Mijn dagboeken in Boer & Tuinder

september 19, 2008

Niet klagen, maar voortwerken

Filed under: Sofie Vansteelandt — melkbrigade @ 12:00 am

“In het noorden van het land zijn de landbouwers niet aan het klagen, daar zijn ze aan het werken.” Dit was de uitspraak op de voorpagina van de vorige editie van de Boer&Tuinder. Wel, dat vind ik nu nog eens een schrijnende zin.
In het zuiden van het land komen ze tenminste op straat om hun mening aan de man te brengen. Ze protesteren aan de ingang van de supermarkten omdat hun goederen te goedkoop verkocht worden. Ze hebben gelijk! Ik heb nog niet veel actie gezien in Vlaanderen. (Misschien eens uw producten aan de man brengen aan de kostprijs bij de producent, maar daarbij houdt het ook op …) Die actie heeft ook nog maar weinig resultaat opgeleverd. Als je de kranten openslaat, lees je veel over de vlees- en melkprijzen en maar weinig over de crisis in de groenteteelt. De hele zomer werden er op de veiling groenten geveild aan belachelijke prijzen. Ik weet het, het is niet simpel om uit deze mallemolen te geraken. De groenteteelt is vogelvrij. Iedereen kan zoveel produceren als hij kan en wil. Nergens worden er grenzen of beperkingen opgelegd. Collega-boeren zijn beschermd door quota enzovoort, maar dit geldt niet voor de groenteboeren. De veilingprijzen zijn iets gebeterd, maar ze zijn nog verre van goed te noemen. De witlooftelers hebben het ook niet gemakkelijk. Er zitten nog veel witloofwortelen gestockeerd in de koelcellen en die moeten nog allemaal afgestookt en geleverd worden. Wijzelf hebben ook nog een hele collectie in de koelcel zitten.
Deze zomer kregen wij een brief van het ministerie dat er volgens het Agentschap voor Natuur en Bos – bij ons thuis ook bekend als de ‘groenen’ – iets niet in orde was met een perceel dat we hadden opgegeven in het kader van de MTR. Velen onder jullie zullen zich hier wel in herkennen, want ze hadden heel wat brieven verstuurd … In de brief stond dat ze binnen de week een antwoord verwachtten. Hoe is dat toch mogelijk? Wij kregen deze brief in de bus net voordat we een verlengd weekend naar de Ardennen gingen. In de maand augustus is iedereen toch ietwat in vakantiesfeer; de bouw ligt stil enzovoort en je kan je behelpen met het hoogst noodzakelijke in ons kleine landje. Zij daarentegen hadden er niets beters op gevonden dan de boer te dwingen om binnen de acht dagen te antwoorden. Wel, omdat we niet goed wisten waarover het ging, wilden we onze contactpersoon aan de lijn. Zij was niet te bereiken. Reden? Je kunt het nooit raden: in vakantie!
Mijn jongste zoon is nu gestart in het middelbaar onderwijs. Hij volgt zijn eerste jaar in de Land- en tuinbouwschool in Roeselare. Hij wil graag vanaf het derde jaar de richting Tuinbouw volgen. De eerste twee jaar houden een algemene vorming in en pas daarna kunnen ze specifiek hun richting kiezen. Het merkwaardige is dat hij de enige leerling is waarvan de ouders landbouwers zijn. Er zit dus geen enkele boerenzoon in zijn klas, uitgezonderd hijzelf. Maar als de boeren hun kinderen niet meer naar de landbouwschool sturen, waar gaan de toekomstige boeren dan vandaan komen? De overheid en de andere instanties zouden toch beter voor hun landbouwers moeten zorgen. Is dit geen teken aan de wand? Ik denk van wel. Hij zit dus in een klas van achttien leerlingen en hij is de enige die de richting Tuinbouw gaat volgen; verder gaan er drie klasgenoten de richting Landbouw volgen.
Waar gaat deze evolutie eindigen? Moeten we meedoen aan de sterk evoluerende schaalvergroting of blijven we een familiebedrijf? Akkoord, het is een keuze, maar is het een haalbare keuze? Worden we een klein fabriekje of blijven we een familiaal landbouwbedrijf? Waar trek je de grens? Velen zijn de weg ingeslagen om grote hoeveelheden te produceren. Maar alles wat je produceert, moet toch ook nog verkocht, uitgevoerd en geconsumeerd worden. Op de vrije markt geldt nog altijd het principe van vraag en aanbod en als het aanbod té groot blijft, kan de prijs niet stijgen. Hoe ga je dit dilemma verhelpen? Dat is een vraag om eens goed over na te denken. Wij willen alleszins zolang mogelijk het familiale bedrijf aanhouden. Wij proberen ons vast te klampen aan de luxevoordelen van het boerenleven. Je bepaalt je eigen tempo en ritme. Maar het moet haal- en leefbaar blijven.
Wel, om nog eens op die schoolproblematiek terug te komen. Wij hebben twee zonen en ze volgen allebei een tuinbouwopleiding. De ene wil ons beroep voortzetten – witloof telen – en de andere wil tuinaanlegger worden. Binnenkort zal ik een luxeleventje kunnen leiden: mijn ene zoon gaat het witloof kweken en de andere gaat de tuin onderhouden. Of ga ik misschien nog een tandje moeten bijsteken met mijn twee tuinbouwers? Wie weet …

– Sofie Vansteelandt

Advertenties

Geef een reactie »

Nog geen reacties

RSS feed for comments on this post. TrackBack URI

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s

Blog op WordPress.com.

%d bloggers liken dit: