Mijn dagboeken in Boer & Tuinder

september 4, 2009

Adembenemend

Ingedeeld onder: Luc Callemeyn — melkbrigade @ 12:00 am

Op een mooie zomerse zondagavond was ik eens bezig aan de paperassen. Dat is niet zo verwonderlijk, tijdens de week zijn we druk aan het werk en dan worden al die enveloppen en papieren al vlug op een stapel gelegd. Zo nam ik ook een brief ter hand van de Mestbank. Weer ergens een toelichting om iets te doen wat we niet graag doen dacht ik. Ik ben niet erg schrikachtig meer, maar toen ik de inhoud van die brief aan het lezen was moet mij een wel erg hoorbare zucht ontsnapt zijn. Krista kwam zelfs vanuit de zetel kijken wat er scheelde. En dat was niet van de poes! Er werd mij een heffing opgelegd die ongeveer 10.000 euro te hoog was omdat ik niet genoeg aan de mestverwerkingsplicht had voldaan … in 2006!
Vele jaren geleden hadden wij als gemengd bedrijf nog varkens op de boerderij. Omdat ons hart meer bij de koeien lag dan bij de varkens hebben wij toen onze stallen verhuurd aan een zeugenhouder die zo met zijn eigen biggen een gesloten bedrijf maakte. Een sanitaire ideale droom dus. Maar toen de mestwetgeving opkwam besloten wij dat de eigenaar van de varkens ook eigenaar van de mest moest worden en zorgen voor de (betalende) mestafzet. Plots kwam echter minister Dua op de proppen die het nodig vond om mestrechten toe te wijzen aan personen, en dat vonden wij in ons geval natuurlijk niet zo juist. In volledige samenspraak met de huurder van onze stallen hebben wij toen die mestrechten op ons laten zetten, maar daarmee beschouwde men ons als overnemer uit een groot bedrijf en zo erfden wij de besmetting van de mestverwerkingsplicht. Ondertussen hebben wij al lang geen varkens meer hier, het andere bedrijf is ook al grotendeels afgebouwd, maar de heffing blijft bestaan. Al vier jaar op rij betaalden wij daar een boete voor van ongeveer 1900 euro, maar dit jaar was men er op de administratie van de Mestbank in geslaagd om ons een verkeerde berekening voor te schotelen van bijna 10.000 euro te hoog. Een mens zou van minder verschieten. Onnodig te zeggen dat dit in deze moeilijke tijden in de landbouw bijzonder ongelegen komt. Maar hoe is het eigenlijk zover kunnen komen dat iemand daar in de Mestbank (enkele tientallen?) verkeerde aangiftes verstuurd heeft? De wegen van de Mestbank zijn ondoorgrondelijk en ik zal het allicht nooit weten.
Toen ik deze heffing kreeg werd het mij gelijk bijna zwart voor de ogen. Eigenlijk dacht ik dat ik door de nieuwe reglementering van die heffing af was. Ik wist al dat die van vroeger 5 jaar ging lopen. En ik dacht dat die ten einde was. Met deze nieuwe heffing dacht ik dat ik nu misschien een nieuwe cyclus ingezet had van 5 jaar. De hoge heffing was dus van 2006. Ik wist al dat ik ook in 2007 en 2008 niet voldoende mest had verwerkt (gewoon omdat ik dat niet verplicht was) dus zag ik dat cijfer van de heffing al vermenigvuldigen met een factor 3. Meteen begon ik aan mezelf te twijfelen over mijn capaciteiten als manager van mijn bedrijf. Had ik iets over het hoofd gezien? Iets verkeerd ingeschat? En zou een stommiteit mij uiteindelijk misschien wel 50.000 euro gaan kosten? Allemaal vragen die mij die avond te binnen schoten. Later bedacht ik wat een minder sterke persoonlijkheid had kunnen doen als hij bijvoorbeeld die avond langs de loods zou lopen en daar een touw zien liggen …. En dat allemaal door een fout van de Mestbank. Boeren vandaag lopen (financieel) op de toppen van de tenen, en voor een administratieve fout aan Mestbank, Sanitel of premies worden zij gestraft met 500 of 5000 euro, het lijkt wel een willekeur. Ik vraag mij af als die verantwoordelijke van de Mestbank voor zijn onbedachte daad zal aangesproken worden? Of misschien zal het zijn chef nooit opvallen.
In ieder geval was ik er nog niet van af. In eerste instantie wilde ik mij tot een bekende politieker wenden die hier en daar wel wat te zeggen heeft. Daarna dacht ik mij een gerenomeerde advokaat aan te schaffen. Eentje die de rechtbank zou binnenstormen en die zou zeggen: “Luistert eens hier jongens, zo zit dat, en maakt dat eens gauw in orde”. Niets van dat alles, ik legde mijn geval uit aan de dienst die ook mijn mestbank aangiftes verzorgt, en die kon mij vertellen dat de Mestbank toegaf een fout te hebben gemaakt. Daarna maakt ik een afspraak met de verantwoordelijke van die dienst heffingen. Er was inderdaad een fout gemaakt, zo vertelde hij. Ik moest nu maar een bezwaar indienen. Ik zuchtte weer. Ik moest dus een bezwaar indienen dat mij handenvol geld zou kosten, terwijl de Mestbank al wist dat ze zelf in de fout waren . Ik ben nogal voor simpele oplossingen, dus stelde ik voor om mij gewoon een nieuwe, juiste heffing te bezorgen, en die vorige, zand erover. Ja, maar dat kon niet want eens een heffing uitgeschreven was moest die ook geïnd worden. Administratie!! Ik mocht dat bezwaar ook zelf en in mijn eigen woorden doen en dat heb ik dan op grond van de eerder medegedeelde gegevens zo goed en zo kwaad mogelijk gedaan.
Nog even de adem inhouden tot er een antwoord komt.

Luc Callemeyn

juni 17, 2009

Land van hoop en glorie?

Ingedeeld onder: Luc Callemeyn — melkbrigade @ 9:33 am

Het is precies 5 jaar geleden dat ik u hier het verslag bracht van onze reis naar Amerika met onze fokkerijclub Westhoek Holsteins. Ik ben nu net een week thuis van de tweede editie. Waar wij de vorige keer de streek van Michigan en vervolgens Canada bezochten, trokken we nu meer naar het warme zuiden met als start de omgeving van Dallas in Texas en vervolgens New Mexico, Arizona, Nevada en California. Niet alleen het klimaat was er anders (zeer heet), we kwamen ook terecht op de mega-grote bedrijven. Naar schatting hebben wij op onze reis 50.000 koeien gezien en ongeveer 70.000 stuks jongvee. Zo zagen wij bedrijven van 200 tot 10.000 koeien, of ook een jongvee opfokbedrijf met 26.000 dieren van 8 – 23 maand. Niet te geloven allemaal, als je dan met de bus aan het rondrijden bent in de voedergangen en op het bouwblok van een slordige 150 hectaren, loodsen, silo’s en mestopslag inbegrepen. Wat dacht je van een bedrijf waar 7 mengvoerwagens constant voeder aan het bereiden zijn? Of 4000 kalverhutjes waar elke dag 100 à 150 verse kalveren binnenkomen die moeten biest krijgen?
Het was imponerend om te zien, maar tegelijk ook confronterend om te leren hoe men omgaat met de diverse productiefactoren zoals: klimaat, voeder, arbeid, gebouwen en kapitaal.
Het heeft mij verrast dat er zoveel onproductieve oppervlakte is in de VS. Wij hebben ongeveer 6000 km afgelegd met de bus en daarvan was meer dan de helft gebieden met droge prairie, rotsen, bergen of zandvlakten met cactussen. Niet alleen is het daar warm, in de zomer gemiddeld 35-45° met uitschieters tot 50°, er valt ook bijzonder weinig neerslag, tot 300 liter per jaar. Zo zagen we heel veel grote watersproeiers die tot 60 ha in één cirkel konden beregenen, tot 600 liter per vierkante meter. Door de warmte kan men dan wel tot 2 oogsten per jaar hebben (tarwesilage + maïs) maar iedereen vroeg zich af hoe lang zulke roofbouw op het grondwater nog mogelijk is. Het voeder van de grote melkveebedrijven wordt dikwijls van 1000 km ver aangevoerd, liefst zo droog mogelijk om zoveel mogelijk kg ds te vervoeren per vracht. Op de boerderij voegt men dan wel weer water of kaaswei toe voor de smakelijkheid.
De kosten voor gebouwen zijn minimaal, een corral (grote box) afgespannen met staaldraden en een voerhek en in het midden een afdakje voor wat schaduw tegen de verzengende hitte, precies groot genoeg dat alle koeien er onder kunnen. Er zijn dan wel gigantische hoeveelheden ventilatoren die wat luchtstroming moeten teweegbrengen, of ook koudwatersproeiers aan het voerhek. De mest in de corral wordt met de tractor steeds weer verdeeld zodat hij vlug kan opdrogen en die wordt later uitgeschept en verder gecomposteerd en gedroogd voor de akkerbouw. Ofwel wordt de mest uit de loopgangen opgezogen en op een betonvlak verdeeld om te laten drogen. De gangen worden regelmatig gespoeld met recyclagewater van de mestverwerking zodat ook het zand dat uit de ligboxen valt weer kan gerecupereerd worden.
Arbeid is nog steeds vlot beschikbaar in Amerika, en zeker door de huidige recessie is het niet moeilijk om aan goedkope werkkrachten (Mexicanen aan 3-5 dollar per uur) te komen. Kijk dan maar niet te nauw naar hun huisvesting, ik zag krotjes waar je in Vlaanderen nog geen vergunning zou voor krijgen om varkens in te houden. Wat betreft efficiëntie is er nog niet veel veranderd, 1 man doet net als bij ons ongeveer 50 koeien. Op het grootste bedrijf met 10.000 koeien is dit wel 200 man personeel, om dat te leiden moet je niet enkel een goede koeiboer zijn, maar ook een uitstekend manager!
De capaciteiten van de manager komen in deze moeilijke tijd voor de melkveehouderij ook tot uiting in het beheer of aantrekken van kapitaal. Vele bedrijven in de VS staan dezer dagen op de rand van het failliet vanwege lage melkprijs, hoge voederkosten en grote aflossingen. Waar we 5 jaar geleden zagen dat vele bedrijven bezig waren om te verdubbelen of meer, zagen we nu mooie recente bedrijven van ongeveer 2000 koeien die niet volzet waren of die leeg stonden. Het laatste jaar geen vaarzen ingeschakeld, of helemaal failliet. Een volgende confrontatie met het kapitaal wordt de volgende maïsoogst. Veel akkerbouwers zijn voor hun vorige oogst nog niet betaald, en wanneer die nu in juli-aug beslissen om niet te hakselen als voeder maar om hun maïs te dorsen (momenteel voor zeer goede prijzen), dan verdwijnt een groot ruwvoederpotentieel.
Bij onze laatste bedrijven die we bezochten bespeurden wij een zekere kentering. Eentje was zijn bevloeide gronden aan het omschakelen van dierenvoeder naar wijngaarden en amandelnoten, een ander maakte plannen om de bio-melk van zijn 800 koeien te gaan verwerken tot boter en kaas. Tja, ook daar staat de evolutie niet stil.
Ik ben blij dat ik weer terug ben, straks kan ik 3 ha tweede snede gaan maaien voor mijn 75 koeien. Toch weer met de voetjes op de grond.

Luc Callemeyn

april 17, 2009

Innovatie of creativiteit.

Ingedeeld onder: Luc Callemeyn — melkbrigade @ 7:42 pm

Vorige zomer en deze winter konden we deelnemen aan een reeks van activiteiten van het Innovatiesteunpunt. Daarbij een bemerking: om halfacht ’s avonds een vergadering beginnen, is voor mij als creatieve en hardwerkende mens veel te vroeg. Ik was dus nu en dan wel eens te laat.

Het bezoek aan het heftruckbedrijf Thermote & Vanhalst (boerenzonen!) heb ik gemist, maar even later waren wij er wel bij voor een bezoek aan Gandaham. Met één tussenstap evolueert men van een anoniem goedkoop bulkproduct (varkenshesp) tot een delicatesse met merknaam – met daarbij heel veel toegevoegde waarde. De bedrijfsleider is niet bang om wat aangeboden kansen uit te proberen, ook al horen die niet meteen tot zijn eigen productengamma. Een derde bezoek aan het Distributiecentrum van Colruyt was over heel de lijn adembenemend. Het bedrijf heeft een enorm logistiek apparaat ter beschikking, om honderden tonnen van het fijnste voedsel op de juiste plaats te krijgen. Het indrukwekkendst was de gerobotiseerde inrichting voor groenten en fruit, die de kisten sorteerde die van de veiling kwamen en ze geheel geautomatiseerd opnieuw samenbracht per winkel volgens bestelbon. Van het gegeven dat al dat voedsel eerst primair door boerenhanden is voortgebracht, is nog weinig herkenbaar. En zeker van een eerlijke prijs is niets te merken. In hun verkooppraatje gaan ze wel uit van vaste en langdurende relaties, maar dat weerhoudt hen er niet van om te proberen hun marge te vergroten door te knibbelen op de inkoopprijzen. Onze verkoopprijzen dus.

Deze winter werden ook enkele vergaderingen georganiseerd met daarbij als centrale thema ‘Hoe kunnen we de aankoper het beste verleiden?’ Zo konden we luisteren naar Fons van Dyck, die ons inzicht bracht in de consument en zijn boek Het merk mens voorstelde. Daarna was er een sessie over het ontwikkelen van een sterk merk en de daarbij horende administratieve hindernissen. Een volgende vergadering met spreker Johan Lambrecht behandelde de strategie en missie van het bedrijf.

Enkele rode draden heb ik alvast onthouden. Vooreerst moet een bedrijf authentiek zijn. Dat wil zeggen dat het geen probleem is om te vertellen dat je hetgene wat je (goed) doet al jaren zo doet. Successen in het verleden geven de beste voorspelling van succes in de toekomst. Never change a winning team. Daarbij is het ook belangrijk dat een bedrijf een vastgelegde missie heeft, die aangeeft waar het naartoe wil in de toekomst en waar het voor staat. Elke medewerker moet die missie uitstralen. Bepaal een doel en ga er recht op af. Zijsprongetjes zijn toegelaten, zolang ze de oorspronkelijke missie niet in gevaar brengen.

Hoe meer ik naar dergelijke voordrachten luister, hoe meer ik besef dat wij met zijn allen geweldig goed bezig zijn. Wij boeren zijn toch authentiek? Wij werken al generaties op een bedrijf dat onze voorouders moeizaam opgebouwd hebben. Een boer herken je van op afstand, dat zie je, dat hoor je, en in het slechtste geval ruik je het. We zijn bereid om vast te pakken en we zijn voor 100 procent begaan met ons beroep. De meesten kunnen bijna over niks anders praten. We hebben een duidelijke missie, want we hebben al lang voor ogen wat we willen en gaan tot het uiterste, zelfs als het niet eens zeker is dat er geldelijk gewin aan te pas zal komen.

In heel de reeks van voordrachten heb ik echter het meest bewondering gekregen voor de sector van de siertelers. Zij moeten al drie jaar van tevoren kunnen inschatten wat de markttendensen zullen zijn naar vorm, kleur en aantallen. Vervolgens moeten ze stekken uitplanten, nieuwe ziekten leren bestrijden en een persoonlijke vorm aan hun planten geven. Daarna moet er verkocht worden en moeten ze geheel volgens eigen inzicht een eerlijke prijs bepalen en zichzelf verzekeren dat ze met een betrouwbare handelaar in zee gaan. Een internationale visie is hierbij zelfs onontbeerlijk. Siertelers ontwikkelen zelf hun planten, kruisen en experimenteren en moeten zelfs soms patenten aanvragen op hun creaties, anders is er concurrentie door de buren of zelfs de Chinezen. Heel iets anders dan de melk-, runder-, varkens-, kippen- en akkerbouwsector, die meestal bulkproducten voortbrengen en prijsnemend zijn.

Bij het woord ‘Innovatie’ denkt men meestal aan iets geheel nieuws. Na vele jaren Innovatiesteunpunt van de Boerenbond is het mij duidelijk geworden dat het creëren van een nieuwe landbouwtak niet meteen voor het grijpen ligt. Er is echter een veelheid van gebieden die kunnen doorontwikkelen. Hoofdzaak is dat je heel veel creativiteit aan de dag legt bij de aangeboden kansen. En die zijn er elke dag, we moeten de ogen open houden voor elke nieuwe ontwikkeling. Daarbij moeten we niet kijken ‘wat’ een ander doet, maar ‘hoe’ hij het doet.
Een oud-leraar zei ooit (in het West-Vlaams): “Het geld ligt achter straate, maar je moet het willen en kunnen zien en je moet je bukken om het op te rapen.”

Luc Callemeyn

februari 13, 2009

En de boer, hij betaalde voort…

Ingedeeld onder: Luc Callemeyn — melkbrigade @ 12:00 am

Elke dag hoor je op radio en TV berichten van grote multinationals die tienduizenden werknemers ontslaan. De eisen die men stelt vanuit de vakbondshoek waren altijd maar gericht op minder werken en meer verdienen en meer consumeren als gevolg. Plots is deze zeepbel uit elkaar gespat, orderboekjes bij fabrieken raken stilaan leeg, werknemers worden werkloos gezet, die verdienen dus nu wat minder en houden de portemonnee dicht voor de extra consumptie uitgaven. Voeg erbij dat de banken aan bedrijven in nood al minder overbruggingskredieten vertrekken (als ze al zelf niet in de problemen zitten) en zo blijft de bal maar rollen. En het einde is nog niet in zicht. Wacht nog maar een maand of drie tot ook de onderaannemers in de problemen komen en tot de bouw misschien helemaal stil ligt.
Het lijkt dan wel of alles en iedereen in crisis is. Vorige week las ik in dit ledenblad zelfs over een voedselcrisis. Hoezo? Was er een voedselschandaal? Waren de prijzen te hoog voor de consument. Neen, de prijzen zijn te laag aan de boer. Jammer genoeg is dit eerder het resultaat van een jojo effect op lange termijn waarbij de prijzen eerst naar boven doorschoten, en nu zitten wij in het diepe dal. Zoveel omwentelingen in de prijzen vragen eerst veel geduld tot alles weer op zijn plooi komt. Een volatiele markt dus.
Was u ook op de Boerenfeesten in de voorbije weken? Het leek wel een echte klaagmuur. Boeren vragen dan vertwijfeld of men dan geen enkele garantie meer kan krijgen als verdienste voor het vele werk. Het antwoord is waarschijnlijk even hard als ontnuchterend. Neen. Als men op vandaag grote fabrieken laat failliet gaan en mensen op straat zet, zal men dan dat scenario tegenhouden voor een handjevol boeren? Voeg erbij dat machtige consumenten organisaties alleen maar uit zijn op goedkope aankoop voor de burgers en ik vrees dat onze verzuchtingen niet in hun plaatje passen.
Maar vandaag zijn er wel bedrijfsleiders wie het water tot aan de lippen staat. Noem mij eens een sector waar het wél goed gaat? Melk? Vlees? Akkerbouw? Varkens? Groenten? Fruit? Sierteelt? Het is dan ook schrijnend vast te stellen dat de crisis alvast geen vat lijkt te hebben op de overreglementering die er heerst voor de actieve ondernemers. Voor alles wat je wil doen moet je dossiers opmaken, zenuwslopende vergunningen aanvragen, en vervolgens controle vrezen. En dat moet je alleen maar doen om te mogen werken. Het kost ons allemaal zo veel tijd en handenvol geld. Want elke reglementering is zo complex dat je er best een specialist bijhaalt die aan een exotisch uurtarief werkt, aan wie je eerst je gegevens moet overmaken, die deze samen met jou op jouw aangifte invult, en dat vervolgens in hun envelop verstuurt met jouw handtekening eronder. Hopelijk is alles juist, maar wees gerust, de rekening komt wel. Het kan geen toeval zijn dat adviesbureaus als paddenstoelen uit de grond rijzen en dat grote bureaus constant nieuwe mensen aanwerven. Weet u dat binnen de twee jaar meer dan tienduizend gewone milieuvergunningen moeten worden vernieuwd? Even rekenen, twee dagen werk per dossier is twintigduizend dagen, driehonderd werkdagen per jaar, dat geeft (hoera!) weer werk aan zeventig mensen. En de boer, hij betaalde voort.
Voortdurend komen er nieuwe aangiftes bij, gelukkig (?) meer en meer op de computer. Bij de uitleg krijg je dan steevast te horen dat het maar vijf of tien minuutjes per dag vraagt om regelmatig bij te houden. Tel je even mee? Managementprogramma, Sanitel, mestaangifte, derogatieregistraties, bankverrichtingen, technische boekhouding, mails en info opzoeken. Ik zit al dagelijks aan een vol uur. Als het goed gaat tenminste. Al ooit eens geconfronteerd geweest met een computercrash? Een falend Internet? Een printer die even niet meewil? Hardnekkige foutmeldingen in een programma? Of gewoon als je zelf een griepje van een week hebt. Opgelet, je mag ook niet meer met een hamer op je vingers slaan, want dan kan je niet meer typen.
Gezelle scheef: “Wie schrijft die blijft”. Bij de overheid zeggen ze: “Wie print die wint”. En ik denk soms: “Als we het allemaal blijven slikken, dan zullen we erin verstikken”. Ik zie in deze rompslomp die op ons af komt véél te weinig de inbreng van de landbouworganisaties en ik vrees dat de overweging dat er weer zitdagen en cursussen kunnen gegeven worden aan de leden misschien soms zwaarder wegen dan het gezonde verstand bij het overleggen, bijsturen én afremmen van deze materie in de ontwerpfase.
Allé vooruit, nu nog een pasgeboren kalf proberen aan te geven, dan is die alvast weer legaal in ons bedrijf.

Luc Callemeyn

december 5, 2008

Sinterklaas kapoentje

Ingedeeld onder: Luc Callemeyn — melkbrigade @ 12:00 am

Het zal wel een toeval zijn, maar precies twee jaar geleden mocht ik hier ook het ‘Dagboek’ brengen rond de tijd van Sinterklaas. Wie het nog eens wil nalezen kan dit op www.mijndagboeken.wordpress.com. Ik had het daar in mijn Sinterklaasbrief over een serieuze Piet die een paar maanden voordien uit de lucht gevallen was. U moet niet twijfelen, ik had het toen over onze voorzitter Piet Vanthemsche. Aanvankelijk werd hij door de boeren met behoorlijk wat argwaan bekeken, maar als ik vandaag in Boer&Tuinder lees waar hij allemaal mee bezig is, dan denk ik dat hij op de goede weg is. Niet in het minst heeft hij de begrippen ‘economisch boeren’ en ‘open ruimte voor landbouw’ weer in het spotlicht gezet. Het kan natuurlijk nog beter. Zo wacht ik nog met spanning op de dag waarop hij net zoals Dina Tersago in Boer zkt vrouw over de Boerenbondleden zal spreken als over “mijn boeren”. Voorzitter, dan kom ik op Agriflanders wel een pint met u drinken.

Een paar weken geleden hadden wij hier dan een stagiaire. En niet zomaar één, maar wel een ambtenaar van het ministerie van Landbouw. Ik heb namelijk wel eens in een ‘Dagboek’ geschreven dat ik vond dat nieuwe ambtenaren op landbouwdiensten maar eens op stage moesten op een écht landbouwbedrijf. Het kan niet anders of onze toenmalige minister van Landbouw Leterme moet dit gelezen hebben. Het is nu een voorwaarde geworden dat wie nieuw is op een landbouwdienst binnen het jaar na indiensttreding een paar dagen moet meelopen op een actief bedrijf.
Onze (supervriendelijke) stagiaire heeft zich uitstekend aan haar taak gehouden. Ze was hier net toen wij de maïs aan het hakselen waren. Aangezien het haar doel was om zoveel mogelijk mensen te spreken die met landbouw bezig zijn, zag ik haar van tractor naar tractor overstappen en ze reed zelfs een hele tijd met de hakselaar mee. Daar had de chauffeur wel plezier in! Maar ook in de kaasmakerij en de zuivelbereiding werkte ze mee, zelfs in de verkoop. De reden was dat er dikwijls veel vragen zijn rond de haalbaarheid en de wenselijkheid van bepaalde projecten op de hoeves. Ik ben er dan ook van overtuigd dat dit een prima actie is om te velde van de sfeer te proeven. Zo zie je als ambtenaar ook eens dingen die je van op je bureau niet kan inschatten. Ik kijk zelfs met spanning uit naar het uitgebreide verslag van deze driedaagse aflevering van “Ambtenaar zkt Boer”.

Over controleurs heb ik het hier ook wel al gehad. En het was in de controle net iets drukker dan andere jaren deze zomer. Eerst hadden wij iemand van de VLM die kwam kijken naar onze waterteller. Ja hoor, gewoon kijken was genoeg. En natuurlijk de meterstand (na tien jaar) eens opnemen, de meter voorzien van een loodje (stel je voor dat ik zou gaan frauderen!) en dan nog met de gps de positie van de boorput bepalen. Liegen kan dus niet meer.
Op een mooie herfstdag kwam hier ook een controleur langs om mijn nieuwste loods op te meten. Ook allemaal met vernuftige gps-apparatuur natuurlijk. Neen, ik moest geen meterlintje helpen vasthouden. Ik denk dat deze controleur ondertussen ook de taak had om eens te kijken of die loods daadwerkelijk een landbouwgebruik had en geen caravans of bouwmaterialen huisvestte of zelfs een stokerij of een cannabisplantage. Het schijnt dat dit allemaal meer geld opbrengt dan zuiver landbouw. Neen, bij mij dus gewoon machines en stro. Mij leek het allemaal niet zo nuttig, maar ik denk dat de controleurs wel doorzeggen aan elkaar dat de koffie hier klaarstaat (voor wie zich eerst wil aanmelden).
Op een maandag viel hier een aangetekende brief in de bus van onze btw-controleur dat hij ons vier dagen later op vrijdag een bezoek wilde brengen, omdat wij zo buitensporig veel btw terugvorderden. Alles klaarleggen van facturen, verkoopboeken, aankoopboek, dagontvangsten, bestelbonnen, plannen, bestekken en offertes van de bouw, personeelsregister en bankuittreksels – en dat van twee jaar ver. Onze haren kwamen recht bij het lezen van al dat fraais. Onze boekhouder Bart stelde ons gerust, de soep wordt niet zo heet gedronken als ze wordt opgediend. En dat was ook wel zo, maar heel gerust hebben we die week toch niet geslapen. Achteraf gezien hebben we meer over de boerderij en de marktverkoop gepraat en over de plannen voor ons nieuwe project dan over iets anders, en de controle van de aankoopfacturen viel al bij al wel mee.
Ook de staalnemer van de Mestbank is langsgeweest omdat wij verleden jaar met 130 kg nitraatresidu veel te hoog zaten, het resultaat was nu 93. De Mestbank zal zeggen: “Dat is net 3 te veel” Ik zou erop zeggen: “Niet slecht gewerkt, dat is toch al 30 procent minder!” Als je op de snelweg 3 km te snel rijdt dan krijg je 25 euroboete. Ik vrees dat deze overtreding mij dit jaar weer honderden euro’s zal kosten.

Ik vrees dat ik vrijdagavond wel weer mijn schoen zal moeten zetten voor de Sint.

Luc Callemeyn

oktober 10, 2008

Als de dag van toen …

Ingedeeld onder: Luc Callemeyn — melkbrigade @ 12:00 am

“Als de dag van toen hou ik van jou.
Misschien oprechter en bewuster trouw.
Want toch steeds weer is een dag zonder haar,
Een verloren dag, met stil verlangen naar.”

Er hangen weer speciale sferen in de lucht want een paar weken geleden vierden wij onze twintigste trouwverjaardag. Ja ja, al twintig jaar lang; al 240 maanden, 1040 weken, 7300 dagen en 175.200 uren sinds wij op het historische stadhuis van Damme de even historische woorden “Ja, ik wil” uitspraken. Lang heeft onze vrijage niet moeten duren, op een jaar tijd waren wij er al uit dat wij met elkaar het leven wilden delen. Ik geef toe, wij kenden elkaar al zes jaar ervoor en waren op allerlei niveaus en besturen in KLJ actief met elkaar. En op zo’n manier samenwerken, dingen organiseren met lukken en mislukken, zo leer je elkaar beter kennen dan in een discotheek of via een datingsite.
Als de dag van toen
zitten wij tijdens de week weer met zijn tweetjes aan de keukentafel. Onze drie kinderen zijn al half uitgevlogen, eentje zit al op kot en de andere twee op internaat in Brugge en Torhout. Dat is dus druk als ze thuiskomen, en voor ons ook weer rust als ze een week weg zijn. Wij zijn ervan overtuigd dat dit voor alle partijen het beste is: zij hebben alle mogelijkheden om zich volop aan hun studie en vrienden te wijden en wij staan ook niet meer ‘op uur’ om te eten als ze in hun schoolritme zitten.
Als de dag van toen
hebben wij deze zomer onze betonmolen weer een keer goed doen blinken. Net zoals we toen vol plannen zaten en die ook prompt uitvoerden (en soms maar een vergunning aanvroegen als we al een tijdje bezig waren), hebben wij de laatste maanden gevuld (meer dan gevuld) met ontwerpen, vergunning aanvragen, offertes uitschrijven, vertegenwoordigers ontvangen, vervolgens de prijs nog wat drukken, de markt en het internet afspeuren naar goede aanbiedingen, kraanwerk, rioleringen, betonneren, muren plaatsen, schijven, boren, vijzen en siliconen. Noem het maar gerust dat ons vierde kind op komst is; ik hoop wel dat het geen negen maanden meer gaat duren. We zijn al bijna twee jaar bezig met de voorbereidingen op papier en nu zien wij het stukje bij beetje groeien onder onze handen.
Als de dag van toen
moeten wij vechten voor ons inkomen, en de markten worden er steeds grilliger op. Onze ouders zijn gelukkig nog aan beide zijden in goede gezondheid. Zij hebben het geluk gehad in stabiele tijden te boeren en waren bijna zeker van hun inkomen als ze maar hard genoeg werkten. Vandaag is het omgekeerd: wij zijn verzekerd van hard werk, maar zijn niet zeker van een vast (of voldoende) inkomen.
Als de dag van toen
springen wij ’s morgens fluks uit ons bed. Meer nog, ik heb de indruk dat wij nu vandaag soms eerder opstaan dan vroeger. Ik wil ook nog eens toegeven dat het vandaag soms auw en krak en piep is, maar wij zijn beiden nog niet in groot onderhoud geweest. Van op jonge leeftijd ben ik geconfronteerd met een slechte rug, maar dat is er gelukkig niet erger op geworden. Het is zelfs zo dat ik denk dat ik meer een zere rug heb van op een stoel te zitten dan van te werken. In beweging blijven lijkt wel het beste. En als de pijngrens eens duidelijker voelbaar wordt, dan heeft dit wel ergens een reden: onverwachte bewegingen, de maïshoop met banden dekken, of te lang zitten hobbelen op de tractor.
Als de dag van toen
zijn wij bezig met de uitbouw van ons bedrijf. Sommige collega’s van onze leeftijd denken al aan uitbollen. Andere vrienden kochten zich al een huis in het dorp. Wij doen nog een stapje vooruit op ons bedrijf. Zo zijn wij voorlopig niet bevreesd dat het spook van de midlifecrisis plots zal toeslaan of we zijn niet bang voor een creatieve burn-out. Daar zorgt de wetgever wel voor, die legt ons altijd maar opnieuw nieuwe wetten en regeltjes op en tegen dat wij het al een klein beetje gewoon zijn komt er een nieuwe minister en die geeft me er een nieuwe draai aan.
Als de dag van toen
is het leven pas begonnen de dag ná het trouwfeest. ’t Is allemaal wel goed hoor, dat feesten, maar enkele dagen later word je met de werkelijkheid geconfronteerd. Omstreeks deze tijd hebben wij ook heel wat ooms en tantes die een gouden of ander jubileum vieren. Wij zijn bijlange nog zover niet, maar het is toch mooi als je deze oudere koppels ziet, omringd door kleinkinderen en vrienden en met een blij gezicht van zo’n overdosis geluk in het leven. Op internet vond ik dat 20 jaar getrouwd zijn een porseleinen bruiloft genoemd wordt. We zijn dus al flink op weg naar goud, en doen dapper voort.

“Ik tel de dagen die sindsdien verstreken,
Al lang niet meer op de vingers van een hand.”

– Luc Callemeyn

juli 18, 2008

Hoera! Vakantie!

Ingedeeld onder: Luc Callemeyn — melkbrigade @ 12:00 am

Het schooljaar is zo zoetjesaan ten einde gelopen. Voor onze oudste dochter Lies werd dit gevolgd door de proclamatie van de examenresultaten van haar laatste jaar middelbaar. Alweer maken wij dus volgend schooljaar de stap mee naar een nieuwe grote school. De keuze is gevallen op de historische stad Gent voor een lerarenopleiding. Dat betekent meteen ook dat ze op kot moet. Zo trokken wij enkele weken geleden rond, op zoek met een stadsplan en computerprints in de hand. Overal aanbellen waar een bordje ‘Kot te huur’ uithing. Grappig genoeg waren tientallen andere ouders en jongvolwassenen met net hetzelfde bezig.
Onze jongsten volgen allebei de Sociaal-Technische richting, waar nog wat praktische vorming aan te pas komt. Dat stemt ons tevreden, want het lijkt er de laatste tijd steeds meer op dat er een tekort is aan mensen die nog eens de handen uit de mouwen kunnen steken.
Wat dat laatste betreft, proberen wij ook steeds een educatief steentje bij te dragen door onze kinderen te leren wat werken is. Kinderarbeid? Nee hoor, laten wij het uitdrukken als ‘gewoon meelopen met vader en moeder’ en dat is het. Neen, het is natuurlijk meer dan dat. Wat bij jonge kinderen eerst onschuldig lijkt op meelopen met de ouders, wordt in werkelijkheid het opknappen van allerlei kleine karweitjes. Zo kunnen ze bij het koeien melken al vlug een nieuwe serie koeien in de melkstand jagen, of koeien bijhalen uit de stal, ondertussen misschien de ligboxen reinigen en de waterbak leegmaken. Als ze wat groter zijn, kunnen ze al eens afnemen of speendippen en nog wat later al eens aanhangen, of – als vader ‘toevallig’ eens wat langer wegblijft – het melken al eens voortzetten. U voelt het al, onze kinderen moeten bij ons goed ‘hun steke staan’ bij de dagelijkse werkzaamheden. Maar veel zeer doet hen dat niet. “Er is nog niemand dood van werken”, zegt mijn moeder dan.
Ach, zo eenvoudig is het allemaal niet. Jongeren van die leeftijd hebben andere, zeer drukke bezigheden die hun aandacht vragen, zoals daar zijn computer, msn, shoppen, een boek lezen. En als wij dan met die stomme werkjes afkomen, dan is er soms wel eens heibel. Beschaamd zijn we daar niet voor, want wij weten wel dat kunnen werken een zeer nuttige eigenschap is. Waarom worden boerenkinderen overal eerst gevraagd? Omdat ze doorzicht hebben, iets praktisch kunnen oplossen (gezond boerenverstand!) en bovenal niet bang zijn om nog eens door te trekken als het nodig is. Met al die ambetante werkjes die ze bij ons al hebben moeten doen, zijn wij toch al zover geslaagd dat wij met een gerust gemoed al eens een nachtje kunnen wegblijven bij een of andere reis en dat bevalt ons ten zeerste. Zo kunnen onze kinderen al helemaal zelf de koeien melken en de melkmachine reinigen.
Dit jaar zijn we eigenlijk een beetje stout geweest: we hebben heel onze vakantie in eigen huis geboekt. Als topper hebben we ons dan nog een vrij groot en intensief bouwwerk gepland en daar zijn we nu volop mee bezig. Vandaag (dinsdag) werd de helft van het beton gegoten en woensdag de rest. Zeer actueel dus, dit dagboek.
Voor dergelijke bezigheden zijn kinderen en jongvolwassenen ook altijd welkom. Er zijn heel wat kleine werkjes die zij kunnen doen, al is het maar om de meter te helpen vasthouden, stenen bij te zetten, materialen te halen of gewoon zo nu en dan te zorgen voor een drankje en een versnapering. Gewoonlijk maken ze er al een heel drama van als we nog maar afkomen dat ze iets zullen moeten doen. Meteen zien ze al dramatische taferelen voor zich van een hele dag helpen en ongelooflijk zware arbeid, maar naderhand blijkt het toch veelal leuk te zijn geweest om te mogen helpen met papa of mama. Ach, ze trekken wat tegen. Het is als een jong paardje: als je ze voor de eerste keer in het werk steekt, spant het gareeltje nog wat. Het rare is dat ze dan altijd afkomen met het argument dat andere kinderen helemaal niks hoeven te doen, maar bij navraag aan de betrokken ouders horen die precies hetzelfde verhaaltje.
Even terug naar ons bouwproject, wij zijn precies 17 dagen geleden begonnen uit de grond te bouwen en nu ligt het beton er bijna in. Tel daarbij op dat wij alles zoveel mogelijk zelf ontwerpen en uittekenen en ook nog klaarmaken, dan begrijp je wel dat de laatste weken zeer intensief gevuld waren? Ja, hier is wat werk verricht. Tot op het onmenselijke eigenlijk, want wij wilden de vloer erin net voor het bouwverlof.
Ook Krista doet een bijzondere bijdrage, naast haar activiteiten in de melkverwerking en kaasmakerij. Zo melkt zij de laatste tijd zoveel mogelijk de koeien en helpt ook in de bouw waar ze kan. Maar ze moet er wel wat voor over hebben natuurlijk, want eigenlijk ben ik bezig om haar een mega-indoorspeeltuin te bezorgen – een kaas- en melkthemapark dan wel.
– Luc Callemeyn

mei 29, 2008

De ochtendploeg heeft het werk neergelegd

Ingedeeld onder: Luc Callemeyn — melkbrigade @ 9:11 am

Verleden week was heel Vlaanderen nog in de ban van de aangekondigde mega-treinstaking. Eigenlijk ging het effect ervan helemaal verloren, want iedereen was veel te goed voorbereid. Nu had niemand er nog wat pijn aan en de media konden niet uitpakken met schrijnende berichten van kwade, gestrande treinreizigers. Neen, iedereen ging met de fiets of zat lekker thuis en ging eigenlijk akkoord met de inzet van de actie.
Koopkrachtvermindering is nu het modewoord geworden. Na het duurder worden van de olie, de voeding en de ijzer- en bouwgrondstoffen, begint iedereen het zowat te voelen dat er niet eindeloos in de portemonnee gegraaid kan worden. Ook de media hebben dit nieuwe virus opgenomen in hun berichtgeving en laten geen gelegenheid voorbijgaan om nog wat meer zout op de wonde te leggen.
En kijk, er zijn oplossingen genoeg. Laat de regering het maar oplossen, zij zijn toch de oorzaak van alle kwaad. Of de werkgevers, die moeten maar wat meer loon uitbetalen, da’s toch zo simpel als wat? Of de warenhuizen, laat ze maar wat bekvechten en prijzenstunten, met algemene inzet tegen het dure leven. De reclameblaadjes liegen er niet om. Of toch wel? Of de producenten van voeding, die zorgen dat de maag begint te knorren omdat de frieten te duur zijn in de LasagneHut of de McQuick. ’t Is toch overdreven dat de boeren weeral klagen dat ze te weinig krijgen voor hun varkensvlees! Weet je wel wat dat kost in een bereide schotel? Of een biefstuk, of bizonvlees, of ik weet niet wat allemaal. De koopkrachtvermindering is eigenlijk een woord dat uitgevonden werd door de vakbonden en door de media verdraaid werd tot koopkrachthysterie, maar ik noem het eerder een koopkrachtdesoriëntatie.
Weten de consumenten eigenlijk nog wel een onderscheid te maken tussen wat nodig is, wat nuttig is en wat overbodig is? Kijk eens bij de kassa in de warenhuizen wat daar naar buiten gaat. Zóóó noodzakelijk allemaal, maar binnen de vijf jaar moet het allemaal naar het containerpark. Is het wel zo nodig om in de winter naar Oostenrijk te gaan skiën, met gevaar om poten en oren te breken (maar dat is niet erg, want hun baas heeft hen goed verzekerd), met Valentijntjesdag een citytrip naar Barcelona mee te pikken en in de zomervakantie met hun kont naar de zon te liggen draaien in Turkije? “Het leven is zo duur, meneer”, zei die vertegenwoordiger en hij stapte in zijn grote door zijn baas betaalde Mercedes-met-tankkaart. In Test-Aankoop stond een tijdje geleden de Beste Koop van breedscherm plasma-tv’s voor 1600 euro. Dat is voor heel wat mensen meer dan een maandloon! Maar dan kan je het wel écht breed zien. Een gsm kost (bijna) niks, maar die abonnementen of kaarten, tel ze maar eens op in een gezin! Een gewoon goed digitaal fototoestel kost meer dan 300 euro en is na twee jaar niet meer te herstellen – uit de mode en vervangen door een nieuw model.
Mijn buurman is al iets ouder dan ik en hij heeft het altijd voorspeld: “De mensen gaan de boeren maar beginnen te waarderen als ze eens honger krijgen of bij oorlog.” Zou dit moment dan nu aangebroken zijn? Krijgt men al een beetje waardering voor ons beroep? Voor de varkenshouder met zijn zere rug die hele dagen in fijn stof werkt? Voor de melkveehouder die op de onmogelijkste uren van de dag (van ’s morgens om zes uur tot ’s avonds om acht uur) de koeien melkt? Voor de groenteteler die in weer en wind met zijn bult in de lucht staat? Of voor die akkerbouwer die lange uren op zijn luidruchtige rammeltractor moet doorbrengen om de oogst binnen te krijgen? Ik weet het niet, maar ik denk dat we op een omslagpunt zitten. Ofwel gaat men ons liefdevol omarmen en zeggen dat wij het toch goed doen, ofwel gaat men ons nog wat meer proberen uit te wringen door het opleggen van lagere prijzen of strengere wetten.
Tja, misschien wordt het wel eens tijd dat ook wij het werk neerleggen. Stel je voor dat dit morgen in de krant zou staan: “Er is al de hele week op geen enkel landbouwbedrijf enige activiteit te bespeuren. De poorten zijn gesloten, er hangen blauwe en gele vlaggen. De dieren staan hongerig te brullen in de stallen. De mest loopt over het erf. Er wordt niet geoogst. De melk loopt uit de uiers van de koeien en de groenten staan te rotten op het veld. De slachterijen ontvangen geen varkens en geen runderen; het personeel is technisch werkloos naar huis gestuurd. De winkels worden niet meer bevoorraad, de rekken zijn leeg. Aan de hoevepoort staan tientallen hongerige consumenten op zoek naar een hompje eten. Het kernkabinet komt bijeen om dit probleem op te lossen, premier Leterme wordt vooruit gestuurd om te bemiddelen, want dat is nog een beetje een boerenvriend. Het land en heel Europa zijn in crisis. De enige oplossing zou zijn om de boeren meer te betalen voor hun grondstoffen, maar dat wil niemand toegeven.”

Zo, misschien kunnen wij dan ook eens een ochtendje doorslapen, zalig nietwaar? Alhoewel, als daar maar geen ‘ongelukje’ van komt …
– Luc Callemeyn

april 3, 2008

Over naar plan B

Ingedeeld onder: Luc Callemeyn — melkbrigade @ 9:35 pm

Ik was al enkele weken aan het studeren op een pikant verhaal. Wie Boerenblog een beetje volgt, zal wel weten waarover. Ik twijfelde nog steeds of ik alles zou brengen zoals ik van plan was. Helaas, voor één keer heeft mijn zelfcensuur moeten ingrijpen en het verhaal zal (voorlopig) niet gepubliceerd worden. Ik ben genoeg bij machte om bepaalde mistoestanden uit te brengen en neer te schrijven. Vraag blijft altijd of het nodig en verantwoord is dat IK dat allemaal doe. Het besluit is genomen, het ‘Dagboek’ blijft hier (voorlopig) binnenskamers. Of misschien dat men ooit zoals bij Hugo Claus in een theater voorleest uit mijn eigen werk, ik zal het allicht niet meemaken.
Ook op een bedrijf moeten wij flexibel zijn en ons zo dikwijls aanpassen. Niet alleen het weer is een onberekenbare factor, ook de prijzen en onze afnemers zijn soms wispelturig. Over het algemeen geldt dat wie zekerheid wil niet het allerhoogste inkomen zal behalen. Toch zijn enkele zekerheden onontbeerlijk om de normale bedrijfsvoering te laten doorgaan.
In de melkveesector zijn in de nazomer bijna ware revoluties ontstaan, waarbij jarenlange afspraken en vaste relaties aan de kant zijn gezet voor kortstondig denken en snel geldgewin. De langere termijn zal moeten uitwijzen of er verstandige beslissingen zijn genomen. Hoewel ik wat behoudzamer ben en mezelf als een voorlopige blijver beschouw, heb ik respect voor diegenen die de sprong in het onbekende wagen. Een ondernemer zet altijd stappen, soms is het een grote vooruit, soms een stap op de plaats, soms een stapje zijwaarts. Toch is het belangrijk om stappen te zetten, anders groeit men vast. Ik hoorde ooit het gezegde dat het niet aan iedereen gegeven is om over de Kemmelberg te kunnen fietsen. Maar dikwijls is er ook een pad omheen, dat duurt wat langer, maar misschien doet het minder pijn. Alle stappen samen echter geven een golf aan waarin de sector zich beweegt, en dat zal zich vertalen in een evolutie.
Wij blijven hier op ons bedrijf ook niet bij de pakken zitten. Ik ben er nu bijna vijfenveertig en als het wat meezit (of tegenzit) heb ik nog een vijftien à twintig jaar te boeren. Dit bepaalt ook ons denken over wat wij in de nabije toekomst willen. Momenteel gaan wij ervan uit dat alles wat wij nu nog doen, moet kunnen dienen voor onze carrière. Vandaag kunnen wij dus nog investeringen plannen en voorzien om af te schrijven. Over vijf jaar kan dat misschien anders zijn, dat weten wij nu nog niet.
Een grote uitbreiding in omvang zien wij niet zo direct zitten, dat zou ook op veel vlakken grote en dure aanpassingen vragen. Anderzijds willen wij wel de meerwaarde van de producten die wij nu al hebben nog verhogen. Jaren hebben wij hard gewerkt om onze naam bekend te maken en tegelijk ook te verbinden aan een bepaald kwaliteitsimago. Niet dat we dat nu willen achterwege laten, maar wij vinden dat het nu wel eens tijd wordt om daar de vruchten van te plukken. Daarom denken wij om in de toekomst die troeven nog te intensiveren en nog meer uit te spelen. Hoevebezoeken, winkelactiviteiten, kaas maken en verkopen aan de consument, dit zou wel verder uitgebouwd mogen worden.
Helemaal logisch is dit niet. Velen die dit horen, zijn wel enthousiast en dromen nog van een verbredingssector die duidelijk in de lift zit, maar de harde waarheid is soms wel anders. Van de vele honderden cursisten die ooit een opleiding hoeveproducten hebben gevolgd, zijn er in onze provincie maar een tiental degelijke en toekomstgerichte bedrijven overgebleven. Struikelstenen zijn meestal de hoge investeringskosten, de productbewerkingen, de strenge normen voor voedselveiligheid en procesopvolging maar vooral de eis naar de bereidheid om klaar te staan voor de consument op het moment dat hij/zij met geld in zijn handen staat te zwaaien. Ik hang soms wat rond op zoekertjessites van het internet zoals ‘Tweedehands’, ‘Kapaza’ en ‘Hebbes’, en om de zoveel weken zie ik daar weer een inventaris van een (hoeve)ijsbereider opduiken van ongeveer acht jaar oud. Typisch eigenlijk, maar jammer voor de verloren investering. Dan denk ik stilletjes: “Kijk, weer eentje die we overleefd hebben.”
Sinds een paar maanden staan alle dagboeken van alle schrijvers ook op het internet onder een blog, net zoals Boerenblog. Wel leuk voor wie nog eens een dagboek van een paar weken geleden wil herlezen. Niet onverwacht hebben al bijna 5000 bezoekers deze site gezien. Sommigen komen vanaf de Boerenbondsite, anderen vanaf Boerenblog, of velen hebben al een vaste link staan op de computer. Nieuw is ook dat lezers commentaar kunnen geven, dit lijkt me een goede aanvulling. Ook eens benieuwd?
www.mijndagboeken.wordpress.com . Maar voorzie wel een lange avond, want dat kan toch even duren …

– Luc Callemeyn

januari 17, 2008

Herinneringen, aan zoveel mooie dingen …

Ingedeeld onder: Luc Callemeyn — melkbrigade @ 3:13 pm

Dit is een historisch Dagboek, beste lezer, en u mag het meemaken.
Dit is mijn vijfentwintigste in de rij.
Jaja, de tijd gaat snel.
Ik zal niet meer herhalen wat ik al allemaal heb neergeschreven, daar zijn andere plaatsen voor (vb. op Internet) om dat terug te vinden. Ik blik echter tevreden terug naar de voorbije periode. Het was leuk om voor u te schrijven, en nog leuker om heel af en toe een reactie te horen.
De laatste Dagboeken krijg ik echter wat tegenwind. Ik schreef over Portugal, volgens mij te warm en te droog, en nog een paar opmerkingen, en kort daarna leek het wel of ik heel agrarisch geëmigreerd Portugal op mijn dak kreeg. Daarna plaatste ik de boer als actieve marktkramer, en ik schreef ook over de melkprijs en de melkfabrieken, juist toen er wat rumoer rond bepaalde acties was in Aalter. Ach, wat was ik veel te braaf, zei men me toen, ik moest rebelser zijn, meer op mijn strepen staan, een voorbeeld voor de sector. Mijn oren ja. Als ik schrijf over de afnemer van mijn hoofdproduct en leverancier van mijn hoofdinkomen, dan wil ik dat wel met respect blijven doen, zodat ik nog iedereen in de ogen kan kijken.
En toen ik over “project zoekt boer” schreef heb ik allicht enkele wenkbrauwen laten fronsen, evengoed kreeg ik van betrokkenen uit verwante sectoren te horen dat ik alles correct had beschreven.

Maar goed, een Nieuw Jaar, een nieuwe start.
Ik heb me voorgenomen om niet meer zuur te schrijven.
Vanaf nu kijk ik alleen maar naar de mooie dingen.
Zo had ik het geluk (?) om dit weekend eens mijn overvolle dossierkast te kuisen.
Kijk, het maakte mij zeer blij om een hele hoop papier te ruimen en naar het containerpark te brengen. Mestbankaangiftes vanaf begin de jaren ’90, vergunningen die allang niet meer geldig zijn, Sanitel papieren voor varkens die ik allang niet meer heb, of voor runderen die allang verkocht zijn naar de Mc Donalds, een bezwaarschrift tegen een natuurgebied in onze gemeente dat er uiteindelijk niet gekomen is.
Kilo’s papier heb ik zo uit die dossierkast gehaald. Burenregelingen die ik al zeven jaar spaar tegen dat niemand ze komt bekijken, toelichtingen bij de premieaanvraag van 80 bladzijden die nog nooit iemand heeft ingekeken, projectaanvragen die me de helft van mijn grijs haar hebben bezorgd.
Het was met groot plezier dat ik eindelijk ook de heffing mestverwerking heb kunnen weggooien, het heeft me 4 jaar lang ongeveer 1900€ (per jaar) gekost aan boete, terwijl ik al mijn mest correct had afgezet, maar ja, zo maakte ik Vera Dua ook blij, en dus iedereen tevreden, ook Natuurpunt en andere goeroes die de centen hebben opgesoupeerd.
Ik heb ook wat muffe wetteksten weggegooid, onder andere over het produceren, verpakken, bewaren, verkopen van hoeveproducten, maar het mag geen naam hebben, een hoopje van amper 10 cm waar Boudewijn en Albert II met de glimlach hun naam hebben ondergezet. Wees maar gerust, ik heb ze nooit gelezen.
Al jaren spaar ik offertes, bestelbonnen, ontledingen, voederrantsoenen, perceelsfiches, graskalenders, sproeistof toepassingen. Het zou je ooit als boer maar eens kunnen overkomen dat iemand stroomafwaarts een claim naar je toestuurt. Het was een heel mooie verzameling, maar toen ik er ooit een andere boer naar vroeg had hij precies hetzelfde. Ik die dacht dat ik iets unieks had.
Naast enkele plannen over een Aquafinproject om riolen te leggen door onze weiden en landerijen (met gratis overstort van de gemeente) vond ik hier ook nog enkele akten van de notaris, zo met een lintje eraan. Even doorsnuisteren bracht aan het licht dat er wel meer akten van lening tussen zitten dan andere, maar het goede nieuws is dat van de meeste al het grootste deel van hun looptijd is verstreken. Het bezorgde mij een grote smile op het gezicht.
Meer problemen had ik met de Identificatiekaart, overeenkomst met de dierenarts, landbouwtelling en provincie belastingen. Waar leg je dat eigenlijk. Tenslotte heb ik ze met de ogen dicht weer in een la geduwd waar ze al jaren liggen te liggen, geen mens die er ooit naar vraagt. Maar betalen moet je wel.

Kortom, ik heb een prachtig weekend achter de rug.
Zoveel mooie herinneringen die bij me opkwamen, maar, laat ons duidelijk zijn, wel nadat ik al die muffe dossiers weer opgesloten heb, toen voelde ik me pas goed.

Ik heb toen een kloek besluit genomen.
Na vijfentwintig Dagboeken is het goed geweest.
Daarom doe ik , met toestemming van de redactie, nog eens een potje van vijfentwintig erbij.

Luc Callemeyn.

november 15, 2007

Project zkt boer

Ingedeeld onder: Luc Callemeyn — melkbrigade @ 1:21 pm

Opgemaakt 12 nov 2007

Zo’n jaar of vijf-zeven geleden werd er beslist dat het platteland wat meer aandacht verdiende. En kijk, daar wonen zowaar de boeren. Dus werden die onder impuls van toenmalig minister Dua aangespoord om de burger iets te doen beleven op het platteland.
Tonnen subsidies werden uitgetrokken om meer landbouwgebieden aan te kopen. Er kwamen projecten om boeren aan te zetten tot hoevetoerisme, tot groenaanplanting, tot hoeveproductie, tot landbouweducatie, tot zorgverstrekking. Ik herinner mij in 2002 een voorstellings vergadering voor het Brugse Ommeland waar wel een paar tientallen boeren aanwezig waren. Iedereen op zoek wat men voor het platteland kon betekenen (of om te kijken of er geen massa subsidies uit de lucht zou vallen). Ik meen dat er toen 1,5 miljoen € beschikbaar was over 6 jaren binnen dit project. Domper was wel dat er geen rechtstreekse subsidies zouden gegeven worden. Bij de volgende denk-vergadering waren we dus nog met zeven, en erg luxueus, er was een moderator (die niks opschreef), en een secretaresse (die geen woord zei). De nieuwe overlegkultuur dachten wij toen. Er werd ons een lelijk logo opgedrongen, er werd uren vergaderd over het huishoudelijk reglement waarin de toelatingsmodaliteiten werden gepreciseerd. Uiteindelijk deden we verder met een 15-tal zelfzuivelaars maar jammer genoeg was er naast de jaarlijkse algemene vergadering weinig dynamiek in de begeleiding, en van netwerkvorming was al helemaal geen sprake. Onder strikte voorwaarden was wel eens een projectje met wat subsidie mogelijk, wij hebben er zelf ook eens aan gewerkt. Het heeft mij bloed, zweet en (bijna) tranen gekost om het project op te stellen, om het goedgekeurd te krijgen, en om dan nog eens aan de toegekende subsidie te raken, later kreeg ik Europese controle erbovenop.
Het is niet echt aan mij besteed, heel dat circus van die administratieve molen, en volgens mij is dat ook de doodsteek voor vele van die projecten.
Ik heb het dan evengoed over projecten binnen landbouwonderzoek, studiediensten of begeleiding. Hoe is zo’n project meestal opgebouwd? Er moet voordien een uitgebreide omschrijving gemaakt worden van de inhoud, het beoogde doel, de middelen, de tijdslijn, een samenstelling van de kosten/baten analyse. Wanneer het project van start gaat moet de medewerker van dienst zich eerst inleven in de materie, dit duurt ongeveer 2 à 3 maanden, afhankelijk van de technische inhoud, de wetgeving, de medespelers in die branche. Daarna wordt het project in vorm gegoten met een huishoudelijk reglement. Eindelijk zijn we dan aan de actieve werving, laat het ons uitdrukken als “projectleider gaat de boer op”. Er volgt een periode van kennismaking, van gewenning, en algauw zijn er enkele gegadigden die in het project willen meestappen. Er komt wel iets van in de pers, er wordt een brochure gemaakt, een lijst van deelnemers. Er komt zelfs iemand op het lumineuze idee om er een website van te maken, bijvoorbeeld www.projectvoorboeren.be en hop, iedereen kan een fiche invullen, wat foto’s plaatsen, de webmaster doet zijn werk, en dan staat het project al online. Proficiat! Wie zichzelf een beetje respecteert lanceert ook een Nieuwsbrief, een jaarlijkse verplichte vorming, een receptie en een uitstapje. Uren wordt er vergaderd, liters koffie worden gedronken. Eenmaal het project goed loopt is er al bijna een jaar of twee voorbij, en dat is meestal ook de levensduur ervan. De laatse maanden kan het wel wat afvlakken. De eerste voorlopers zijn al meegestapt en de anderen laten zich niet gemakkelijk over de streep trekken, en de projectleider is eigenlijk al weer enthousiast aan het werk aan het ontwerp van het volgende project waarna …. Of hij/zij is al weggekocht door de privé.
Ik wordt daar allemaal zo verschrikkelijk moe van. Niet dat elk van die projecten op zich niet interessant zijn, maar teveel is trop, en trop is teveel. Ik noem er enkele op waar wij bij aangeloten zijn: Brugse Ommeland, Belgische Kazen, Fermweb, Hoeveproducten, Hoeveproducten W Vl, Het beste van bij ons, Innovatiesteunpunt, Melk4kids, Met de klas de boer op, Onthaal op de boerderij, VLAM, ….
Ooit was er een project van de provincie waarbij boeren 25 € kregen om een klas te ontvangen. Eindelijk eens een beetje vergoeding om educatie te verzorgen op de boerderij terwijl mijn collega-boeren dapper op hun land aan het werk zijn? Mis hoor, een jaar later werd 30 € subsidie rechtstreeks aan de scholen gegeven. Aan de boer iets geven kan niet. Aan een school wel. Is dat dan boerengeld besteden aan scholen?

Ik wil nog eindigen met een doordenker: wij hebben 15 jaar keihard moeten werken om een meerprijs te realiseren voor onze melk, door de melkverwerking, door onze educatieve opstelling, en door vallen en opstaan. Dezelfde melkprijs is in 3 maanden tijd evengoed bereikt door een beetje tekorten en door de marktwerking.

oktober 17, 2007

Als marktkramer zijn we (niet) geboren.

Ingedeeld onder: Luc Callemeyn — melkbrigade @ 8:17 pm

Net op deze dag dat ik dit artikel zit te typen zijn wij negentien jaar getrouwd. Toen we in 1988 pas overgenomen hadden was er enig tumult op de melkmarkt want er kwam een kaper op de kust. Het argument van deze ronselaar voor de Hollandse concurrentie was eigenlijk vrij eenvoudig: “een nieuwe boer op ’t hof, een nieuwe melkerij mét een hogere prijs!” Het klonk vrij aanlokkelijk, wij zijn er echter niet in meegestapt. Wij houden nogal van een goede verstandhouding met onze vaste relaties. Toch heeft het ons niet tegengehouden om daar eens, met succes, op tafel te kloppen.
Vandaag zit er blijkbaar meer dan één hond in het kegelspel. Het lijkt wel of er geen einde komt aan het opbod tussen melkerijen en opkopers om toch maar aan die gouden liters te geraken.
Wij boeren zijn dat nog helemaal niet gewoon. Wij bevonden ons in een unieke situatie dat wij in veel gevallen een product leverden, en pas nadien een prijs uitbetaald werden. En, laten we eerlijk zijn, zo slecht hebben wij het daarmee niet gehad. Jarenlang konden wij met enige zekerheid de fluctuaties van de markt wat inschatten, en zelfs de grootste doemdenkerij die ons jarenlang werd voorgehouden dat de melkprijs nog 5 cent ging dalen en de slogan “dat we blij mochten zijn dat onze melk altijd zou verzekerd zijn van ophaling” werd geslikt als zoete koek. Meer nog, het weerhield ons als ondernemers niet om nog flink te investeren in melkquota’s.
Op vandaag zijn vele melkveehouders wel kort van geheugen, maar ik wil het wel even helpen opfrissen. Hoe lang is het geleden dat enkele kleine melkfabriekjes plots zonder boe of ba de melkophaling stopten wegens niet meer rendabel? Hoe lang is het geleden dat een grote fabriek met tederheid onder de vleugels van de grote coöperatie werd genomen en dat alle melkleveraars geholpen hebben om die put te vullen? Hoe lang is het geleden dat een coöperatie in Nederland failliet ging, en dat de melkveehouders die mede-eigenaar waren nog mochten de schulden helpen betalen?
Enkele maanden geleden nog stonden wij met boeren op de bres voor een fatsoenlijke melkprijs in de supermarkt, maar het gevaar kwam niet altijd van uit de richting van de prijsbewuste inkopers, soms hadden wij meer last van onder de prijs kruipende collega’s uit omringende landen. En, Eddy Leloup heeft het ons altijd voorgehouden:”Melkveehouders, vergis u niet van vijand!”.
Vandaag lijkt het echter belangrijker om ons te omringen met “goede vrienden” in de handel. Van alle kanten staan opkopers met verschillende achtergronden te dringen naar onze gunsten. Zolang het allemaal duurt natuurlijk, ik zou het niet mogen bedenken om een paar maanden melkgeld met de noorderzon (letterlijk dan) te zien verdwijnen. Op dat vlak lijkt het mij een bijzonder goede uitdaging voor de landbouworganisaties om de boeren daarin te begeleiden. Moeten zij dan enkel zorgen voor de allerhoogste melkprijs? Ik denk het niet. Want dan sturen zij bijvoorbeeld de mestkalverhouders regelrecht naar het faillissement. Neen, volgens mij moeten ze de markt scherp helpen in de gaten houden wat er gebeurt, wat de mogelijkheden zijn en boeren helpen en ondersteunen bij het afsluiten van goede contracten. Dit lijkt me één van de basisbeginselen van de boerenorganisaties, maar op vandaag heb ik er nog maar weinig van gemerkt.
Want zeg nu zelf, wat beloven de nieuwe opkopers?” Wij garanderen een hogere prijs maar geven geen enkele garantie!”
Laten wij het maar aan elkaar toegeven, van marktinzicht en handel op hoog niveau hebben wij als boer nog maar weinig kaas gegeten, het zit niet echt in onze genen. Bij veel boeren wordt de tank in drie dagen vol gemolken, ’s nachts opgehaald door een onbekende chauffeur die de opgezogen liters netje op een kaart voor je schrijft, en drie weken na einde van de maand komt er een bedrag op de rekening. Als er geen problemen zijn komt de vertegenwoordiger van de melkfabriek niet meer dan één keer per jaar bij je langs, en meestal is dat nog voor een formaliteit.
Maar, nu gaan we het allemaal veranderen, we hebben lang genoeg op het rond punt gereden, nu gaan we eindelijk eens afslaan. Pas op voor wie in dat geval de populaire discussies en hitsigmakerij met blinde kop volgt net zoals met de GPS. Je zou wel eens in een zandweggetje kunnen vastraken.
Je hebt het in dit artikel allicht al kunnen afleiden, ik wil graag verder doen met mijn vertrouwde relatie. Als ze hun verstand gebruiken natuurlijk.
Ik refereer even naar mijn eerste zin. Ik ben tenslotte toch ook al negentien jaar getrouwd. In lief en leed, nog altijd met dezelfde vrouw.
“Want”, zegt ze mij soms fijntjes, “je kan je toch niet verbeteren …”

Link naar Dagboek 23 op Boerenblog

Portugal, land van melk en ….droogte.

Ingedeeld onder: Luc Callemeyn — melkbrigade @ 8:14 pm

Verleden week had ik het genoegen om mee te gaan met de jaarlijkse meerdaagse studiereis van Melkveeclub Westhoek Holstein. Verleden jaar was Krista mee naar Ierland, dus was het dit jaar mijn beurt.
Hoewel Krista alle taken van het melken en kalveren voeren op zich nam (soms tot net voordat ze naar de markt in Brugge vertrok) zijn er nog tal van zaken te regelen voordat een boer van zijn boerderij wegkan. Zo heb ik de laatste avond nog een tiental koeien drooggezet, dat waren er dan toch al zoveel minder om te melken.
Reizen is wel leuk, jammer dat die vervelende tijd op en rond het vliegtuig daar altijd bij staat. Maar eens we voet op Portugese bodem gezet hadden konden we weer ons hartje ophalen want meteen reden we naar ons eerste melkveebedrijf. Oorspronkelijk was dit bedrijf opgezet als (Havep) fokbedrijf, nu was dit geëvolueerd naar enkel nog economisch produceren. Meteen werd duidelijk dat dit de doelstelling is van de melkveehouderij in Portugal.
De meeste bedrijven die we bezochten waren van Nederlandse origine en hadden ongeveer 200 – 300 koeien. Volgens de bedrijfsleiders is dit de schaalgrootte waar men met 2 à 3 personeelsleden behoorlijk goed kan ronddraaien. Zijn er minder koeien, dan werkt het personeel minder efficiënt, zijn er meer dan moet serieus geïnvesteerd worden in melkcapaciteit en personeel. De echte Portugezen zijn niet erg werkzaam, vertelde men. Dat is goed te begrijpen, want de slimme Portugezen trekken naar het buitenland en verdienen een veelvoud van wat op de boerderij te verdienen is. Dus wat overblijf dat zijn de minder werkzame of minder betrouwbare arbeiders. In de meeste gevallen echter werd beroep gedaan op (nog goedkopere) buitenlandse arbeidskrachten. Polen, Roemenen, Georgiërs, Oekraïeners, en noem maar op.
Ondanks het feit dat de meeste boeren die we daar bezochten daar al een tiental jaar waren zijn ze nog druk bezig om hun boerderij op punt te zetten, en werd luidop gedroomd van bepaalde wensen rond erfinrichting en sleufsilo’s. Dit ontlokte aan menig Vlaamse boer de bemerking dat het dan eigenlijk niet anders is dan bij ons, er is goed te leven van wat de boerderij opbrengt, maar vooral de overheid en de milieumaatregelen zorgen ervoor dat we er net niet toe komen om een spaarpotje aan te leggen.
Onze indruk van Portugal is dat daar geen grote bergen geld verdiend worden. De melkprijs ligt weliswaar enkele centen hoger dan de onze, quotumprijs is miniem, of zelfs over quotum melken is eerder standaard dan uitzondering. Maar de bijkomende kosten aan ruwvoederwinning liggen bijzonder hoog. Sinds mei had het niet meer geregend en dat zou dan ook zo blijven tot eind september, begin oktober. Dus alle gras is dood, en moet standaard heringezaaid worden. De eerste maaisnede komt er in januari en dan volgt een tweede en eventueel een derde snede, afhankelijk van het weer. Maïs is voldoende te krijgen op contract, maar wie enige opbrengst wil halen moet de hele zomer beregenen.
Hoewel het Portugese onderwijs geroemd wordt omwille van zijn degelijkheid volgen de meeste kinderen nog de Nederlandse school in Portugal, enkele uren per week. De meeste jongeren worden na hun middelbaar weer naar Nederland gestuurd om verdere studies te voltooien. Het verwondert ons dan ook helemaal niet dat de meeste emigranten na hun avontuurlijke loopbaan van plan waren om terug te keren naar hun thuisland. De vraag die velen van ons dan stelden was wat ze dan eigenlijk bereikt hadden? Vertrokken ofwel met een zak geld vanwege ergens (duur) onteigend ofwel met veel ambitie om echt te willen boeren, maar geen plaats op het ouderlijk hof. Aankomen in den vreemde, al of niet voor een bepaald deel bedrogen in de aankoop van een boerderij, zeer moeilijk of niet kunnen integreren, de kinderen die toch een stuk van je weggroeien als ze een vreemde taal beginnen te spreken, hen dan wegsturen naar Nederland naar school, vreemde arbeidskrachten in een steeds wisselende taal en voor korte duur, voeder is zeer duur in aankoop, net als de goede (beregenbare) grond. En na hun loopbaan terugkeren naar het thuisland, waar de bekenden van vroeger ook hun eigen leven leiden.
Mijn bijzondere aandacht ging ook uit naar de werking en organisatie van De Kennisclub, een poging tot netwerkvorming onder de Nederlandse emigranten. Er worden studievergaderingen, feestjes en bedrijfsbezoeken georganiseerd, er is het online contact via de website en Nieuwsbrief. Toch loopt het niet allemaal op wieltjes. De meeste boeren die ik daar sprak kenden de werking, maar namen er niet actief aan deel. Toch had het volgens sommigen een bijzonder bindende waarde voor de emigranten, volgens anderen leek de info soms op koffieklets.
Boeren onder de bakkende Portugese zon, het is in Vlaanderen niet slechter zeker?

Link naar Dagboek 22 op Boerenblog

Voor een uitgebreid foto-album over onze reis naar Portugal, klik op de link naar Picasa (600 foto’s)

Doe nooit wat onkuisheid is

Ingedeeld onder: Luc Callemeyn — melkbrigade @ 8:12 pm

In deze tijden van Eerste en Plechtige Communies is de inhoud van de tien geboden actueler dan ooit, hoewel men het niet meer leert zoals in mijn tienertijd. Wij hadden toen nog een pastoor (in soutane, jawel) die eraan hield om ons twee keer per week te onderwijzen over de catechismus, de tien geboden, de akten van geloof, hoop en liefde. Vandaag zoekt en vindt men nog elk jaar vrijwilligers om de kinderen wat te vertellen over het christelijk geloof. Bijhorend vraagt men dan de twaalfjarigen om op zondag aanwezig te zijn in de kerk. Deze week waren er drie present (van de twintig), op Pasen waren ze ook met drie. Waar blijft de vroegere oproep aan de gelovigen van “Ga elke zondag naar de mis”, later afgezwakt tot “Houd steeds uw Pasen”? Het lijkt er bijna op dat men aan die plechtige communicanten de boodschap meegeeft van: “Nah, dit was misschien de laatste keer dat het nog eens echt moest.” Sorry voor meneer pastoor, maar zo voelt het toch een beetje als je als 44-jarige in de kerk zit en er bijna de jongste bent.

Maar we wijken af, er zijn een paar lezers die hier enkel gekomen zijn omdat ze verlekkerd zijn over wat ik ga schrijven over het zesde Gebod: ‘Doe nooit wat onkuisheid is’. Wel, eerlijk gezegd, niets. Maar ik wil je wel iets vertellen over het vijfde Gebod: ‘Dood niet, geef geen ergernis’, en dan vooral over dat laatste. Natuurlijk heb ik het dan over de ergernis die mensen kunnen bezorgen aan een boer.

Soms hebben wij hier bezoekers op de boerderij die met een grote zwaai (en een even grote Mercedes) het hof komen opgereden, vlak voor de oprit parkeren, en dan besluiten dat dit het meest geschikte moment is om even mobiel te bellen. Als vriendelijke mens komen wij uit ons huis of onze stallen, we gaan alvast de bezoeker tegemoet, en dan sta je daar wat verloren te wachten tot meneer gedaan heeft met bellen. Omwille van de privacy wil je niet meeluisteren, weggaan is ook al verkeerd want straks moet die kerel je ook weer komen zoeken. Vanaf nu geldt een nieuw reglement: ofwel blijven ze op straat staan, ofwel moeten ze hun gesprek maar afbreken, anders ga ik weer weg en dan zien ze mij niet meer terug. Moeten ze maar op een andere keer terugkomen.

Van een ander kaliber zijn diegenen die een echt boerenhof gewoon zijn. Aan de voordeur bellen doen ze niet, dus gaan ze zoals gewoonlijk recht naar de achterdeur, doorheen de wasplaats en het bottenhoekje, en voordat je het weet staan ze in je keuken, je woonkamer of je bureau. Van privacy hebben ze nog nooit gehoord, laat staan dat ze dat goed zouden kunnen toepassen. “Maar we moeten overal langs achter binnengaan”, zeggen ze. Wel, bij ons niet! Wij bepalen wie langs achter binnenmag en wie langs voren komt.

Dan zijn er ook bezoekers die het niet nodig vinden om zich aan te melden. Ze zien iets bewegen of horen lawaai achteraan, en dus gaan ze op zoek. Blijkbaar beseffen ze niet dat wij over onze oprit zo een luchtslangetje hebben liggen dat ons meldt wanneer iemand binnenrijdt. Wanneer wij dat horen, komen wij vanzelf wel af. Wat zien we dan? Een auto op de binnenplaats, onbekend, en niemand erin. De spannende vraag is dan waar die persoon naartoe zou kunnen zijn. Links of rechts? In het ene geval kom je elkaar vlug tegen, in het andere geval blijf je rondjes lopen achter elkaar. Ook een veelgemaakte fout is een leverancier die maar meteen doorrijdt naar achteren om daar iets af te zetten. Allemaal heel begrijpelijk, maar Krista hoort de bel, stopt met haar werk in de kaasmakerij, kijkt naar buiten en ziet dus niemand. Even later komt die auto weer van achteraan weggereden, weer over dat luchtslangetje, weer kijken we buiten, weer is er niemand.

Soms komen er ook bezoekers die geen tijd hebben om te wachten. Een boer is meer en meer met ingewikkelde administratieve zaken bezig, waarbij het nodig is dat je je concentreert op het telefoongesprek, het opstellen van een mail, een Sanitelaangifte of bankverrichtingen. Het is dan bijzonder vervelend om gedurende een gesprek met de ambtenaar van de administratie – die je na lang wachten eindelijk te pakken krijgt – iemand van verre te horen roepen, toeteren en uiteindelijk weer te zien wegrijden op het moment dat je net je hoofd buiten steekt. Je zou ze ….

En dan heb je nog bezoekers die langskomen zonder een afspraak te maken, gelukkig al veel minder dan vroeger. Een tijdlang zond Krista iedereen weg die geen afspraak gemaakt had. Zo was er eens een verkoper die aan de deur kwam en die bijna teruggestuurd werd. “Ja maar”, antwoordde hij kleintjes, “Luc heeft daarnet gebeld met zijn gsm met de vraag of ik zo vlug mogelijk kon binnenkomen …”

Link naar Dagboek 21 op Boerenblog

Ik zou zo graag eens “een vliegske” willen zijn.

Ingedeeld onder: Luc Callemeyn — melkbrigade @ 8:11 pm

Dat heeft mijn moeder me dikwijls voorgehouden toen ik me in de jaren tachtig klaarmaakte om mij in het uitgaansleven te storten. En dat “storten” was wel letterlijk want op vrijdagavond was er de KLJ-activiteit, op zaterdag bezochten we een fuifje en de zondagavond was Het Schutttershof onze vaste stek.
Om van mijn moeder haar gezegde af te zijn hield ik haar voor dat zij als “vliegske” nooit rap genoeg kon vliegen om mij te volgen.

Dat oude gezegde spookt mij soms door het hoofd als ik mensen van buiten mijn bedrijf hoor oordelen over ons, bijvoorbeeld van een klant in onze winkel, van bekenden die we zagen op de beurs in Gent of Roeselare (kaas gekocht of net niet) of van de bezoekers aan ons bedrijf. Misschien moet ik maar beter toch niet alles horen. “Het zijn niet allemaal vrienden die lachen naar u”. (Ook een spreekwoord van mijn moeder.)

Langs de andere kant kan ik me nog wel situaties voor de geest halen waarin ikzelf wel dat “vliegske” zou willen zijn.
Zo ben ik eigenlijk razend benieuwd hoe de onderhandelingen rond dat nieuwe MestActiePlan wel verlopen. Ik kan me voorstellen dat aan de ene kant van de tafel een groepje mensen zitten die bepaalde eisen in hun hoofd hebben rond milieu en omgeving (en natuur). Of die technisch onderlegd zijn weet ik niet. Meestal gebruiken ze “de wil van Europa” als stok (of zeg maar knots) achter de deur om hun zin door te drijven. Aan de andere kant van de tafel zit een vertegenwoordiger van de boeren, en die moet er voor zorgen dat het eisenpakket niet te zwaar wordt.
Nu kunt u zich wel indenken beste lezer wat onderhandelingen zijn. U hebt wellicht al eens onderhandeld over een machine, of zat wel eens aan een (notaris) tafel om een stuk grond aan te kopen. Wel, als de voorwaarden te zwaar worden, dan heft men zijn gat op, en men is weg. Beetje cru gezegd, maar zo is het.
Gaat dat in die stront-onderhandelingen ook zo? Ik bedoel maar, het is daar zeker net als bij de solden, eerst verhoogt men de eisen buitensporig (op papier), en daarna kan men afzwakken tot het er zelfs als een cadeautje uitziet. Hoe kan men zich als boerenvertegenwoordiger weren tegen de druk van Brussel?
Minister Peeters, die is niet van de domste, daar stroomt nog een beetje zelfstandigenbloed door de aders. En die heeft gedacht:” WIJ zullen geen nieuw Mestdecreet opleggen aan de boeren, we laten het hen zelf schrijven en dan vertellen we hen wel wat er verkeerd aan is”. Meteen worden ook alle problemen rond knelgevallen en uitzonderingen van tafel geveegd, de sector moet zelf maar zorgen dat alles van de eerste keer in orde is. Dan stel ik mij de vraag of die onderhandelaar van ons wel ver genoeg is gegaan.

Toen ik een paar Dagboeken geleden schreef over de aankoop van melkquotum of “gebakken lucht”, over de geplande afschaffing in 2015 en over die massa investeringen die dan in niets zullen opgaan was er een lezer die me vroeg in welke zure appel ik gebeten had toen ik dat schreef. Het zat me toen nogal hoog, en dat liet ik best wel merken in mijn tekst.

Op vandaag mag u gerust denken dat ik een liter azijn gedronken heb want de toon is er niet minder om.
Ik ben namelijk een weekje geleden mijn mestpapieren gaan invullen, en daar bleek dat ik naast mijn eigen 25 ha nog op zoek mag naar 38 bijkomende ha.
Kunt u zich dat voorstellen? Iedereen hier in de streek moet net als ik op zoek naar bijkomende hectares. En die zijn er niet. Als ik die reken aan de prijzen voor burenregeling die ik hier en daar al hoor rondstrooien, dan zal deze grap mij 200 € per koe kosten aan extra mestafzet. Dat is zo ongeveer 10 % van de omzet (niet winst!) uit melk. Puur voor de natuur. Kom maar eens met zo’n heffing af bij de werknemers, Meneer Peeters !

Bijzonder jammer vind ik dan dat iedereen die in dit dossier betrokken is moet toegeven dat nog nooit enig onafhankelijk onderzoek heeft aangetoond welke relatie er is tussen (tijdstip van) bemesting, grondsoort, humusgehalte, regenval en uiteindelijk het gehalte aan reststikstof in de bodem.
Dan vind ik dat de overheid al vanaf de groene minister Vera Dua tot op vandaag een ferme steek heeft laten vallen en hun nieuwe mestdecreet op drijfzand hebben gebouwd. En het is de boer die erin zal wegzakken.

Maar, wie ben ik als Dagboekschrijver om nu en dan eens een prikje uit te delen. Een “vliegske” zoals ik, die overal een beetje zijn neus insteekt, moet ook opletten.
Niet zelden klapt men wild in de handen waar een vlieg voorbij komt (meestal niet van blijdschap) en soms staat aan het einde van de rit iemand met een vliegenmepper klaar die met een zelfvoldane kreet het “vliegske” plat klopt.
Zo, die zal niet meer steken.

Link naar Dagboek 20 op Boerenblog

Ooo, kom er eens kijken, wat ik in mijn schoe-oentje vond.

Ingedeeld onder: Luc Callemeyn — melkbrigade @ 8:09 pm

Lieve Sint,
Ik wil je bedanken voor al wat ik dit jaar in mijn schoentje vond. Ik draag een maat 46, dus die kan al heel wat bevatten. En door de uiteenlopende taken op mijn bedrijf heb ik ook veel schoenen die openstaan, dus er viel wel wat te vangen dit jaar.

Lieve Sint,
Ik wist niet dat er zoveel variatie kon zijn in het weer dat we kregen dit jaar. Ik vond wel dat u het wat beter had kunnen verdelen. Iedere keer een hele maand extreem van hetzelfde, dat is niet echt verantwoord, misschien uw helpers eens vragen om dat een beetje te spreiden. Een paar dagjes zon en een beetje regen ’s nachts zou beter zijn.

Lieve Sint,
Ik wil je bedanken dat ik dit jaar een nieuwe tractor mag kopen. Dat is een leuke gedachte. Toch was dit nog helemaal niet nodig. Met een beetje meer Voorzienigheid was de aftakaandrijving niet in de soep gedraaid en kon ik met mijn beestje nog een jaar of vijf verder werken. Veel heb ik hem niet nodig, een beetje veldwerk, wat dieren halen en zaaien. Voor de rest roep ik de loonwerker, of wil zwartepiet hier ook wat trekkerrijden?

Lieve Sint,
Ik wil je bedanken dat je gedurende de verkiezingen voor de gemeenteraad de kiezers geholpen hebt om een duidelijke stem te geven aan het Platteland. In onze gemeente bijvoorbeeld zijn drie schepenen op de vijf enthousiast voor landbouw, en met alle vijf kandidaten gekozen in de gemeenteraad zijn alle verwachtingen ingelost. Ja, de zwartepieten van de oppositie krijgen het steeds moeilijker.

Lieve Sint,
Op 23 juni is hier tot onze grote verbazing een Piet zowaar uit de lucht gevallen. En niet zomaar een Piet maar wel een HoofdPiet, en recht in het Hoofdbestuur van Boerenbond dan nog wel. Piet Vanthemsche werd democratisch tot Ondervoorzitter verkozen met zicht op doorstroming tot Voorzitter. Het zal zowaar niet gemakkelijk zijn om de gewone boer voor zich te winnen, wij moeten er echt nog aan wennen. Tenslotte stond hij dikwijls aan de andere kant van de lijn als wij vroeger ons schoentje hadden uitgezet in de hoop op betere voorwaarden in besprekingen.

Lieve Sint,
Wij hebben een nieuw Mestactieplan gevonden in onze schoentjes, en dat was een beetje wringen want er is nu niet veel plaats meer om naast de schreef te lopen. U bent samen met de Minister Peeters zo voorzienig geweest om de landbouwsector zo veel mogelijk te betrekken in het ontwerp van MAP3, ja zo kunnen we niemand tot zwartepiet verwijten natuurlijk. Ik vind echter dat je nog eens wat MilieuPieten naar hier zou mogen sturen om eindelijk eens duidelijkheid te brengen over de impact van bemesting op het stikstofniveau in het grondwater. Na 15 jaar werking van de Mestbank en adviseerdiensten weet eigenlijk nog niemand of daar enig verband tussen bestaat. En op basis daarvan wordt een dwingende reglementering opgesteld die ons weer verdraaid veel kluiten en miserie zal kosten. Misschien blijft er wel geen budget meer over voor een wortel of raap voor Uw paard, beste Sint, en trouwens, heeft U voor dat brave dier wel een milieuvergunning, een nutriëntenhalte, een dierplaats, en een lap grond om zijn welriekende mest af te zetten?

Lieve Sint,
Ik breng per dag wat tijd door achter de computer. Ik ben zo vrij geweest om zelf mijn Boerenblog aan te melden voor de verkiezing van “Blog van het Jaar 2006” anders hadden Uw InternetPieten er misschien nooit op gelet. Tot mijn niet geringe verbazing werd ik dan ook genomineerd tussen de honderd besten van Vlaanderen, vele andere professionals staan er knarsetandend op te kijken. Of Boerenblog dan wel zo geliefd is bij het stemmerspubliek wordt vandaag vrijdagavond met enige feestelijkheden bekend gemaakt. Mag ik U nog een pintje aanbieden, beste Sint, om de pieten van Clickxmagazine een vaste hand te geven bij het tellen van de stemmen.

Lieve Sint,
Er zijn nog een paar losse onderwerpen waarvoor ik U eigenlijk nog ten zeerste moet danken. Vooreerst hebben wij onze nieuwe marktwagen na bijna twee jaar blijde verwachting eindelijk afgewerkt gekregen en kunnen wij onze boerenzuivel nog beter aan de man brengen. Dankzij de goede zorgen van de bouwfirma is er een nieuwe loods verrezen en is de beton errond helemaal afgewerkt en wordt het water uit de hemelsluizen op een milieuvriendelijke manier afgevoerd naar silosapciterne en gracht. En dankzij een bijna nieuwe muur van de sleufsilo ligt alle voeder netjes opgeslagen met de wintervoorraad.

Lieve Sint, kom nog maar gerust eens langs, en strooi wat picknicken in het rond, dat is beter dan de postbode met witte en bruine enveloppes, mét en zonder venstertjes.

Link naar Dagboek 19 op Boerenblog

Kijk eens naar mijn blij gezichtje

Ingedeeld onder: Luc Callemeyn — melkbrigade @ 8:07 pm

Ik vind dat ik het wel getroffen heb dit jaar. Ik heb een perceel maïs langs de grote baan staan, en sinds enkele weken staan daar op een lengte van 40 meter wel 8 borden met alleen maar blije mensen erop. Soms met een glimlach, soms zeer serieus, soms met een dromerige blik.
Als ik zo die foto’s en die slogans bekijk dan komt er soms spontaan een (aangepaste) Nieuwjaarswens bij me op, lezers met jonge (klein)kinderen hebben ze allicht wel al gehoord:
“Kijk eens naar mijn blij gezichtje,
in mijn oogjes straalt er een lichtje.
En ze lachen guitig fris.
Omdat het weer ….verkiezingen is.”

In de aanloop van de vorige nationale verkiezingen was ik in een vergadering in Diksmuide waar de partijvoorzitter en andere hoge mandatarissen aanwezig waren om naar de wensen van de boeren te luisteren. Plots stond een provincieraadslid recht, deze oud-leraar aan de landbouwschool van Oedelem is nog dagelijks begaan is met de problemen in de landbouw. In plaats van over individuele dossiers te praten had hij het over het globale klimaat waarin de landbouw zich moeizaam beweegt. Het kwam me toen zeer bizar voor dat de toenmalige voorzitter net dat moment gebruikte om zijn papieren een beetje te ordenen en wat te overleggen met zijn achterban. Het leek wel of hij niet echt luisterde naar onze grieven. Het is wel bekend, B. durft nogal eens dezelfde dingen meerdere keren te zeggen.
Maar is dat nu net niet één van onze problemen, dat het niet genoeg is om het maar één keer te zeggen? Nogal vlug denkt men daar hogerop dat die boeren daar weer zijn met altijd datzelfde gezaag over dat leefbare platteland en die bedrijfszekerheid en de ruimte en de vrijheid om in te werken. Dat, hogere heren en dames, is nu toevallig wel de manier waarop wij onze boterham moeten verdienen. En als het niet lukt met het één keer te zeggen, dan komen we nog wel eens terug.
Het viel me toen wel op dat achter de partijvoorzitter een andere man zat, soms noemde men hem een grijze mus, die het woord nam, en ons van serieuze antwoorden bediende. Hij vertelde dat hij veel respect had voor de boeren en zelf graag boer geworden was. Deze man is later Minister-president geworden, en mag nu ook in onze dossiers een beetje helpen “spitten”.

We moeten echter nuchter blijven en beseffen dat we leven in een samenleving met veel andere medemensen. Een verlanglijstje opstellen dat alleen maar geldt voor boeren is niet echt realistisch. Iedereen wil op vandaag een deel van de koek, en het is een valse utopie om nog in sprookjes te geloven en te denken dat de grote boze wolf niet zal toehappen als het brave Roodkapje huppelend in het bos rondloopt.
Bij wijze van spreken.
Toch ben ik de mening toegedaan dat we niet moeten denken dat politiek alleen maar in Europa of in Brussel bepaald wordt. Misschien maken zij wel de wetten, maar daarnaast denk ik dat gemeente- en Provinciebestuur het best geplaatst zijn om ruimte te creëren voor ondernemerschap in de landbouw, denk maar aan de vergunningen, de Polders, de ondersteuning van de verbreding in de landbouw. Het is dan wel aan ons om te maken dat op die posten mensen van ons aanwezig zijn die mee helpen beslissen wat voor ons goed is. Misschien kunnen zij dan mensen vrijmaken die boeren kunnen helpen bij het vervullen van de randvoorwaarden. “Boerenzorgers” als het ware.

Op vandaag hebben wij veel mandatarissen die landbouw werkelijk op handen dragen. Ik heb een zeer diepe waardering voor hun inzet en voor de vele dossiers en vergaderingen die ze doorworstelen. Ach, je kunt er niet altijd een kleur op plakken, bij de enen zijn ze oranje, bij een ander blauw of een ander kartelkleur. Het belangrijkste is dat zij zorgen dat wij ons werk kunnen blijven uitvoeren. Er zijn misschien niet zoveel landbouwers meer in getal, maar hoeveel mensen zijn dagelijks bezig om onze grondstoffen aan te leveren, of onze producten te verwerken en aan de man te brengen. Als al deze kiezers nu ook eens de landbouwkandidaten zouden willen steunen bij het invullen van hun kiesbrief, dan zou dat de landbouwsector enorm vooruithelpen.Binnen de gemeenteraad zijn het nog dikwijls de landbouwkandidaten die beschikken over het meest gezonde boerenverstand. Ik denk dat dit komt omdat ze altijd een samenhang zien tussen het economische, het sociale en het ecologische luik. Is één van die drie in onevenwicht, dan heb je geen duurzame landbouw. Dat wordt maar al te gemakkelijk vergeten door politiekers die holle woorden uitkramen als ze alleen maar denken aan winst of aan de sociale verworvenheden. Of als ze denken dat men met struikgewas en veedrinkpoelen de honger kan stillen.

Hierbij de link naar Dagboek 18 op Boerenblog

oktober 9, 2007

Er staat een koetje in de wei.

Ingedeeld onder: Luc Callemeyn — melkbrigade @ 9:17 pm

Als je op een zomerse dag een fietstochtje maakt door het platteland zal je ze zeker tegenkomen, de koetjes in de wei. Voor de boer zijn ze een middel om zijn boterham te verdienen, toch heeft elk van de passanten een ander inzicht over wat die koeien daar staan te doen.

De koeienfokker: “Kijk naar die koe met haar prachtige body, de perfecte balans, de mooie ruglijn en het melkkarakter dat straalt uit die kop, die ondiepe uier met die sterke ophangband en die mooi geplaatste spenen. Hier loopt een kampioene gewoon te grazen in de wei en wij mogen daarvan genieten”.

De beenhouwer: “Hier voor mij zie ik een beest dat op voet 720 kg weegt, met een slachtrendement van 45 % heb ik dan 310 kg ontvet vlees, te verdelen over zoveel biefstukken uit voor- en achterkwartieren, de rest is worstenvlees”.

De groene jongen: “Dit grote zoogdier graast in een wei die gelegen is tussen de natuurgebieden Maskobossen en Gemeneweide. Deze boer heeft hier blijkbaar al heel wat waardevolle planten staan in zijn akkerrandbeheer. Misschien kunnen we daar een natuurverbindingsgebied van maken met nulbemesting als uitgangspunt, dan zouden we de natuurwaarden verder kunnen laten ontwikkelen, op termijn kunnen wij deze hoogproductieve Holstein vervangen door een ruige grazer als de Schotse Hooglander”.

De projectontwikkelaar: “Deze weide van 2 ha ligt niet zover van de woonkern, en de nabijheid van de autostrade zal zeker een pluspunt zijn. Als we daar nu eens wat straten konden doortrekken en nutsvoorzieningen leggen, dan kunnen we hier misschien wel 20 bouwrijpe percelen van maken”.

De gebuur stier: “Hé lekker stuk, zin om een eindje te gaan wandelen”?

De milieurakker: “Hier in deze weide loopt een hele bende koeien, ik vraag me af als de mest die ze hier opbrengen niet te veel zorgt voor stikstofoverschot in het traject 30-60-90 cm. Misschien moet ik wel eens die boer zijn mestbalans en uitrijschema opvragen en moet ik maar eens rondkijken of er geen mestputten lozen op het oppervlaktewater”.

De voederdeskundige: “Met gras alleen zal deze koe geen topproductie halen, zeker niet in de zomer. Ik adviseer een bijvoedering in de stal tot 16 kg drogestof met maïs en bietenpulp, aangevuld met soja voor de eiwitvoorziening. Ik stel ook voor om siëstabeweiding toe te passen en een graslandkalender bij te houden voor een optimale drogestofproductie van deze weide”.

De schilder: “Ik hou van koeien, de manier waarop ze soms in het landschap bevroren staan met alleen die mond die beweegt om het malse voeder te herkauwen. Ik zou er uren kunnen naar kijken”.

De Public Relationsman: “Koeien zijn heel belangrijk in het landschap, een consument wil geen lege weilanden zien met enkel maar tractoren die rondtuffen om het gras te maaien en op te halen. We moeten opletten dat we niet de fout maken als bij de varkens en de kippen waar de consument denkt dat de dieren opgesloten staan in enge hokjes en alleen maar moeten eten en herkauwen en melk geven”.

De econoom: “Een kalfvaars kost momenteel 1200 €, die kan dan 25 liter melk geven om na een jaar weer af te kalven. De voederkost per 100 liter bedraagt 9.30 €, afschrijvingen en intresten 4.60 €, variabele onkosten bedragen 11.07 €, in totaal maakt dit 25.00 € per 100 liter. Bij een melkprijs van 30 € is de vergoeding voor arbeid dus 5 € dit begint een marginaal arbeidsinkomen te worden”.

De uitbollende boer: “Als ik nu zou stoppen met mijn bedrijf, en ik trek alles in brokken en stukken dan kan ik mijn melkquotum verkopen, mijn nutriëntenrechten, mijn milieuvergunning, ik kan mijn stallen verhuren voor iets van opslag, en mijn land kan ik elk jaar verpachten voor zotte prijzen aan de patattenboeren. Het geld van de beheersovereenkomsten en de MTR-rechten zal ik uiteraard in mijn eigen zak steken”.

De controleur: “Hier staat een koetje, ik vraag me af of dat wel de nodige oornummers in zich heeft, of de Sanitelpapieren wel in orde zijn, of er een medicijnregistratie wordt bijgehouden, of de mestpapieren en inventaris wel volledig zijn en of de mest correct wordt afgezet”.

De socialist: “Deze boer zal mij wel geen stemmen opleveren, maar praten over onze natuurintenties staat altijd netjes en zorgt voor een goed gevoel bij de kiezers. Daarbij kunnen we altijd de indruk geven dat de zelfstandigen massa’s geld verdienen, waar zouden wij anders de belastingen vandaan halen om de doppers te betalen”?

De Minister-President: “ Een koe in de wei , dat heeft wel iets, maar ik hou nog meer van mijn geiten”.

En boer Luc?
Die gaat naar zijn koetje in de wei en zegt “Hup, beestje, naar huis.
Met al dat gepalaver geraken wij niks verder.
Het is melkenstijd, geef jij maar veel melk want er moeten nog rekeningen betaald worden”.

Link naar Dagboek 17 op Boerenblog

Hoe is het zover kunnen komen ?

Ingedeeld onder: Luc Callemeyn — melkbrigade @ 9:13 pm

In de jaren zeventig wilden de jonge afgestudeerden die mee hadden helpen betogen in mei ’68 hun vrijheid verder tot uiting brengen door een huisje op de buiten te kopen, liefst een vervallen boerderijtje met wat land dat ze rustig konden laten verwilderen, een voortzetting van hun hippie-dromen. We moeten dat zover niet laten komen dacht men, en er werd een gewestplan opgesteld die ervoor zorgde dat het platteland aan de boeren bleef.

Toen de boeren in de jaren tachtig volop aan het produceren waren om al die monden in Europa te voeden gingen ze een beetje over de schreef, er kwamen overschotten zoals de boterberg. Hoe hebben we het zover kunnen laten komen, vroegen de Brusselse mannen zich af. En alras werden quota’s ingesteld in suikerbieten en melk, zodat het zullegeld in deze sectoren meteen zorgt voor een onoverkomelijke hypotheek voor tientallen jaren.

Maar boeren zijn slim, en als er in de ene sector geen geld meer te verdienen is, dan zoeken ze iets anders. En ze schakelden over op grondloze landbouw zoals varkens en pluimvee. En weer hadden ze dat in Brussel gezien! Verdorie, die beesten zitten daar maar in hun kot, en ze produceren veel te veel mest die op veel te weinig grond afgezet wordt. Er kwamen MAP’s en LAT-relaties, mest werd verplaatst en geïnjecteerd in de bodem en nog is het niet goed genoeg. Jamaar, zeggen de boeren, het zijn de overheid en de landbouworganisaties die ons gestimuleerd hebben, ze mochten het nooit zover hebben laten komen. Maar in het jaar dat er een bouwstop was in de varkens zijn er nog nooit zoveel stallen gebouwd als toen.

Ooit hadden we Vera Dua die Groen uitsloeg, er volgden nog anderen. De Groene Hoofdstructuur was een eerste proeve, maar het massale protest van de boeren zorgde ervoor dat dit project diep in de kast werd gestoken. Maar toch nooit diep genoeg om niet als basis te dienen voor alle verdere natuurprojecten. Die boeren maken alle land vlak, de beken recht en de landerijen te groot, we moeten dat zo ver niet laten komen. En met het geld van de belastingbetaler werden gronden aangekocht die dan gratis aan Natuurpunt werden gegeven. Die dat (laten) beheren met één of ander soort verwilderingsbeheer. Maaien na 15 juni betekent automatisch dat er veel minder moet bemest worden, of zelfs helemaal niet. Waar zich voorheen donkergroene weiden bevonden met groeizaam Poldergras zie je dat nu overgaan van bleekgroen tot geel, een teken van armoe in de grond. Belgie voert nu al meer voedingsgrondstoffen in dan dat ze uitvoeren, we hebben momenteel al een negatieve handelsbalans. Als we nog minder intensief zullen werken zal dit zeker niet verbeteren. Misschien zal men binnen tien jaar zeggen dat we het nooit zover hadden mogen laten komen, als we al niet meer voor ons eigen eten kunnen zorgen.

Enkele jaren geleden werd ik benaderd door de Schepen van Milieu om me in te schrijven voor een project van landschapszorg, en ik kon daarvoor 2500 € subsidie krijgen. Dat is niet mis, ook wij konden dat gebruiken, dus, laat maar komen. Een jongeman kwam bij ons langs en wilde samen met ons een volledig plan uitteken van het groen op ons bedrijf. We hadden al één en ander, maar daar was weinig goed aan: Canadapopulieren, een Leylandi haag en een dubbele rij fruitbomen konden hem niet echt bekoren. Een drie meter brede haag met struiken was zijn droom, rond heel de hofplaats als het kon. En hier en daar in de weiden een verspreide bomengroep. En een poel, fantastisch! Uiteindelijk kwam het er op neer dat ik voor 750 € aan plantgoed kon krijgen, en dat de andere 1750 € moest dienen om de mannen te betalen die het planten en het eerste jaar onderhoud kwamen doen. Dus geen blote cent voor mij? Ach, ik moest alleen een contractje tekenen waarop ik stelde dat ik meedeed met het project, ze kwamen dan alles voor niks doen. Ik moest wel de aanplant de eerste tien jaar goed onderhouden, daarna mocht ik er vrij over beschikken (met erbij in kleine lettertjes) “behoudens kwaad opzet”. Wat dus betekende dat ik er nooit meer vanaf raakte. En als puntje bij paaltje kwam bleek zelfs dat de Provincie West-Vlaanderen eigenaar werd van die struiken (later bomen). Ja man, die kerel kon niet vlug genoeg van mijn hof zijn! Ongetwijfeld zullen er nu andere lezers die wél in dit project hebben meegestapt even nadenken : hoe heb ik het ooit zover kunnen laten komen? Ik was eens bij een Hollander die al jaren ervaring had met zulke praktijken en die verwoordde het als volgt : je geeft die lui een vinger, ze pakken je hand, trekken aan je arm en steken vervolgens een mes in je rug.
Mijn collega-Dagboekschrijver Johan was fier om onlangs een nieuwe beschrijving in te voeren van een landbouwer die zijn weg niet vindt in de doolhof van regels : een “zoekboer”.
Ik heb er ook eentje. Hoe noemt men een boer die zijn inkomen moet halen door mee te doen aan allerlei projectjes en beheersovereenkomsten en subsidies?
Een “scharrelboer” !

Link naar Dagboek 16 op Boerenblog

Draag elke dag een propere onderbroek

Ingedeeld onder: Luc Callemeyn — melkbrigade @ 9:11 pm

“Knoop je jas dicht, doe een das om, was eerst je handen.”
“Kam je haren, recht je schouders, denk aan je tanden.”
“Blijf niet hangen, recht naar huis toe, spreek met twee woorden.”
“Stel je netjes voor, eet zoals het hoort en zeg U {u u u…}.”

De titel bovenaan, die komt van een kinderboek.
Hierboven staat een strofe van een song van de Nederlandse groep Doe Maar. Beiden hebben het over de betutteling van mensen die het zogezegd goed met je voorhebben, maar die dat afdwingen door het opstellen en doen naleven van allerlei regeltjes.

Verwonderd dat dit hier in het Dagboek staat?
Welnee toch, als boer worden wij elke dag hiermee geconfronteerd:
Het bijhouden van het Sanitel register met correcte paspoorten tot drie jaar na datum, onmiddellijk plaatsen van twee nieuwe identieke oormerken, afwezigheid van dieren zonder oormerken, op tijd aan-en afmelden van dieren, afwezigheid van niet toegelaten stoffen ook niet over vervaldatum, bijhouden van een medicijnregister,delvotestuitslagen, verschaffingsdocumenten en voorschriften van de veearts (getekend en genummerd), plakkertjes van de veearts op papieren en op flessen, niet meer medicijnen in voorraad dan voor de behandeling voorzien, vervoer met een goedgekeurde dierenwagen met een dieren- en reinigingsregister, melden van dieren op een verre weide, melden van vreemde ziekten aan het labo, bijhouden van de vervoersdocumenten van voeders en reinigingsmiddelen en gewasbeschermingsmiddelen, invullen van teeltfiches met alle bewerkingen, driejaarlijks keuringsrapport van de sproeier, correct sproeilokaal, bijhouden VLIF-boekhouding, meitelling, voldoende mestopslag voor zes maanden, mestvaalt met drie muren en met een degelijke sapafvoer, bijhouden van het dierenregister de derde dag van de maand, correcte mestbalans met eigen afzet en burenregeling en mestverwerking, correcte aanvraag van verhoogde bemesting, teller op elke waterpomp, voldoen aan de uitrijregeling ook in kwetsbare gebieden, emissiearme aanwending, verbod op toediening op de akkerrand, staalname van gronden, niet overschrijden van stikstofgehalte in de bodem, naleven van één van 35 mogelijke beheersovereenkomsten, behoud van kleine landschapselementen en reliëf, controle aantal dieren op de weide en van hun eigenaar, maaidatum, afvoer van maaisel of juist niet, MTR aanvraag met correcte inkleuring van de fotoplannen en correcte oppervlakte, controle van het juiste gewas, correcte braaklegging, behoud van blijvend grasland met overnames en wijzigingen of omzettingen, erosiebeperkende maatregelen, aanwezigheid van vergunningen voor milieu en bouw en oppompen en lozen van water en nog vele mogelijke items, olielekbak en ingekuipte mazouttanks en betonnen verharding rond het verdeelpunt, uitzaai van groenbedekkers, uitvoeren van mechanische onkruidbestrijding, aanwezigheid van gras-klaver, correcte uitvoering van perceelsrandbeheer, van weidevogelbeheer, van eiwithoudende gewassen, naleven van de melkquotaregeling en voorlegging van IKM-certificaten, voldoen aan de grondgebondenheid, voor thuisverwerkers het bijhouden van de geproduceerde-, de verkochte- de vernietigde hoeveelheden en de stock, facturatie van de verkoop en registratie van weggeschonken hoeveelheden, voorleggen van de melkkontrolegegevens, bijhouden van productiefiches met kritische controlepunten en temperatuursregistratie, traceerbaarheid van productie step up en down, goedgekeurde reinigings- en ontsmettingsmiddelen, niet vangen van bedreigde diersoorten.

Voor mijn bedrijf alleen al kom ik dus aan vijfentachtig, en voor elk van deze kan een controleur onverwacht voor uren bij je langs komen. Een boer vertelde mij onlangs dat hij lang met de gedachte gespeeld had om aan zijn voordeur een brief te hangen met de tekst: “Enkel controleurs die hun bezoek volgens de regels van beleefdheid van tevoren melden krijgen koffie !” Hij had het toch maar niet gedaan.

Wie dus zijn handtekening zet onder een aanvraag van iets bij het Ministerie kan zich altijd aan bovenstaande controle verwachten. Bij de MTR aanvraag kregen wij een boek met uitleg van wel tachtig bladzijden met vooraan elf pagina’s met verkaringen op eer, goed voor wel vijftigduizend lettertekens (dit Dagboek telt er maar vierduizend!). Ik heb ooit eens achttien jaar geleden een huwelijkscontract getekend bij de notaris, dat duurde tien minuten en dat besloeg maar drie bladzijden. Maar daar stonden wel zoveel geen uitzonderingen in.

Van het bovengenoemde boek “Draag elke dag een propere onderbroek” was de ondertitel : “…en nog 31 andere uitspraken waarmee je ouders bedoelen dat ze van je houden”.
Ik vraag me af als onze ambtenaren die al deze regels opgesteld hebben en de controleurs te velde ook ….

Link naar Dagboek 15 op Boerenblog

oktober 8, 2007

Controle. Mag het ietsje meer zijn ?

Ingedeeld onder: Luc Callemeyn — melkbrigade @ 9:01 pm

Op de laatste MTR vergaderingen zijn we er telkens met de neus op gedrukt dat wij controle kunnen verwachten voor elke € premie die wij (terecht !) ontvangen, vanuit het principe “vertrouwen is wel goed, maar controle is nog beter!”. Tja, en dan doe je maar je papieren zo goed mogelijk, komt er dan zo’n wagentje op ’t hof gereden met twee mannen erin met een aktentasje. Je weet wel.
Of ze nu (on)gelegen komen of niet, de ongenode gasten nestelen zich in je keuken, kijken vragend of er koffie is, terwijl jijzelf de hele bureau mag overhoop halen om hen tot het laatste formuliertje van dienst te zijn.
Ik overdrijf natuurlijk, maar mijn pleidooi is eigenlijk om toch wel een beetje meer controles te doen. Wablieft ?
Neen, ik heb in mijn titel bewust een woordje weggelaten. Ik zou met aandrang willen vragen om wat meer aangekondigde controles te doen.Wanneer die puntjes-op-de-i-zetters in het begin van de week hun planning maken, dan weten ze toch wel bij wie ze zullen langsgaan zeker? En is dat dan zo moeilijk om dat even telefonisch te melden? Al ware het maar de avond ervoor. Iedereen weet toch wel dat als er iets echt administratief verkeerd is, dat je dat niet meer vlug kan verdoezelen. Maar we kunnen dan wel al de juiste papieren netjes klaarleggen. En gewoon maken dat alles in orde is.
Dit moet toch wel de ultieme droom zijn van elke controleur : ergens toekomen, de koffie staat al dampend klaar, dreupelke erbij (oeps, mag niet), administratie volgens het boekje controleren, handruk nadien, complimentje erbij, goed gewerkt mensen. Zo zouden ze veel meer en nog veel efficiënter de bedrijfsactiviteiten kunnen controleren. Ik heb het maar van horen zeggen, maar ’t schijnt dat er controleurs zijn die er alleen maar op uit zijn om iemand te pakken. Foei toch!

Maar kijk, wat ik eigenlijk wilde zeggen is dat wij op onze bedrijven allemaal proberen om zo efficiënt mogelijk om te gaan met onze beperkte tijd, dat onze dag helemaal vol gepland zit met vaste en losse werken. Dat wij soms halve nachten in de weer zijn voor oogst of voor een kalving. Wel, dan kan een voormiddagje onverwacht controlebezoek uitdraaien op stress, hartkloppingen, slapeloze nachten, administratieve burn-outs, zelfs depressies, agressiviteit of gebroken gezinnen. Mensen die prima geschikt zijn voor hun werk, met liefde voor de stiel, een bedrijf als een plaatje. Maar die er gewoonweg niet durven aan denken dat er een onverwachte controle zou kunnen komen, en ’t moet er maar om doen dat er een datumpje of een formuliertje niet ingevuld is.

Op enkele gelegenheden, waaronder Agribex, heb ik daar onder andere verantwoordelijken van FAVV aangesproken, en tot mijn oprechte blijdschap stonden de PCE hoofden en zelfs woordvoerder Pascal Houbaert ten zeerste open voor mijn idee. Men heeft mij uitgelegd dat een minimum aan onaangekondigde controles soms nodig zijn, maar meestal helemaal niet expleciet voorgeschreven in de wet, en dat een controleur zijn werk moest doen met respect voor de klant. Ik mag het verhopen.

Zaterdagmorgen om zes uur waren mijn koeien onverwacht gaan “wandelen”. Ze hadden ontdekt dat een deurkruk ook beweegt als je er wat tegen wrijft en kozen met een twintigtal de buitenlucht. Vlug rond de stal gelopen en wat hekkens dichtgedaan en dan vlug erachter. Ze hadden direct de pasgezaaide weide vooraan de boerderij ontdekt en genoten met volle teugen en wilde sprongetjes. En ik erachter. Maar van het snelle lopen in de zachte aarde moet ik plots in een putje getrapt hebben, en ik voelde mezelf alsmaar meer vooroverhellen, en hoe rapper ik mijn benen probeerde te verzetten hoe meer ik voelde dat dit helemaal verkeerd ging. En plots lag ik languit voorover op de grond. Enkel uit puur lijfbehoud hield ik het hoofd omhoog en bleef aldus gespaard van aarde in mijn gezicht. Ook hier mocht ik wat meer controle (over mezelf) gehad hebben.

Deze week kan u als lezer ook genieten van een primeur. Aandachtige fans van dit Dagboek weten wel dat wij een website hebben. Die bezorgt aan de surfer op het web wat meer informatie over ons bedrijf. Maar ik voelde bij mezelf de nood om nog meer en alerter in te spelen op de actualiteit en daarom maakte iets anders, namelijk www.boerenblog.blogspot.com waar ik elke dag zelf iets nieuws kan aan toevoegen. Ik wil daar ook dit Dagboek in publiceren en nog veel meer, en vrij uniek is dan ook dat u als lezer daar zelf zal kunnen op reageren.
Misschien krijgt u dan wel het gevoel dat u zelfs dit geschrijf een beetje onder controle krijgt…

Luc Callemeyn.

Dit Dagboek staat elke week op een halve bladzijde in de Boer & Tuinder, het wordt verdeeld door onze vakorganisatie aan 25.000 gezinnen in Vlaanderen, van boer tot Minister-President, van arbeider tot fabrieksdirecteur, en men vertelt mij dat iedereen toch mistens het Hoofdartikel en het Dagboek leest …
Ikzelf kom in beurtrol ongeveer om de 8 weken aan bod.

Kijk hier op de link naar Dagboek 14 op Boerenblog.

oktober 7, 2007

Je geld of je leven…..

Ingedeeld onder: Luc Callemeyn — melkbrigade @ 8:34 pm

Dit Dagboek werd gepubliceerd in november 2005.

Toen de melkkwota ingesteld werden in 1984 was ik nog meewerkend helper bij mijn ouders. Ik herinner me nog levendig de infovergaderingen die toen ingericht werden, het onbegrip waarmee de nieuwe regels onthaald werden en de krasse uitspraken van de consulenten van Boerenbond die een vermindering van de melkplas en van de melkveestapel toen al bijna als een voldongen feit zagen.
Ondertussen zijn we, jawel, 21 jaar verder, de ervaren consulent van weleer is topambtenaar geworden op het kabinet Landbouw bij Leterme, en met de vermindering van de veestapel heeft het in het begin nog zo’n vaart niet gelopen.
Na enkele jaren werden de kwota een beetje verhandelbaar, en alerte marktspelers zagen spoedig in dat het altijd wel voor iemand goed was als er een pak geld verlegd wordt. De overnemer die moet lenen bij de bank om kwota te kopen, de overlater die datzelfde geld op de (zelfde) bank kan zetten, of direct kan uitdelen aan zijn kinderen. Met als logisch gevolg dat dit kapitaal ook definitief uit de landbouw verdwijnt.
Wie in die jaren een beetje heeft vooruitgekeken en zijn bedrijf actueel heeft gehouden zal ook hierin de nodige investeringen gedaan hebben. Ook wij zijn op die kar meegesprongen en hebben zo sinds de overname van het bedrijf van onze ouders onze omvang verdriedubbelt. Onze laatste aankoop in 1995 was meteen ook de grootste en is lange tijd een drukbesproken onderwerp geweest voor boeren “na de hoogmis”. Op het moment dat wij die overname deden verklaarde iedereen ons voor gek, bij wijze van spreken was het enkel wachten op de deurwaarder, maar toen de verkoop van kwota daarna voor enkele jaren vastlag kwam men ons soms vertellen dat wij veel “chance” gehad hadden. Het is maar hoe je het bekijkt zeker. Toch moet het mij van het hart dat wij voor een bijzonder hoge prijs enkel een standaard bevestigingsbriefje van het Ministerie kregen met daarop de vermelding dat wij het “recht” kregen om zoveel liter te produceren. Voor eenzelfde bedrag krijg je van de notaris bij aankoop van grond een officiële akte in viervoud.
Omdat wij toen kozen voor een langlopende lening (jonge boer en nog vele andere plannen) zijn wij die zware investering in productierechten nog altijd aan het afbetalen. Ik durf het hier aan om U even te laten meerekenen, bij een aankoopprijs in 1995 van meer dan 1 Euro per liter komen wij inclusief intrest aan een afbetaalde prijs van 1.65 Euro per liter. Wie de prijzen op vandaag hoort verschiet daar misschien niet van, maar wie even realistisch is en die kwotakosten afschrijft over een periode van 10 jaar komt dan logischerwijze aan een netto kwotumkost van 16 cent per jaar. En als dat cijfer in de bedrijfsboekhouding nu precies de vergoeding is voor arbeid en investeringen, dan betekent dit dat wij tien jaar op een derde van ons bedrijf voor niks gewerkt hebben.
Wij hebben ons wel altijd opgetrokken aan de gedachte en de hoop dat wij die liters ooit weer zouden kunnen verkopen (bijvoorbeeld overlaten bedrijf) maar als wij de geruchten binnen Europa zo een beetje volgen, lijkt daar van langs om minder kans toe te zijn. Zelfs binnen Boerenbond heeft men de discussie rond het afschaffen van de kwota opgestart.
Dit alles kwam bij mij op toen ik onlangs een paar kinderen bezig hoorde in een spelletje, en waarin de vijand de keuze gelaten werd: “Je geld of je leven!”. Maar het lijkt me nu wel dat men ons bij die investeringen in melkkwota of “gebakken lucht” maar meteen ons geld én ons leven genomen hebben.
Nog niet zo lang geleden kwam bij ons in de hoevewinkel een vroegere “marchand” (handelaar) en ik vond dat al lichtjes verdacht, ik was nog iets meer op mijn hoede toen hij tot bij mij kwam om een beetje te klappen. “Het is nogal wat hé bij de boeren, niks verdienen, heffingen, investeringen. De melk is toch nog altijd het beste. Maar dat kwotum, wat peins je daarvan, zoveel geld, wie kan dat nog betalen. Hoeveel zouden ze nu durven vragen zo, voor een liter?” Ik hield me wat op de vlakte, vertelde dat dit afhankelijk was van het vetgehalte en van de voorwaarden rond de meegaande grond. En ik noemde een actuele prijs. “Is’t waar, zoveel? Zo kleden ze de boeren helemaal uit!” En bijna direct daarna “ Maar apropos, ik weet nog een plaats waar ze 150.000 liter zouden verkopen, en ik kan wel een goed woordje doen …” Wat een “geluk” dat er nog mensen rondlopen die ons een beetje willen “helpen”.
Overigens, bij het bovengenoemde gangsterspelletje van de kinderen op de speelplaats was er eigenlijk nog een derde optie : “Je geld of je leven of … je broek afgeven!”.
Dat is nog een andere optie.

Link naar Dagboek 13 op Boerenblog

oktober 2, 2007

Boer zkt boerin

Ingedeeld onder: Luc Callemeyn — melkbrigade @ 8:22 pm

Boer zkt boerin

Als je het programma “Boer zkt Vrouw” bekijkt, dan lijkt het wel of er geen boerinnen meer nodig zijn. Alle kandidaten haasten zich om te verklaren dat de vrouw van hun dromen helemaal niet op de boerderij hoeft te werken. Maar dan blijken de meeste dames precies “hun” boer te selecteren op basis van hun bedrijfstype, en duiken ze met een cameraploeg meteen voor enkele dagen de stallen in.
Ik vrees dat ik persoonlijk geen al te beste kandidaat zou zijn : ik help niet altijd mee aan de afwas, ruim niet altijd de kranten op na het lezen en soms draag ik mijn sokken enkele dagen te lang. Om dan nog niet te spreken over mijn gebrek aan interesse voor een theatervoorstelling of een culturele uitstap. Nee, dan liever een echte boerin waarmee ik eens samen naar een Opendeurdag of een Landbouwsalon kan gaan om dan heel de tijd met collega’s te staan kletsen over wat ons gezamenlijk bindt : onze gedreven inzet voor ons bedrijf met zijn dagelijkse lief en leed.

Verleden week donderdag hadden wij hier een filmploeg van Terzake met Jan Holderbeke. Een hele vlotte en minzame journalist, zo bleek, en dat zijn misschien meteen ook de gevaarlijkste. Bij een persoon als Phara of Siegfried zou een mens al direct meer op zijn hoede zijn. Wij hadden voor die namiddag bedrijfsleiderskring van de boekhouding op het programma, samen met consulent Jan Halewijck. De filmploeg bestond uit journalist Jan Holderbeke, een regisseur, een cameraman én een geluidsman. Normaal doen wij dan met alle 8 boeren eerst een rondleiding op het bedrijf om de laatste veranderingen te bespreken. “Doe maar zoals jullie gewoon zijn, je moet op ons niet letten, wij volgen jullie gewoon”, raadde de regisseur ons aan. En lap, de eerste zin die ik nog maar uitsprak stond al meteen in de TV-montage.
Omdat het over het nitraatprobleem ging had Jan mij vooraf telefonisch voorgesteld om iets te filmen in de stallen, de mestopslag en de grazende koeien. Met handen en voeten heb ik hem moeten uitleggen dat wij zo kort na het verstrijken van de uitrijperiode die eindigt op 15 september bijna geen mest in voorraad hadden. Hij leek het toch te begrijpen.
Het was prachtig weer die dag, en ik had nog vlug het ongeveer 120 meter lange betonnen koepad die moest afgelegd worden tot aan de weide netjes geborsteld. Alles lag perfect droog, de plastiek overschoenen die de filmploeg en wijzelf aanhadden waren eigenlijk niet nodig, maar het gaf wel een goeie indruk hé. En toch was de cameraman erin geslaagd om een beeld van een tiental seconden te nemen op ongeveer 20 cm hoogte boven de enige plas die onderweg te vinden was. Op TV leek dit wel op een enorme mestvijver, en dat zal wel moedwillig geweest zijn, daar ben ik van overtuigd. Het kan geen toeval zijn als de cameraman dit beeld neemt, dat de regisseur en de journalist die beelden selecteren uit een totaal van meer dan 2 uur opname om dan te knippen tot een 5 minuten durende reportage.

Onze Opendeurdag van 14 augustus is een waar succes geweest, mede dank zij het weer dat ik in vorig Dagboek voorzichtig had voorgesteld als het ideale : een beetje regen in de ochtend en volle zon in de namiddag. Meer dan 4.000 bezoekers vergaapten zich aan de dieren, de melkverwerking, de kaasmakerij en de stallen, of konden even verpozen in de grote tent. Het viel iedereen echt op hoeveel burgers uit de stad Brugge en omstreken aanwezig waren, en hoe ze in bewondering stonden voor de landbouw en zijn gedreven boeren. Eén opmerking zal me zeker bijblijven, iemand vertelde later aan zijn gebuur dat het zo proper was in de stallen dat je er gerust een trouwfeest kon geven. Kijk, ze mogen van mij altijd weten dat ik een boer ben, maar ze hoeven het dus niet te ruiken!

Vorig weekend was een unicum in mijn carriére als boer. Het was de eerste keer dat ik niet naar de Werktuigendagen ben geweest. De planning was wel gemaakt voor zaterdag, maar een snotvalling en een zware kop beslisten dat ik beter de namiddag in rust kon doorbrengen. Ik ben anders wel graag op de hoogte van nieuwigheden, maar nu had ik toch geen nieuw materiaal nodig. Zei mijn boerin toch.
Ik herinner mij nog heel goed de editie van 2 jaar geleden toen ik op de stand van Boerenbond in gesprek was met oud-consulent Mark Vergote, en ik de Hoofdredacteur van dit blad in het vizier kreeg. En hoe ik toen overmoedig vroeg of ze geen nieuwe Dagboekschrijver konden gebruiken. Ze bekeek mij toen zo eens van kop tot teen en vroeg: “Zijt gij wel een boer? Want dat is de absolute voorwaarde”.
Het verwondert mij op vandaag nog steeds dat zij daaraan durfde te twijfelen.

Link naar Dagboek 12 op Boerenblog

Boeren kleuren het platteland

Ingedeeld onder: Luc Callemeyn — melkbrigade @ 8:19 pm

(gepubliceerd begin augustus 2005)

Terwijl het erop lijkt dat iedereen bezig is om zo snel mogelijk en zo ver mogelijk op reis te gaan zou je gaan denken dat Vlaanderen wel uitgestorven en doods dreigt te raken. Niets is echter minder waar. Ook in de zomer moet er nog veel gewerkt worden op het platteland, en wie in de Kuststreek de landelijke wegen wil opzoeken zal dat wel geweten hebben. Zo kan je wel ettelijke kilometer achter een pikdorser, een traktor met pers of een weinig verlichte strowagen blijven hangen.

Maar ook het weekendleven bloeit als nooit tevoren, want overal waar men gaat langs Vlaamse wegen komt men … reclameborden tegen. Meestal hoef al je bij het zien van de naam van de activiteit niet meer te twijfelen aan de inhoud : een hoeve-smoefeltocht, een gezinsbarbecue, fietszoektocht, zevenkamp tussen Landelijke Gildes, of voor de jongeren een tien Euro-fuif, schaapjesbal, keuneleutefuif, of wat dacht je van een “gif mo goaze”-fuif.

Zelf was ik een tweetal weken geleden ook op stap om borden te zetten voor onze eigen Opendeurdag die wij organiseren op ons bedrijf. Van tevoren een plannetje maken met enkele strategische plekken, het lijkt misschien eenvoudig, maar er komt wel meer bij kijken. Affiche ontwerpen, laten drukken op een opvallend fluo kleurtje, borden maken, een avondje gaan plaatsen. Maar ook andere kanalen bewerken zoals een busfolders maken om bij de reclamekranten te steken, een advertentie in de Krant van West Vlaanderen, enkele persteksten, de juiste mensen aanspreken, … Je zal het wel kunnen geloven dat wij er al van in oktober mee bezig zijn. Het prille begin was eigenlijk een gewoon gesprek, een hint : “hebt gij goesting, awel, ik eigenlijk ook”, en zo waren we vertrokken. De kalender werd uitgepluisd naar een geschikte datum, het lange weekend van 14 augustus leek ideaal, elke dag brainstormen en wat bijpraten, ideeën vergaren en toetsen op haalbaarheid en financiele voorwaarden, … en meestal weer achterwege laten. Onze grootste stimulans kwam eigenlijk van de vraag van klanten op de markt die graag eens ons bedrijf wilden leren kennen.
Met het verfijnen van de programmatie en de betrachting om alles zo goed mogelijk te doen zien we het werkbudget stijgen tot enkele duizenden euro’s. Hopelijk krijgen wij een goede respons van de bezoekers, want het is ook niet echt de bedoeling dat wij daar aan toesteken. Laten wij het in geleerde termen maar omschrijven als een “return on investment”. Misschien moeten wij zelfs een beetje hopen op niet overdreven warm weer, anders trekt iedereen naar de kust om daar te gaan zonnen.

Vooral de laatste weken waren op zijn minst hectisch te noemen. Ik was bijzonder voorzienig geweest om adreslijsten en opmaak en teksten al van maanden van tevoren te maken. Kwestie van ons daar op het laatst niet te druk te moeten over maken. Alles stond zeer netjes opgeslagen op mijn computer, maar dat mijn systeem dan begin juni zou gaan crashen was natuurlijk niet ingecalculeerd. Meteen was ik alle bestanden kwijt van de laatste drie maanden, maar ook mijn betalingsgegevens, mijn boekhouding, mijn mailadressen en mijn mailgeschiedenis. Alle pogingen om de recente bestanden terug te halen waren zonder resultaat, dus moest ik helemaal opnieuw beginnen. Tussendoor mocht ik nog voor vier dagen naar een trouwfeest in Roemenië, en deze week moeten de roosters nog opgeruwd worden en zullen wij de stallen nog eens reinigen.

Maar zo gaan we in deze laatste week de rechte lijn in naar de finish, met als hoogtepunt de Opendeurdag op zondag. Wij zorgen er alvast voor dat iedereen het volledige bedrijf kan bezichtigen, zowel de stallen met de dieren, maar natuurlijk ook de melkverwerking en de kaasmakerij. Er is een kaasschotel te verkrijgen (uiteraard met zelfgemaakte kaas), er staat een grote tent voor wie even wil verpozen bij een drankje of een koffie met een stukje taart, er is kindergrime en om het uur een optreden van clown Trico voor de kleinsten. Als attractie zorgen wij vanaf 15.00 uur voor helicoptervluchten over de streek. En voor elk bezoekend gezin is er gratis het exclusieve boekje “Het verhaal van de boer en de boerin” waarin de lezer heel wat te weten komt over ons gezin, ons bedrijf en onze filosofie.

Voor het actualiseren van de laatste informatie ontwikkelden wij samen met onze buurman-webmaster een attractieve webpagina die te bereiken is via www.baliehof.be . Later zullen wij alle foto’s ook van daaruit online zetten.

Hartelijk welkom op zondag 14 augustus 2005

Luc Callemeyn

Voor alle duidelijkheid, dit was dus verleden jaar, en dit jaar hebben wij helemaal geen plannen in die richting.

Geen Dagboek vandaag.

Ingedeeld onder: Luc Callemeyn — melkbrigade @ 8:17 pm

Geen Dagboek vandaag.

Hier had moeten een Dagboek staan van het voorjaar van 2005, maar helaas, helaas, op 4 juli had ik een serieuze computercrash zodat ik alle gegevens van 3 maanden (tot aan de vorige Backup) definitief verloren was.
Ik ben er nog hopeloos achter op zoek gegaan, hoe dat verlopen is kan je hier lezen.
En dat op zich is in omvang al evengoed als een Dagboekbijdrage.

Ondertussen weet ik het weer, de titel was “1 mei, Feest van de Arbeid”. Ik schreef toen over het voorjaar, over de ontwikkelingen van de grasgroei, de moeilijkheid om tussen de buien door een schikking te maken van het maaien van de voorjaarskuil, en uiteindelijk het vele werk dat daarmee gepaard gaat, toevallig dan op die datum 1 mei. Wel, omdat we dan op enkele dagen tijd bezig zijn om de helft van het voederrantoen in voorraad te leggen voor een hele winter, is dit bijzonder zwaar labeur, dan is de echte boer nog eens aan het werk. En dat, terwijl de rooie ministers bezig zijn met hun speech over de Dag van de Arbeid, die eigenlijk meer spreekt over de sociale zekerheid van diegenen die niet werken ….

Link naar Dagboek 10 op Boerenblog

Man man man, wat een miserie

Ingedeeld onder: Luc Callemeyn — melkbrigade @ 8:15 pm

(gepubliceerd april 2005)

Dit is een verhaal dat niet geschikt is voor gevoelige lezers. En ook niet voor ambtenaren van de Mestbank, Sanitel of de Premies.

Het was een zondag zoals alle andere. Zou je denken. Maar toch hing er iets in de lucht. Zoiets als van die dagen dat je misschien beter niet zou opstaan. Nochtans, de boer deed die morgen zijn gewone werk, ’s middags was er friet met lekkere biefstuk van een zelfgekweekte vaars. Maar tijdens het eten was het merkwaardig stil. Terwijl vrouw en kinderen de afwas deden las hij nog een beetje in zijn favoriete landbouwweekblad, maar zijn gedachten waren er duidelijk niet bij. De kinderen dropen één voor één af. De boer zuchtte en zuchtte, het leek onvermijdelijk, tot plots zijn vrouw ingreep en vroeg “zullen wij er nu maar aan beginnen ?”
Zonder op antwoord te wachten legde zij een bruine envelop op tafel.
De Mestbankaangifte.

Er was geen ontkomen aan. Eerst de perceelsregistratie nazien, zouden ze nog iets veranderd hebben aan de bemestingshoeveelheid, of ligt er nu alweer een beetje meer in natuur. Alles optellen, de verhoogde bemesting voor een tweede teelt niet vergeten. Dan de dierregistratie. Verdorie, nu dat het sinds Nieuwjaar zo druk was op de boerderij met al die kalvingen zijn de laatste maanden nog niet ingevuld. Best dat ze nog niet op kontrole gekomen zijn van de Mestbank of dat zou weer minstens 500 € kosten tegen dat ze hun stylo uithalen. Ja, dan zullen we in Sanitel even moeten terugtellen zeker. Maar allé, waar ligt die inventaris nu, ik weet zeker dat ik hem sedert de laatste controle weggestoken heb, want ik had er toen ook een hele zondag werk aan. Ha, hier in de envelop tussen de oude papieren die je 5 jaar moet bewaren voor ik weet niet wie zijne heiligheid. En nu tellen. Die vaars Roza, was die 31 januari al gekalfd of niet, is ze dan in de categorie van 1 tot 2 jaar, is ze een melkkoe of een ander rund. ’t Is toch bijlange niet zo gemakkelijk als ze dat in de uitleg kunnen doen uitschijnen.
Goed, we hebben nu de dieren, elk in hun rubriek, dus nu hebben we al hetgeen geproduceerd is. Even rekenen : productie min afzet op eigen grond is … oei, nog teveel over. Maar ja, natuurlijk, er is ook nog mest afgezet met goedgekeurde burenregeling, maar waar zijn die papieren? Ik heb er hier enkele in de map. Zouden er nog in het bakje van de traktor liggen? Even naar buiten gaan kijken, ja gelukkig, ik denk dat ik ze nu allemaal heb.
Die schone zondagnamiddag schuift voorbij, een slok koffie tussenin zorgt ervoor dat de tas omvalt, natuurlijk recht naar die officiële papieren. Miljaarde.
Nu moeten ze nog weten wat er in stock zat. Dus weer naar buiten, de meetstok door de rooster, de hoeveelheid van nu min de hoeveelheid begin stalseizoen en terugrekenen naar 1 januari. ’t Is nie moeilijk, ’t is gemakkelijk. Maar ’t vraagt een beetje tijd. Ze vragen nu ook nog hoeveel kunstmest er gestrooid is. Vrouwe, kijk eens in de grote factuurboek en neemt eens van alles een kopietje. Is er overschot aan mest verwerkt geweest? Natuurlijk niet, niemand wil koeienstront om te scheiden of te drogen, daar zitten veel te veel vezels in.

Het melken en voederen brengt wat rust, maar die is van korte duur, want voor de wateraangifte vragen ze nu nog hoeveel water verbruikt werd, dus weer naar buiten om op de verzegelde teller te gaan kijken, en opnieuw even zoeken naar de factuur van de watermaatschappij. En dat allemaal om ons twee keer te doen betalen, zowel voor het oppompen als voor het lozen. Er steekt ook nog een brief bij voor een enquête over de mestopslag. Hup, de vuilbak in, ze moeten maar geen twee keer hetzelfde vragen.

Alles is nu ingevuld in het klad, maar toch knaagt er nog iets. Er zou eens iets moeten verkeerd ingevuld zijn. Ze kunnen daar meteen een fikse boete voor opleggen van 1 € per kilo. Of ze kunnen later misschien verkeerde gegevens gebruiken bij het toekennen van vergunningen.
Dus toch beter morgen nog eens met alle papieren naar de boekhoudster gaan. Dat zal wel weer een pak geld kosten, maar ’t zal dan toch zeker juist zijn. Bij de Mestbank moet je niet zijn, want ”wij hebben daarvoor geen tijd, je moet maar de toelichting lezen”.

En met deze laatste beslissing blijkt de droeve bui die heel de middag en avond bleef hangen plots over te waaien en word de moderne administratieve slaaf weer een echte boer die vlug nog eens naar zijn koeien gaat kijken voor het slapengaan. Ondertussen ruimt de boerin de papieren op en wacht op de boer want straks, misschien….

Dit is natuurlijk een volledig verzonnen verhaal.
Of toch niet ?

Link naar Dagboek 9 op Boerenblog

Een beetje file voor Agriflanders….

Ingedeeld onder: Luc Callemeyn — melkbrigade @ 8:14 pm

(gepubliceerd januari 2005)
Agriflanders is een vaste waarde geworden op de landbouw-beurskalender. Brussel heeft zijn fileprobleem rondom de beurs al aardig weten op te lossen, maar in Gent is wel nog een beetje werk aan. Je zal maar als boer uit de Limburg een uurtje eerder opgestaan zijn en aan je werk begonnen om op tijd de prijskampen te zien om dan in het zicht van Flanders Expo twee uur aan te schuiven, dan de afrit afgesloten, doorrijden tot aan de Blaarmeersen, en weer een uur aanschuiven voor de pendelbus, om dan aan te komen in hall 8 … als het leukste juist afgelopen is.

Als boer met een brede interesse zou ik normaal voor een dergelijke beurs minstens twee dagen uittrekken. Maar nu heb ik de beurs niet echt bezocht. Er was namelijk werk aan de winkel omdat wij er zelf stonden bij de streekproducenten. Ontelbare malen heb ik de hallen van twee tot acht doorkruist, maar iedere keer met een vaste bestemming, en nooit de tijd gehad om eens gewoon informatie op te doen.
Wij hebben dan ook een drukke week gehad. Voor de beurs begint moet de stand opgezet worden, drie keer op en af naar Gent met materiaal, iedere keer jezelf goed kontroleren dat alles mee is en dan vergeet je nog altijd iets. Tijdens de beurs elke dag met twee auto’s, Krista was daar telkens van 8 uur om de stand te openen, ik kwam een uurtje later aan en vertrok dan wat vroeger in de namiddag om de koeien te melken en ’s avonds was Krista pas om 8 uur weer thuis. En daarna alles afbreken, naar huis brengen en alle materialen weer hun plaatsje geven.

En dan nog durven collega’s melkveehouder al eens een jaloerse opmerking te maken of de indruk geven van ”jongens, kijk eens, dat zaakje draait hier wel goed …”. Blijkbaar vergeten ze dan nogal gemakkelijk dat wij eerst al een pak standgeld moeten betalen, en dat de kaas die daar ligt voor de verkoop eigenlijk gewoon uitgesteld melkgeld en arbeid is. Terwijl je daar drie dagen probeert te verkopen kan je ook niet op je bedrijf passen, bij de minste tegenslag thuis is meteen alle winst vervlogen.
Aan sommigen van hen durf ik wel eens de stoute vraag te stellen aan welke kant van de tafel zij op dat moment staan, die van de werkers of die van de toeristen ? Of hoelang zij wel moeten werken om 100 liter melk te verkopen ? De meesten verstaan de hint nogal vlug.

Gelukkig was de verkoop behoorlijk goed, mede door ons brede aanbod met kaas, broodjes en schepijs. Daarvoor is natuurlijk wel een hele bende volk nodig, best dat wij er een gezinsactivitiet kunnen van maken, maar dat kan natuurlijk enkel bij loon naar werken.

Aan onze stand kwam een heel divers publiek, burgers en boeren, maar ook vele vrienden en bekenden. Zo passeerden heel wat van mijn “Idolen”, met natuurlijk de nodige commentaren op de dagboeken in Boer&Tuinder. Ook ambtenaren en officiëlen en zelfs Z.K.H. Prins Laurent kwamen van onze ijs proeven. De foto’s staan op http://www.agriflanders.be/ bij de sfeerbeelden van de opening. Zouden wij ons nu al hofleverancier mogen noemen ?
Maar zo nu en dan zien wij ook een bekende bewust in een grote boog om onze stand heenlopen, nog anderen babbelen heel enthousiast en beweren na de beurs terug te komen.”Veel te zwaar om nu te dragen, hé”. Ach, na enkele keren dezelfde smoes kweek je wel een dik vel hoor.

Agribex is er in het verleden al in geslaagd om ons twee dagen af te snoepen van ons beursbezoek. Eerst een zondag eraf en dan een zogenaamde professionele dag die waarschijnlijk meer dient om de genodigden rustig door de paleizen te loodsen bij de officiële opening, dus zonder veel boeren die in de weg lopen.
Vraag stelt zich uiteraard bij Agriflanders of dat enorme bezoekersaantal niet moet uitgesmeerd worden over vier dagen in plaats van drie. Er gaan geruchten dat de exposanten dat niet zouden willen. Ja maar, gaan we even de rollen omkeren misschien? Is dit de beurs van één organisator, van 350 exposanten of van 85.000 bezoekers ? Kijk, laat ik hier maar eens een eigenzinnig voorstel lanceren. Als men nu eens de maandag erbij zou nemen als een échte professionele dag, en ingangskaarten enkel verdelen aan de hand van Uw registratie bij Sanitel of de Mestbank of de premies. Dus géén scholieren, géén burgers, géén kinderen op sticker- of folderjacht of bleirend aan de hand van moeder.
Maar enkel voor échte boeren en boerinnen die elke dag met hun botten in de praktijk staan en die komen om informatie op te doen of om contracten af te sluiten. En de machines in stock gaan die ene dag weg met 10 % korting !

Als de voederfabrieken dan eens zouden zorgen voor de drank, dan zorgen wij voor de broodjes. Deal ?

Link naar Dagboek 8 op Boerenblog

september 29, 2007

Idool 2004

Ingedeeld onder: Luc Callemeyn — melkbrigade @ 8:37 pm

(gepubliceerd december 2004, in volle Idool-periode)

Het einde van het jaar nadert alweer met rasse schreden. Dat zie je her en der met het verschijnen van allerhande lijstjes waarop je kan stemmen voor de knapste, slimste, handigste of schoonste mens van Vlaanderen.
Het is natuurlijk nog wat vroeg, we moeten eerst nog door de Sint en Kerstperiode.

Toch durf ik mij er nu al aan te wagen om U een lijstje voor te schotelen met onze persoonlijke “Idolen”. Het enige criterium is dat de geselecteerde mensen in het verleden of in 2004 een positieve bijdrage moeten geleverd hebben aan de opbouw of de voortgang van ons bedrijf. En, laten we vooraf duidelijk zijn, de zangtalenten tellen (voor sommigen gelukkig) niet mee. De volgorde hierna is niet belangrijk, de inzet wel.

Om te openen draag ik U mijn boekhouder Bart en zijn team voor die al onze facturen catalogeert en inschrijft, en van wie uiteindelijk verwacht wordt dat hij zorgt dat wij niet te veel belastingen moeten betalen. Daartoe is hij zelfs bereid om in zijn verlof met ons dossier bezig te zijn. In hetzelfde kantoor huist An, die ik soms mijn persoonlijke milieuactiviste durf te noemen, en die ons moeilijke dossier voor een nieuwe milieuvergunning foutloos wist rond te krijgen.

Voor moeilijke bevallingen en treurende koeien doen wij een beroep op dierenartsen Dirk en Bert, die met hun scherpe blik en een koffer vol toverdrankjes al het mogelijke doen om onze dieren weer fris in de benen te krijgen.

Koeien gemakkelijk en veel melk doen geven is de missie van bedrijfsadviseur Eddy en zijn BAM-team, daarbij laat ik mij nog commerciële woordjes influisteren door Marleen en Sandra, en soms ook door Jan en Kurt.

Al die koeien moeten ook eten hebben en daarvoor staat de loonwerker klaar met zijn ronkende machines. Gras, maïs of stro, even een afspraakje maken met Gratienne, en Patrick raapt het allemaal op en spuwt het netjes versneden weer uit en brengt alles mooi thuis op zijn plaats. Zelfs als de zon achter donkere wolken verdwijnt is hij niet te beroerd om een halve nacht door te werken.

Mooie koeien geven lekkerder melk, dus Daniel keurt alle koeien met en zonder showallures, bezorgt hen een passende date met de stieren van Jan, en Reginald maakt met de medewerkers van VRV dat alles administratief op wieltjes loopt.

Maar er moeten soms ook dieren verkocht worden , en ik laat me vertellen dat Luc en Stefaan de beste prijzen neertellen voor koeien en kalveren die ons bedrijf moeten verlaten.

“Praten werkt”, zeggen ze bij de bank van Mark, gelukkig blijft het niet bij praten alleen, en staat landbouwadviseur Daniel ons bij met raad en daad.

Goede raad is niet duur, maar om de slogan “word boer” te kunnen uitvoeren hadden wij gelukkig de beste consulenten van BB, met als koptrekker Mark en vervolgens Isabelle, Oscar en momenteel Jan. Zij kunnen de vinger op de zwakke plek leggen aan de hand van de bedrijfsboekhouding, met altijd heldere adviezen erbij geleverd.

Wanneer wij al eens op reis trekken kunnen wij met een gerust hart het melken overlaten aan Stefaan, maar ook op andere piekmomenten kunnen wij altijd een beroep doen op goede collega’s zoals Frederik, Danny of Leon, of zelfs buurman Peter na zijn drukke dagtaak. Ook hier blijkt een goede buur veel beter dan een verre vriend.

Ook Krista staat er niet alleen voor, in de melkverwerking staat Gerda haar bij voor het vullen van de potjes met lekkere melkproducten, of het verzorgen van de kaas.

Dankzij Luc in de gemeente-administratie en Daniel als Schepen voor Landbouw verkregen wij de ‘ruimte’ om in de toekomst wat stallen aan te passen en het erf te verharden, en door tussenkomst van de VLIF-medewerkers krijgen wij ook daar het broodnodige duwtje in de rug.

Gelukkig hebben Krista en ikzelf nog onze beide ouders die ons bijstaan met wijze raad en waar mogelijk nog een kleine daad en die ons steunen in al onze ondernemingen.

Als je niet van Jabbeke bent, of ons persoonlijk niet zo goed kent, zullen al die namen van onze “Idolen” je natuurlijk weinig zeggen, maar voor ons zijn dat de mensen die in de voorbije 16 jaar ons bedrijf hebben helpen maken.
Ik twijfel er niet aan dat elke andere ondernemer al die namen gerust kan aanpassen aan zijn situatie. Maar nog anders dan een bakker of een beenhouwer, zijn wij een deel van een ketting waarbij wij een inkomen bezorgen aan heel wat gezinnen in Vlaanderen (zie hierboven), en tegelijk zorgen wij voor lekker voedsel en onderhouden het landschap tot wat het is.
Aan al onze “Idolen” die daaraan hebben meegewerkt zeg ik : bedankt, en volgend jaar doen wij het samen nog beter !

Dit is de link naar Dagboek 7 op Boerenblog

Nu even niet ….

Ingedeeld onder: Luc Callemeyn — melkbrigade @ 8:33 pm

(gepubliceerd september 2004)

Het is nog altijd een mooie nazomer en alhoewel de versgekalfde koeien al serieus bijgevoederd worden lopen ze nog enkele uren buiten op de weide, al was het maar om de benen te strekken of het landschap te versieren. Het merendeel van onze graasweiden ligt aaneengesloten rond het bedrijf, maar voor een tweetal hectares moeten ze toch een landelijke weg oversteken.
Bij deze handeling ’s morgens en ’s avonds kom ik dan regelmatig in kontakt met mijn buurman. Zijn 2-jarige zoon is namelijk verzot op koeien en traktoren. Dat heeft hij dan wel met de paplepel binnengekregen want vader werkte vroeger meer dan 10 jaar als vaste hulp bij een grote loonwerker in de streek, en sedert enkele jaren met een Catterpilar rupskraan, veelal aan het strand van Oostende. Dat levert natuurlijk bijwijlen oude avonturen en sappige verhalen op.

Onlangs vroeg hij mij geïnteresseerd of het druk was op de boerderij. Wij waren elkaar ‘s morgens om 5 uur tegengekomen terwijl ik de koeien ophaalde en hij naar zijn werk vertrok. En ’s avonds om 8 uur was ik nog bezig geweest met de verreiker aan de sleufsilo’s om eten te mengen voor de koeien.

Ik kon eigenlijk op zijn vraag niet direct een antwoord vinden. Het was op dat moment geen drukke oogsttijd met graan of stro, want dat heb ik zelfs niet . Er lag geen snede gras te drogen of er was geen maïs te hakselen, en drijfmest voeren en ploegen laat ik door de loonwerker doen.

En toch zitten onze dagen bomvol. We staan ’s morgens vroeg op, en dan vooral de maandag, want ik wil klaar zijn met melken voor ik de oudsten naar Brugge naar het internaat breng, en we willen eerst nog samen eten. Er moet ook gevoederd worden aan de koeien en jonge kalveren en er is de zorg aan de weiden en in de stallen. Hoewel ik normaal niet meehelp in de melkverwerking is het meestal wel nuttig om binnen gsm-afstand te zijn voor eventuele technische problemen. Dat is niet te plannen maar valt toch wel regelmatig voor.
Daarnaast komt nogal eens een vertegenwoordiger of voorlichter met advies, en dat gaat allemaal goed zolang ze geen verschillende mening hebben. Want je mag nog zoveel adviseurs hebben als je wil, als boer moet je finaal toch de knoop zelf doorhakken en dikwijls moeten wij dan toch nog de slimste zijn en het gezonde boerenverstand laten spreken.

Wat echter de laatste jaren nogal veel tijd opslorpt is al die administratieve zaken die elke dag moeten opgevolgd worden. Dan heb ik het over Sanitel, bankzaken, boekhouding, mestregistratie, medicijngebruik en andere. Op ons bedrijf kunnen wij veel grote werken aan anderen overlaten. Denk maar aan grondbewerking, maaien, mest voeren, hakselen of ook een gebouw plaatsen of veranderen. Die mensen kennen hun werk en doen het dan ook heel goed.
Maar voor al het dagelijkse noteren van wat ze bij de Mestbank of Sanitel of FAVV of belastingen graag zouden willen weten is er maar één persoon die altijd de eerste en de laatste moet zijn, en dat is ikzelf.
En als dat noteren dan dikwijls nog enige tastbare zin had, maar nee, meestal moet het regelmatig en stipt door ons ingevuld worden en is het enkel bij een toevallige steekproef dat alles eens uitgeplozen wordt. En pas dan maar op als er eens iets niet duidelijk is of in de verkeerde kolom staat of zelfs in de verkeerde kleur. Een ijverige ambtenaar nodigt je dan uit om het eens op de bureau te komen uitleggen, en meestal gaat het dan over een situatie van een hele tijd geleden en door de drukke opeenvolging van de activiteiten binnen het bedrijf is het moeilijk te achterhalen wat er toen juist fout gelopen is.
Let wel, deze ambtenaar is ook maar een schakel in het systeem en hij wordt zijn werk ook maar opgelegd, en gelukkig doen zij veelal binnen de beperkingen van hun job een serieuze poging om samen met jou tot een oplossing te komen.
Maar ondertussen mag je het toch maar weer uitzoeken, je beste kleren aantrekken en daar een tijdje in de wachtzaal gaan zitten en zij krijgen koffie en jij niet. En als je met je dossier bezig bent, dan weet je nog nooit of hetgeen wat je vandaag verklaart, morgen niet in een ander dossier tegen je zal gebruikt worden.

Neen, geef mij maar wat meer rust, laat ons maar weer wat ont- stressen, en gek genoeg betekent dat eigenlijk dat wij liever met onze blote handen werken aan de dieren en op het land. Zelfs een volle dag gras openschudden is voor mij eigenlijk een vorm van ontspanning, want dat is op een goeie zetel, voorzien van de frisse buitenlucht vermengd met de geur van vers hooi, luisteren naar Leen op radio Donna en genieten van het landschap rondom je.

Link naar Dagboek 6 op Boerenblog.

september 28, 2007

Eventjes helemaal weg …

Ingedeeld onder: Luc Callemeyn — melkbrigade @ 7:27 pm

Elk jaar proberen wij op reis te gaan en we wisselen dan af met een gezinsreis en een studiereis.
In het bestuur van de melkveeclub Westhoek Holsteins zitten enkele mensen die al regelmatig over de grens trokken en die deze info ook aan anderen willen doorgeven. Zo trokken we al meermaals mee op reis naar Nederland, Duitsland, Frankrijk en het Oostblok. We voelden echter al een tijdje dat er een embryo zat te rijpen om ook eens de grote plas over te steken, en we waren er als de kippen bij om ons aan te melden.
Ach ja, eerst zochten we nog wat uitvluchten; het was misschien nog een paar jaar te vroeg, de kinderen nog te jong, zo’n bedrijf achterlaten, wie zal de markten doen, alles kost veel geld, en nog zoveel meer.Maar uiteindelijk hebben we alles van ons afgezet en ons beiden ingeschreven.
Begin juni was het dan zover. Na vele weken van voorbereiding en organiseren van de thuisverkoop stapten we vol moed op het vliegtuig voor onze luchtdoop. We hebben het geluk dat we voor de verzorging van de koeien al 10 jaar kunnen rekenen op Stefaan die met zijn vader een melkveebedrijf heeft in samenuitbating, en zich zo kan vrijmaken. En in de melkverwerking verliep alles vlot onder deskundige hand van vaste medewerkster Gerda. De kinderen bleven thuis want opa en oma kwamen bij ons thuiswachten en konden zo de mogelijke bezoekers en telefoons ontvangen. Het doet natuurlijk wel raar om bij vertrek het nummer van de melkmachinedealer en veearts te moeten opschrijven, maar als je zelf thuis bent kan er ook wat gebeuren.

Het is zeer moeilijk onder woorden te brengen hoe goed wij het gesteld hebben op deze reis. We bezochten zowat 24 landbouwbedrijven en 4 toeristische attracties, hielden daar ook 5 barbecues bij boeren, verbroederden met de (oude) Vlaamse gemeenschap in Canada en dat alles gedurende een busrit van meer dan 3500 km in 11 dagen.
Zo waren we ook op het bedrijf van Bart en Els Desaegher in Michigan, vroeger 6 jaar geboerd in Leffinge. Na aankoop van een vervallen bedrijf van 200 koeien is hij in verschillende stappen gegroeid naar 1200, en nu waren bouwwerken bezig voor een melkstand 2×40 en nog 2 stallen van 650 dieren. Hun groei bereiken ze vooral door het efficiënte management, geen quota en de goedkope arbeid. En natuurlijk de momenteel zeer hoge melkprijs van 18 Bfr per liter. De meeste vaste arbeid zoals melken en voederen wordt gedaan door Mexicanen aan 8 €/uur alles betaald. Ze werken 7 dagen op 7, willen geen verlof en na 2-3 jaar keren ze terug naar hun land als rijk man, en dan staat alweer een jonge vervanger klaar .
Natuurlijk leidt schaalvergroting tot meer efficiëntie, reken even mee dat je bij 1000 koeien elke week 20 kalvingen hebt, maar evengoed 20 koeien droog te zetten en dergelijke. Zo kan je elke groep een apart en goed rantsoen geven. Bart heeft buiten de mengvoerwagen en 2 Bobcats bijna niets van eigen land of machines, alles wordt gecontracteerd met akkerbouwers uit de buurt.
Dezelfde situatie ook bij Léon van Loon uit Kalmthout, maar dit bedrijf was als één concept neergezet door een makelaarsfirma. Waar we wel van schrokken was het vele gebruik van stoffen die in Vlaanderen streng verboden zijn : BST voor de melkgifte, GGO’s, multivaccins, fertiliteitsbehandelingen, groeibevorderaars bij jongvee, volop hormonen bij vleesvee.
Verder in Canada waren we ook nog te gast bij Lieven en Nele Verschaeve-Mouton uit Kemmel. Zij waren daar nog maar 2 jaar, en omwille van de quota een kleiner bedrijf met 50 koeien. Zij wilden graag alles zelf in de hand houden maar er was nu toch ook al nieuwbouw geplant.
Tussenin zagen we nog een heel pak bedrijven, van mega-groot tot topfokkerij, maar telkens met een ander verhaal waar iedere keer wel iets uit te leren was.

Net als wij denk ik dat vele van onze reisgenoten de reis van hun leven gehad hebben. De laatste dag peilde ik eens aan iedereen persoonlijk naar de verwachtingen voor en na de reis, en ook de toekomstplannen. Het hoeft niet te verwonderen dat de antwoorden heel divers en soms ook tegengesteld waren. Deze bedenkingen zijn na te lezen op www.whh.be, de site van Westhoek Holstein, of op de rechtstreekse link van het verslag.
Wanneer wij bij ons het verhaal van de reis vertellen aan collega’s hier, dan komt onvermijdelijk de vraag of wij ook niet zouden willen naar ginder trekken. Persoonlijk spreken die grote antallen of die extreme fokkerij mij niet echt aan om te boeren, maar ik heb het allemaal wel zéér graag bekeken en meegemaakt, Als je echter een beetje kan leven met de beperkingen, dan is er in Vlaanderen ook nog te boeren.

Link naar Dagboek 5 op Boerenblog

Volgende Pagina »

Blog op Wordpress.com.