Mijn dagboeken in Boer & Tuinder

februari 1, 2008

There is no business like boerenbusiness

Filed under: Bernadette Jonckheere — melkbrigade @ 9:06 pm

Zoals ik al vroeger geschreven heb, verblijft onze tweede dochter, Charlotte, voor haar studies al sinds september in Salamanca (Spanje) en we hadden ons vast voorgenomen om haar eens te bezoeken op het einde van het jaar. Het liefst waren we begin november geweest, omdat de kalkoenen dan nog niet al te groot zijn en niet zo veel bijgestrooid hoeven te worden. Kwestie van de thuisblijvers wat te sparen. Maar in november lukte het niet, onder andere door de bloemkolen. Het was bijna december eer we ze geoogst hadden en dan nog in vijfendertig keren. Man, wat kan dat tegenstaan als het zo lang aansleept en bovendien is het dan ook kostelijk omwille van de daguren, de brandstof enzovoort. We konden erdoor blijven rijden. Voor de fabrieken was het natuurlijk ook lastig, maar ik vrees dat ze niet beseffen dat het voor de boer helemaal geen pretje is. Maar wat doe je er aan. Het weer kunnen we dus nog altijd niet commanderen, zo blijkt.
Charlotte, die we geregeld bellen via Skype (dus met de computer) en ook in beeld zien, had dan zelf maar de knoop doorgehakt en een datum vastgelegd waarop we op bezoek zouden gaan. En ze had meteen de vliegreis geboekt en betaald. Allemaal via de computer en met ‘onze Visakaart’. Wij zijn volslagen leken op dat gebied. Ik had toegezegd met gemengde gevoelens, want in mijn achterhoofd zag ik weeral een boel doemscenario’s opduiken. Vooral de knolselder lag op mijn lever. We hadden er nog bijna geen geleverd aan de fabrieken. Ja, die laten eerst alle andere groenten voorgaan en het stiefkindje is dan de knolselder.
Wat ik vooraf gevreesd had, werd dus ook waarheid. Het begon eerst te regenen — veel te regenen —en dan te vriezen, harder te vriezen dan ze voorspeld hadden! En de knolselder stond nog op het land. Die maandag tijdens het eerste vriesweer hebben we nog een boel knolselder gerooid en we mochten onmiddellijk beginnen leveren. Oef, die waren gered. Van één fabriek kregen we echter de (slechte) raad dat we de knolselder beter konden laten staan. Bernard durfde die dus niet te rooien. Toen het moment van het vertrek naar Spanje naderde, begon het te dooien en hij wilde niet meer mee op reis. Lap, daar was mijn doemscenario: mijn man bleef thuis om te redden wat er nog te redden viel, Op zo’n ogenblik kan ik echt wel sakkeren op de boerenstiel. ‘There is no business like boerenbusiness.’ Je kan zo moeilijk iets vooraf regelen, want alles kan altijd in het water vallen. Onze buren hebben zo eens een geboekte vliegtuigreis naar Amerika moeten laten schieten door dat verdomde Belgische weer. Gelukkig vond ik snel een andere kandidaat-reiziger, namelijk mijn oudste zus. Honderd euro kostte het me om het vliegticket van naam te laten veranderen. (Bijna meer dan de reis zelf) Ik heb het voor één keer niet aan mijn hart laten komen en mijn man thuis gelaten.
Bernard voerde ons de donderdagmorgen naar de luchthaven van Charleroi. Om 12 uur landden we al in Madrid. Daar wachtte ons een blij weerzien met de dochter, die nog geen haar veranderd is (behalve haar haren, die een flink pak gegroeid zijn!). Samen moesten we nog tweemaal de metro nemen onder Madrid (toch wel eens aan de terreuraanslag gedacht, daar diep onder de grond), nog een lange busreis en een fikse wandeling en we waren om 18 uur in haar appartementje.
Doodmoe, reizen is dus lastiger dan werken.
Omdat Salamanca bergachtig is, hebben we nogal mogen sleuren aan de valiezen (gelukkig hebben die wieltjes tegenwoordig) in die steile straten. Enja, onze fysiek is ook niet meer wat hij ooit geweest is.
Tijdens de busreis naar Salamanca reden we door landbouwgebied. We kwamen langs heel veel pas gezaaide tarwevelden. Soms zagen we wat weiden met koeien en gebouwen, maar het was net of er geen woonhuis bij was. Verder stond er daar eind vorig jaar ook nog heel veel mais. Er waren een paar ronden afgereden, en de rest stond er nog. Blijkbaar kunnen ze de maïs daar laten drogen op het veld. We zagen onderweg ook nogal wat beregeningsinstallaties en landbouwwerktuigen die midden de velden stonden terwijl er in de verste verte geen boerderij te bespeuren was.
Salamanca zelf is heel mooi. Heel veel oude gebouwen, maar jammer genoeg overal en op alles graffiti. Dat is heel spijtig de jeugd heeft er blijkbaar geen respect voor al dat moois, ‘s Middags zaten we op de Plaza Major een ijsje te lepelen in volle zon, dicht bij een grote kerstboom. Dat was nogal wat anders dan mijn ventje die in de Ieperse klei aan het zwoegen was of zat te zweten in zijn kalkoenenhok.
De dochter spreekt nu al van na haar studies een jaar in Mexico te gaan werken. Benieuwd of ze dat voor elkaar krijgt en of het ons dan zal lukken om haar eens samen te bezoeken.

— Bernadette Jonckheere–

Advertenties

Geef een reactie »

Nog geen reacties

RSS feed for comments on this post. TrackBack URI

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s

Maak een gratis website of blog op WordPress.com.

%d bloggers liken dit: