Mijn dagboeken in Boer & Tuinder

oktober 1, 2010

Ik, Henk van Beek: (r)evolutie

Filed under: Henk van Beek — melkbrigade @ 9:38 pm

Onze levens als actieve land-en tuinbouwers, zijn soms als een lekkende oliebron in de Mexicaanse Golf wat dagboekmateriaal betreft. Ik heb er persoonlijk weinig moeite mee om wat neer te schrijven en ik moet vaak heel wat schrappen om mijn gemijmer binnen de lijntjes te laten passen. Ook 8 juni was weer zo’n dagboekdag.
God mag weten waarom, maar begin juni werd ik plots telefonisch gecontacteerd met de vraag of ik deel wou uitmaken van een workshop. In opdracht van de provincie Antwerpen moest men op zoek gaan naar de knelpunten van de land- en tuinbouw hier. Het onderzoek wordt geleid door mensen van de Universiteit Gent. Aan de hand van een SWOT-analyse (sterktes, zwaktes, kansen en bedreigingen) zouden we een SOR-analyse (Strategische Oriëntatie) uitvoeren. Een hele mond vol woorden om te zeggen dat we op zoek gingen naar de leefbaarheid voor de land- en tuinbouwsector in de provincie Antwerpen. Ik was wel verwonderd, maar ook vereerd met de uitnodiging. Ik, met mijn A3-opleiding, tussen de directeurs, voorzitters van veilingen en proeftuinen, belangenorganisaties en banken … Niet dat ik me minder voel, want ik heb ook mijn koffertje met ervaringen, kennis en knowhow als het over de boomkwekerij gaat. Al vrij vlug bleek dat onze sector binnen de provincie Antwerpen een belangrijk en direct economisch belang heeft, met nog veel groeimogelijkheden wat mij persoonlijk betreft. Ook al is dit onderzoek nog niet afgerond, ik wil het volgende resultaat wel al met u delen.
Toen we individueel een keuze moesten maken uit de lijst die we samen opgesteld hadden voor de SWOT-analyse, bleek dat de meerderheid de meeste kansen zag in concentratie (clusters, grote bedrijven) en technologie (wkk, mestverwerking). Er werd minder waarde gehecht aan diversiteit en marktniches. Ik kon het niet nalaten om op te merken dat zo’n keuze erg aanleunde bij de filosofie van banken, veilingen en proeftuinen. Vanuit sommige hoeken kreeg ik een lichte bevestiging van deze opmerking. Ik moet toegeven dat deze specifieke keuzes weinig invloed hadden op onze oefening, aangezien ik mij verder goed kon terugvinden in onze eindconclusie.
Diezelfde week zag ik per toeval nog een mooie documentaire op tv, want doordat het die week regenachtig was, had ik tijdens de avonden net een uurtje meer vrij. Bij warm weer ben ik toch vaak tot half tien bezig met beregenen. In die documentaire ging men op zoek naar de (bij)werking van Viagra en hoe men deze blauwe (dure) wonderpil in korte tijd tot een commercieel succes had gemaakt. Hoe was het farmaceutische bedrijf Pfizer erin geslaagd om in enkele jaren tijd een medicijn zo populair te maken? Een medicijn waar in principe slechts 3% van ons mannen werkelijk nood aan heeeft? Het succes groeide, onder meer door de druk vanuit allerlei media op de mannen om ook op seksueel vlak steeds topprestaties te leveren en als gevolg van een toegankelijke reclamecampagne ervoor. Zelfs jonge, viriele mannen gaven toe dat ze soms Viagra gebruikten. Volgens de maker van deze documentaire zou het gebruik van Viagra de mannelijkheid aantasten én kunnen leiden tot een vorm van afhankelijkheid. Ik kon mij helemaal vinden in het punt dat hier gemaakt werd. Niet onbelangrijk trouwens: de farmaceutische industrie verdient hier miljarden met de handel in seksueel zelfvertrouwen!
Nu ben ik met mijn lage scholing zeker geen professor, maar ik zou zo’n onderzoek graag eens laten uitvoeren in de land- en tuinbouw. Het verhaal van Viagra gaat wat mij betreft ook op voor onze sector. Maar wie is daar verantwoordelijk voor? Wie heeft de lust gecreëerd om de grootste te zijn, om steeds meer te produceren met minder (mannelijke) inspanningen? Waren het de banken die onze de pil (leningen) aanboden, omdat wij dachten dat we ze nodig hadden om goed te presteren? Waren het de proeftuinen, die zorgden voor minimale bijwerkingen en ons ondersteunen om topprestaties te leveren? Of de veilingen, die nooit voldaan bleken te zijn en nog tijden hebben van onverzadigbaar verlangen naar meer? Of misschien de media en de sociale druk, die steeds de grenzen verleggen?
Eigenlijk doet het er niet toe. We zijn allemaal verantwoordelijk voor onze eigen daden. Ieder voor zich is verstandig genoeg om de juiste keuze te maken. Maar laat je niet te snel verleiden. Ook voor land- en tuinbouwbedrijven geld de volgende spreuk: ‘Het is niet de grootte die telt, maar wat je ermee doet!’ Vanuit de stille Kempen alvast een zwoele zomer toegewenst.
– Henk van Beek.

Iets meer dan een jaar geleden namen we als dagboekschrijvers tijdens ons jaarlijkse etentje afscheid van Lut De Bruyne, die toen vol overgave aan een nieuwe jobuitdaging bij de REO Veiling begon. Vol ongeloof verneem ik nu het nieuws dat ze definitief afscheid heeft moeten nemen van haar leven hier. Dit is niet eerlijk. Enkele keren per jaar kwam je Lut wel ergens tegen. Steeds spontaan, goedlachs en een klaar voor praatje. Waarom Lut? Ik betuig mijn innige deelneming aan iedereen voor wie je zo dierbaar was.

Advertenties

Geef een reactie »

Nog geen reacties

RSS feed for comments on this post. TrackBack URI

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s

Maak een gratis website of blog op WordPress.com.

%d bloggers liken dit: