Mijn dagboeken in Boer & Tuinder

mei 23, 2008

Algemeene landbouwopneming 1846

Filed under: Johan Schollier — melkbrigade @ 12:00 am

Alle dagboekschrijvers hebben hier hun hartje al eens gelucht over de steeds groeiende papierberg. Mijn papieren mestvaalt blijkt eindelijk eens bedwongen te zijn. De bedrijfsboekhouding is – een beetje laat – opgestuurd naar Leuven, de verzamelaanvraag, de perceelsregistratie van de Mestbank …
Tegenwoordig stap je met bibberende benen naar je brievenbus. Nog spannender wordt het als de postbode met zijn brommertje voor de stal stopt. Een aangetekende brief! Wat nu weer? Overlapping? Superheffing? Ook de meitelling kregen wij nu in de bus. De decembertelling werd al enkele jaren geleden afgeschaft, naar het schijnt omdat onze landbouw te gespecialiseerd is geworden. Vroeger vond je zowat alles op elke boerderij: koeien, paarden, varkens, kippen … en wie zaait er nu nog haver, rogge, rapen of voederkolen? Of wijmen? Als Vlaamse boer heb je nu toch het tellingformulier in huis, dus kijk het maar eens na – onder rubriek 4.15 ‘Andere blijvende teelten’. Ik wist het ook niet, maar wijmen zijn twijgen waarmee manden worden gevlochten. En nu je dit formulier toch bij de hand hebt, het lijkt wel een overzicht van alles wat de land- en tuinbouw te bieden heeft. Ideale inspiratiebron voor wie op zoek is naar alternatieven: kleinfruit, pitfruit, kerstbomen, teelt van champignons, rabarber …

Mijn vader heeft thuis een boek in de kast liggen: Geschiedenis van de gemeenten van de provincie Oost-Vlaanderen. Arrondissement Gent, met ook de geschiedenis van ons dorp, Sint-Martens-Leerne. Ook daar vind je een landbouwtelling in, zij het uit 1846. Ik citeer uit deze landbouwtelling in het Oud-Vlaams: “Algemeene landbouwopneming 1846: 97 zoo groote als kleine boerderijen, 45 paarden, 277 koppen hoornvee, 73 kalvers, 151 varkens en 15 geiten, 145 mannen en 135 vrouwen, leden des gezins. 47 mannelijke en 33 vrouwelijke loontrekkende dienstlieden waren bestendig met den landbouw bezig. Haar grondgebied eene oppervlakte beslaande van 378 hectaren waren bezaaid met 50 ha 26 a tarwe, 95 ha 48 a rogge, 8 ha 25 a met gerst, 21 ha 18 a met haver, 5 ha 99 a met boekweit, 1 ha 93 a met koolzaad, 22 ha 6 a met vlas, 28 ha met beetwortels, 31 ha 55 a met aardappelen, 24 ha 37 a met klaver. De uitgestrektheid der weiden en meerschen besloeg 24 ha 29 a, der boomgaarden 17 ha 84 a, der tuinen 3 ha 48 a, der bosschen 15 ha 04 a en der ledig liggende en ongebruikte landen 19 ha 84 a. De landen golden er gemiddeld 3500 franken de hectare in eigendom en 80 franken in pacht. Het dagloon der veldarbeiders bedroeg sedert 1830: voor de mannen 1 frank 9 centiemen, en voor de vrouwen 89 centiemen, zonder de voeding …” Mens toch, wat een pallet van teelten in die tijd! En, maar liefst 97 boerderijen! Nu lijkt alles hier beperkt tot maïs, aardappelen, suikerbieten en tarwe. Nu zijn we nog met zes boeren, en die zullen samen wel meer dan 500 stuks ‘onthoornd’ hoornvee hebben!
En het boek gaat nog verder terug in de tijd. In 1330 heette ons dorp Lederne Sancti Martini, later Sente Martins te Lederne. Ik citeer. “Op 700 meters van den boord der rivier de Leie. Ten oosten van de kerk is de verhevenheid des bodems dezer gemeente 6 meter 80 boven de lage zee te Oostende. Zij ligt op 51°0’51” poolshoogte en 1°14’5” ten oosten der middaglijn van Parijs en is van de stad Deynze, de hoofdplaats des kantons waaronder zij schuilt, zes kilometers afstandig” Ik vind ook een beschrijving van een hoeve – ze bestaat niet meer – uit het jaar 1417, nog met andere maten en munten. “Goed te Quaethem, 19 bunders 300 roeden groot, waarvan de jaarlijkse pachtsom in 1450 negen pond en dertien schellingen beliep.”
Nog iets merkwaardigs. In 1575 spreekt men al van percelen die ‘Den Snellaert’ en ‘Den Quaethem’ heten, toevallig percelen die wij in gebruik hebben. Nu, meer dan 430 jaar later, gebruik ik deze namen nog in mijn bemestingsregister.
In 1635 waren er in ons dorp 2 bierbrouwerijen, 2 stokerijen en 1 ameldonkfabriek (stijfselfabriek) en 1 windmolen. In 1767 waren er in ons dorp 52 weefgetouwen. Op 1 januari 1869 bedroeg de bevolking in Sint-Martens-Leerne 658 zielen. Later ontvolkte ons dorp door de lokroep van de werkgelegenheid in Gent. In 1968 was mijn jongste broer bij zijn geboorte de 600ste inwoner; mijn ouders kregen daarvoor een gedenkschaal. Vandaag leven er in ons dorp 1195 inwoners.

Wat ik uit het uitpluizen van dit boek vooral onthoud, is dat we hier maar eventjes zijn – een niemendalletje op de lange tijdslijn van de geschiedenis.
–Johan Schollier

Advertenties

Geef een reactie »

Nog geen reacties

RSS feed for comments on this post. TrackBack URI

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s

Maak een gratis website of blog op WordPress.com.

%d bloggers liken dit: