Mijn dagboeken in Boer & Tuinder

september 4, 2009

Adembenemend

Ingedeeld onder: Luc Callemeyn — melkbrigade @ 12:00 am

Op een mooie zomerse zondagavond was ik eens bezig aan de paperassen. Dat is niet zo verwonderlijk, tijdens de week zijn we druk aan het werk en dan worden al die enveloppen en papieren al vlug op een stapel gelegd. Zo nam ik ook een brief ter hand van de Mestbank. Weer ergens een toelichting om iets te doen wat we niet graag doen dacht ik. Ik ben niet erg schrikachtig meer, maar toen ik de inhoud van die brief aan het lezen was moet mij een wel erg hoorbare zucht ontsnapt zijn. Krista kwam zelfs vanuit de zetel kijken wat er scheelde. En dat was niet van de poes! Er werd mij een heffing opgelegd die ongeveer 10.000 euro te hoog was omdat ik niet genoeg aan de mestverwerkingsplicht had voldaan … in 2006!
Vele jaren geleden hadden wij als gemengd bedrijf nog varkens op de boerderij. Omdat ons hart meer bij de koeien lag dan bij de varkens hebben wij toen onze stallen verhuurd aan een zeugenhouder die zo met zijn eigen biggen een gesloten bedrijf maakte. Een sanitaire ideale droom dus. Maar toen de mestwetgeving opkwam besloten wij dat de eigenaar van de varkens ook eigenaar van de mest moest worden en zorgen voor de (betalende) mestafzet. Plots kwam echter minister Dua op de proppen die het nodig vond om mestrechten toe te wijzen aan personen, en dat vonden wij in ons geval natuurlijk niet zo juist. In volledige samenspraak met de huurder van onze stallen hebben wij toen die mestrechten op ons laten zetten, maar daarmee beschouwde men ons als overnemer uit een groot bedrijf en zo erfden wij de besmetting van de mestverwerkingsplicht. Ondertussen hebben wij al lang geen varkens meer hier, het andere bedrijf is ook al grotendeels afgebouwd, maar de heffing blijft bestaan. Al vier jaar op rij betaalden wij daar een boete voor van ongeveer 1900 euro, maar dit jaar was men er op de administratie van de Mestbank in geslaagd om ons een verkeerde berekening voor te schotelen van bijna 10.000 euro te hoog. Een mens zou van minder verschieten. Onnodig te zeggen dat dit in deze moeilijke tijden in de landbouw bijzonder ongelegen komt. Maar hoe is het eigenlijk zover kunnen komen dat iemand daar in de Mestbank (enkele tientallen?) verkeerde aangiftes verstuurd heeft? De wegen van de Mestbank zijn ondoorgrondelijk en ik zal het allicht nooit weten.
Toen ik deze heffing kreeg werd het mij gelijk bijna zwart voor de ogen. Eigenlijk dacht ik dat ik door de nieuwe reglementering van die heffing af was. Ik wist al dat die van vroeger 5 jaar ging lopen. En ik dacht dat die ten einde was. Met deze nieuwe heffing dacht ik dat ik nu misschien een nieuwe cyclus ingezet had van 5 jaar. De hoge heffing was dus van 2006. Ik wist al dat ik ook in 2007 en 2008 niet voldoende mest had verwerkt (gewoon omdat ik dat niet verplicht was) dus zag ik dat cijfer van de heffing al vermenigvuldigen met een factor 3. Meteen begon ik aan mezelf te twijfelen over mijn capaciteiten als manager van mijn bedrijf. Had ik iets over het hoofd gezien? Iets verkeerd ingeschat? En zou een stommiteit mij uiteindelijk misschien wel 50.000 euro gaan kosten? Allemaal vragen die mij die avond te binnen schoten. Later bedacht ik wat een minder sterke persoonlijkheid had kunnen doen als hij bijvoorbeeld die avond langs de loods zou lopen en daar een touw zien liggen …. En dat allemaal door een fout van de Mestbank. Boeren vandaag lopen (financieel) op de toppen van de tenen, en voor een administratieve fout aan Mestbank, Sanitel of premies worden zij gestraft met 500 of 5000 euro, het lijkt wel een willekeur. Ik vraag mij af als die verantwoordelijke van de Mestbank voor zijn onbedachte daad zal aangesproken worden? Of misschien zal het zijn chef nooit opvallen.
In ieder geval was ik er nog niet van af. In eerste instantie wilde ik mij tot een bekende politieker wenden die hier en daar wel wat te zeggen heeft. Daarna dacht ik mij een gerenomeerde advokaat aan te schaffen. Eentje die de rechtbank zou binnenstormen en die zou zeggen: “Luistert eens hier jongens, zo zit dat, en maakt dat eens gauw in orde”. Niets van dat alles, ik legde mijn geval uit aan de dienst die ook mijn mestbank aangiftes verzorgt, en die kon mij vertellen dat de Mestbank toegaf een fout te hebben gemaakt. Daarna maakt ik een afspraak met de verantwoordelijke van die dienst heffingen. Er was inderdaad een fout gemaakt, zo vertelde hij. Ik moest nu maar een bezwaar indienen. Ik zuchtte weer. Ik moest dus een bezwaar indienen dat mij handenvol geld zou kosten, terwijl de Mestbank al wist dat ze zelf in de fout waren . Ik ben nogal voor simpele oplossingen, dus stelde ik voor om mij gewoon een nieuwe, juiste heffing te bezorgen, en die vorige, zand erover. Ja, maar dat kon niet want eens een heffing uitgeschreven was moest die ook geïnd worden. Administratie!! Ik mocht dat bezwaar ook zelf en in mijn eigen woorden doen en dat heb ik dan op grond van de eerder medegedeelde gegevens zo goed en zo kwaad mogelijk gedaan.
Nog even de adem inhouden tot er een antwoord komt.

Luc Callemeyn

augustus 20, 2009

Nos amis, les Wallons en Ardenne

Ingedeeld onder: Sofie Vansteelandt — melkbrigade @ 12:00 am

Naar jaarlijkse gewoonte trekken wij er het eerste weekend van augustus op uit. Telkens rijden we richting Ardennen. Het begint stilaan op een familiebezoekje te lijken. Het is al voor de vierde maal dat we onze tenten op dezelfde hoeve opslaan. Allez, we slaan niet letterlijk onze tenten op, we gaan gewoonweg op hoevetoerisme: ‘chambres d’hôtes’ zoals je op zoveel plaatsen ziet.
Wij houden van de stilte, van de natuur en van het platteland – plat is het daar niet, maar je begrijpt wel wat ik bedoel! We logeren bij mevrouw Tassigny. Zijzelf heeft een stal dikbillen, maar tijdens de zomermaanden lopen haar dieren in de weiden rond haar boerderij. De zolder van haar huis heeft ze ingericht om mensen te ontvangen. Er kunnen een stuk of tien mensen overnachten. Je kan het niet geloven hoe kalm men daar leeft. Er is weinig stress te merken. Natuurlijk draait de boerenstiel – net zoals hier – niet echt rond, maar ze leven er toch totaal anders. Telkens wij Vlaanderen verlaten, zien wij een heuse bedrijvigheid op de velden en hoe verder wij het land intrekken, hoe kalmer het wordt. Je zou je beginnen afvragen wie er de slimste van de twee is. Je hebt tenslotte maar één leven en als er hierboven beslist wordt dat het gedaan is, is het ook werkelijk met je gedaan!
Een weekendje is zo vlug voorbij. Intussen staan we weer met ons beide voeten op Vlaamse gronden en hebben we ons witloofseizoen gestart. Ook wij zoeken manieren om ons product beter aan de man te krijgen en we hebben nieuwe perspectieven geopend. Mijn man heeft namelijk besloten om elke zaterdagnamiddag op de boerenmarkt van Diksmuide te staan. Ik steun hem voor de volle honderd procent. Hij heeft gelijk, hij zoekt een manier om meer waardering te vinden en voldoening in zijn geteelde groente. Op de veiling moet je dat momenteel niet zoeken, want het is er nog steeds niet te vinden.
We hebben deze stand overgenomen van een kweker, die daarmee gestopt is. Op de markt hangt er een speciale sfeer. Het is een sfeer van samenhorigheid van landbouwers. Boeren die trots zijn op hun werk en hun product en dat willen aanprijzen aan de man in de straat. Het zijn producten die rechtstreeks van de producent aan de consument verkocht worden. Dus, aan de versheid ervan hoef je niet te twijfelen. Er staan kramen met zuivelproducten, groenten en fruit, vlees, gevogelte, ijsjes en pannenkoeken, bloemen enzovoort. Waaraan zou je als consument nog twijfelen? Waarom zou je nog naar de supermarkt gaan? Je hebt er alles bij de hand. De producten worden er op een democratische en klantvriendelijke manier verkocht.
Je mag het wel niet onderschatten. De zaterdag was al de drukste dag van de week en met deze markt op zaterdagnamiddag moeten we nog een tandje bijsteken. Maar voor mijn man zijn dit echt een viertal uurtjes ontstressen. Hij doet het graag en dat is toch ook belangrijk. Intussen kan ik mijn huis schoonmaken en onze oudste zoon is dan boer ‘ad interim’. Hij heeft dikwijls een hele waslijst klusjes die nog afgewerkt moeten worden, terwijl zijn vader de markt doet. Maar geen nood, hij werkt ze met plezier af.
Van zodra we het witloofseizoen starten, begint de zomervakantie vlug te korten. Eens half augustus voorbij blijven er maar een tweetal weekjes meer over. Wat gaat die tijd toch vlug. Onze twee jongens hebben tijdens de maanden juli en augustus veel gewerkt. In juli hebben ze geholpen met de bloemkolen en in augustus helpt onze oudste bij onze buur courgettes plukken. Klaas is vijftien jaar oud en heeft graag zijn dagelijkse bezigheid. Het hoeven daarom niet allemaal even drukke dagen te zijn, maar hij werkt graag. De vakantie eindigt voor hem met een weekje ‘vakantiepraktijk’. Hij moet nog een weekje op school helpen de tuinen te onderhouden, de vruchten in de serres plukken enzovoort.
Onze jongste is momenteel op kamp met de Chiro. Het is dus stilletjes in huis en dat zit me niet zo lekker. Ik heb graag mijn kroost rond mij. Hetzelfde scenario herhaalt zich tijdens de eerste schoolweek. Twee maanden waren mijn kinderen in en rond het huis, in de gebouwen of ergens op de boerderij, maar ze waren thuis. Vanaf september is het stil, zowel binnen als buiten. Enerzijds keert de stilte en de rust terug, maar het blijft toch steeds een stukje afgeven. Dat is lastig voor mijn moederhart!
– Sofie Vansteelandt

juni 17, 2009

Overschakelen naar Plan B

Ingedeeld onder: Dagboek B&T — melkbrigade @ 9:33 am

Tijdens het interviewen van een bekend persoon wordt er soms naar een ‘plan B’ gevraagd. Daarmee bedoelen ze welk beroep je op de tweede plaats in gedachten had. Wel, ik heb daar ook al dikwijls bij stilgestaan. Ik ken collega-landbouwers die gedeeltelijk uit de sector gestapt zijn en een nieuwe start als werknemer genomen hebben. Dat stemt toch tot nadenken! Zelf ben ik geïnteresseerd in heel wat verschillende beroepen. Zo heeft het me altijd al aangesproken om ambtenaar bij het parket te worden. Waarschijnlijk kunnen jullie de link niet leggen, maar ik heb nog een tijdje Rechten gestudeerd. Het fascineert me hoe deze mensen ongevallen, dubieuze sterfgevallen, moordzaken enzovoort ophelderen.
In de tweede plaats had ik graag iets in de horeca ondernomen, want ik kook en bak met veel plezier. Ooit – misschien als mijn kinderen groter zijn – wil ik aan het vormingsinstituut kooklessen volgen. Bij KVLV lassen we elk jaar drie of vier kooklessen in. Ons gezin is voor de bakker een slechte klant want mijn brood bak ik zelf, van gewoon bruin tot volkoren en rozijnenbrood. Sporadisch halen we nog een taart bij de bakker. Het geeft een grote voldoening als je een eigen creatie op tafel kan aanbieden. Het lukt de ene keer beter dan de andere, maar we zijn allemaal maar amateur-bakkers. Ik ben misschien wat ouderwets, maar mijn mayonaise bereid ik ook zelf. Je weet dan tenminste wat er allemaal insteekt en de smaak is helemaal anders. Natuurlijk komt er bij mij soms ook kunst- en vliegwerk aan te pas en dan zet ik een maaltijd op tafel uit een bokaal.
Graag had ik onze jongste zoon naar de hotelschool gezonden, want hij heeft ook een boontje voor koken. Het mocht niet baten, de interesse is er wel maar niet voldoende om er zijn beroep van te maken. Ik begon al te dagdromen. Matthijs baat een restaurant uit en mama helpt in de keuken mee want een helpende hand blijft toch steeds welkom. Ik probeer graag een nieuw recept uit en dan geeft iedereen op een score op tien. Mijn ene keukenkast zit vol kookboeken en mappen met recepten die ik verzamel uit tijdschriften als Libelle of Nest, enzovoort.
Toen mijn plannetje maar niet wou lukken, zijn we in de slagerijschool op bezoek gegaan. Misschien zou hij zijn gading vinden als slager. Dan kon ik in zijn slagerij helpen. Maar nee hoor, na ons eerste bezoek zakte het enthousiasmepeil tot nul. Hij zou absoluut geen slager meer worden. Misschien probeerde ik te veel mijn gedachten in zijn handen te leggen. Iedereen moet zijn eigen weg vinden en blijkbaar kronkelt die van Matthijs tussen de struiken en de bomen. Hij wilde last but not least tuinaanlegger worden. Als er nu één iets is waar ik echt geen verstand van heb, is het toch wel daarvan. Ik heb absoluut geen groene vingers, zelfs een cactus kan ik laten sterven – en dat is toch niet evident, hé!
We zullen het maar vanuit de positieve hoek bekijken: binnen afzienbare tijd hoef ik de tuin niet meer te onderhouden. Mijn tuinman zal dat wel doen. Zelfs nu doet hij het al gedeeltelijk. Ieder weekend rijden de kids het gras af. Ze hebben samen een moestuintje en regelmatig wordt het onkruid verwijderd. Ik had bij hoog en bij laag gezworen nooit meer een moestuintje aan te leggen, want het eindigt toch altijd in een herbarium van soorten onkruid. Mijn man kreeg toen de opdracht om het tuintje maar weer bij het gazon te brengen. Nu mijn twee zonen les volgen in de tuinbouwschool, willen ze wat experimenteren. Het gevolg daarvan is dat het gazon weer gedeeltelijk omgespit werd en de moestuin is ‘back’.
Genoeg gemijmerd, ik zal maar opnieuw witloof gaan plukken. We gaan onze laatste twee weken in. Daarna wordt het tijd om de stress even aan de kant te schuiven. We stoppen tot half augustus. Intussen hebben we vruchten op het land waarmee we bezig zijn. We hebben een eerste vrucht bloemkolen staan. De nieuwe witloofwortelen zijn al gedeeltelijk gezaaid. Later zullen we die wat dunnen, het onkruid verwijderen enzovoort. We zijn blij dat we onze geest wat kunnen laten rusten, want het was nu ook geen seizoen om in de annalen te noteren. Je zou er de moed bij verliezen. Momenteel herstelt de markt zich een beetje. Aan alle witlooftelers wil ik graag het volgende meegeven: laat de moed niet zakken. Het is niet plezant om voor een minimumprijsje je product op de markt te brengen. Maar ik houd me aan één gedachte vast: “Het is nog nooit slecht blijven gaan en het tij zal wel keren. Na regen komt de zon altijd weer tevoorschijn!”
– Sofie Vansteelandt

Blog op Wordpress.com.