Mijn dagboeken in Boer & Tuinder

oktober 1, 2010

Het is gelukt

Filed under: Kris Van der Velpen — melkbrigade @ 8:33 pm

De Belgische Fruitveiling is er als eerste in geslaagd om een handelsprotocol met China te ondertekenen. We kunnen er als telers alleen maar blij om zijn, want de Chinese markt kan ons wel mooie toekomstperspectieven bieden. Tot voor kort kenden de Chinezen de Conférencepeer helemaal niet. Er was zelfs overredingskracht voor nodig om die mensen te overtuigen dat het wel degelijk peren waren, want de peren die men in China kent, lijken helemaal niet op ons lange, groene kwaliteitsproduct. De Chinezen onze peren leren kennen, was nog maar het begin. Eenmaal ze van de kwaliteiten van de Conférence overtuigd waren, was het nog een lange weg om ze in dat immense land binnen te krijgen. Dat het uiteindelijk gelukt is, hebben we alleen maar te danken aan de inzet en de volharding van de topmensen in de veiling en hun entourage. Een dikke proficiat is hier zeker op zijn plaats.
Een product ergens binnenkrijgen is één ding. Je klant tevreden houden is een andere kwestie, zeker als je weet dat een land als China hoge fytosanitaire eisen stelt, zelfs voor je er binnen geraakt. Het is nu aan ons om enkel peren naar ginds te laten vertrekken waarvan we zeker zijn dat er niks op aan te merken valt. Het is volledig fout om te denken dat je nu volledige oogsten Conférence in een zeecontainer kan stoppen richting Verre Oosten. Je moet garanties kunnen bieden dat je de fruitmot en het bacterievuur helemaal onder controle hebt. Heel wat van onze provincies werken nu aan plannen rond de bestrijding van bacterievuur, maar als iedereen met planten die gevoelig zijn aan bacterievuur zijn verantwoordelijkheid neemt, is deze ziekte al flink gereduceerd. Fruittelers zouden eigenlijk de toelating moeten hebben om een zieke plant die ze ergens zien onmiddellijk te verwijderen – om het even op welk domein die plant staat. Je zou dan wel boze reacties krijgen, maar het bacterievuur zou wel vlug verdwijnen. Ook voor het opruimen – lees: verbranden – van zieke takken moet de overheid zich soepel opstellen, ofwel moet ze met een oplossing voor de dag komen. Het kan toch niet zijn dat wie aangetaste bomen of takken verwijdert dan een boete krijgt omdat hij geen toelating had om ze te verbranden.
In China heeft men ook graag uniforme peren. In dikkere maten lukt dit meestal wel, maar dan moet er toch heel nauwkeurig gesorteerd worden. Waarschijnlijk zullen de peren die naar Azië vertrekken wel centraal gesorteerd worden, maar dan moet het daar ook correct gebeuren. Laatst was ik in een grote Belgische supermarkt en daar moest ik vaststellen dat peren van een relatief kleine teler zeker even mooi gesorteerd waren als de kist ernaast, die ingepakt was bij een van de grote sorteerhuizen. Je hebt alleen maar garantie dat iets goed verloopt, als je het goed kunt controleren. In dat opzicht komen er misschien andere tijden. Vroeger was alles goed, zolang je klanten ermee tevreden waren. Je kon eigenlijk zeggen: “Dit is mijn fruit. Ik bied het zo aan. Wat geef jij ervoor?” Vandaag heeft de klant zijn eisenbundel klaar: dit mag erop gesproeid zijn, deze verpakking wil ik, op die dag moet het geleverd worden, aan de prijs die ik nog steeds bepaal. Kan je hieraan niet voldoen, dan heb je pech, want ergens kan iemand anders dat wel. Deze tendens hebben we het afgelopen seizoen duidelijk gezien in de appelmarkt.
Met onze lange, groene peer hebben we wel een exclusief product, dat niet in heel de wereld geteeld wordt. Dat geeft wel wat ruimte, maar we hebben de Chinezen in het begin onze mooiste, gelegde peren van een goede maat verkocht. Ik weet nu al zeker dat ze in de toekomst niet met minder tevreden zullen zijn. Zoals ik al zei, gaan niet alle peren naar China. Toch is er wel wat vraag en het fruit dat naar China kan, geeft ruimte voor andere peren op andere markten – al worden die ook steeds veeleisender. Er staat ons dus een grote uitdaging te wachten en misschien moeten we ons anders gaan structureren als teler.
In China vragen ze zich wel niet af of ze Vlaamse of Waalse peren zullen krijgen. Ze hebben zich daar ook niet afgevraagd of de Belgische staat nu al hervormd was of niet. Ook de splitsing van een kieskring was geen probleem bij de onderhandelingen. Lukt het onze politici na 13 juni om ons land weer bestuurbaar te krijgen? Misschien moet de volgende regering eens een stage komen doen bij fruittelend en handeldrijvend België, want daar vinden ze altijd wel een uitweg om crisissen te overleven.
– Kris Van der velpen

Advertenties

februari 18, 2010

Ruimte voor de fruittelers

Filed under: Kris Van der Velpen — melkbrigade @ 8:26 pm

Vorige week kreeg ik een uitnodiging in de brievenbus voor een van de grootste jaarlijkse vergaderingen in onze sector. Het thema van de avond is ‘Fruit in space’. Aanleiding voor deze titel is het feit dat Frank De Winne een Greenstar-appel meenam op zijn avontuur in de ruimte.
Voor wie mijn sector niet zo goed kent, leg ik even uit dat de Greenstar een harde, groene appel is, die je best met een Golden of een Granny Smith kan vergelijken. Het is een appel die niet bruin verkleurt als je hem doormidden snijdt, vandaar waarschijnlijk de keuze van de astronaut. Greenstar is ook een product van mijn buren Better3fruit; hij werd bijna samen met het ras Kanzi gelanceerd. Beide rassen komen uit dezelfde ‘fabriek’, maar ze hebben verder eigenlijk niet veel met elkaar te maken.
Aanvankelijk had ik bij de eerste Greenstar een goed gevoel. De Kanzi was ook lekker, maar die was dan weer moeilijker te telen en wat kleiner. Toen ik echter naging hoe de Greenstar verkocht werd, heb ik meteen mijn plannen laten varen om er enkele duizenden bomen van aan te planten. Er was geen duidelijkheid over de manier waarop de appel verkocht zou worden en of ik er genoeg zou aan overhouden. Later werd dit wel wat opgelost, maar toen had ik al wat anders aangeplant.
Als er vroeger een nieuw ras verscheen, stapte je naar de boomteler en je kocht er een aantal bomen van. Je plantte die bomen en op de veiling waar je lid was, kon je dan je appels verkopen – al dan niet met succes. Was de prijs goed en kon je het ras goed telen, dan plantte je er bomen van bij. Was het niet echt een succes, dan plantte je iets anders. Als het echt slecht was, rooide je de bomen meteen en was het verhaal direct afgelopen. Tegenwoordig maken veel nieuwe rassen deel uit van concepten en moeten de veilingen eraan deelnemen vooraleer de teler het ras kan commercialiseren. Dit kost natuurlijk massa’s geld en uiteindelijk moet de teler van het nieuwe ras deze kosten terugbetalen – wat ook logisch is, want je kan de perentelers niet laten opdraaien voor de kosten die iemand maakt om een nieuw appelras te lanceren. Meestal worden zulke rassen ook centraal bewaard en gesorteerd. Dit is op zich geen nadeel, want je kan toch niet alles zelf doen. Maar het is wel een feit dat je dan als teler alle controle over je product kwijt bent. De prijs die je uiteindelijk ontvangt, is hetgeen er overblijft na allerlei onkosten. Je kan daar goed mee zijn, maar het kan ook tegenvallen.
Is deze evolutie nu goed of slecht? Ik zou het niet weten, maar ik weet wel dat de fruitsector zit te smeken naar iets nieuws – en vooral naar iets dat geld opbrengt. Als men een tiental jaren geleden al schreef dat het water ons tot aan de lippen stond, dan weet ik zeker dat we nu toch wel heel goed moeten kunnen zwemmen. Je voelt het met de appels echt bergaf gaan. De concurrentie is zwaar en de lasten zijn hoog. Gelukkig gaan de peren nog wel wat, maar ze kunnen niet eeuwig het verlies van de appels compenseren. We mogen daar niet blind voor zijn en er moet openlijk over gesproken kunnen worden, want ‘praten werkt’. De mensen die deze laatste slogan nogal eens gebruiken, organiseerden trouwens hele avonden rond de crisis, en daar kwam de fruitsector ook aan bod. De top van de Boerenbond trok letterlijk de boer op en stelde vast dat er veel ellende was in alle sectoren.
Het onderkennen van een probleem is een grote stap naar de oplossing ervan. Als iemand in een vereniging aan zijn collega’s een reportage toont over de problematiek, dan mag daar gerust een debat over volgen. Samen met de goede prijzen verdwijnt dikwijls ook de goede sfeer tussen de telers. Iedereen is bezig met zijn zelfbehoud en sommigen prediken de revolutie – wat zeker niet gezellig is. Het erge aan heel de appelcrisis is het feit dat wij er zelf niet zoveel schuld aan hebben. Onze appels zijn van goede kwaliteit, de bedrijven zijn modern en goed gestructureerd, we werken hard en we zijn correcter dan ooit.
Gelukkig zijn fruittelers ook heel inventief en valt er altijd wel iets te verdienen, zij het dan via een of ander alternatief. Je moet trouwens toch verder en je mag het je ook niet te hard aantrekken, want dat is zeker niet gezond. We mogen in deze slechte tijden ook niet vergeten te leven. Een wandeling of een fietstocht kosten je niks, maar kunnen voor je gezondheid van onschatbare waarde zijn.

– Kris Van der velpen

januari 22, 2010

Nostalgie

Filed under: Kris Van der Velpen — melkbrigade @ 9:54 pm

Vorige week had ik de eer om tijdens een demonstratie de snoei van Jonagold te mogen voordoen. Het was eerder een twijfelachtige eer, want niemand anders wou dit doen, maar persoonlijk vond ik dat Jonagold en zijn mutanten toch niet mochten ontbreken in een snoeiles. Aanvankelijk was de belangstelling voor mijn demonstratie zeer klein. Ik was blij dat een viertal fruittelers en enkele leerlingen van de school naar mijn verhaal kwamen luisteren. Iedereen was blijkbaar gekomen om naar de perensnoei te kijken – ik had wel niet anders verwacht, zeker niet met de huidige prijsvorming voor de appels. Ik ben dus beginnen voor te snoeien voor de paar enkelingen die zich aan de appels interesseerden. Het was voor mij ook nieuw om iets aan je collega’s te tonen dat iedereen al jaren kent. Toch toonden de mensen interesse en in de loop van de namiddag kwam er toch wat volk kijken en luisteren, al waren sommigen vooral geïnteresseerd in de elektrische plukwagen waarmee ik de koppen mocht snoeien.
Ik moest toen ook terugdenken aan de grote dagen van weleer, toen er op de proeftuin in Glabbeek snoeinamiddagen werden georganiseerd. Wie toen Jonagold zei, zei ook in één adem Jef De Coster. Die man kon dat zo boeiend vertellen en hij heeft ons hier zowat alles van de moderne appelteelt geleerd. Je kan eigenlijk stellen dat mede door zijn inzet en de toenmalige Jonagoldhype menig Hagelands fruitbedrijf er weer bovenop geraakt is. Als je weet dat men toen volop in de Goldencrisis zat, dan was die Jonagold toen een geschenk uit de hemel. Het was dan ook nog goed dat iemand van onze eigen streek zo erachter stond. Toegegeven, je moest die Jonagold wel in drie keer plukken en mooi inleggen, maar dat werd toen goed betaald. Als er in die dagen in Glabbeek ook maar iets georganiseerd werd, was er altijd volk. Dit had misschien niet altijd met de Jonagold te maken, want na zulke bijeenkomsten bleef iedereen minstens even lang napraten …
Peren stonden er toen ook al, maar als je dat plantte, was je een zonderling. Meestal kwam er ook een Nederlander naar de demonstraties om peren voor te snoeien, kwestie van wat variatie te brengen op de uitnodigingen.
Als je in die dagen gevraagd werd om voor te snoeien, dan was het een heel voorrecht. Een gewone fruitteler werd daar zelden voor gevraagd – of je moest al heel vakbekwaam zijn. Het Hageland was toen nog een fruitregio die weliswaar klein was, maar we waren wel met relatief veel telers. We hadden niet alleen een proeftuin, maar ook een eigen veiling. De telers uit het Pajottenland waren onze bondgenoten, want op die ‘mannen uit de Limburg’ had men het hier niet zo begrepen.
In die tijd was er wel veel meer animo en kameraadschap onder de telers. Grote kapitalen werden er toen ook niet verdiend en er werd hard gewerkt. Maar men vergat hier wel niet te leven. Met de tijd trok de proeftuin oostwaarts en er werd totaal vernieuwd, op alle vlakken. De proeftuin in Rillaar ging over naar de KULeuven en Better3Fruit en onze veiling fusioneerde met de Fruitcentrale in Sint-Truiden. Ook onze Groene Kring ‘Jonge Hagelandse fruittelers’ werd één groep met de Groene Kringfruittelers van Zuid-Limburg. Het Hageland wordt nu meer en meer één met de Haspengouwse fruitstreek. We leerden dat die mannen uit Limburg nog de kwaadsten niet zijn en zij hebben van hun kant ook ingezien dat die van Glabbeek ook niet zo simpel zijn als ze er altijd uitzagen.
“Waar blijft de Jonagold in dit verhaal?” hoor ik de lezer al denken. Wel, de Jonagold is er vandaag nog, maar het is allang niet meer de steunpilaar van het Belgische fruitverhaal. De Jonagold op zich van in het begin bestaat ook niet meer; hij heet nu Novajo, Vivista, Decosta, Robijn of Jonagored. Die laatste – de eerste verbetering van het Jonagoldras – is een eigen leven gaan leiden en heeft zich op commercieel vlak een weg weten banen, zodat hij nu in de export alle andere overtreft. Heel wat Jonagoldplantages hebben ondertussen plaats geruimd voor Conférenceperen, die nu al een paar jaar het inkomen van de Belgische fruitteler verzorgen. Hoe lang dit nog zo blijft, kan niemand weten en we moeten voorzichtig zijn om onszelf niet te beconcurreren.
Wie mijn verhaal goed leest, merkt dat ik op een bepaald moment van ‘Hagelandse fruitteler’ overstap naar ‘Belgische fruitteler’, want vandaag gaat het er in de Belgische fruitsector niet meer over waar je vandaan komt maar over wie je bent. Telers in België zijn meer en meer één groep, al is het toch altijd tof als je een klein beetje streekgebonden eigenheid kan behouden.

– Kris Van der Velpen

september 8, 2009

De aarde vanuit de hemel

Filed under: Kris Van der Velpen — melkbrigade @ 12:00 am

Deze zomer zond televisiezender één op zaterdagavond een interessante documentaire reeks uit waarin de aarde gefilmd werd vanuit de lucht. Geen nieuws op zich, was het niet dat in deze reeks ook verschillende aspecten aangepakt werden in verband met de natuur en de landbouw. Je kon er met je eigen ogen zien hoe de gletsjers van de Mont-Blanc aan het wegsmelten zijn, hoe de woestijn in Afghanistan weer een groot meer werd en dergelijke dingen meer. Gewoon goeie televisie, zou je zeggen, en eens leuk om te zien. Het werd pas echt interessant toen ook de hedendaagse landbouw eens vanuit een andere hoek bekeken werd onder de titel ‘Hoe voeden we straks bijna zeven miljard mensen?’ Al snel werd duidelijk welke enorme roofbouw de landbouw op sommige plaatsen pleegt. Stukken regenwoud verdwijnen voor gigantische bananenplantages. Vanuit de lucht werd getoond dat duizenden hectaren in Indonesië nu beplant zijn met oliehoudende palmsoorten, waar vroeger tropische houtsoorten groeiden. Natuurlijk ging het ook over ggo’s; het bedrijf Monsanto kwam hier niet al te best uit. Er werd ook gezegd dat de chemische bestrijding van allerlei plagen steeds moeizamer verliep en dat die voor de landbouwer bijna onbetaalbaar zou kunnen worden – iets wat we de laatste jaren zelf ook erg ondervinden. Alternatieven zoals feromoonverwarring werden ook aangehaald.
Wat mij het meeste aansprak, was het feit dat er de laatste decennia heel wat gewassen verdwijnen. Als je daarbij stilstaat, moet je wel zeggen dat dit zeker waar is. Voorbeelden zoals de perzikteelt in het Hageland en de druiven in Overijse zijn hier getuigen van. Ze worden nog wel geteeld en het is lovenswaardig dat er telers zijn die de teelt niet verloren laten gaan, maar de grote dagen van weleer zullen wel nooit terugkomen. Ik weet nog hoe ik als kind in Glabbeek massaal pruimen zag aanvoeren; vandaag moet je bijna zoeken om nog ergens een pruimenboom te vinden. Hetzelfde verhaal komt steeds terug: het is in België te duur om deze fruitsoorten nog te telen en ze worden zo goedkoop ingevoerd dat we er niet mee concurreren. Datzelfde verhaal horen we nu ook in de teelt van zure kersen, en daar zitten we nog met een afnemende vraag. Ook dat gegeven speelt mee in het verdwijnen van gewassen. Je kan wel iets telen, maar de mensen moeten het nog willen eten; soms zijn ze gewoon wat uitgekeken op je product. Pensen met kriekjes kan wel eens lekker zijn, maar ik denk niet dat dit gerecht nog wekelijks bij elk gezin op tafel staat. Zal straks de kriekenteelt ook verdwenen zijn? Ik weet het niet.
In de appelteelt speelt zich ook een dergelijk verhaal af. Het is nu de concurrentie met goedkope appels die men op dezelfde markten verkoopt als degene waar wij ooit kind aan huis waren. Vermits winstmarges de handel bepalen, kiezen ze daar nu voor de goedkope Poolse appel – of zelfs de Poolse appel in een Belgisch pakblad. Deze laatste praktijk heb ik me laten vertellen door iemand die het zelf gezien had.
In de appelteelt hebben we nu wel om de tien jaar te kampen met zware concurrentie. De ietwat oudere lezer herinnert zich zeker nog de Franse Golden. Zelf heb ik als twintiger eens deelgenomen aan een manifestatie tegen de import van fruit uit het zuidelijk halfrond. Nog enkele jaren later waren we blij dat onze veel te dikke Jonagold naar Rusland kon. Telkens kwam de appelteler sterker uit de impasse. Zelfs crisissen konden we overwinnen. De fruitteler heeft dit steeds zelf moeten oplossen. Waar werd er dit jaar betoogd tegen de lage appelprijs? Wie gaat op hoog niveau praten om de mensen te helpen die dit jaar zwaar verhageld zijn en die voor hun fruit minder krijgen dan het gekost heeft? Als er morgen met een koe of een varken iets scheelt, legt men heel het land plat, terwijl wij nog steeds onze plan moeten trekken en dan nog dikwijls te horen krijgen dat die fruitboeren toch nog rijk genoeg zijn.
Fruittelers zullen er wel altijd zijn en appels en peren ook. Gelukkig hebben we de gave van te volharden en op zoek te gaan naar iets nieuws. Zo zag ik een ondernemende fruittelersfamilie uit het Tiense rode bessen plukken met een machine. Een andere teler ging ergens bomen verzorgen, terwijl nog iemand anders zijn heil zoekt in biologische markten. Ik was ook te gast in Rillaar, bij Better3Fruit, waar men de Zari promootte, een nieuw zomerras als aanvulling op de gangbare variëteiten. Er stonden daar ook nog heel wat nieuwe appelrassen. Of er iets bruikbaars inzit, weet nog niemand; maar het feit dat men toch nog zoekt naar iets nieuws is toch al positief te noemen. Wie weet vinden we ooit nog eens een tweede Jonagold en zijn we weer vertrokken voor een aantal gouden jaren. Een mens mag al eens dromen, toch?
– Kris Van der Velpen

juni 28, 2009

Filed under: Kris Van der Velpen — melkbrigade @ 10:16 am

Sneeuwwitjes appel was zeker niet Belgisch
Als ik dit artikel schrijf, zijn we net de verkiezingen van 7 juni gepasseerd. Een mooiere Vlaamse overwinning was bijna ondenkbaar. In de komende weken wordt er hopelijk ook aan de kiezers gedacht en gebeurt er ook iets met de stem van het volk. Een vraag die vaak terugkeert, is welke richting men nu uit kan – of wil – en de eerste dagen na elke verkiezing is het altijd wat speculeren wie met wie in zee gaat en naar welke doelstellingen gestreefd zal worden de komende jaren.
In de hedendaagse fruitteelt is het ook altijd kiezen welke richting we de komende jaren uitgaan. Telen we over vijf jaar alles biologisch? Of wordt de huidige millieubewuste teelt iets wat zeer nauw aansluit bij de biologische productie? Als je ziet dat vandaag de residunormen van veel sproeiproducten zodanig laag worden, zou dat me niks verbazen. Sproeiproducten zoals Captan spoten we tot voor twee jaar nog in ons schema tegen bewaarziektes, dus twee weken voor de pluk. Tegenwoordig moet je nu al stoppen met Captan, want anders komt je fruit niet meer in aanmerking om naar Rusland te exporteren. Zo is er intussen al een heel lijstje van producten waar men vanuit die hoek serieuze beperkingen oplegt. Je kan wel opmerken dat niemand verplicht is om zijn fruit naar Rusland te exporteren, maar wat doe je als je appels eens wat groter uitvallen? Gewoonlijk zijn we dan maar al te blij dat we ze ginder nog kwijtraken. Er is ook niet alleen de export naar Rusland, maar er zijn nu ook enkele supermarkten die hun eigen residunormen opleggen. In zo’n situatie ben je als teler nog meer verplicht om je spuitgedrag aan te passen.
De tijd van wat meer te sproeien dan noodzakelijk is voorbij. Tot voor kort keken we alleen maar naar sproeischema’s die garantie boden op ziekte- en insectenvrij fruit. Nu moeten we ons afvragen of we het product nog wel kunnen gebruiken zonder straks problemen te krijgen met onze afzet van het fruit.
Gelukkig heeft deze hele problematiek ook een positieve kant, want nu moeten we wel meer op zoek naar alternatieven. Zo maken we tegenwoordig gebruik van een techniek die de insecten hormonaal in de war brengt. Je hoeft dan maar een plastic dopje met een feromoon in de boom te hangen en de fruitmot verdwijnt na een tijd uit je boomgaard. Er zit een hele techniek achter, maar om die volledig uit de doeken te doen, is mijn column wat klein. In het begin moet je dit proces wel nog ondersteunen met sproeiproducten, maar in de loop van de zomer bespaar je toch één of twee bespuitingen. Hopelijk werkt deze techniek nu nog heel efficiënt en kunnen we het gebruik ervan nog uitbreiden, zodat we ons – en de nuttige insecten –een massa insecticiden uitsparen. Wie weet halen we ooit het nieuws hiermee.
Wat ik ook bij mezelf merk, is dat we al eens vlugger naar de bosmaaier grijpen om netelstruiken te verwijderen. Vroeger zouden we die bespoten hebben tot ze er letterlijk bij neervielen. Misschien komt er over enkele jaren een machine aan te pas om de herbicidendruk te verminderen. Voorlopig is dat nog iets wat hoofdzakelijk in de bioteelt gebeurt, maar het zou me niet verwonderen dat we straks in de zomer de vegetatie onder de bomen moeten afmaaien in plaats van de grond dood te sproeien met herbiciden.
Als teler heb je in dit verhaal weinig te kiezen. Je hoeft dat allemaal wel nog niet doen en je mag zelfs nog alles sproeien wat wettelijk toegelaten is, maar persoonlijk denk ik dat we toch genoodzaakt zijn om de evolutie van het residuvrij fruit zeer nauw op te volgen. Anders eindigen we zoals menig aardbeiteler die vandaag langs de kant van de weg zijn product moet slijten omdat hij van geen lastenboek wil weten.
Gelukkig hebben we in België wel goede instanties zoals ons Proefcentrum voor de Fruitteelt, het ministerie van Landbouw en de veilingen, die ons over deze materie tijdig informeren. Ik hoorde onlangs op een vergadering van de Studiekring Guvelingen dat vorig jaar zelfs alle instanties samengewerkt hebben om de telers tijdig te informeren over de residunormen voor export naar Rusland. Toen ik vernam dat dat in veel andere landen niet gelukt was, was ik toch wel positief verwonderd.
Zo zie je maar dat er mits een beetje goodwill wel wat te bereiken valt. Hopelijk lukt het onze politici deze dagen ook om hun goodwill te tonen zonder hun eigenheid prijs te geven.
– Kris Van der Velpen

april 17, 2009

Het kan verkeren

Filed under: Kris Van der Velpen — melkbrigade @ 7:40 pm

Wie herinnert zich als fruitteler nog hoe we vorig jaar overal konden lezen dat onze Belgische Jonagold aan een comeback bezig was? Ik neem wel aan dat heel wat fruittelers zich het jaar 2008 nog zullen herinneren als het topjaar op het vlak van een goede prijsvorming. Zeker als je beseft dat toen voor onze appels met een industriële bestemming bijna zoveel betaald werd als nu voor de betere kwaliteit van eetappel. Ik heb toen ook in deze rubriek vermeld dat we zulke jaren al eens nodig hebben om onze bedrijven voort te zetten. Veel blijft er na zo’n topjaar eigenlijk niet over. Meestal dienen de extra inkomsten om je zaak te moderniseren en om weer bij te benen op financieel vlak. De keerzijde van zo’n jaar merk je ook als je aanslagbiljet in de bus valt. Als je al iets overgehouden zou hebben, mag je dat dit jaar netjes teruggeven aan Vadertje Staat. Zo gaat het in de land- en tuinbouw al jaren en wellicht zal het zo nog jaren verdergaan. Als je in onze sector een bedrijf uitbaat, weet je dat je het goede met het slechte moet nemen.
Een heel ander verhaal doet zich dan voor met de peren. Hier is geen sprake van overaanbod, integendeel zelfs. Maar ook bij de peren blijf ik erbij dat ze de prijs die ze nu genoteerd gaan, dit jaar moeten blijven gaan. Ten eerste waren er al beduidend minder peren en ten tweede moeten ze de lagere prijs van de appels compenseren, zodat de rekening klopt aan het einde van het seizoen. De onkosten worden namelijk niet lager naarmate de prijs van ons fruit daalt.
“Waarom zijn de appels dan goedkoper?” hoor ik een buitenstaander vragen. Het antwoord is simpel: er zijn er gewoonweg te veel. Hoe dikwijls hebben we nu al gezien dat er wel ergens in de wereld massaal veel appels aangeplant worden als de prijzen goed gaan ervoor? We hebben de concurrentie met de Franse Golden gehad. Later was het zuidelijk halfrond de boosdoener en nu overspoelt het voormalige Oostblok – met Polen op kop – in Rusland maar ook in Duitsland de markt met goedkope appels. Onze appels zijn beter, maar die van hen zijn goedkoper. Zij kunnen ze leveren aan een prijs waarvoor je hier amper papier in de kisten kan zetten, laat staan iemand betalen om ze in te pakken – en dan heb ik het nog niet over het product zelf.
Natuurlijk zal er in die landen volgend jaar waarschijnlijk wel een lagere productie zijn. Als je een jaar enorme producties haalt, heb je het jaar daarna altijd wat minder. Het zal langzamerhand ook wel verminderen dat ze zo goedkoop kunnen produceren; de lonen zullen er ooit gelijk komen met hier en ze zullen daar ook moeten blijven investeren. Tot een jaar of drie geleden vond je hier geen tweedehandsmachines of -tractors meer. Nu kopen zij ginder ook liever nieuw materiaal, dat naar hun normen toch wel wat geld kost.
Persoonlijk denk ik dat we als Belgische telers moeten blijven gaan voor kwaliteit en vers product. Toen ik in november appels leverde, kreeg ik voor de kleinere maten nog wel een redelijke prijs, later in december ook nog, maar eenmaal februari was het ‘gene vette’ meer zoals ze hier zeggen.
Iets wat zeker nefast is voor de prijsvorming – zowel van appels als van peren – is individualisme. Hiermee bedoel ik mensen met een kortetermijnvisie, die nog steeds denken dat geld geld is en voor wie het niet uitmaakt waar het vandaan komt. Bij zulke mensen is de coöperatieve gedachte ver weg en ze verkopen hun fruit aan iedereen. De dag dat hun handelaar niet meer komt opdagen of dat die elders kan profiteren, reppen ze zich terug naar de veiling en zijn ze content dat ze daar mogen leveren. Als je weet dat men zestig jaar geleden hemel en aarde bewogen heeft om telersverenigingen op te richten, dan zou het dwaas zijn om nu opnieuw elk zijn eigen fruit aan te bieden. Ook de veilingklok mag je niet zomaar afschrijven. Waar men dat wel gedaan heeft, is men bijna jaloers op ons omdat wij steeds bleven geloven in de verkoop langs de klok.
Op ons bedrijf staat de veiling wel goed aangeschreven. Wij zijn als kind opgegroeid met eerst de veiling in Glabbeek, en later met de Belgische Fruitveiling. Natuurlijk zijn er ook al eens mindere momenten. De zon kan niet alle dagen schijnen, zegt men. Maar als teler ben ik blij dat ik een gegarandeerde afzet heb – tot de laatste kilo fruit, dag na dag en voor elke fruitsoort, of ze nu moeilijk of vlot verkoopbaar is.
Het is mijn mening dat we de veiling weer meer moeten gaan zien als een stuk van onszelf. Het is tenslotte ook onze enige betrouwbare handelspartner, waarmee je als lid een engagement hebt aangegaan de dag dat je je als aandeelhouder inschreef. Misschien is dat wel eens iets om over na te denken tijdens deze paastijd.
Bij deze wens ik ook alle lezers zalige en gezellige paasdagen toe.

– Kris Van der Velpen

februari 20, 2009

Je hoeft niet gek te zijn om hier te werken …

Filed under: Kris Van der Velpen — melkbrigade @ 12:00 am

Vroeger hing in onze sorteerruimte een sticker met als opschrift ‘Je hoeft niet gek te zijn om hier te werken, maar het helpt wel’. Waar die sticker vandaan kwam, dat weet ik al niet meer en hij is ook al een tijdje verdwenen. Misschien maar goed ook, want sinds een tweetal jaren doen we ook aan Groene Zorg op ons bedrijf. Vorige week is hier in het nabije Glabbeek trouwens de vijftigste zorgboerderij gehuldigd, met de daarbij gepaard gaande feestelijke namiddag in zaal De Roos. De mensen van het Steunpunt Groene Zorg hadden samen met de Landelijke Beweging schitterend hun best gedaan en het was een zeer geslaagd evenement. Alleen de aangekondigde minister-president ontbrak, maar zelfs dat werd goed opgelost door zijn kabinetsmedewerker, iets wat bij ministers nog wel eens voorkomt.
Aanvankelijk werd de Groene Zorg opgezet voor mensen met een handicap, die nog wel konden werken maar niet echt konden meedraaien in het gewone arbeidscircuit. Dit gegeven bestond zelfs vijftig jaar geleden al, want toen waren er ook mensen uit instellingen die op een boerderij kwamen werken. Zo konden hun begeleiders evalueren of die mensen in staat waren om weer normaal te functioneren. Al na een paar jaar werd de Groene Zorg ook aangewend voor jongeren die met zichzelf geen blijf weten. Deze groep maakt stilaan een steeds groter wordend deel van de zorgvragers uit.
Zelf heb ik zo al enkele gasten op mijn bedrijf gehad, de ene al met een beter resultaat dan de andere, maar meestal zie je toch dat die jongeren op zich nog de slechtste niet zijn. Vaak speelt hun omgeving hen het meeste parten, want als je zulke jongeren aan het werk kan krijgen, vallen ze wel mee. Als zo iemand bij je komt werken, zie je wel dat ze beseffen dat er ergens iets fout zit. Ze zijn hier ook niet in groep en dat maakt de meesten al wat kalmer. Het is blijkbaar ook niet meer gemakkelijk om als vijftien- tot achttienjarige door het leven te gaan tegenwoordig. Er wordt ook veel van die jongeren verwacht en de leerkrachten en hun ouders begrijpen hen toch niet. Ik heb hier nog niemand gehad die enthousiast was over zijn school.
Als ik vergelijk met mezelf op diezelfde leeftijd, dan zie ik ook dat het leven toen toch nog wat eenvoudiger was. Onze generatie was nog trots als ze met de tractor kon rijden of als ze eens iets kon doen op het ouderlijke bedrijf. Een computer of een gsm was er niet, en als die er was, dan hadden wij dat zeker nergens voor nodig. Je had toen ook vlugger het besef dat er voor alles gewerkt moest worden en het woord ‘respect’ bestond toen ook nog. De jongeren van vandaag zijn daarom niet slechter hoor. In onze tienerjaren waren er ook van die gasten waar niemand vat op had, maar die hadden dan enkel de keuze tussen naar school gaan of gaan werken.
Wat ik als zorgboer ook al wel eens zie, is dat iemand goed aan het werk is tot plots zijn gsm rinkelt. Meestal is het dan een of andere kameraad van school, die zijn makker mist om samen de boel op stelten te zetten. Dan krijg je van die jongere die dag niet veel meer gedaan en alles is te lang en te breed. Veel van de problemen zitten ook bij de ouders die niet inzien dat hun kind op het slechte pad raakt. Tegen zo’n jongere zwijg je best, kwestie van ‘s avonds geen stiefvader aan de lijn te krijgen die ermee dreigt dat hij je voor de rechter zal dagen. Op zo’n moment heb ik een gigantische bewondering voor leerkrachten en directies van scholen.
Vorige vrijdag pakten ze ook uit met een nieuwe term, waarvan ik hoop dat ze hem nog veel mogen gebruiken. ‘Hartelijke duurzaamheid’ wordt hopelijk een nieuw begrip in onze land- en tuinbouw. Ik had het begrip eerder nog niet veel gehoord, maar als je aan Groene Zorg doet, weet je meteen wat het betekent. Je stopt wel wat tijd in een zorgvrager, maar je krijgt het gevoel van iets gedaan te hebben voor iemand. In sommige gevallen help je een jong, onstuimig leven weer op de rechte weg. Er zullen er ook zijn die aan de enkele dagen op de boerderij niks hebben; maar net voor die enkelen die er wel iets aan hebben, moet je het doen. Tenslotte zijn we boerenmensen die andermans probleemkinderen de kans geven om hun zinnen eens te verzetten door ze wat aan het werk te zetten. Als je tegen een zorgvrager gewoon eens iets positiefs zegt in de trant van ‘Dat heb je goed gedaan’, dan ontdekt die meestal iets nieuws want dat hebben ze dikwijls veel te weinig gehoord.
– Kris Van der Velpen

december 12, 2008

Laat ons een bloem en wat grond om te boeren

Filed under: Kris Van der Velpen — melkbrigade @ 12:00 am

Het is blijkbaar een nieuwe trend om op alle mogelijke manieren onze land- en tuinbouw in zijn groei te beperken. Je hoort geregeld over wijzigingen van het gewestplan, uitbreiding van kmo-zones, habitatrichtlijnen en noem maar op. Soms is het net of ze ons het beetje landbouwgrond dat ons nog rest proberen te ontfutselen en daarvoor allerlei trucjes gebruiken. Als er morgen een of andere vogel in je boomgaard of weide komt nestelen, kan je die beter stiekem naar het nabijgelegen natuurreservaat dragen want anders heb je een habitat aan je been en dan kan je ervan op aan dat je de komende jaren dat beestje niet mag storen in zijn activiteiten. Zo hoop je ook maar dat er niet al te veel bedrijven zich in je gemeente willen vestigen, want anders krijg je een industrie- of kmo-zone naast je deur, of op zijn minst de bufferzone ervan. Als je het ‘geluk’ hebt dat je met je grond naast een natuurreservaat ligt, dan weet meteen ook het hele groene gebeuren in je streek alles wat je doet op het vlak van bemesting en bespuitingen op je gewassen. Nu ben ik wel niet tegen een gezond natuurbehoud, maar de jongens van natuurpunt doen hun zaak als hobby en wij moeten van onze zaak kunnen leven – en dat vergeten die mensen wel eens.
Een tweede, voor ons grotere beperking is de nieuwe gewasbeschermingsrichtlijn die op til is vanuit Europa. Als die mensen hun zin krijgen, blijven er enkel producten over die ontoereikend zijn om fatsoenlijk fruit te kunnen telen. Natuurlijk wordt de soep nooit zo heet gegeten als ze opgediend wordt, maar meestal zijn we toch geen winnaar als er zulke voorstellen op tafel komen. Ik vind het heel erg dat we na twintig jaar investeren in millieubewuste teelt zoiets op ons dak gaan krijgen. Hoeveel inspanningen hebben we niet gedaan om tegen ziektes de minst schadelijke producten in te zetten? Hoeveel nuttige insecten zijn er niet gespaard gebleven dankzij selectieve middelen? Het is zelfs een feit dat de torenvalk en andere roofvogels teruggekeerd zijn na jarenlange afwezigheid, dat moet toch het bewijs zijn dat we geen gifmengers meer zijn – zoals sommige fanatiekelingen ons ten onrechte nog altijd afschilderen. Het ergste in zulke zaken is dat we als enkeling weinig verhaal hebben tegen dit soort beslissingen. Gelukkig volgt de Boerenbond het hele gebeuren wel goed op en houdt ons proefcentrum de zaak ook wel in de gaten. Gelukkig maar, want anders zijn we gedwongen om terug te keren naar de hoogstamboomgaard, waar de schaapjes en de koetjes wel rustig kunnen grazen maar waarvan driekwart van de appels onverkoopbaar is.
Het verkoopbaar zijn van de appels lijkt trouwens dit jaar ook niet zo vanzelfsprekend. Nu is het de productie in het voormalige Oostblok die ons parten speelt. Zelf denk ik dat ook de huidige economische situatie een belemmering is om een vlotte export te garanderen. Soms vraag ik me af of het in het oosten nog wel allemaal zo goed gaat, zeker als je ziet dat we ons in Rusland moeten verantwoorden voor alles wat we aan ons fruit gedaan hebben. Als je dan nog verder oostwaarts gaat, doen ze nog moeilijker over fytosanitaire en teelttechnische maatregelen. Gaat het in die landen wel allemaal zo goed als men ons altijd wijsgemaakt heeft? Of spelen er andere factoren mee, waar wij als gewone fruitboer zelfs nog geen weet van hebben? Gelukkig moeten we het allemaal niet te diep in ons hoofd steken zolang we op financieel vlak niet al te veel geremd worden; want als je aan de mensen hun centen zit, krijg je al wat vlugger commentaar. Als alles goed gaat, hoor je niemand en als het een dag wat minder goed gaat, zit iedereen op je kop. Dat is ook zeer logisch, want tenslotte werken we hard genoeg om ons brood te verdienen en dan moet er niemand de korstjes komen afknabbelen.
Ach ja, het is wel altijd wat in onze sector. Ik ben nu achttien jaar fruitteler en ik hoor al evenveel jaren geklaag links en rechts. Waarschijnlijk zal dat ook de komende jaren nog zo zijn, maar ondanks alles blijf ik toch een mooie stiel hebben. “En de boer hij ploegde voort”, zegt men dan gewoonlijk.
Langs deze weg wens ik ook al de lezers van mijn dagboek alvast fijne en vreugdevolle eindejaarsdagen toe.
– Kris Van der Velpen

oktober 16, 2008

Het leven zoals het is … de fruitpluk

Filed under: Kris Van der Velpen — melkbrigade @ 12:00 am

Als dit artikel verschijnt, zal de fruitpluk 2008 er bijna opzitten. Geen nieuws dat de voorpagina van de kranten haalt of een van de hoofdpunten in het Journaal wordt, maar voor ons is het steeds een ‘oef … we zijn er vanaf’-moment. De pluk mag zo goed gegaan zijn als hij wil, toch blijven de boeren dansen van vreugd en plezier als de oogst is binnengereden.
Veel mensen vragen hoe zo’n dag in de pluk eruitziet voor ons. Vermits we toch dagboekschrijvers zijn, ga ik een willekeurige dag uit de plukperiode proberen te schetsen. We schrijven ‘s morgens rond half zeven. Een wekker hebben we niet nodig, want de kleine Vincent – die ondertussen al elf maanden is – brabbelt ons wakker via de babyfoon. Als ik de kans zie, haal ik hem uit zijn bed, want wat is er nu zaliger dan zo’n kleine fletser die ‘s ochtends rond je komt hangen? De koffie en het ontbijt staan intussen al gereed en de boterhammen om mee te nemen worden klaargemaakt. Daarna volgt het ritueel van wassen, scheren, de kleine en zijn mama nog dag zeggen, je sleutels pakken en vertrekken.
Ik zorg er meestal voor dat ik zelf in het veld ben rond kwart voor acht. Naar het einde van de pluk toe, kan je wel pas om half negen beginnen omdat het dan ‘s morgens nog koud en nevelig kan zijn. Ik ben graag in het veld vooraleer de plukkers arriveren, zodat ik rustig alles kan klaarzetten. Het eerste werk bestaat uit het starten van de tractors van de pluktreinen. Wij werken er al zo’n tien jaar mee en ik moet zeggen dat het wel vlot gaat. De plukkers hoeven bij ons niet met plukzakken te sleuren, want ze leggen het fruit rechtstreeks in kisten waar zo’n 300 kilo appels in kunnen. Er hangen vier zulke karretjes achter elkaar en als de bomen ter hoogte van deze karretjes geplukt zijn, rijdt er iemand mee verder om de volgende reeks te plukken.
Meestal zijn mijn plukkers wel goed op tijd. Je kan daar de motivatie van de mensen aan kennen, zegt men. Wij werken hier al enkele jaren samen met Belgen van Turkse afkomst; ook dit jaar viel dat weer goed mee. Ik had ook enkele Bulgaren; daar moest ik wat meer achteraan zitten en hen in de gaten houden, maar het ging ook nog goed. Als iedereen aan het werk is, verdwijn ik heel even om – nog steeds – de plukkaarten in te vullen. Je kan dat immers pas doen als iedereen er is, want als er iemand niet komt opdagen, heb je zijn kaart fout ingevuld. Waarom die kaarten moeten blijven bestaan, is mij nog altijd een raadsel, want de avond ervoor heb ik iedereen al elektronisch aangegeven via de Dimona-aangifte. Daar kan ik de plukker die niet komt opdagen wel nog annuleren, want anders zou ik een RSZ-bijdrage moeten betalen voor iemand die ik die dag niet gezien heb.
Veel tijd om bij de tewerkstellingsproblematiek stil te staan, heb ik tijdens zo’n plukdag wel niet, want algauw zijn er vier kisten vol en moet er een tractor met lege kisten volgen. De volle kisten worden dan uit de rij gereden en er worden weer lege kisten op de karretjes gezet. Als je een stuk of vijf pluktreinen hebt, dan weet je wel wat doen. De appels waar de plukkers van op de grond niet bij kunnen, worden geplukt met een zelfrijdende plukwagen. Hierop staan ook een drietal mensen, onder leiding van mijn moeder. Ook mijn vrouw Inge kon dit jaar nog wat vrije dagen opnemen voor de pluk. De plukwagen werd dus zowat een familiale aangelegenheid.
Rond de middag is er meestal een wagen vol en dan wordt die afgevoerd. Gelukkig komt mijn broer wat meehelpen. Hij neemt deze taak op zich, want als je een half uur uit het veld bent, wordt er meestal van alles gedaan maar plukken is er dan niet veel bij. Wij voeren het fruit af met twee grote wagens, die toch elk zo’n 24 kisten kunnen laden. Om twaalf uur is er een half uur middagpauze. Tijd voor de boterhammetjes en de koffie, die dan heel heerlijk kan smaken. Een half uurtje is vlug voorbij en daarna begint het ritme van pluktreinen, plukwagen, wiellader en tractor opnieuw, tot vijf uur.
Na vijf uur is het voor mij nog niet gedaan, want dan moeten het fruit nog naar huis voeren om daar alles dan op te stapelen in de koelcellen. Sommige avonden komt er nog een vrachtwagen om appels te laden die al vóór de pluk verkocht werden. Rond de klok van zeven staat alles netjes binnen en dan is het tijd om de computer aan te zetten en je Dimona-aangifte bij te werken, samen met nog enkele andere administratieve verplichtingen.
Rond half acht, acht uur ben ik dan weer thuis voor het avondeten en voor ons zoontje, dat nog wat wil spelen, want hij heeft me tenslotte al twaalf uur niet meer gezien.
Ach ja, de pluk is een drukke tijd, met de nodige stress soms, en een hoop volk waarvan je er sommigen naar de maan zou wensen. Maar als het achter de rug is, mis je die periode toch wel een beetje. Het is ook de tijd waarin je een heel jaar werk en je inkomen binnenhaalt. Die gedachte motiveert ons elk jaar opnieuw.

– Kris Van der Velpen

augustus 8, 2008

Komkommertijd

Filed under: Kris Van der Velpen — melkbrigade @ 12:00 am

De zomer is zo traditioneel een beetje komkommertijd op het vlak van nieuwsberichten. Zo hoorde ik onlangs op de radio dat Amerika alles bijeengeteld zo’n zestig jaar geregeerd werd door allerlei presidenten die linkshandig waren. Op het moment dat ik dit bericht hoorde, was ik aan het sproeien en vroeg ik me af wie zich ermee bezighoudt om daar een onderzoek naar te verrichten. Waarschijnlijk is er een pak studiewerk aan voorafgegaan om tot deze bevinding te komen. En nog waarschijnlijker heeft het de Amerikaanse belastingbetaler wel heel wat geld gekost om die studie te bekostigen. Dan heeft de Belg wel wat meer geluk gehad deze zomer.
Op politiek vlak was het een dankbare zomer voor de nieuwsbrengers. Het heeft eigenlijk wel iets als je jezelf zo kan afvragen hoe het met dit landje verder moet en je luistert dan al eens vaker naar het nieuws. Ik volg elke zomer wel het nieuws, maar andere jaren is dat vooral om de uitslag van de Ronde van Frankrijk te weten. Zo hoorde ik op een zekere morgen een buurman op de radio vertellen dat de perenoogst mislukt is. Nu zijn er wel leukere nieuwtjes om bij je ochtendkoffie te verwerken, zeker als je klaarstaat om op dat ene perceel dat goed gelukt is net een aantal peren te gaan afknippen. Ik was al enigszins gelukkig dat ik dat werk dit jaar niet zoveel hoefde te doen, want er zijn aangenamere dingen dan een hele zomer lang kleine peertjes van de bomen knippen. Op zich is het nog het slechtste werk niet, maar ik vind het wat eentonig. Het enige positieve is dat je waarschijnlijk ook een grote oogst tegemoet gaat als je veel moet dunnen. Als ik op mijn bedrijf kijk, zie ik toch wel wat peren hangen. Enkele percelen zitten vrij normaal, andere weer een stuk minder; maar als je het totaal bekijkt, zal alles nog wel meevallen.
Nieuws over de landbouw brengen ze ook graag op de radio. Ik denk dat de nieuwsmakers ons graag hebben. Er is in de agrarische sector wel altijd iets te vinden dat niet zo goed loopt, en iedereen komt wel eens graag op tv of op de radio. Je zou haast denken dat men enkele boeren opbelt om te horen of ze iets te vertellen hebben als men het nieuws niet vol krijgt, en meestal lukt het nog ook.
Ik heb zo mijn twijfels over die vele nieuwtjes. Als teler hebben we er niks aan en de consument maakt van ons verhaal het zijne en zo raakt alles gemakkelijk uit zijn context gerukt. Als je op tv of op de radio iets vertelt, zou je de hele achtergrond van het verhaal moeten uitleggen zodat de mensen weten wat de gevolgen en oorzaken zijn van een probleem.
Het probleem van de kleinere perenoogst dit jaar begint al in de winter, want toen was er een slechte bloembotvorming. Die was dan weer het gevolg van de grote oogst vorig jaar en ook wat van de perenbladvlo, op sommige plaatsen. Die weinige bloembotten hebben dan ook nog wat nachtvorst gehad en een slechte bloeitijd. Het is zo’n beetje de wet van Murphy: als iets fout kan gaan, zal het ook fout gaan. Om zoiets uit te leggen in de media heb je al heel wat zendtijd nodig, die je meestal toch niet krijgt, want tenslotte dient je verhaal maar om het nieuws op te vullen. Dus kan je alleen maar zeggen dat er weinig fruit is. De consument denkt dat hij geen peren meer zal kunnen kopen en buitenstaanders denken dat we sukkelaars gaan worden die geen inkomen hebben.
Veel slechter nieuws kwam er deze zomer met de aankondiging dat enkele spuitproducten in één klap gelimiteerd gaan worden voor de export van fruit naar Rusland. Vroeger namen ze ons de spuitproducten één voor één af, maar nu vallen ineens de drie pijlers van de schurft en bewaarziekten weg. Een product als Captan of TMTD – dat je vroeger tot drie weken voor de oogst kon spuiten – mag je nu maar tot 1 juli gebruiken. Anderzijds geldt nog steeds het principe dat de klant koning is en dusdoende hebben we maar vlug ons sproeischema aangepast, zodat we met een gerust geweten straks ons fruit aan de man kunnen brengen. Gelukkig komt zoiets niet in de grote media, want met sproeien maken we ons niet populair bij de grote massa. Persoonlijk vind ik wel dat er iets gedaan moet worden aan het steeds inkrimpen van de lijst met sproeimiddelen. Straks blijft er bijna niks meer over om de verschillende plagen te bestrijden. En wat er overblijft, zal gigantisch duur worden. Ik ga er wel mee akkoord dat schadelijke middelen moeten verdwijnen, maar als er nu ergens twee vliegen sterven, verdwijnt er morgen een sproeiproduct.
Zo zie je maar, in de fruitsector is er nooit komkommertijd. Er valt altijd wat over te vertellen en misschien is het net datgene wat ons beroep zo boeiend maakt.

– Kris Van der Velpen

juni 6, 2008

Hoogdagen voor de fruitteelt

Filed under: Kris Van der Velpen — melkbrigade @ 12:00 am

De laatste week van mei was het weer eens druk in de fruitsector. Dit keer was het wel niet een of andere crisis, maar er vonden twee belangrijke evenementen plaats op – zeg maar – hetzelfde weekend. Op 24 en 25 mei vonden de Werktuigendagen Sint-Truiden plaats en op 26 mei opende het Proefcentrum voor de Fruitteelt zijn vernieuwde deuren. Voor deze twee speciale gelegenheden werd Vlaams minister-president Kris Peeters uitgenodigd. Onze Vlaamse minister van Landbouw zakte dan ook tweemaal af naar het verre Limburg, een bewijs dat de fruitsector voor Vlaanderen toch wel belangrijk genoeg moet zijn. Dit werd nog verder benadrukt in de toespraken die de minister gaf. Vorige week las u in dit blad al een uitvoerig verslag over beide toespraken en vermits ik niet in herhaling wil vallen, ga ik ze niet opnieuw weergeven.
Natuurlijk kan je in zo’n toespraak veel zeggen, maar wij als boerenmensen willen altijd graag eerst zien en dan geloven. We hebben ooit nog een zeer optimistische Vlaamse minister van Landbouw gehad die ons een prachtige toekomst beloofde, maar daar kopen we geen brood mee, hé? Bij de toespraak van Kris Peeters had ik nu wel het gevoel dat de woorden die hij sprak wel veel inhoud hadden en dat hij van sommige zaken wel een en ander gaat realiseren. Het is altijd aangenaam te horen dat de overheid de sector steunt.
Wat de vereenvoudiging van de tewerkstelling betreft, hoopt iedereen wel dat er vlug een doorbraak komt. Het zou echt veel makkelijker werken als we één enkele Dimona-aangifte konden doen, waarin de dagen van de plukkers automatisch bijgehouden werden en waarin we konden zien of er geen werknemer al elders op dezelfde dag aan het werk is. Nu kunnen we met deze zaken nog problemen krijgen, terwijl het eigenlijk feiten zijn waar wij als teler geen zicht op hebben maar waar we wel de dupe van kunnen worden. Hopelijk kan onze landbouwminister zijn collega’s van Arbeid hiervan overtuigen, zodat het systeem van de Dimona-aangifte nog verbeterd kan worden.
De Werktuigendagen Sint-Truiden waren weer eens een grandioos succes, met zo’n vijftienduizend bezoekers die geïnteresseerd naar talloze machines en toebehoren voor de fruitteelt kwamen kijken. Zou het Katarakteffect hier nog wat meespelen of waren het gewoon de weergoden die de mensen naar buiten lokten? Zelf ben ik – als bestuurslid van de Studiekring Guvelingen – deze keer ook iets nauwer betroken bij dit evenement. Ik heb van dichtbij kunnen zien hoe een team onder leiding van Eddy Leclere en Luc Dirix zich meer dan ten volle inzet om dit grootse fruitteeltevenement elke drie jaar te doen slagen. Je moet het maar doen om naast je activiteiten als leraar aan de tuinbouwschool nog dagelijks bezig te zijn met zaken zoals het zoeken naar sponsors, standhouders, medewerkers, sprekers en noem maar op. Als je daarenboven nog weet dat deze zelfde mensen ook nog voor een groot deel elke veertien dagen de inhoud van Fruitteeltnieuws in elkaar steken en zelfs nog de viering van het twintigjarig bestaan ervan organiseerden eerder dit jaar; dan heb je meteen het grootste voorbeeld van inzet voor de fruitsector. Het is ook meer dan lovenswaardig dat de scholengroep Onze-Lieve-Vrouw in Sint-Truiden deze Werktuigendagen volledig ondersteunt.
Tijdens een van de toespraken kwam trouwens ook de scholing aan bod. Niet alleen de scholing van de telers zelf is belangrijk, ook de scholing van de werknemers wordt in de toekomst steeds belangrijker. Grote fruitbedrijven hebben het steeds moeilijker om bekwaam personeel te vinden – vooral voor werken zoals de bespuitingen en de snoei. Je kan wel iemand iets aanleren, maar het is toch gemakkelijker als je personeel over achtergrondkennis beschikt.
Veel jonge mensen staan dezer dagen voor de keuze van hun studierichting en het tuinbouwonderwijs kan dan een heel goede keuze zijn. De tuinbouwscholen bieden vandaag interessante perspectieven voor de toekomst. Tijdens de Werktuigendagen zag ik dat de scholengroep Onze-Lieve-Vrouw een hele waaier van studiemogelijkheden aanbiedt, gaande van wetenschappelijke richtingen tot dierenverzorging. Zelf heb ik hier in de school de Hogere Fruitteeltleergangen gevolgd en dat waren twee jaren waarin de boeiende wereld van de fruitteelt voor mij openging. Zelfs de naschoolse vorming is voor deze school belangrijk, want maandelijks organiseert de studiekring Guvelingen leerrijke vergaderingen, waar meestal veel volk op afkomt en waar je veel van opsteekt. Deze vergaderingen zijn gewoonlijk op vrijdagavond en het is ook het bewijs dat de fruittelers voor hun beroep leven. In welke andere sector komen de mensen in het weekend nog buiten om iets bij te leren?
Alvast aan iedereen die meewerkte aan deze geslaagde editie van de Werktuigendagen Sint-Truiden een heel dikke proficiat. Of – om het in schooltermen te zeggen – een bank vooruit en een kus van de juffrouw.

– Kris Van der Velpen

april 10, 2008

Fruitteler krijgt zelfs geen halve appel

Filed under: Kris Van der Velpen — melkbrigade @ 9:41 pm

Deze dagen staan de voedselprijzen volop in de belangstelling. Ik vind het goed dat de consument er eens op gewezen wordt dat het in de land- en tuinbouw niet al goud is wat blinkt. De mensen die het hardste aan het voedsel moeten werken, zijn er tot op heden het minst voor beloond geweest. Als je op het nieuws iets hoort over een zoveelste stijging van de index, wordt dit bijna altijd geweten aan de stijgende prijzen van groenten en fruit – terwijl een krop sla nog nooit zo goedkoop was als nu. Over duur voedsel hoor je gauw klagen; maar als je de levensstijl van veel mensen bekijkt, wordt er op andere plaatsen bijna met geld gegooid. Kijk maar eens naar de auto’s op straat. Je ziet nog zelden een auto die ouder is dan tien jaar. Elke Belg ouder dan achttien jaar heeft als het ware zijn eigen auto … en zo goedkoop zijn auto’s nu ook weer niet. Zo gaan ook heel wat mensen meerdere keren per jaar op reis. En als je in het weekend ergens iets wilt gaan eten, zit alles stampvol. Ik denk dat de koopkracht niet zo erg gedaald is, maar volgens mij besteedt de doorsneemens zijn geld nu anders.
Vorige maand stonden de kranten vol met artikels waarin beweerd werd dat de peren zo gigantisch duur waren. Wie toen als teler eens durfde klagen, kreeg meteen te horen dat de peren toch aan een euro per kilo verkocht werden. Je kan daarmee natuurlijk wel hele kranten vol schrijven en overal zeggen hoe goed ons fruit wel is, maar voor de teler is het nog altijd de gemiddelde prijs op jaarbasis die telt en in het begin van dit seizoen was die nu ook weer niet zo geweldig.
Je moet ook rekenen dat de perenprijs vorig jaar ronduit slecht was en dat we als telers nauwelijks uit de kosten kwamen. Stond dit toen ook in de krant? Ik ben natuurlijk wel tevreden dat het dit jaar heel goed gaat met de prijs, maar een deel daarvan heb je al nodig om het voorbije jaar te compenseren. Een ander deel heb je dan weer nodig om hier en daar wat investeringen en aanpassingen te doen op je bedrijf. Dat is nu eenmaal ook nodig, wil je de boel draaiende houden. Een laatste deel hou je als het enigszins kan graag over voor het volgende jaar; want als het wat tegenzit, pluk je misschien amper de moeite om de kosten te betalen.
We hebben al wat nachtvorst gekend deze bloei. Zoiets is nooit echt gunstig en dan valt het af te wachten wat er aan de bomen gaat hangen en hoe het er dan nog uitziet. De bloei blijft altijd een ietwat bange periode voor de fruitteler. Duizenden mensen genieten van al die gratis bloempjes, maar wij hopen dan altijd dat we een paar weken ouder zijn. Zo zie je maar dat die Conférenceperen toch weer niet zo duur zijn als iedereen wel denkt. Zulke jaren moeten er gewoon eens tussen komen, de teler wordt dan eens beloond voor zijn inspanningen. In zulke jaren kan je eens even op adem komen, eens het gevoel hebben dat je de vruchten plukt van je arbeid. Je kan jezelf dan misschien ook eens een extraatje gunnen – zonder al te gek te doen, want het volgende jaar moet je ook nog leven. Meestal in onze sector krijgt het bedrijf wel extraatjes, maar onszelf vergeten we wel eens.
Wat nu die appel in mijn titel betreft, kan ik je bijna hetzelfde verhaal vertellen. Ik ga dit even plastisch uitdrukken. Stel, je neemt een grote appel in de winkel. Tweederde daarvan is al opgegeten door anderen, die jouw product aan de man brengen bij de consument. Akkoord, die mensen moeten ook leven en ze hebben ook hun onkosten op het vlak van logistiek, personeel en weet ik veel wat nog allemaal. Je hebt dus één derde van die appel als teler. “Nog genoeg”, denk je dan als consument, want een derde van bijna twee euro is nog ongeveer zestig cent. Van dat derde wordt dan nog zowat de helft opgegeten door de productiekosten – dan zijn de sproeistoffen, meststoffen enzovoort. De appel wordt nu al een heel stuk kleiner. Als ik goed kan tellen, hou ik nog een zesde van mijn appel over. Maar dan moet ik mijn personeel nog betalen en de elk jaar groeiende sociale lasten, dus dat ene zesde deel verdwijnt ook nog. Het wordt nu bij de lezer heel stilletjes, denk ik, want die arme appelboer houdt niks over.
Slim zoals alleen maar boerenmensen kunnen zijn, heb ik mijn appel nu ook weer niet zo nauwkeurig opgegeten zodat er nog wat rond het klokhuis is blijven hangen. Dat hou ik nu lekker voor mezelf en mijn gezinnetje. Als je dan ook het klokhuis niet meteen weggooit, heb je aan je appel nog iets over als fruitteler.

– Kris Van der Velpen

februari 8, 2008

Een andere kijk op de fruitteelt

Filed under: Kris Van der Velpen — melkbrigade @ 12:00 am

De fruitteelt staat tegenwoordig weer eens in de spotlights. Wie zich op zondagavond nog wakker kan houden, kan kijken naar de avonturen van Roger Hendrickx en zijn familie. Voor wie het verhaal van de serie Katarakt nog niet kent, Roger is een fruitteler in Haspengouw. Hij was zeker geen manager zoals we dat vandaag allemaal wel wat moeten zijn. De man had er eigenlijk een boeltje van gemaakt maar het bedrijf werd gered door zijn schoondochter, die wel dacht te weten hoe ze een bedrijf moest runnen. Er waaide een frisse wind door het bedrijf en ze konden meteen beginnen uitbreiden, zodat twee families ervan konden leven. Soms overschat de schoondochter zichzelf wel eens en dan wankelt het hele bedrijf. Vooral handel drijven in het buitenland is niet zo echt haar sterkste kant. Maar ja, ook in het echte leven laat een fruitbedrijf zich niet zomaar leiden en sta je regelmatig voor verrassingen, zodat je de zaken al eens moet herschikken. Als je dan zelf ook nog eens handel gaat drijven, moet je al heel goed weten waar je mee bezig bent en heel sterk in je schoenen staan.
Persoonlijk vind ik het verhaal en de reeks niet slecht. De fruitteelt komt eens in beeld en de mensen zien wat er vandaag zoal leeft tussen de fruitbomen. Het is natuurlijk een verhaal, een heel stuk fictie dus, al beweerde de producer onlangs op de viering van 20 jaar Fruitteeltnieuws dat elk feit ooit ergens in het echt gebeurd is. Die mens zijn beroep bestaat uit het maken van verhalen waar mensen naar kijken – de heilige kijkcijfers, weet je wel. Er komen dus ook al eens enkele bedscènes en wat sensatie aan te pas, kwestie van de mensen te doen kijken. Als je op tv zou uitzenden hoe ik hier sta te snoeien of hoe we een hele dag in de regen bomen aan het planten zijn, zou je de mensen geen dertien weken geboeid voor de buis kunnen krijgen. Op tv heb je sensatie nodig, kleurlingen die gaan vluchten voor de controle, spuitmachines die te veel van stal gehaald worden, beregeningen die stuk gaan en noem maar op. Sommige zaken – zoals het sproeien en de tewerkstelling – waren volgens mij beter niet aan bod gekomen. De fruitsector heeft zware inspanningen geleverd om zich in orde te stellen met elke wetgeving die ons opgelegd werd. Dan moet je op tv niet afkomen met illegale plukkers, want dat tijdperk ligt allang achter ons. Zo kwam ook eens ter sprake dat iedereen te veel sproeit en dat stak mij echt wel tegen. Beide fouten zijn achteraf wel rechtgezet en er werd getoond hoe men wel correct kan werken.
Wat de meeste kijkers niet weten, is dat de serie ook moet dienen als promotie voor de provincie Limburg. Wie na dertien afleveringen nog geen fruitteelt genoeg gezien heeft, moet maar eens afzakken naar het mooie Haspengouw. Blijkbaar speelt Limburg zijn fruitteelt nu uit als sterkste troef. De bijdrage die de provincie leverde in de kosten om de reeks te maken, zijn bijna net zo groot als het hele budget dat men in Vlaams-Brabant aan de totale landbouw kan besteden.
Ik lees dat er in Haspengouw nu al veel logementen volgeboekt zijn voor de zomer. Er zijn Katarakttaarten, -fiets- en wandelroutes, -boeken, -soundtracks en noem maar op. Er is dus een ware hype ontstaan. De gouverneur wil de serie zelfs gratis aanbieden in het buitenland om zo nog meer toeristen aan te trekken. Ik hoorde zelfs ideeën om op sommige plaatsen bakjes met fruit te zetten, zodat de mensen nog meer kunnen genieten van al dat lekkers.

Ik wil het ook nog even over iets anders hebben. In Glabbeek was het vorige week onze jaarlijkse lichtmisstudiedag. Ik ben er altijd zeer tevreden over hoe de bedrijfsgilde Hageland Fruittelers erin slaagt om nu al vele jaren een interessant programma aan te bieden. Dit jaar kwam er zelfs een trendwatcher aan te pas. Het is ook tof om op een vrijdagavond een zaal goed vol te krijgen met alle fruittelers van onze regio. Over de precieze inhoud die de sprekers brachten, zal elders nog wel geschreven worden, maar het was zeker de moeite waard. Ik herinner me nog hoe ik als jonge gast al meeging naar een de lichtmisstudiedag. Heel wat bekende en minder bekende sprekers hebben in ons Hageland hun debuut gemaakt en de onderwerpen waren steeds toonaangevend voor wat er in de sector leeft.
Zo zie je maar dat ons kleine Hageland ook nog volop leeft. De toeristen komen hier al jaren wandelen. Een massale toeloop hebben we hier liever niet, wij werken graag zonder veel belangstelling, drinken nog graag ons pintje achteraf en weten nog wat leven is.
– Kris Van der Velpen

Maak een gratis website of blog op WordPress.com.