Mijn dagboeken in Boer & Tuinder

oktober 2, 2010

Wie niet zaait zal niet oogsten.

Gearchiveerd onder: Dagboek B&T,Luc Callemeyn — melkbrigade @ 3:02 pm

De organisatie van onze opendeurdag op 22 augustus mogen wij gerust in onze geschiedenisboeken schrijven. Wie zich ooit met zoiets heeft beziggehouden weet dat dit bergen werk met zich meebrengt. Wanneer het resultaat echter goed is dan vergeet je dat vlug. Een succes was het zeker, want wij schatten het bezoekersaantal toch op ongeveer 4000. Wij waren ook bijzonder verheugd dat wij zoveel mensen konden begroeten die vaste klant waren van de markt te Brugge. Daarnaast hadden wij niet minder dan 420 lekkerbekken op de middag om onze kaasschotel te proeven. Voor de drankvoorziening in de tent konden we rekenen op de steun van de jonge KLJ van Jabbeke, op en rond het bedrijf deden buren, familie en vrienden hun uiterste best om hun beste beentje voor te zetten. De hele dag hadden wij een bijzonder goed gevoel hoe het allemaal op wieltjes liep omdat wij zagen dat iedereen op de perfecte plaats ingeschakeld was, elk volgens zijn capaciteiten en mogelijkheden. Dat ging vanaf het persoonlijke onthaal aan de ingang tot de karnemelk proeverij, de kinderanimatie, de drankbedeling in de tent en aan de machine expo, de verkoop van kaas in onze nieuwe winkel tot de algemene orde op de boerderij. Zo bleef er voor onszelf voldoende ruimte om iedereen persoonlijk te begroeten. Wij hebben wel ervaren dat wij misschien wel 500 tot 1000 collega’s uit de landbouw “gemist” hebben. Het was immers die zondag zeer goed weer en heel de streek was met man en macht bezig om de restanten van de oogst binnen te halen. Maar zo konden wij een veelgehoorde opmerking weerleggen dat het zo moeilijk is om de burger te bereiken op een opendeurdag, dat het altijd boeren zijn die bij boeren op bezoek gaan. Bij ons was onze echte klant duidelijk in de meerderheid.
Was er dan niets minder rooskleurig te melden? Jawel, dat zoiets voor één dag organiseren allemaal zoveel geld kost. Een spantent van 45 meter mét plankenvloer, tafels, stoelen, versiering, drukwerk en promotie, veiligheid, proevertjes, kookdemonstaties en al het werk van de opkuis voordien, de stallen waren dan ook van top tot teen gereinigd én begaanbaar voor de bezoekers. Gelukkig is er goed gewerkt in de nieuwe hoevewinkel door onze enthousiaste verkoopsters. Zo nu en dan zie je eens afgunstige gezichten die je fijntjes melden dat er wel goed verkocht is in de winkel hé ? Dat zijn van die simpele zielen die nog nooit van economie gehoord hebben en die denken als je 10€ verkoopt dat je die 10€ dan privé mag uitgeven. Was het maar waar, al die kaas die bij ons maanden (of jaren) ligt te rijpen dat is wel ons uitgestelde melkgeld, vermeerderd met de productiekosten en onze arbeid! Maar je hoort ons niet klagen, zelfs nu nog krijgen wij nieuwe klanten over de vloer die afkomen op de gevoerde promotie of klanten van de markt die toch zo blij zijn dat ze “hun” kaasboerin eens aan het werk gezien hebben. Het is ook positief dat wij soms gecontacteerd worden door diensten of organisaties die plots ontdekken dat hier geen prutsboertje aan het werk is maar dat dit op een echte KMO gelijkt. Zo werden wij na de opendeurdag door de voorzitter van Unizo genomineerd als kandidaat voor “Creatiefste ondernemer van Noord-West Vlaanderen”. Jawel!
Ja, dit lijkt misschien op stoefen met onszelf dat wij zo populair zijn. Soms heeft dit ook zijn negatieve gevolgen. Zo werden wij in de voorbije week driemaal gecontacteerd om mee te werken aan een sociaal project ter bevordering van sociaal zwakkeren of ontwikkelingshulp. De verhalen waren divers, maar er was één constante, er werd beroep gedaan op onze bereidwilligheid of onze vrijgevigheid om hun project uit te voeren. Met de beste wil van de wereld, maar moeten wij daarvoor zwaar investeren in een aantal nieuwe gebouwen, in jarenlange know-how en ervaring? Daarnaast werden wij deze week gecontacteerd om een onderdeel te vormen van het nieuwe kookprogramma “Dagelijkse kost” op Eén. De moderne programmamaker stuurt een jongedame uit om een voor-verslagje te maken met wat foto’s en regelt de rest via telefoon en mail. Uren zijn we er al mee bezig geweest. En dan moet je nog plooien naar hun agenda: hun plan was om rond de middag tegelijk het kaasmaken en het melken te filmen. Eigenlijk beantwoorden wij niet helemaal aan hun normen want zij zochten een authentieke kaasmakerij met veel hout en weinig inox en misschien liefst nog een kromgewerkte maar enthousiaste boerin erbij. Op 24 oktober komt dit in het programma en er zullen allicht weer een aantal nieuwe mensen zijn die dit gezien hebben. Maar promotie loopt niet altijd van een leien dakje. Zorgen voor een prima product is het belangrijkste. Zo moeten wij nu al beginnen kaas maken als wij nog iets willen verkopen op Agriflanders in januari.

Luc Callemeyn
creatieve melkproducent

De nazomer

Gearchiveerd onder: Dagboek B&T — melkbrigade @ 3:01 pm

Pierre Michels, gemigreerde Vlaamse akkerboer

Uiteindelijk heb ik dan toch mijn dak vol zonnepanelen laten plaatsen. De oude asbestplaten hebben we zelf verwijderd, maar we kunnen ze nergens kwijt, zelfs niet op het containerpark. Half oktober, als de omvormers toekomen, hoop ik dat het systeem in werking treedt. Nog een geluk dat de verkoper de formulieren vóór 1 september heeft ingediend. Oorspronkelijk zouden we 60 cent krijgen per kilowattuur (kWh), maar die prijs ging op 1 januari naar 50 cent en nu naar 42 cent – en dat zou het systeem onrendabel maken. Kort gezegd, de Franse regering zakt hier sneller met de afnameprijs dan de zonnepanelen dalen in aankoopprijs.
Ik heb nu een contract van 50 cent per kWh gedurende twintig jaar. In theorie moet de installatie na twaalf jaar terugbetaald zijn. De installatieprijs is 4300 euro per kilowattpiek (kWp). Voor het dak op mijn huis ben ik nu ook aan het onderhandelen. Dat zou opnieuw zo’n 230 m² panelen zijn. De prijs hiervoor komt op 3600 euro per kWp, voor monokristallijne, niet-Chinese panelen. Voor de elektriciteit opgewekt op een huis krijg ik 51 cent per kWh gedurende twintig jaar. Voor zonnepanelen op een huis betalen ze dus meer dan voor panelen op de stal. Het dossier zou klaar moeten zijn voor 2011, want daarna zakken de prijzen van de energie opnieuw. De Franse regering heeft wel het inkomen uit nevenactiviteiten zoals zonne-energie opgetrokken van 50.000 naar 100.000 euro per jaar, zonder dat je een aparte vennootschap hoeft op te richten.
Er zijn nog weinig banken die zo’n projecten willen financieren en van mijn verzekeraar hoor ik ook niets meer.
We zijn onze eerste aardappelen beginnen te rooien en ik zie weinig verschil qua opbrengst tegenover vorig jaar. Aan de Franse boer waar mijn zoon soms helpt, bood de koper 280 euro/ton voor Charlotte. Omdat mijn zoon bij de prijsonderhandeling was, weet ik dat die boer 300 euro wil voor zijn aardappelen. Hij gaat ze nu opslaan in palloxen in zijn koeling, want hij is zeker is dat hij deze winter wel die prijs zal krijgen.
Intussen heb ik eens getelefoneerd naar de Belgische conservenerwtenindustrie. Die zijn blijkbaar absoluut niet van plan om voor volgend jaar hun contractprijzen te verhogen, zelfs de oppervlakte niet. Wel, volgend jaar zullen ze hier slechts een hoek en een kant krijgen – als ze braaf zijn. Wij Franse boeren zijn niet onnozel, hoor. Ze komen hier anderzijds met tarwecontracten van 180 euro/ton voor levering in november 2011 of 173 euro bij de oogst in 2011.
Het koolzaad is financieel goed geweest. Ik zie trouwens dat er meer gezaaid is eind augustus. Maar ja, ze moet de winter nog doorkomen. Onze suikerfabriek biedt ons bietenquota aan tegen 22 euro/ton. Dat quotum komt van een overzees departement, waar ze gestopt zijn met de bietenteelt. Ik heb zoveel aangevraagd als ik kan krijgen.
In totaal hebben we een 850 ha tarwestro geperst en amper 80 ha wintergerst. Op die 850 ha heb ik juist 4999 pakken van 300 kg geperst. Dat maakt 1760 kg stro per ha en dat is belachelijk weinig. Vorig jaar was dat 2300 kg/hectare en zelfs dat was niet veel.
Dit jaar heb ik van mijn weide van 102 hectare op de luchthaven in totaal 300 kg hooi per hectare opgeraapt. Ik kan er zelfs de compost en stikstof niet mee betalen die ik erop geworpen heb. Ik ga er nog twee jaar verder op boeren en als het rendement niet verhoogt, dan stop ik ermee. Het ergst van al is dat een oude Franse boer me had verwittigd dat het gras het enkel goed doet vanaf de grens van Noord-Frankrijk. Dus in België is het beter en in Nederland nog beter.
Op de luchthaven mag ik ook nog luzerne zaaien, maar ik kan dat aan niemand verkopen – tenzij we starten met rundvee. Ik word nu 53. Is het nu nog nodig dat ik als een zot blijf werken? Als ik mijn beide zonen en vrouw niet rond mij heb, ontzie ik het me eigenlijk. Waarschijnlijk zal ik moeten werken tot mijn 67 jaar, dus nog 15 jaar. Mijn zonen vinden dat ik nu een nieuwe tractor met een stropers moet kopen, maar dat is opnieuw 200.000 euro die we moeten ophoesten in alsmaar slechtere tijden. De gloriejaren van de rundveeboeren komen immers niet terug. Dus gaan we maar vooruit in de zonnepanelen. Daar hoef je tenminste niet aan te werken. Ik moet enkel de productiehoeveelheid opvolgen via de computer.

Onze zomer van 2010

Gearchiveerd onder: Dagboek B&T — melkbrigade @ 3:00 pm

Sofie Vansteelandt, witloofteler

Het is gewoon onvoorstelbaar hoe grillig Moeder Natuur kan zijn. We moeten dringend aardappelen rooien en we weten op geen honderd jaar of het zal lukken. Het heeft de laatste maand enorm veel geregend. Men beweert dat ons klimaat begint te veranderen en je zou het nog gaan geloven ook. Pas op, ik ben absoluut niet groengezind, maar ik heb nu toch mijn twijfels.
Tijdens de maand juli rooien we bloemkolen. Dat beschouwen we als de vakantiejob van onze juniors, maar ook voor onszelf blijft het een beetje plezant. We kunnen eindelijk de deur van het pluklokaal dichttrekken. De zon lonkte al een heuse tijd, maar zolang we witloof kweken, zijn we genoodzaakt om binnen te werken. We hadden bij de bloemkolen maar één groot probleem: onze plantjes hadden enorme dorst en wijzelf hebben niet genoeg grondwater. Dus was er maar één oplossing: water laten komen. Een transporteur in ons dorp is verschillende malen onze open put met water komen vullen. Mijn oudste zoon en mijn man wisselden af om het water rond te voeren. Het was een kwestie van de bloemkoolplantjes in leven te houden. Het is een ware zegen wanneer je als landbouwer bij een beek of plas woont. Tijdens de wintermaanden kan dat wel roet in het eten gooien, maar ’s zomers ben je toch gerust. We hebben het overleefd. Ik zei steeds: “En dat het in de winter zo nat kan zijn, onvoorstelbaar!” Maar het is nog geen winter en het is al zo ver. Momenteel schijnt de zon wel en we genieten van de laatste zomerse zonnestralen.
De kogel is door de kerk. Wie mijn dagboekbijdrage trouw leest, zal zich wel herinneren dat mijn jongste zoon graag kokkerelt. Wel, op 1 september is hij van school veranderd. Vroeger ging hij samen met zijn broer naar de landbouwschool. Hij zou tuinaanlegger worden. Mijn oudste zoon wil boer worden en de zaak voortzetten. Geen nood: een boer en een tuinaanlegger en mijn broodje zou binnen de kortste keren gebakken zijn. Maar van broodjes gesproken: de jongste is nu dus gestart in de bakkersschool in Brugge. Dat is wel een enorme omschakeling. Waarschijnlijk zal hij nu zijn gading vinden. De lessen zijn pas een tweetal weken bezig, maar op dit ogenblik denkt hij dat hij de juiste keuze gemaakt heeft. Het is wel een school met een totaal ander regime: beleefdheid en vóórkomen spelen er nog een belangrijke rol. Ik ben daar absoluut voorstander van, onze jeugd kan wel wat discipline gebruiken. Ik bedoel daarmee ‘de jeugd in het algemeen’, natuurlijk. Laten we enkele voorbeelden bekijken. Als je ’s morgens in je klas binnenkomt, blijf je naast je bank staan totdat de leerkracht zegt dat je mag gaan zitten. Als wij ergens binnenkomen, gaan we toch ook niet op de eerste de beste stoel zitten? Wij blijven toch ook beleefd wachten? ’s Morgens wandelt er een leerkracht op de speelplaats om de uniformen te controleren. Geen probleem, je kent de regels van het huis en die moeten gerespecteerd worden. Dat hoort in mijn huis ook zo. Dus, laat onze jongste maar begaan … We hopen binnen de kortste keren ons eerste stukje taart te mogen verorberen. We zijn in ieder geval in blijde verwachting ervan!
Onze grote vakantie is wel in mineur geëindigd. Mijn schoonmoeder is op 74-jarige leeftijd overleden. In 2008 werd bij haar voor de eerste keer kanker vastgesteld. Ze heeft een zware chemosessie ondergaan en na een hele tijd werd ze weer beter. Haar haren groeiden terug en we dachten allemaal dat het ergste achter de rug was. Na een ruim jaar is ze hervallen en toen is het geleidelijk bergafwaarts gegaan. Ik denk dat ze de enige patiënt was die zo’n doorzettingsvermogen en vechtlust had. Als je op bezoek ging, had je je eigen problemen verteld en ze had aandachtig geluisterd, maar van haar eigen ellende sprak ze niet. Veel mensen hebben haar gekend. Ze was een actief bestuurslid van onze KVLV en ze was ook een van de pioniers die in de jaren 70 in het proefcentrum van Beitem witloof leerden telen.
We hebben weer eens ons lesje geleerd. ‘De bomma’ is gestorven en ze heeft niks meegenomen – noch haar mooie bloemen, noch haar mooie foto’s. Alles laat je achter als je sterft. We werken veel, maar naast ons werk proberen we ook nog een leven te leiden en te genieten. Dan kan je natuurlijk de vraag stellen: “Wat is genieten?” Een antwoord daarop geven, is moeilijk, maar ik denk dat je dat voor jezelf moet uitmaken.
We zien het leven vanuit een ander oogpunt. Een sterfgeval in je naaste familiekring stemt toch tot nadenken. Waar zijn we in godsnaam toch dikwijls mee bezig? Veel dingen worden nu weer tot de groep van de futiliteiten verbannen en belangrijkere zaken komen op de voorgrond.

‘Ik heb een tuintje in mijn hart, alleen voor jou’

Gearchiveerd onder: Henk van Beek — melkbrigade @ 2:59 pm

Henk van Beek, boomkweker

Wat is het weer snel gegaan. De eerste week van september ligt alweer achter ons. De jongeren zijn weer naar school. Ik zie sommige boeren voor een laatste maal gras rapen en het zal waarschijnlijk niet meer lang duren voor ze aan de maïs beginnen. Ook in de boomkwekerij is het nu volop bedrijvigheid met leveren, uitsluitend containerplanten dan.
Ook hier zijn we dagelijks in de weer met het klaarmaken van orders, voor tuincentra zowel als voor de export. Dat is op zich een goed teken, geloof ik, maar dat weet je nooit zeker. Hier was het zo erg dat we eind juli onze eerste levering moesten doen. Planten stonden net buiten op hun plaats en waren in volle groei. Maar de klant is koning; dus als zij vragen, dan leveren wij – ook al heb ik er een hekel aan om planten zo vroeg in het seizoen af te leveren. Dat maakte dat we niet echt rust hebben gekend deze zomer. Al waren we dankzij de hulp van een jobstudent tijdig klaar met de grote werkzaamheden. Door die vroege afroep van de planten en omdat we nog een restantpartij heide veilden begin augustus, hadden we alle dagen wat om handen. Daar kwam nog bij dat we steeds het nodige snoeiwerk hebben. We moeten wildopslag verwijderen, onkruid wieden en tijdig ingrijpen bij plagen en ziekten. Gelukkig was de druk van plagen en ziekten relatief laag hier.
Augustus was goddank niet extreem warm, met geregeld een goede regenbui. Beter dan juli, toen vroeg vooral het beregenen veel van mijn tijd en zelfs extra avondwerk. Hoe zwoel de zomer ook mag zijn, een prille relatie is snel bekoeld wanneer ze te weinig aandacht krijgt. En zo ben je weer single. Ben ik te laat voor het nieuwe seizoen van ‘Boer zkt vrouw’? Misschien maar goed ook.
Deze week stond de boomkwekerijsector nog eens versteld. Nederlandse vakbladen bevestigden dat een van de grotere laanbomenkwekers officieel failliet was. Een bedrijf met naam en faam, meer dan 120 hectare jonge én oude laanbomen, en 28 mensen in dienst. Met een beetje geluk zou men proberen een doorstart te maken, indien er investeerders opdagen. Veel succes, zou ik zeggen. De oorzaak van het faillissement was een sterk verminderde afzet naar het buitenland, maar het fijne weet je toch nooit. Het is trouwens niet de eerste maal dat we dergelijk nieuws vernemen. Hier in België zijn de laatste decennia al meerdere grote boomkwekerijen failliet gegaan. De juiste oorzaak verneem je nooit. Vaak worden er nog enkele kleine bedrijven meegesleurd naar de afgrond. Laat het toch maar een teken aan wand zijn van hoe kwetsbaar je bent als bedrijf, zeker nu. Zou het aan de economie liggen? Tuurlijk niet, dit ligt gewoon aan onszelf.
Al meer dan tien jaar doen wij zaken met Scandinavische klanten. Het transport gebeurt steeds door internationaaltransportbedrijven. In de beginjaren waren dit vaak Denen, Duitsers of soms Nederlanders; de laatste vijf jaar bijna uitsluitend Oostblokkers – Polen, Roemeners of Wit-Russen. De laatste weken hebben we er weer drie op bezoek gehad. Met moeite parkeren ze achteruit op het erf. Ze spreken enkel hun moedertaal, geen Engels, Duits of Frans. En ook CMR-papieren invullen, lukt ze niet. Je krijgt een blanco exemplaar in de handen gestopt, waarbij ze met gebaren duidelijk maken dat je die moet invullen. Persoonlijk heb ik niks tegen die mensen, maar waarom? Een teken aan de wand?
Hebt u vorige week ook ‘Op de eerste rij’ van onze voorzitter Piet gelezen. Moet u toch eens doen als dat nog niet gebeurde. Het ging over zijn verblijf in het arme Afrika. Een prachtige samenvatting over het leven zoals het daar is. Maar vergeet niet, zelfs mijn grootvader heeft nog met paard en kar gereden en zijn koeien gemolken met de hand. Ik weet wel dat ik het niet mag doen, maar ik word steeds nostalgischer met het ouder worden. Ook mijn ambitie verlies ik zo nu en dan. Misschien zit het in de genen, maar ik wil geen zwartkijker zijn. Ik wil een realist zijn. Zo zie ik ook dat we harder moeten werken om net evenveel over te houden, met veel verplichtingen. Dát mag wel, dít mag niet. Administratie alsof ik na mijn uren een ambtenaar ben. Ik durf het niet te zeggen, maar als ik me niet vergis wil het GLB de ketenvorming versterken, terwijl we naar mijn bescheiden mening net in dat bedje ziek zijn. Ik heb erg veel moeite om daar dan ook in te geloven. Was ik maar een boomkweker in Afrika, dan moest het mooiste nu nog komen.
En toch gaan we verder, rug recht, met het gezicht in de zon, genietend van de nazomer. Het is nu maandag 6 september, net over 22 uur. Er kwamen net weer twee faxen en een mail binnen voor orders die woensdag moeten klaarstaan. We weten dus weer wat doen morgen, gelukkig.
Heeft u zondag nog geen plannen! Loenhout is nog steeds een ‘Dorp in Kijker’, met een hoogdag dit weekend – de Bloemencorso. Iedereen welkom.
-Henk Van Beek-

Thema: Rubric. Blog op Wordpress.com.

Follow

Get every new post delivered to your Inbox.