Naar jaarlijkse gewoonte trekken wij er het eerste weekend van augustus op uit. Telkens rijden we richting Ardennen. Het begint stilaan op een familiebezoekje te lijken. Het is al voor de vierde maal dat we onze tenten op dezelfde hoeve opslaan. Allez, we slaan niet letterlijk onze tenten op, we gaan gewoonweg op hoevetoerisme: ‘chambres d’hôtes’ zoals je op zoveel plaatsen ziet.
Wij houden van de stilte, van de natuur en van het platteland – plat is het daar niet, maar je begrijpt wel wat ik bedoel! We logeren bij mevrouw Tassigny. Zijzelf heeft een stal dikbillen, maar tijdens de zomermaanden lopen haar dieren in de weiden rond haar boerderij. De zolder van haar huis heeft ze ingericht om mensen te ontvangen. Er kunnen een stuk of tien mensen overnachten. Je kan het niet geloven hoe kalm men daar leeft. Er is weinig stress te merken. Natuurlijk draait de boerenstiel – net zoals hier – niet echt rond, maar ze leven er toch totaal anders. Telkens wij Vlaanderen verlaten, zien wij een heuse bedrijvigheid op de velden en hoe verder wij het land intrekken, hoe kalmer het wordt. Je zou je beginnen afvragen wie er de slimste van de twee is. Je hebt tenslotte maar één leven en als er hierboven beslist wordt dat het gedaan is, is het ook werkelijk met je gedaan!
Een weekendje is zo vlug voorbij. Intussen staan we weer met ons beide voeten op Vlaamse gronden en hebben we ons witloofseizoen gestart. Ook wij zoeken manieren om ons product beter aan de man te krijgen en we hebben nieuwe perspectieven geopend. Mijn man heeft namelijk besloten om elke zaterdagnamiddag op de boerenmarkt van Diksmuide te staan. Ik steun hem voor de volle honderd procent. Hij heeft gelijk, hij zoekt een manier om meer waardering te vinden en voldoening in zijn geteelde groente. Op de veiling moet je dat momenteel niet zoeken, want het is er nog steeds niet te vinden.
We hebben deze stand overgenomen van een kweker, die daarmee gestopt is. Op de markt hangt er een speciale sfeer. Het is een sfeer van samenhorigheid van landbouwers. Boeren die trots zijn op hun werk en hun product en dat willen aanprijzen aan de man in de straat. Het zijn producten die rechtstreeks van de producent aan de consument verkocht worden. Dus, aan de versheid ervan hoef je niet te twijfelen. Er staan kramen met zuivelproducten, groenten en fruit, vlees, gevogelte, ijsjes en pannenkoeken, bloemen enzovoort. Waaraan zou je als consument nog twijfelen? Waarom zou je nog naar de supermarkt gaan? Je hebt er alles bij de hand. De producten worden er op een democratische en klantvriendelijke manier verkocht.
Je mag het wel niet onderschatten. De zaterdag was al de drukste dag van de week en met deze markt op zaterdagnamiddag moeten we nog een tandje bijsteken. Maar voor mijn man zijn dit echt een viertal uurtjes ontstressen. Hij doet het graag en dat is toch ook belangrijk. Intussen kan ik mijn huis schoonmaken en onze oudste zoon is dan boer ‘ad interim’. Hij heeft dikwijls een hele waslijst klusjes die nog afgewerkt moeten worden, terwijl zijn vader de markt doet. Maar geen nood, hij werkt ze met plezier af.
Van zodra we het witloofseizoen starten, begint de zomervakantie vlug te korten. Eens half augustus voorbij blijven er maar een tweetal weekjes meer over. Wat gaat die tijd toch vlug. Onze twee jongens hebben tijdens de maanden juli en augustus veel gewerkt. In juli hebben ze geholpen met de bloemkolen en in augustus helpt onze oudste bij onze buur courgettes plukken. Klaas is vijftien jaar oud en heeft graag zijn dagelijkse bezigheid. Het hoeven daarom niet allemaal even drukke dagen te zijn, maar hij werkt graag. De vakantie eindigt voor hem met een weekje ‘vakantiepraktijk’. Hij moet nog een weekje op school helpen de tuinen te onderhouden, de vruchten in de serres plukken enzovoort.
Onze jongste is momenteel op kamp met de Chiro. Het is dus stilletjes in huis en dat zit me niet zo lekker. Ik heb graag mijn kroost rond mij. Hetzelfde scenario herhaalt zich tijdens de eerste schoolweek. Twee maanden waren mijn kinderen in en rond het huis, in de gebouwen of ergens op de boerderij, maar ze waren thuis. Vanaf september is het stil, zowel binnen als buiten. Enerzijds keert de stilte en de rust terug, maar het blijft toch steeds een stukje afgeven. Dat is lastig voor mijn moederhart!
– Sofie Vansteelandt
augustus 20, 2009
Nos amis, les Wallons en Ardenne
maart 27, 2009
Allerlei soorten stress
Iedereen heeft er mee te kampen. Ook wij kunnen aan dit fenomeen niet meer ontsnappen. De postbode dumpt weer geregeld enveloppen in de brievenbus. Het zijn de alombekende en terugkerende items zoals verzamelaanvragen, wateraangifte enzovoort. Ik hoef dit niet verder uit te leggen, want iedereen is met deze rompslomp vertrouwd.
Nu de winter stilletjes met de noorderzon verdwijnt, treedt er een nieuwe vorm van stress op de voorgrond. We noemen dit onze voorjaarsstress. Wij draaien nog volop seizoen, alleszins nog tot einde mei. Dat wil zeggen dat we voor de volledige honderd procent witloof telen. Onze dagen zijn dus nog goed gevuld. Maar dat mooie lentezonnetje priemt door het venster en mijn man krijgt natuurlijk lentekriebels: kriebels om het land te gaan bewerken. (Hou jullie fantasie maar weer in toom!) Wij maken dan steeds een moeilijkere periode door. Aan de ene kant wil hij verder witloof telen en aan de andere kant zou hij graag op zijn tractor springen en eraan beginnen. Je hoort dan verschillende tractoren van de collega-landbouwers ronken en dat geeft geen aangenaam gevoel en geen prettige sfeer in onze plukruimte. Hij zou misschien beter de velden bewerken, want momenteel draait de witloofteelt ook geen schitterende cijfers, zoals zovele takken van de landbouw, zeker? De melksector, de varkenssector, noem maar op.
Ik kan alleen maar over onze sector spreken. We hebben gewoon te kampen met een overproductie. Een overproductie aan witloofwortelen, met als gevolg een te grote hoeveelheid witloof dat op de markt komt. We zijn allemaal een beetje het slachtoffer van een té grote werkijver. Verschillende bedrijven zijn uitgebreid en hebben buitenlandse werkkrachten aangetrokken. Daardoor is er meer aanbod dan vraag en dan geldt nog steeds de wet: te veel aanbod doet de prijs dalen. En je mag gerust zijn dat hij daalde! Een mooi voorbeeld om mijn uitspraak te staven is het volgende. Enkele weken geleden werd carnaval gevierd. Ook bij onze noorderburen (de Nederlanders) werd er duchtig gefeest. Zij produceren dan tijdelijk te weinig, zodat ze op de REO Veiling bijkopen. We brachten ons witloof nog maar naar de veiling en er werden al heel wat palletten witloof vooraf opgeladen. De druk op de ketel minderde en het werd een week met mooie, leefbare prijzen. Wat baat het om met een massaproductie te werken, als het product geen afzetmarkt vindt? Maar hoe moeten we nu uit deze spiraal geraken?
Dit voorjaar vinden we hetzelfde fenomeen in de sector van de industriegroenten. Iedereen moet minderen, afhankelijk van de fabriek waaraan je levert en de groenten die je teelt. Sommige fabrieken hebben de voorbije winter een moeilijkere afzet gehad en reduceren onze contracten ruim. Wij telen groenten om mijn man en mezelf – en in de zomervakantie onze twee kinderen – werk te geven. Na een dagje bloemkolen oogsten, komen we in de fabriek aan en dan zien we tractoren met aanhangwagens, volgeladen met gigantisch veel containers. Moeten we nu niet een beetje de resultaten van een massaproductie dragen? Je kan nu natuurlijk tegen me zeggen: “Ga ervoor en breid uit.” Maar dat is een keuze die je maakt en wij hebben andere prioriteiten. Pas op, ik ga hier niet verkondigen dat het zo niet zal eindigen, maar voorlopig hebben we daar geen behoefte aan. Ik zeg altijd: als een doorsneegezin iedere week één kilo witloof klaarmaakt, dan gaan zij er geen twee kilo eten omdat er meer witloof geproduceerd wordt.
Verder hebben we ten slotte de examenstress. Pasen nadert, met de bijbehorende paasexamens. Die brengen hier toch de nodige spanningen met zich mee. Er moet meer gestudeerd worden, er blijft minder vrije tijd over. Ikzelf heb graag dat het vakantie is. De sfeer in huis is dan veel losser en er wordt niet zo nauw naar de klok gekeken. ’s Morgens kunnen de kinderen wat uitslapen en ’s avonds kunnen ze samen met ons rond de warme houtkachel naar een film blijven kijken. Anders wordt er weer geklaagd dat ze steeds de ontknoping missen – wat natuurlijk ook niet leuk is. Mijn jongste kookt graag en dus heb ik in de vakantie steeds een ‘hulpkok’ in mijn keuken. Zo hebben we het allemaal wat gemakkelijker en kunnen we wat meer tijd spenderen aan leuke dingen. Dus, zou ik zeggen, nog even op de tanden bijten en laat die paasvakantie maar komen (en in het bijzonder die klokken)!
– Sofie Vansteelandt
januari 23, 2009
De wonderen zijn de wereld nog niet uit
Enkele weken geleden waren ook wij bezoekers van Agriflanders in Gent. Het is ongelofelijk hoeveel mensen je tegen het lijf loopt die deze welbekende Dagboekbijdragen lezen. Het doet enorm veel deugd om te horen dat het ‘Dagboek’ zoveel gelezen wordt. Het geeft me moed en doorzettingsvermogen, want de muze is soms ver te zoeken. Ik denk dat mijn collega-schrijvers dit kunnen beamen. Dus, aan allen die deze columns lezen: “Groetjes en bedankt”, en aan de anderen: “Je weet niet wat je mist!” (haha …)
Het laatste weekend van januari vindt er jaarlijks een landbouwbeurs plaats in de hallen van Roeselare. Dit jaar is dat het Land- en Tuinbouwsalon, een veel kleinere beurs maar eentje die spek is voor onze bek, eentje die meer op de tuinbouwers gericht is. Ook wij brengen deze beurs een bezoekje. Onze twee juniors weten steeds wat er in de weekends te beleven valt en waar. Ik denk dat de weekenduitstapjes vaste items zijn die op de speelplaats van de school worden besproken.
Dit jaar gaat er op de beurs wel een wonder geschieden. Ze zijn dus nog zeker de wereld niet uit! Witloofkwekers die zelf hun wortels telen, zijn vaste klanten bij Nunhems. Dit Nederlandse zaadhuis levert het grootste deel van het witloofwortelzaad aan de kwekers, want er worden hier nogal veel Nederlandse rassen gekweekt. Ook wij kweken deze soorten, ze passen het best bij onze grondstructuur. Enkele weken geleden sprong Ann, de vertegenwoordigster voor het witloof, bij ons binnen. Dat gebeurt geregeld omdat zij graag het reilen en zeilen op de bedrijven opvolgt. Wel, deze keer had haar bezoekje een pittig kantje. Zij zocht namelijk producenten die bereid zijn om tijdens de Land- en Tuinbouwbeurs voor de bezoekers groentjes (onder andere witloof) te bereiden en te presenteren. Eén aspect mag je wel niet uit het oog verliezen: mijn man is absoluut geen nieuwe man. Hij draagt in het huishouden zijn steentje bij, maar vraag hem niet om te kokkerellen. Dus doe ik een oproep aan alle bezoekers, breng een bezoekje aan de stand van Nunhems en steun mijn ‘Piet Huysentruyt.’
Wij hebben geen dieren op onze boerderij; wij telen alleen groenten, maar we hebben wel een groot hart voor dieren. Bij ons kun je twee poezen, een hond, twee sierhennen en zeven schapen vinden. Iedereen heeft zijn plaatsje gekregen. De ene huisvest zich in huis, de andere in onze boomgaard enzovoort. Maar verleden week is er eentje bijgekomen: Isaura. Al jaren droom ik van een ezeltje en dit jaar is het wonder geschied. Ik was al een volledig jaar intens op zoek, maar steeds vond ik de geschikte kandidate niet. Met andere woorden, Isaura is mijn verjaardagsgeschenk van verleden jaar. Ik kreeg een budget van mijn schoonouders voor een verjaardagscadeau dat ik zelf al lang wou, maar nog niet had gevonden. Dit was de bijhorende boodschap in de omslag. Ik hoefde niet lang na te denken; het antwoord was mijn ezelinnetje. Vorige vrijdag is zij gearriveerd, ik werd de trotse pleegmama van Isaura. Het is fijn om haar in de weide te zien lopen, om haar te horen balken en ze heeft al een volledige omheining samengebalkt!
De witloofteelt heeft een jaar achter de rug dat we graag vlug zouden vergeten; een jaar van slechte marktprijzen, van te veel produceren, van te weinig afzet, kortom een rotjaar. Maar je mag niet bij de pakken blijven zitten, het verstand op nul en verder werken. Iedere kweker begon dit jaar met een klein hartje te telen, je weet maar nooit! Maar de vriesman heeft het tij doen keren. De consument grijpt in koudere tijden vlugger naar onze groente. Het klinkt misschien raar, maar toch is dit de bittere waarheid. Voor ons mocht dit koude weer nog wat aanhouden. De laatste donderdag van de winterprik ben ik meegegaan naar de veiling; nadien hadden we een afspraak in de school van onze jongens voor het alom bekende oudercontact. Wel, wat ik in de veiling heb gezien, grenst aan het ongelofelijke. Wat er daar aan prei wordt verhandeld, is niet te schatten. Je zou er bijna aan claustrofobie gaan lijden. Links en rechts en achter en voor waren er allemaal tractoren met aanhangwagens volgeladen met prei. Die dag hadden ze 700.000 kg prei aangevoerd. En wij zaten daartussen met onze auto en aanhangwagen met witloof.
Als je hoort welke bedragen er in de land- en tuinbouw worden geïnvesteerd, stemt dit niet tot nadenken? Wordt er gewerkt om te leven of leven sommigen om te werken misschien? Het is een keuze, maar daarom hoeft de kleinere teler toch niet van de markt geduwd te worden. Onze week telt ook zeven dagen, maar de zevende dag blijft toch – op enkele uitzonderingen na – een rustdag. Het is een dag waarin mijn gezin op de eerste plaats komt!
– Sofie Vansteelandt
november 21, 2008
De maand november
November is traditiegetrouw een zeer drukke maand. Wel, deze keer is het precies hetzelfde scenario. We hadden wel geluk want de weergoden bleven ons redelijk gunstig gezind. Tijdens deze maand rooien we alle witloofwortelen die nog groeien op het veld, om ze dan te stockeren in koelcellen totdat we ze intafelen; met andere woorden, dit is een extra klus die geklaard moet worden. We hebben dit keer goed kunnen doorwerken, zodat we bijna klaar zijn. Het blijft steeds een grote opluchting als de koelcellen bijna propvol erbij staan. Dat geeft namelijk werkzekerheid voor het komende jaar – of ook ons inkomen verzekerd is, weten we natuurlijk niet want dat hangt af van de hoeveelheid bruikbare wortels. Gelukkig hadden we onze zelfgeteelde wortels al gerooid toen die beruchte regennacht voorbijtrok. Er viel maar eventjes 53 liter per vierkante meter. West-Vlaanderen werd het ergste getroffen. De Waalse boer die ook wortels voor ons kweekt, had het veel beter getroffen. Daar viel maar zeventien liter en hij kon zijn werkzaamheden onafgebroken voortzetten. Met een beetje geluk zullen onze wortels eind deze week binnen zijn en dan kunnen we met een gerust hart de poorten dichttrekken.
November is ook de maand waarin we al onze suikerbieten rooiden. We hebben inderdaad ons quotum kunnen behouden. Verleden jaar liepen we er wat teleurgesteld bij, omdat we ons quotum niet konden verkopen; maar aangezien de graan- en maïsprijzen gekelderd zijn, zijn we toch nog tevreden dat we onze bieten behouden hebben. Wat moet je nu nog telen? Er is wel één minpunt aan deze situatie: onze bieten worden pas in de laatste week van de campagne afgehaald. We hebben leveringsbonnen die gelden vanaf Kerstmis, maar er doen al geruchten de ronde dat er wel wat weken zullen bijkomen. We hebben nog nooit bieten gerooid die zolang blijven liggen, maar we kunnen nog steeds de wetten der natuur niet tegenhouden. Ofwel moet je bereid zijn je land te laten vermorzelen, waarvoor we toch nog bedanken. Intussen is de tarwe ook gezaaid.
November is ook de maand van afscheid nemen. Traditiegetrouw brengen we op Allerheiligen een bezoek aan de graven van onze dierbaren. Het is dus steeds een dag van een beetje rouwen en een beetje afscheid nemen. Mijn vader is twee jaar geleden gestorven en mijn broer dertig jaar geleden. Na het bezoek aan het kerkhof, brengen we de dag door bij mijn moeder en de familie. Het blijft steeds een blij weerzien bij een kop koffie en een stukje zelfgebakken taart.
Ik heb opnieuw een stukje herinneringen aan mijn vader moeten laten varen. Hij was een man uit een landbouwersfamilie, met als gevolg dat die boerderij nog in onverdeeldheid was – zoals we dat noemen. Maar nu zijn alle percelen verkocht. Toegegeven, ik mag niet ondankbaar klinken aangezien alles nu verdeeld wordt. Het gaat mij wel niet zozeer om het geld, maar om de vele herinneringen die ik bij deze percelen koester. Ik heb toch enkele dagen nodig gehad om deze gebeurtenissen een plaatsje te geven Er werd nogmaals een draadje verbondenheid doorgeknipt!
Het werd ook de maand waarin we lazen dat Lut De Bruyne voor de REO Veiling gaat werken. Geloof me, deze nieuwsflash kwam als een donderslag bij heldere hemel. We waren zo gewoon om haar wekelijkse bijdrage in de Boer&Tuinder te lezen. En wij, dagboekschrijvers, ontmoeten haar bij ons jaarlijkse etentje. Het zal onwennig zijn als zij er niet meer bij is. Maar voor ons zal het zeker nog niet gedaan zijn. Ze nadert onze contreien, want ze wordt communicatieverantwoordelijke. Ze volgt bij de REO Veiling Ann Van Nieuwenhove op. Ann heeft een zeer zwaar verkeersongeval gehad en is nu volledig verlamd. Onlangs kon je in de Weekbode lezen hoe een sterke, zelfstandige vrouw afhankelijk werd van veel hulpverleners en vrijwilligers.
Maar we eindigen deze maand met een hele blije gebeurtenis: mijn schoonouders vieren hun gouden huwelijksjubileum. Mijn schoonmoeder heeft een hels jaar gehad, met chemotherapie die zorgde voor veel ellendige dagen, maar ze heeft alles goed doorstaan en ze herstelt goed. Zo zie je maar, het leven heeft zijn negatieve maar zeker ook zijn positieve kanten en we grijpen ze met beide handen vast. We zijn zeer dankbaar dat mijn schoonmoeder een nieuwe kans krijgt. Dus laat het feest maar beginnen!
– Sofie Vansteelandt
september 19, 2008
Niet klagen, maar voortwerken
“In het noorden van het land zijn de landbouwers niet aan het klagen, daar zijn ze aan het werken.” Dit was de uitspraak op de voorpagina van de vorige editie van de Boer&Tuinder. Wel, dat vind ik nu nog eens een schrijnende zin.
In het zuiden van het land komen ze tenminste op straat om hun mening aan de man te brengen. Ze protesteren aan de ingang van de supermarkten omdat hun goederen te goedkoop verkocht worden. Ze hebben gelijk! Ik heb nog niet veel actie gezien in Vlaanderen. (Misschien eens uw producten aan de man brengen aan de kostprijs bij de producent, maar daarbij houdt het ook op …) Die actie heeft ook nog maar weinig resultaat opgeleverd. Als je de kranten openslaat, lees je veel over de vlees- en melkprijzen en maar weinig over de crisis in de groenteteelt. De hele zomer werden er op de veiling groenten geveild aan belachelijke prijzen. Ik weet het, het is niet simpel om uit deze mallemolen te geraken. De groenteteelt is vogelvrij. Iedereen kan zoveel produceren als hij kan en wil. Nergens worden er grenzen of beperkingen opgelegd. Collega-boeren zijn beschermd door quota enzovoort, maar dit geldt niet voor de groenteboeren. De veilingprijzen zijn iets gebeterd, maar ze zijn nog verre van goed te noemen. De witlooftelers hebben het ook niet gemakkelijk. Er zitten nog veel witloofwortelen gestockeerd in de koelcellen en die moeten nog allemaal afgestookt en geleverd worden. Wijzelf hebben ook nog een hele collectie in de koelcel zitten.
Deze zomer kregen wij een brief van het ministerie dat er volgens het Agentschap voor Natuur en Bos – bij ons thuis ook bekend als de ‘groenen’ – iets niet in orde was met een perceel dat we hadden opgegeven in het kader van de MTR. Velen onder jullie zullen zich hier wel in herkennen, want ze hadden heel wat brieven verstuurd … In de brief stond dat ze binnen de week een antwoord verwachtten. Hoe is dat toch mogelijk? Wij kregen deze brief in de bus net voordat we een verlengd weekend naar de Ardennen gingen. In de maand augustus is iedereen toch ietwat in vakantiesfeer; de bouw ligt stil enzovoort en je kan je behelpen met het hoogst noodzakelijke in ons kleine landje. Zij daarentegen hadden er niets beters op gevonden dan de boer te dwingen om binnen de acht dagen te antwoorden. Wel, omdat we niet goed wisten waarover het ging, wilden we onze contactpersoon aan de lijn. Zij was niet te bereiken. Reden? Je kunt het nooit raden: in vakantie!
Mijn jongste zoon is nu gestart in het middelbaar onderwijs. Hij volgt zijn eerste jaar in de Land- en tuinbouwschool in Roeselare. Hij wil graag vanaf het derde jaar de richting Tuinbouw volgen. De eerste twee jaar houden een algemene vorming in en pas daarna kunnen ze specifiek hun richting kiezen. Het merkwaardige is dat hij de enige leerling is waarvan de ouders landbouwers zijn. Er zit dus geen enkele boerenzoon in zijn klas, uitgezonderd hijzelf. Maar als de boeren hun kinderen niet meer naar de landbouwschool sturen, waar gaan de toekomstige boeren dan vandaan komen? De overheid en de andere instanties zouden toch beter voor hun landbouwers moeten zorgen. Is dit geen teken aan de wand? Ik denk van wel. Hij zit dus in een klas van achttien leerlingen en hij is de enige die de richting Tuinbouw gaat volgen; verder gaan er drie klasgenoten de richting Landbouw volgen.
Waar gaat deze evolutie eindigen? Moeten we meedoen aan de sterk evoluerende schaalvergroting of blijven we een familiebedrijf? Akkoord, het is een keuze, maar is het een haalbare keuze? Worden we een klein fabriekje of blijven we een familiaal landbouwbedrijf? Waar trek je de grens? Velen zijn de weg ingeslagen om grote hoeveelheden te produceren. Maar alles wat je produceert, moet toch ook nog verkocht, uitgevoerd en geconsumeerd worden. Op de vrije markt geldt nog altijd het principe van vraag en aanbod en als het aanbod té groot blijft, kan de prijs niet stijgen. Hoe ga je dit dilemma verhelpen? Dat is een vraag om eens goed over na te denken. Wij willen alleszins zolang mogelijk het familiale bedrijf aanhouden. Wij proberen ons vast te klampen aan de luxevoordelen van het boerenleven. Je bepaalt je eigen tempo en ritme. Maar het moet haal- en leefbaar blijven.
Wel, om nog eens op die schoolproblematiek terug te komen. Wij hebben twee zonen en ze volgen allebei een tuinbouwopleiding. De ene wil ons beroep voortzetten – witloof telen – en de andere wil tuinaanlegger worden. Binnenkort zal ik een luxeleventje kunnen leiden: mijn ene zoon gaat het witloof kweken en de andere gaat de tuin onderhouden. Of ga ik misschien nog een tandje moeten bijsteken met mijn twee tuinbouwers? Wie weet …
– Sofie Vansteelandt
juli 4, 2008
Back to basics
Het is hoog tijd dat we onze basisbehoeften eens herbekijken. Waaruit bestaan die nu feitelijk? Wel, ten eerste zorgen we ervoor dat we eten en drinken op tafel krijgen. Men vindt het nog steeds de normaalste zaak van de wereld dat je de supermarkt binnenstapt en alles aan een ‘spotprijsje’ kan binnenhalen. Jammer genoeg zal dat niet zo kunnen en blijven duren. Met de hoge brandstofprijzen enzovoort verhogen de kosten van de producerende landbouwers ook, zodat we een meerprijs nodig hebben om te kunnen ronddraaien. We krijgen deze vaststelling nog niet meteen verkocht, maar de aanhouder wint. Op korte termijn staat ons misschien niet zo’n rooskleurige periode te wachten, maar ‘in the long run’ moet er een oplossing komen, anders zullen wij, boeren, een uitgestorven ras zijn. Dus redden, hé!
Naast eten en drinken proberen we ook te zorgen voor voldoende verwarming om de winter te kunnen doorstaan. Dat is natuurlijk een ander paar mouwen. De verwarmingskosten swingen het laatste jaar letterlijk de pan uit, met als gevolg dat deze kost een extra hap uit het budget opslorpt – dikwijls een hap die al voorzien was in de begroting. De laatste decennia groeien er geen huizen meer uit de grond, maar kleine kasteeltjes. De kosten voor zo’n woningen stijgen dus stelselmatig mee. Daarnaast heb je ook nog de kosten om de tuinen eromheen te onderhouden. Heel wat huizen zijn omringd door een mooi aangelegde tuin, met allerlei bomen- en plantensoorten, die de mensen zelf niet meer kunnen onderhouden zodat de tuinman een handje moet komen toesteken. Maar dat moet toch ook allemaal bekostigd worden, nietwaar.
De grote vakantie is nu ingezet – en de daarbij horende reizen ook, heb ik verleden week op de radio gehoord. Onze kinderen moesten nog een weekje schoollopen en toch zette Zaventem al meerdere vluchten in om de vakantiegangers op hun bestemming te kunnen brengen. De mensen kunnen zich precies niet meer ontspannen in ons eigen landje, laat staan aan het thuisfront. Wat is er nu leuker dan samen thuis, in een ontspannen sfeertje, klusjes op te knappen? Of een daguitstapje te boeken en ’s avonds moe maar voldaan in je zetel neer te ploffen? Wij maken momenteel zo’n periode door. Onze eerste vrucht bloemkolen is wel aan de beurt, maar dat is ook alles. Dus hebben we rustig de tijd om te onthaasten, zoals dat nu zo leuk verwoord wordt!
Ik heb nog een nieuw, hedendaags woord ontdekt, namelijk ‘scharrelkinderen’. Onze kinderen behoren tot deze klasse. Ik las dat artikel in de Libelle en ik moest er toch even om lachen, al vond ik het tegelijkertijd ook erg schrijnend. De Vlaamse overheid heeft namelijk 25 juni uitgeroepen tot ‘Buitenspeeldag’. Wij hadden daar nog nooit van gehoord, maar enfin, voor iedereen wordt er nu een dag voorzien – dus ook voor de scharrelkinderen. Dat zijn namelijk kinderen die (ik citeer) ‘als vrije vogels nog in de natuur ravotten, ze zijn erg zeldzaam geworden’. Kinderen zijn vervreemd van de natuur, maar ze zijn er ook bang voor. Ze associëren het met foute mannen en wilde dieren. Ze kennen het alleen nog van televisie voor ontvoeringen en Jurassic Parc. Tenminste dat beweert een Nederlandse antropologe. Het komt toch als een onwaarschijnlijkheid over, je kan je oren gewoon niet geloven. Waar gaat dat toch allemaal naartoe? Waar blijft het kind dat moe en vuil binnenkomt om vlug enkele boterhammen te smullen en zo vlug mogelijk terug vertrekt om met zijn vriendjes verder te ravotten? Waar zijn deze mooie idyllische taferelen gebleven?
In datzelfde artikel in Libelle las ik verder dat een man zijn boomhut had moeten afbreken omdat hij geen bouwvergunning had voor zijn creatie. Kunnen wij dan niets meer van onze buurman verdragen? Zelfs kinderzender Nickelodeon ging een namiddagje zwijgen zodat de kinderen buiten zouden gaan spelen. Het was Vlaams minister van Jeugd Bert Anciaux die dat idee gelanceerd heeft.
Man, man, man, waar zij we toch mee bezig? Onze boerenzonen en -dochters hebben daar allemaal geen last van. Laat ze maar lekker scharrelen, laat ze zich maar uitleven op de hoeve of op het land. Mijn twee juniors helpen bloemkolen oogsten, of onkruid schoffelen. Dit is volgens hen wel een saaie job; maar ze hebben er zo’n deugd van, alleen weten ze het nog niet. (Dat waren de woorden van mijn vader zaliger en ik wilde het toen ook niet geloven, maar nu wel!) Ze weten tenminste dat de gebraden kippen niet door de lucht vliegen, dat er voor de kost gewerkt moet worden en dat er soms slechte en soms goeie tijden zijn. Dat je in de goeie tijden moet sparen om de slechte te overbruggen. Wat hebben ze een luxeleventje en wij eveneens!
– Sofie Vansteelandt
mei 9, 2008
Een ander hoofdstuk is aangebroken
Ik heb zo het gevoel dat wij bezig zijn met het over een totaal andere boeg te gooien. Ons leven evolueert zodanig vlug dat ik moeite heb om het bij te houden. Ook onze jongste telg heeft een tweetal weken geleden zijn plechtige communie gedaan; met andere woorden: de jacht op een passende middelbare school is weer volop geopend. Onze jongste heeft het nadeel dat zijn capaciteiten niet ver genoeg strijken om de gewone doorstroming te volgen, maar geen nood: voor iedereen is er wat wils.
Jammer genoeg moeten de kinderen die het technische niveau volgen hun toekomst al snel redelijk goed gepland hebben. Als twaalfjarige is het toch wel zeer moeilijk om ongeveer te weten wat je later worden wilt. We zijn al geëvolueerd van kok naar bakker, slager en we zijn geëindigd op tuinaanlegger. Daardoor konden we al heel wat mogelijkheden elimineren en gaat hij dus samen met zijn broer het technische niveau land- en tuinbouwtechnieken volgen in Roeselare. Zijn broer zou later graag ons bedrijf overnemen en hij gaat dus de richting tuinbouw inslaan. Persoonlijk vind ik het wel jammer dat hij zijn technische gave wat aan de kant gaat schuiven want hij is namelijk erg technisch aangelegd. Heb je een probleem met een of ander machine of wil je iets nieuws in elkaar knutselen en het wil maar niet lukken, één kreet en Klaas heeft het weer voor elkaar gekregen. Zijn gave zal later in zijn beroep wel van pas komen. Persoonlijk vinden mijn man en ikzelf dat hij (als hij de capaciteiten en de zin heeft!) na zijn middelbaar het graduaat zou moeten volgen. Wij zijn toch allemaal kleine managers, die heel wat kapitaal in omloop hebben. Je mag vandaag niet veel tegenslagen meer hebben of ze vegen je gewoonweg van de kaart. Dus vinden we dat onze kinderen voor een moeilijke toekomst staan. Wij zijn (negentien jaar geleden al) begonnen met de btw-listing, de belastingsbrief en onze boekhouding voor het landbouwinvesteringsfonds. Bekijk nu de situatie eens zoveel jaren later. We hebben al heel wat externe krachten moeten aanspreken om onze papierberg bij te houden. Hoe moeten onze kinderen de situatie klaren?
Ons bedrijf draait volledig op elektriciteit en ik hoef er geen tekeningetje bij te maken om de situatie uit te leggen. We proberen deze kost zo laag mogelijk te houden. Dit kan enerzijds door een maatschappij te zoeken die aan het goedkoopste tarief wil leveren. Maar hoe begin je daaraan? De witlooftelers zijn in de Reo Veiling samengekomen om de situatie uit te leggen. Daar kwam als oplossing uit de bus: elektriciteit in groep aankopen. We hebben ons nu bij een extern bureau ingeschreven. Zij controleren onze elektriciteitsfacturen op fouten, want die zijn bijna niet meer leesbaar. Anderzijds onderhandelen ze met de maatschappijen om een goedkoper tarief te verkrijgen. Het is toch ver gekomen dat we daarvoor ook al mensen moeten aanspreken! We zitten gewoon in een gecompliceerde maatschappij en we moeten vooruit.
De witloofteelt heeft een minuscuul seizoen achter de rug, zoals zovele takken in de land- en tuinbouw zeker. Wat horen we dan toch nog hele dagen? Dat het voedsel nog nooit zo duur is geweest. Iedere keer word je woedend als je deze nonsens hoort. In de winkel is alles prijzig, maar die centen rollen alleszins niet naar de portemonnee van de boer. Ik heb er toch nog niet veel van gemerkt. Ik vond het een zeer goed initiatief van de Boerenbond om de gewone man in de straat erop te wijzen dat de winkelprijzen absoluut niet overeenkomen met de prijzen aan de producent. Dat is alleszins al een pluim op de hoed van onze nieuwe voorzitter, Piet Vanthemsche. Doe zo voort! De groente-industrie heeft de prijzen van de industriegroenten wat verhoogd, maar dit compenseert zeker de meerkost niet. Dus zal er in de toekomst deftig gerekend moeten worden, wil de boer blijven bestaan. Denk alleen maar eens aan de hoge brandstofprijzen.
Maar we kunnen niet blijven klagen: ons seizoen zit er bijna op en dan kunnen we een tweetal maanden op het land uitwaaien. We laten de boel voor wat het is en genieten van het mooie weer en zetten onze gedachten op nul. We noemen dit tegenwoordig ‘uitwaaien’, dus ik kan al bijna niet meer wachten, laat die wind maar komen! We hebben geen nood aan verre reizen, gewoonweg genieten van de vogels, de warme zon, alles wat een mens gelukkig kan maken.
– Sofie Vansteelandt
februari 22, 2008
De Mestbank, trop is te veel en te veel is trop!
Het is nu zondagavond 6 uur. Gelukkig ben ik al een beetje bekomen, maar vrijdag is de druppel gevallen die de emmer letterlijk deed overlopen. Ik ben uit mijn vel gesprongen en er weer in (gelukkig, want dat zou toch maar een koude bedoening zijn en absoluut geen gezicht).
Eind verleden jaar werden velen van jullie verplicht om een staalname te laten doen voor de bepaling van nitraatresidu; ook wij waren bij de gelukkigen. Aangezien wij witlooftelers zijn en een deel van onze witloofwortelen zelf telen, zijn wij al heel onze carrière genoodzaakt om in ietwat nitraatarmere gronden gewassen te telen. Dit geldt niet alleen voor de wortelen, maar ook voor de vruchten die enkele jaren voordien groeiden. Zij dienen namelijk om de grond letterlijk ‘uit te boeren’. We telen eerst suikerbieten, het volgende jaar tarwe en dan telen we witloofwortelen. We slagen er jaar na jaar in om onze grond in categorie 1 te krijgen. Dit betekent dat hij zeer laag is in nitraatgehalte. Ieder jaar komen ze van het proefcentrum van Beitem stikstofstalen nemen (dieptestalen, zoals wij dat noemen). Alles wat ik hier schrijf, duidt dus op jarenlange ervaring. Ik spreek uit 20 jaar ervaring.
Ik ga hier zeker niet beweren dat de staalnames die genomen werden in opdracht van de VLM niet correct waren, maar wij hebben al andere situaties meegemaakt. Enkele jaren geleden ondergingen we hetzelfde scenario voor onze witloofwortelen en plots werden alle percelen naar categorie 4 geswitcht. Niemand kon dus op zijn eigen percelen wortelen telen, met als gevolg dat veel boeren op zoek moesten naar nieuwe velden. Men begon zich vragen te stellen en een tijdje later werden er nieuwe proeven genomen. Resultaat: iedereen viel in categorie 1. Leg dit nu maar eens uit. Waren de gebleven stikstoffen weggespoeld, had men fouten gemaakt in het bepalen van de categorieën, of was er nog een andere reden? Wie gaat het zeggen? Ik wil hier alleen mee aantonen dat deze staalnames niet waterdicht zijn. We hebben daar al véél te veel ervaring mee.
Dit was even terzijde. Het eindresultaat van de bepaling van ons nitraatresidu eind vorig jaar bedroeg een goede 180. Véél te hoog natuurlijk, wat ons ten zeerste verwonderde. Er stond voedermaïs op en die was nu niet bepaald slecht gelukt. Vorige vrijdag is de befaamde brief (aangetekend) gearriveerd. Een boete van een kleine 250 euro en een verplicht aanleggen van een bemestingsregister én volgend jaar drie staalnames op drie percelen op onze kosten. Er is veel kans dat je dus ieder jaar wel één perceel hebt dat niet aan de gevraagde normen voldoet. Ik vrees dat we nu dus in de mallemolen zitten en meedraaien. Geraak daar maar weer eens uit.
Bedenk wel dat het om een perceeltje van 35 are ging. 250 euro boete is voor mij geen boete meer, maar broodroof! We hebben op dit veldje nooit zoveel winst geboekt. Als de man in de straat zo over zijn schouder gekeken werd en regelmatig een of andere geldboete aangesmeerd kreeg, wel ik kan je verzekeren dat België te klein zou zijn en dat er heel wat stakingen in het verschiet zouden liggen. Maar ik wens het niemand toe. Boeren is een vrij beroep – beweren ze – maar ‘vrij’ is momenteel wel ver te zoeken.
Er moet controle zijn, maar trop is toch te veel! Ze gaan ons leren telen met minder meststoffen. Willen ze misschien weer tarwe die 5000 kg per ha oplevert? Er is jaren werk aan voorafgegaan om een meeropbrengst te verwezenlijken en nu gaat men beweren dat je kunt telen met minder meststoffen. Wij zien onze portemonnee ook graag en gaan nu niet voor onze hobby bemesten. Alles is duurder geworden, de meststoffen dus ook. Wij willen toch ook een zo hoog mogelijke opbrengst met zo weinig mogelijk kosten. Is dat niet de bedoeling van iedere teler?
Leg nu maar eens een bemestingsregister aan waarin je de Vlaamse Landmaatschappij het hele jaar inzicht moet geven. Verder krijgen we een bezoekje en gaan ze ons adviseren hoe we verder moeten boeren. Misschien zal het gemakkelijk wezen en zullen ze in onze plaats denken en hoeven wij alleen nog maar uit te voeren. Waar gaat dat allemaal eindigen?
Veel collega-boeren zijn alle bemoeienissen beu en kunnen dit moeilijk appreciëren. Maar wat doe je eraan, niet veel zeker? Ondergaan, zoals zoveel voorgaande controles … Maar ik ben het toch beu. Mijn cursusblok ligt klaar, mijn balpen ernaast en de les kan beginnen.
Aan allen die hetzelfde lot ondergaan: innige deelneming!
– Sofie Vansteelandt
december 21, 2007
Bijna Kerstmis
Het is niet te geloven, maar de kalender duidt terug eind december aan.
Waar zijn al die dagen van 2007 naartoe? De tijd vliegt snel! Hebben we hem goed gebruikt?
Het weer heeft het alleszins laten afweten. Begin dit jaar werden er zeker geen strenge vorsttemperaturen gemeld, kortom, het was een zachte winter. April volgde met heel warme temperaturen en we dachten dat het niet meer stuk kon. Helaas, hij was al voorbij, die mooie zomer. Normaal horen we dit liedje op de radio ergens in september of oktober, maar de weergoden waren totaal de kluts kwijt. De zomer volgde en het scenario was om zeep. Wat hebben we gesukkeld; onze regenkledij hadden we binnen handbereik, want steeds dreigden er zwarte wolken aan de hemel en het bleef nooit bij dreigen alleen.
Anderzijds verlangden onze witloofwortelen naar hun dagelijkse portie zonnestralen; ook zij moesten zich erbij neerleggen en dat hebben ze ook letterlijk gedaan. Sinds enkele jaren kunnen we deze vrucht vrij behoorlijk na opkomst tegen onkruid behandelen. Maar deze behandelingen zijn nogal intensief en dat was buiten de waard gerekend. Verschillende malen werden de sproeibeurten gevolgd door een douche; daardoor verrichtten de gebruikte middelen wat intensiever hun werk, met als gevolg dat er nogal wat exemplaren naar de wortelhemel reisden. Al bij al is het nogal meegevallen, iedere kweker heeft nog vrij goede oogstresultaten. Dit wil zeggen dat bijna iedereen nog met een aantal aren wortelen op het veld staat, bij gebrek aan ruimte in de koelcellen. Dit geldt ook voor ons, dus geeft dat niet zo’n goede vooruitzichten kwestie prijsvorming in de toekomst.
Tijdens onze ‘mooie zomer’ gingen we naar de stembus. We verkozen onze nieuwe parlementsleden. Wie kon deze gevolgen voorspellen? Yves Leterme werd beloond voor zijn inzet voor de bevolking en behaalde monsterscores, maar werd nu schaak gezet. Dit kan toch niet? Hij verdient toch beter, na alles wat hij voor de mensen heeft verricht en specifiek voor de landbouwbevolking. Hadden we hem niet gehad, waar zouden we nu staan? Zijn we soms vergeten welke schade de ‘groenen’ bij ons in het verleden hebben aangericht? Misschien was hij beter gebleven bij zijn vorige opdracht als Vlaams minister-president? Maar we blijven hem alleszins moreel steunen.
Verder hebben we onze bouwwerken kunnen afronden. Voor diegenen die het vergeten zijn, we hebben een loods bijgebouwd zodat we onze lege containers binnen kunnen plaatsen en er is een ruimte voorzien om een nieuwe koelcel in te richten. Ons hele werkgebied werd zo een beetje binnenstebuiten gekeerd. Onze plukruimte hebben we van capaciteit verdubbeld. Een mens moet evolueren: noemen ze dat. Volgens de richtlijnen van EurepGAP (dit is een label waarvoor we kweken) mag het productieproces niet meer in aanraking komen met het afgewerkte product. Dus komen we met de nog te plukken bakken langs de ene deur binnen en rijden we met de gevulde kistjes langs de andere kant weer buiten (sjiek, hé!).
De laatste dagen gonst het op de radio van de berichten dat ons voedsel veel te duur wordt. Je haren zouden ten berge rijzen. Moeten we dan nog steeds graan leveren aan 3 frank per kilo? (Ik spreek nog graag in termen van onze oude Belgische franken als het over ons beroep gaat.) Het brood in de bakkerij staat aan een kleine 80 frank geprijsd. Is het niet schandalig dat de boer met deze aalmoes nog moet rondkomen? Twintig jaar geleden kregen ze ook 3 frank voor een kilo graan; maar de kosten zijn na deze lange periode toch niet meer vergelijkbaar. Als het graan prijzig (als je het zo al kunt noemen) is, zijn er altijd minder problemen in de landbouw. De grote akkerbouwboeren kunnen hun boterham gemakkelijker (bijna letterlijk) met graanproducten telen. Dat is steeds een goede troef voor de landbouw. De aardappelen hebben een beetje hetzelfde lot ondergaan. We hebben een ietwat beter contract aangeboden gekregen. De winkels hebben daarop ingespeeld en ik heb het opgevolgd in een bepaalde winkel: de prijs voor de aardappelen in vrac is nooit onder één euro per kilo gekomen. Wie is er dan met het geld gaan lopen? Alleszins de boer niet. Laat de gemeenschap daar maar eens over nadenken.
Zo, dit is mijn persoonlijke jaaroverzicht. Ik wens iedereen prettige feestdagen en een gelukkig 2008!
– Sofie Vansteelandt
.
