Mijn dagboeken in Boer & Tuinder

november 5, 2009

A lonely countrygirl

Filed under: Bernadette Jonckheere — melkbrigade @ 8:27 pm

Mijn tweede zus is nachtverpleegster in het Sint-Jozefsziekenhuis in Izegem, hetzelfde ziekenhuis waar ik drie jaar gewerkt heb, na mijn afstuderen in de jaren tachtig. Enkele personeelsleden geven er al jaren samen een tijdschriftje uit, Het Pilleke – van originaliteit gesproken. Bij toeval is één van die Pillekes hier bij mij terechtgekomen. Mijn moeder, die ook graag leest, is namelijk geabonneerd op Libelle en die Libelles gaan de familie rond, om als laatste bij mij terecht te komen. En laatst zat er dus een Pilleke van mijn zus tussen. Ik heb het uiteraard doorbladerd en de nieuwtjes gelezen. De algemeen chirurg was gestopt, die ene verpleegster had haar eerste kleinkind, de vader of moeder van een andere verpleegster waren gestorven enzovoort. Allemaal bekende namen, die verre herinneringen naar boven brachten. Herinneringen aan een toch wel mooie en toen nog zorgeloze tijd met collega’s van ongeveer mijn eigen leeftijd. Er stond ook een artikel in van Sis uit de operatiezaal, namelijk over die algemeen chirurg die ermee ophield. Ja, Sis, waar ik dikwijls mee zat te eten ’s middags in de refter en die vóór mijn huwelijk uitdrukkelijk beloofd had dat ze mij ooit zou komen bezoeken op mijn boerderij in de Westhoek. Die ‘ooit’ is er nog steeds niet van gekomen en ik verwacht het nu ook niet meer.
Wat mij bij het lezen het meest overviel was een gevoel van eenzaamheid en heimwee naar leeftijdsgenoten, naar collega’s waarmee je over van alles en nog wat kon praten en waar je plezier kon mee maken. Ja, ons beroep is geëvolueerd naar een zeer eenzaam beroep. Zeker voor de vrouw, en alleszins op een boerderij zoals de onze. Als er hier toch nog eens mensen het erf komen opgereden, dan hebben ze mijn man nodig. Met mij kunnen ze blijkbaar niets aanvangen.
Wanneer ik terugblik op die zesentwintig jaren die we boeren, is er toch veel veranderd! Alles steeds meer en groter, maar ook veel eenzamer. Er komt bijna niemand meer op ons erf tenzij we er zelf om gevraagd hebben. En als er toch nog eens iemand komt, dan hebben we allesbehalve veel tijd. De veehandelaar bijvoorbeeld kwam vroeger – na het onderhandelen met Bernard – binnen in de keuken. Hij dronk er een kopje koffie en praatte over koetjes en kalfjes. De voederhandelaar was ook graag gezien. Meestal kwam hij ’s avonds laat en we konden gezellig babbelen met hem. Met de veearts voor het rundvee praatte ik ook graag, over de studies van zijn en onze kinderen en over van alles en nog wat. Ook weggevallen dus.
Toen de kinderen klein waren en ik ze naar en van school haalde, zag ik meestal ook iemand waarmee ik dan een praatje maakte. Dat hoefde daarom niet lang te zijn, maar het deed toch deugd. Later, hier in Vlamertinge, voerden de buurvrouw en ik bij slecht weer de kinderen naar de middelbare school en we zagen elkaar dus regelmatig. Dat is ondertussen ook voorbij. Diezelfde buurvrouw zit telkens een deel van het jaar omringd door maïs op haar hoeve. Ze is altijd blij als de maïs gedorst wordt, zodat ze toch weer iets van de bewoonde wereld ziet. Anders zit ze net op een eiland en als de wind goed zit, hoort ze enkel de pieptoon van onze verreiker als die achteruitrijdt. Dan zegt ze bij zichzelf: “Bernard of Mathieu zijn weer bezig met hun machine.”
Ja, veel volk zien we hier dus niet meer. Terwijl de facturen vroeger gebracht werden, worden ze nu opgestuurd. Pas op, het is niet allemaal donker, want zo worden we ook niet nodeloos beziggehouden, maar soms overvalt me toch een eenzaam gevoel. Ik ben ook niet het type dat gemakkelijk iemand opbelt om uren aan de lijn te hangen.
Gelukkig zijn onze kinderen nog niet allemaal het huis uit en zorgen die voor wat ambiance. En het is ook een geluk dat mijn man en ik goed overeenkomen, anders zou dit toch wel een beetje de hel zijn.
Wat we allebei ook aangenaam vinden, is met personeel werken voor de bloemkooloogst. Wij werken nog niet met Polen, maar met mensen uit de streek. ’s Middags maak ik nog altijd een maaltijd voor hen klaar. De ene keer soep, brood en charcuterie; als ik wat meer tijd heb een eenvoudige, warme maaltijd. Sommigen zullen dit nu stom en onnozel vinden en een vermindering van de winst. Het is inderdaad een extra kost en inspanning, dat weten wij ook wel. Maar we hebben heel aangenaam personeel en er zitten goeie vertellers tussen, zodat wij hier soms plat liggen van het lachen. En die momenten zouden Bernard en ik niet graag missen, ook al heeft het zijn prijs. Het brengt bovendien kleur in ons leven. We leven toch maar één keer en zoals men dan zegt: “Niemand neemt zijn geld mee in zijn graf!” Tenzij de farao’s in Egypte indertijd, maar dat is ook al heel lang geleden.

– Bernadette Jonckheere-

Advertenties

Geef een reactie »

Nog geen reacties

RSS feed for comments on this post. TrackBack URI

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s

Maak een gratis website of blog op WordPress.com.

%d bloggers liken dit: