je mag het draaien of keren, maar goedkoper kan het niet en bovendien krijgen we om de zeven jaar een nieuwe machine. De afspraak is dat iedere boer maximaal twee dagen achter elkaar de kar mag gebruiken en ze dan moet afstaan aan de volgende.
Hier gebruiken ze die mestkarren vooral in de nazomer, om hun mest op de strostoppel te voeren. Als ze in Vlaanderen ook een Cuma zouden oprichten, dan konden die mestkarren in de lente naar de Vlaamse boeren gaan. Wij hebben ze dan toch niet nodig omdat we winterploeg doen. De Vlaamse boeren die lid zijn van de coop zouden dan voor amper enkele tientallen euro’s al hun mest kunnen openvoeren – want hoe meer leden eigenaar er zijn, hoe goedkoper het wordt. In plaats van een 37.807 euro te betalen voor een mestkar (die toch meer dan 10% in waarde daalt elk jaar), investeer je dan in een gps op je tractor, en je mestkar wordt een computergestuurde bemestingskar.
Heeft het te maken met de depressie of komt door die lange winter, maar hier in Frankrijk hebben heel wat boeren zich van het leven beroofd. Op tv of in de pers wordt daar weinig gewag van gemaakt, maar het gaat om tweeëndertig boeren hier in het noorden – en zelfs drie buren die ik zelf ken. Na de begrafenis van mijn derde buur – die zonder een kerkelijke dienst begraven werd –– zijn alle boeren met de auto elkaar gaan opzoeken. We moesten elkaar spreken. Eigenlijk hadden we elkaar niks te zeggen, afgezien van die zelfmoord – maar het was bedoeld om nog meer zulke gevallen te voorkomen, als het mogelijk is. Bij de veeboeren in Bretagne willen ze zelfs geen statistieken meer bijhouden. Als een boer daar ’s nachts naar het vee gaat kijken, dan zal de boerin haar man vergezellen. Veel varkensboeren zitten met achterstallige schuld bovenop hun lening, die in totaal meer waard is dan hun hele bedrijf.
Op het landbouwsalon hebben we deze situatie aangekaart bij onze president Sarkozy, maar die antwoordde dat wij boeren al 35 jaar zo hard klagen dat hij niet veel belang meer hecht aan onze woorden. Eigenlijk zijn we teleurgesteld in Sarkozy en hij zal bij de volgende verkiezingen zeker onze stem niet krijgen, of toch niet zomaar. De Villepin – die vroeger eerste minister was, een goede vriend was van Jacques Chirac en die openlijk nee zei tegen de Amerikaanse invasie in Irak – bracht zes uur door tussen de dieren en boeren op het landbouwsalon in Parijs en er is een grote kans dat hij de boeren achter zich schaart. Sarkozy, die liep in versneld tempo door het salon. Wee degene die zich niet uit de voeten maakt of hij scheldt hem uit – zoals vorig jaar gebeurde.
De bergboeren uit Macon, die door hun winterreserves heen zitten en voorlopig hun dieren niet buiten kunnen laten, vragen om hulp, maar ze kunnen ons niet betalen. In de Vendée – een andere streek, waar de velden en weiden door de zee overspoeld werden zodat ze voor jaren onvruchtbaar zijn – vragen ze ook om hulp. Het Noord-Franse hulpfonds Secours Populaire heeft zich over hun lot ontfermd. Zolang er hulpgeld binnenkomt, gaat het dagelijks een vrachtwagen met stro sturen.
– Pierre Michels

Thema: Rubric. Blog op Wordpress.com.

Follow

Get every new post delivered to your Inbox.