Mijn dagboeken in Boer & Tuinder

oktober 20, 2012

Een film van het boerenleven.

Filed under: Luc Callemeyn — melkbrigade @ 8:44 pm

In 1971 keek ik naar de televisie om mijn vader te zien op de Boerenbetoging in Brussel. Niet iedereen was daar echter even “braaf” — 1976 was een zeer droge zomer, er was geen eten voor de koeien en van ellende probeerde een boer in het dorp met een hamer zijn hoofd in te slaan. — 1974 was een zeer nat najaar, het leger werd ingezet om de aardappelen en bieten van het land te halen — In 1984 kwam het melkquotum, het leidde tot een stabiele melkprijs tegen onnozel hoge onkosten. In 2015 vergaat alles weer in lucht. Heeft het ons iets opgebracht? — In 1986 ontplofte de kerncentrale in Tjernobyl, men vreesde dat de giftige wolken onze weiden gingen besmetten. — In 1987 begon Campina de Vlaamse markt te bewerken en dat heeft ons toen veel voordeel gebracht. — In 1988 vond ik een jonge boerin bereid om samen de schouders onder het bedrijf te zetten. Het begin van ons “succesverhaal Baliehof”. Drie dochters vervolledigden ons gezin — In 1989 was de melkprijs zo goed dat wij stallen bouwden zonder veel te moeten lenen — In 2001 heerste Mond- en Klauwzeer in Engeland en door contact of verdachtmaking mochten hele streken een poos geen melk meer leveren — In 1996 kwam de gekkekoeienziekte. Wanneer men één positief kalf of slachtdier vond was dit voldoende reden om een heel bedrijf op te ruimen — In 1999 werd de dioxinecrisis net voor de verkiezingen geëxploiteerd door Verhofstadt, daarna trad premier Dehaene af om dat zelf op te lossen. Niet zo slim, want de Liberalen wonnen en haalden ook de Groenen binnen. Dat leidde tot een nieuw Mestactieplan en de Groene Hoofdstructuur. Maar ook tot een degelijk crisismanagement inzake voedselveiligheid. Dioxine: men wist toen niet wat het was, waar het vandaan kwam en wat de gevolgen waren. De media zweepte alles op. Het beeld van te zware geslachte kippen die op de vuilnisbelt werden gekieperd blijft in mijn gedachten hangen —  Met zijn nieuwe, onvriendelijke wetten en controles groeide het Voedselagentschap uit tot een verafschuwd bastion. Als je toen een peiling had gedaan naar de minst populaire persoon die iets te maken had met landbouw, dan was de chef van het FAVV zeker met stip genoteerd. — In 2008 werd voorzitter Noel Devisch opgevolgd door Piet Vanthemsche. Ik had zin om meteen mijn lidmaatschap op te zeggen, maar iemand zei me “Geef hem toch een kans!”. Was hij de beste kandidaat? Ik denk dat een persoon als Yves Leterme of Herman Van Rompuy dat ook goed zouden gedaan hebben. De voorzitter is nu beter aanspreekbaar geworden en zijn persoon weerspiegelt de boerenvakbond. Maar ik geloof niet dat het aantal actieve en betrokken leden verhoogd is. — 2008 was een topjaar voor de melk, maar ontevreden melkveehouders stapten over naar een andere fabriek “voor nog een beetje meer”. Een zuiveladviseur stelde op een vergadering dat het niet altijd nodig is dat boeren zo veel verdienen. — 2009 was een absoluut dieptepunt in de melkprijs. Het beeld van honderden boeren die hun melk uitspreidden op een akker in Ciney was het beste voorbeeld van ondernemers die hun zaak op eigen risico verdedigden. — Na een kritisch Dagboek over een studiereis naar Portugal werd ik door Nederlandse immigranten aangeraden om daar een tijdje weg te blijven. — Het Melkprijzen-onderzoek is in stilte afgevoerd, “de Gouden Melkfactuur” kon niet verder werken omdat enkele melkfabrieken weigerden mee te werken. — Het gedrocht Veeportaal werd met veel complicaties geboren. Het is nooit een mooi kind geworden — 2011: de VLIF-inkomensgrens van een leefbaar bedrijf wordt vastgesteld op 12.500€, in slechte jaren mag het nog lager zijn. Deel dat eens door 3000 werkuren? Wie dit heeft bedacht en als realistisch gedoogd zou zich diep moeten schamen — 2012: onze grootste coöperatie betaalt de laagste melkprijs van Europa, ik heb hun prijs nooit als een topper ervaren. — Boerenblog verwelkomde al 320.000 bezoekers, het Youtube filmpje “Stro hakselen” al meer dan een half miljoen en dagelijks surfen 30 à 40 mensen naar www.baliehof.be — Vorig jaar hadden wij 3000 geïnteresseerde bezoekers op onze hoeve in het kader van landbouweducatie.

 

Volgende keer wil ik afsluiten door een drietal personen van commentaar te voorzien. Omdat ik vind dat het moet.

 

Luc Callemeyn

juni 21, 2012

Boeren is topsport en er kan wel eens een wiel aflopen.

Filed under: Luc Callemeyn — melkbrigade @ 3:36 pm

Ik ben niet op de Innovatiedag geweest, daar werd ondernemen vergeleken met topsport. Het voorbije voorjaar kan je ook heel goed vergelijken met topsport, maar er is  wel een verschil met de kampioenen op de TV. Daar zien we meestal een startschot, een uiterste krachtinspanning en een finish, en slechts 1 gelauwerde kampioen terwijl zovele anderen ook bijna net zo goed waren. We willen niet de beste zijn, maar gewoon kwalitatief werk afleveren. Toch enkele grote verschillen met die kampioenen: wij mogen onszelf naar eigen vermogen voorbereiden op onze prestatie, wij mogen zélf het startschot geven, we mogen zélf beslissen hoe hard we lopen, en de finish is niet alleen bij het oogsten, maar wel vele maanden later als wij kwalitatief ruwvoer verstrekken aan onze koeien. Door een koud en nat voorjaar moesten wij vele lange dagen wachten tot we konden beginnen. En dan was het nog altijd een wegsnoepen van enkele mooie dagen. Op korte tijd moet er dan zodanig veel extra werk gebeuren, en het werk aan de dieren moet ook nog gewoon verdergaan.  We hadden als bijkomende opdracht dat we een nieuwe dubbele cirkelhark moesten opstarten, en dat was nog even wennen. Het hakselen verliep traag en moeizaam, en het is nu nog de discussie of dat aan de hakselaar lag of aan de massale opbrengst van het gras of aan de harkbestuurder. Iedereen loopt op zo’n moment op de toppen van zijn tenen en er worden vele lange uren gewerkt tot de maïs gezaaid is. Hebben wij in deze topsport gewonnen in onze sprint? Dat zien we later wel. Zeer merkwaardig is dat de maïs dit jaar tussen zaaien en opkomst maar zes dagen nodig had. Verleden jaar was dit zes weken, en de nodige frustratie omwille van de uitzonderlijke droogte.

Niet iedereen zal het toegeven, maar er kan ook al eens een wiel aflopen. Wij hadden eind mei een controlebezoek gepland van IKM. Door het opschuiven van de werkzaamheden viel dit juist op een maandag dat er enorm veel werk was. Er moest met 2 tractoren drijfmest gevoerd worden, ook nog vaste mest openspreiden van boxen die we nog moesten uitmesten, en onmiddellijk daarna ploegen en zaaiklaar leggen. Het was een onachtzaamheid van me dat ik die IKM controle niet afgebeld had. We hadden het ook veel te druk gehad. Toen de controleur aankwam op bedrijf heb ik gezegd dat de controle voor mij niet kon plaatsvinden, maar dat was volstrekt niet naar haar zin. Haar werkplanning moest doorgaan. Toen we een tijdje diep en zwart in elkaars ogen hadden gekeken zijn we elk onze weg gegaan. Ik heb dit voorgesteld als een geval van overmacht, en dat was ook écht zo en ik heb meteen gebeld om een nieuwe afspraak te maken. Via contacten met het bureel heb ik vernomen dat het mij 60€ boete zal kosten voor die nieuwe afspraak. Dan nemen we dat erbij.

Zelden krijg je van een controleur goede punten. Er is een checklist en als je daar 10 tot 20 slechte punten scoort op 100 dan kijkt men je aan alsof dit bedrijf meteen mag gesloten worden. De “rommelstatus”  zou Moody’s zeggen. Wij zijn nu in de examentijd van onze kinderen. Wanneer zij daar 81 % halen krijgen ze grootste onderscheiding en mogen ze direct in gelijk welk bedrijf beginnen. Hoezo? Zij hebben toch ook 20% verkeerd dan?

Voor de groepen die wij op ons bedrijf ontvangen hebben wij een Gastenboek klaarliggen. Iedereen kan daar na het bezoek zijn commentaar in schrijven. Het is echt hartverwarmend om alle lofbetuigingen te lezen, vooral aan het adres van mijn kaasboerin Krista die de groepen met veel enthousiasme rondleidt. Sommige mensen schrijven daar dingen die we van onszelf zeker niet luidop zouden durven zeggen! Dat doet nog eens deugd, en staat in schril contrast met checklijsten en controlebezoeken waar je het nooit goed genoeg doet. Benieuwd? Ons Gastenboek kan je raadplegen op onze website www.baliehof.be .

Dit is mijn achtenveertigste Dagboek. Wat gaat de tijd snel! Bij mijn volgende twee Dagboeken zou ik graag afscheid van u nemen als lezer. Stoppen aan 50, zowaar. Ik wil dan nog twee speciaaltjes voor u klaarmaken: eentje over gebeurtenissen die mij in mijn huidige beroepscarrière van bijna 30 jaar het meest ge(k)raakt hebben. En dan nog eentje over enkele mensen die ik nog even van commentaar wil voorzien. Blijven lezen dus ….

Luc Callemeyn

maart 29, 2012

Nu 35 jaar ouder en 35 kg dikker

Filed under: Dagboek B&T,Luc Callemeyn — melkbrigade @ 3:34 pm

We zijn eind maart en het quotumjaar loopt ten einde. Daar zal weer niemand spijt van hebben. Het voorjaar 2011 was droog, de zomer was nog droger en de kwaliteit van het ruwvoeder maar vooral de opbrengst was ondermaats. Toch is de sector van de melkveehouderij er weer in geslaagd om tot op een paar weken geleden met een bange blik te moeten kijken op het vullen van de toegestane hoeveelheid melk die mag geleverd worden. Zit je eronder, dan heb je te weinig omzet en inkomen, zit je erboven, dan dreigt een serieuze superheffing. Hoe moeilijk het ook is om dit te passen met een stal levende dieren, toch slagen de meeste melkveehouders om dit tamelijk juist te doen. Aanpassen van ruwvoeder en krachtvoeder, aankopen of verkopen van koeien of vaarzen, het blijft soms een gokwerk. Met het afsluiten van het melkjaar moeten wij als hoeveproducenten ook nog een puzzelwerkje doen. Voor de Dienst Quotumbeheer onder ALV moeten dan ook nog de Boterboek afwerken. Dit is een omschrijving voor het document waarin wij moeten noteren wat wij allemaal verwerkt hebben. Wij zijn verplicht om dit wekelijks in te vullen. Ken je iets van boekhouding? Dan zal het volgende u welbekend voorkomen: wat zit er begin van de maand in de begininventaris, wat is er geproduceerd, wat is er verkocht, niet-verkocht, vernietigd, verbruikt in eigen huishouden en wat is de eindinventaris. Aangezien wij een groot assortiment hebben van melkproducten moeten wij dit ook voor elk product apart doen. Boter, room, volle melk, magere melk, harde kaas, volle plattekaas, magere plattekaas, volle yoghurt, magere yoghurt, roomijs, karnemelk, pudding, chocopasta, chocomousse, rijstpap, …. Zoals gezegd moeten wij wekelijks de verkochte hoeveelheden invullen, en op het eind van het melkjaar alle getallen van iedere maand optellen. Dit wordt vermenigvuldigd met voor ieder product een coëfficiënt volgens de hoeveelheid melk die erin gaat. Zodoende verschijnen er in onze Boterboek tegen het einde van het jaar ongeveer 2000 getallen, en aangezien je dit elke week moet invullen kan dit ook op elk moment via steekproef gecontroleerd worden. Bedoeling is dat het klopt met de productie van de koeien, met de leveringen aan de fabriek en de eigen verwerking. Jaja, wie schrijft, die blijft … bezig. Alweer.

Enkele weken geleden werd ik uitgenodigd voor een klasreünie van het eerste middelbaar in het St Janscollege in Meldert. Voor wie goed kan tellen, dit is 35 jaar geleden. In dit jongens-internaat tussen Leuven en Tienen kwam je terecht als je daar al kennissen had, of wanneer je bezocht werd door de reizende pater. Die had er een neus voor om zonen van boeren of zelfstandigen naar daar uit te nodigen. Ongeveer drie vierden van de leerlingen waren West Vlamingen, wij werden op zondagavond opgehaald door een bus. De eerste keer dat ik naar daar trok was voor 3 weken, daarna telkens voor 2 weken. Het was er best wel een gezellige maar strenge tijd. Ik was er niet van de braafste, maar er waren wel nog slechtere (hoorde ik later …). De grootste straffen die werden gegeven waren: klusjes opknappen, 100 bladzijden straf, of niet naar de film in het weekend. Ik ben daar 2 jaar gebleven, daarna was de roep van de landbouwschool in Roeselare groter. En nu was er dus een bijeenkomst van al die oude mannen. Het deed wel raar, om weer een naam te proberen te plakken op een gezicht. Velen waren erg veranderd, soms al wat ronder van vorm. Het was erg boeiend om te horen waar iedereen terechtgekomen is en hoe zij geëvolueerd zijn in hun werk en gezin. Frappant: bijna alle mannen waren alleen gekomen, slechts 3 hadden hun dame meegebracht. Benieuwd naar mijn tafelgenoten? Een loonwerker, een boer met gemengd bedrijf, een medewerker aan een helpcentrum, een onderhoudsingenieur, een zorgverlener, een directeur in Zwitserland met 4000 man personeel en 2 miljoen wagens onder beheer (ben ik niet jaloers van), een juwelier, twee veevoederhandelaars, een verkoper van kappersproducten, een onderhoudstechnieker in een casino, een vertegenwoordiger in “vanalles met percentjes” en een verkoper van beursaandelen. En ikzelf als kaasboertje ertussen natuurlijk. Raar hoe al deze mensen in de loop van een paar uur door gesprek en gedrag stilaan weer oude bekenden werden. We waanden ons bijna weer in de klas als 12-jarigen. De tijd van toen, gelukkig voltooid verleden tijd

Luc Callemeyn

november 10, 2011

Computergebruik voor dummies

Filed under: Luc Callemeyn — melkbrigade @ 8:29 am

Het leven is vol tegenstellingen en verrassingen. Vorig jaar verliep de oogst enorm slecht door het natte najaar. We dachten dat het nooit meer goed zou komen. We hadden nu een zeer droog voorjaar en zomer maar alles werd weer goedgemaakt door de neerslag in de nazomer en het gunstige weer in oktober. Iedereen kon oogsten en zaaien dat het een lust was. Ook hier is alle gras na de maïs gezaaid. Voorlopig is het druk met de najaarsactiviteiten waar wij onze hoeveproducten aan de man (proberen te) brengen. We moeten onze ambachtelijke producten niet beschouwen als gat in de markt, maar wij zien toch een voorzichtige groei in de afzet. Zoals altijd moeten wij hard werken voor de positieve extra’s en de negatieve krijgen wij gratis toe.
Dankzij Europa kan de VLIF steun voor de thuisverwerkers zorgen voor een steun in de rug. Deze zomer kwam er een nieuwe reglementering die ervoor moet zorgen dat enkel actieve en volwaardige boeren nog kunnen genieten van VLIF steun op hun landbouwbedrijf. Dat is een goede zaak. Er werd echter buitensporig gesleuteld aan de hoogte van de omzet die mag gehaald worden van buiten het bedrijf. Die bedraagt amper 5580 euro. Daarmee wordt de omzet bedoeld wordt die gehaald wordt uit verkoop van producten die niet van eigen bedrijf zijn. Reeds jaren zetten wij ons bij de Westvlaamse Hoeveproducenten in om uitwisseling te doen van producten, zodat in de kleinere hoevewinkels een breder assortiment kan aangeboden worden. Dit zorgt voor meer klanten en een beter inkomen. Die 5580 euro per jaar is maar 100 euro per week, Is dat teveel? Even vergelijken: dat is per jaar evenveel als 50 varkens afleveren, 1 week melken of 3 ha graan telen. Het alternatief is om een nieuwe vennootschap op te richten met aparte kassa en dubbele boekhouding. Iemand van administratieve vereenvoudiging gehoord?

Jaren geleden kocht ik een computer, ik denk in 2002. Bedoeling was om te bankieren, info op te zoeken, en ja, ook een beetje om op het web te snuffelen. Vandaag is dit helemaal omgezwaaid en de weg naar de computer is meestal om daar serieuze dingen op te doen. Zaken die we vroeger met de hand moesten invullen worden nu aangeboden in een web-applicatie waarbij iedere administratie zijn eigen systeem heeft. Duizenden veehouders moeten een mestbank aangifte bijhouden en ik zie daarvoor in de praktijk 3 grote systemen (mestbank, BB en SBB) die eigenlijk allemaal verschillend zijn in opbouw maar allemaal op het zelfde neerkomen. Uiteraard zullen er nog vele tientallen eigen programma’s zijn van voederadviseurs en boekhouders. En wanneer de mestbank u een controlebezoekje brengt, dan beginnen ze helemaal opnieuw met hun eigen systeem. Wat een verspilling eigenlijk. De overheid zou hier een sturende rol moeten nemen, samen met boekhouders en syndicale organisatie om daar één globaal invulsysteem van te maken. Er zijn voorbeelden genoeg dat dit wel kan, op een simpele manier. Kijk maar eens naar het e-loket, iedereen gebruikt dit nu om zijn percelen te registreren, ook de grote boekhoudkantoren. Let wel, vergeet dan niet om eens te kijken naar het Veeportaal om te zien hoe het zeker niet moet. We zijn nu al drie jaar na lancering en ikzelf en vele andere boeren blijven vloeken op heel dat onlogische gedoe. Hoe hard men ook zijn best doet om cursussen te organiseren (of is dat weer een bron van inkomsten?) of de helpdesk te bemannen. Het zou misschien kunnen dat boeren te dom zijn om te leren werken op de manier van de computer programmeurs. Het zou ook kunnen dat die lui te slim zijn om dat op een begrijpelijke manier aan de boeren (hun afnemers?) voor te stellen. Wie zijn dan de computer-dummies? Als men nog niet bezig is om heel die boel te herschrijven, dan is het vlug tijd om eraan te beginnen. Het is toch van het gekke dat er nu al minstens drie privé firma’s zijn die net het zelfde aanbieden als het Veeportaal, met dien verstande dat het alweer de boer is die hen moet extra betalen om hun programma te mogen gebruiken. Ik vind het daarbij ook wat pijnlijk te moeten vaststellen dat onze coöperatieve rundvee verbeterings organisatie VRV hierbij als hekkensluiter fungeert, hoewel zij toch het meeste baat hebben bij het versturen of binnenhalen van gegevens. Dit moet beter kunnen!

Maar al die verschillende systemen, een boer zou er door ontmoedigd worden. De overheid zou hier meer moeten coördineren en onze landbouworganisaties moeten hen daarbij helpen, dat zal meer liefde voor de stiel bijbrengen dan ergens in privébedrijven geld te investeren, is mijn mening. En iedereen op dezelfde manier laten werken, bijvoorbeeld met zoals met mijn traktor: “die is geel en groen, daar kan je toch alles mee doen?” Of is dit te simpel gedacht?

Luc Callemeyn.

september 1, 2011

Er groeit iets en er bloeit iets

Filed under: Luc Callemeyn — melkbrigade @ 3:29 pm

Eén van de nare neveneffecten  van hoeveproducten is het feit dat de productie heel wat geld kost. De grondstof melk hebben we aan onszelf (maar natuurlijk kost die ook), daarnaast heb je de factor mechanisatie en arbeid. Wie ooit denkt om met hoeveproducten te beginnen moet rekening houden  met veel stielkennis en met harde arbeid en natuurlijk 100 percent motivatie maar verliest de factor energie vlug uit het oog. Soms zijn we wel eens helemaal verkeerd bezig. De melk van onze koeien komt warm uit de uier, wordt diepgekoeld, wordt dan vervolgens in een bereiding verwarmd of gekookt, en dan weer gekoeld. Onze zwaarste kookketel trekt maar eventjes 18 kW per uur en om onze kaasmelk op te warmen staat hier een chauffageketel van 210 kW te gloeien (6 keer zoveel als een gewoon huis). Het kan dus ook niet anders dan dat de stookkosten en electriciteitsfactuur de pan uitrijzen. Ik denk dat onze stookolieboer iedere keer een grote glimlach opzet als ik hem opbel. Toen ik mijn laatste electriciteits afrekening kreeg kon ik er minder om lachen, een opleg na een jaar van meer dan 6000 euro en de laatste maandelijkse factuur bedroeg 2500 euro. Je kan daar licht overgaan, als het noodzakelijk is, dan moet het, maar ik wil er wel even op wijzen dat dit allemaal uit de verkoop van dat potteke yoghurt, dat pakje boter of die kwart kilo kaas moet komen. Ik vind het in ieder geval zeer frappant dat men om onze oren slaat met slogans om bij de goedkoopste energieleverancier  aan te sluiten, en dat ik anderzijds vaststel dat die concurrentiele prijs van de aanbieder van electriciteit slechts één vierde bedraagt van onze factuur, de rest is vaste kosten voor  transport en distributie en nog een tiental andere taksen en heffingen.

Gelukkig was er zondag de Energiedag te Beitem. Niet minder dan 1300 bezoekers hadden gelijklopende gedachten als ikzelf: die energiekosten omlaag trekken. Diverse aanbieders toonden ons verbranding, vergisting, zonnepanelen en zonneboilers, warmtewisselaars en warmtekrachtkoppelingen. Veelal blijkt ook een doordacht gebruik en een paar kleine technische aanpassingen te kunnen leiden tot energiebesparing, bijvoorbeeld warmterecuperatie op de koelgroep. In Beitem had men kosten noch moeite gespaard om iedereen de juiste info te geven, met informatieve standen, brochures en uitleg en daarnaast nog een hele straat met standhouders en demonstraties. Daar halen we wel wat uit. En dit is voor herhaling vatbaar. Uiteraard waren de contacten met collega’s al minstens even belangrijk. De tomeloze inzet waarmee deze studiedag werd gerealiseerd is een mooie afspiegeling van de dynamiek te Beitem. Recent heeft heel de Provinciale landbouwvoorlichting en landbouwverbreding een nieuwe structuur aangenomen.  De manier waarop dit alles werd ingeleid en voorgesteld was zeer professioneel opgevat. De slogan was”Er groeit iets in Beitem”. Het stemt mij ook  gelukkig dat in de nieuwe naam Inagro een duidelijke nadruk wordt gelegd op een Innovatieve Agro sector. Wie niet (meer) aan innovatie doet op zijn bedrijf wordt er op termijn uitgekegeld, daarom is permanente bijscholing en netwerkvorming noodzakelijk. Deze week stond ik als inleiding bij een vergadering even stil bij onze relaties met Beitem. Het waren er tientallen, van het begin van onze carrière tot nu. Zij hebben ons helpen vormen in onze bedrijfsvoering en zij zijn er een deel voor verantwoordelijk dat wij op vandaag zover staan in ons bedrijf en in onze werking. Het is dus gelukt om zaad uit te strooien, en dat zaad te doen “groeien”,   ik ben er van overtuigd dat hun inspanningen ook vruchten zullen afwerpen en ons bedrijf ook doen “bloeien”.

Ons bedrijf is gelegen in de Zandgrond. In het najaar zaaien wij na de maïs nog gras. Dit gras moet geoogst worden in het voorjaar, het was even wachten tot begin mei tot er genoeg opbrengst op stond. Ten gevolge van de droogte moesten wij onze maïs planten in het pure zand. Op een bepaald perceel heeft de droogte er voor gezorgd dat de maïs zeven weken heeft gewacht om boven te komen. Op beperkte schaal heb ik zelfs met de aalton wat water op gevoerd. Vooral een kostelijk maar verder vrijwel nutteloos werk. Geen mens had kunnen vermoeden dat het in de zomer nog zo veel zou kunnen regenen. Na geduldig wachten  is de meeste maïs dan toch bovengekomen en alles lijkt weer goed te komen. Het wijst ons toch weer op het enorme herstellende vermogen van de natuur en onze bodem, verleden jaar gewroet om de maïs van het land te krijgen, in de voorzomer veel te droog en nu lijkt alles weer goed. Uiteraard kunnen wij niet tegen het verwoestende effect van windhozen en hagel, en ook wij leven mee met de getroffen boeren in de hardfruitteelt. Hopelijk worden daar goede regelingen genomen, en hopelijk kunnen zij ook daar binnen enkele jaren zeggen dat alles weer “groeit en bloeit”.

Luc Callemeyn

maart 26, 2011

De fiere boer ploegt voort

Filed under: Luc Callemeyn — melkbrigade @ 8:33 pm

Zondag werd een nieuwe burgemeester binnengehaald in Jabbeke. Voor de vroegere burgemeester werd de combinatie bedrijf en parlementair werk te zwaar en zodoende kreeg onze eerste schepen Daniel plots de kans om aan het hoofd te komen van onze gemeente. Hij is opgegroeid op een gemengd bedrijf in Oudenburg en verdiende zijn eerste sporen in het organisatieleven in KLJ en in het gewest. Reeds 20 jaar is hij voorzitter van onze Landelijke Gilde en zo bekwam hij ook de verantwoordelijkheid over landbouw (maar niet milieu). De boerenstand is natuurlijk blij en trots met zo een hoge bevordering. Er was blijkbaar nog ruimte in de gemeentekas om een feestje te organiseren voor de installatie van de burgemeester, en in Jabbeke doen ze dat meteen goed. Het werd een zondagnamiddag vol met optredens en gratis drank en snacks uit het vuistje. Wij mochten dezelfde croc monsieurs bakken als op Agriflanders, helaas hadden wij geen elektriciteit genoeg en ging het niet snel genoeg naar de zin van de wachtenden. Op bepaalde momenten stonden wel 30 mensen voor en rond onze tafel met soms grove opmerkingen van ongeduldige hongerigen. Het was zelfs zo erg dat mijn stressbestendige Krista een paar keer een minuutje van tafel is weggelopen, en dat wil wel wat zeggen.
De laatste weken is het erg druk met de reservaties voor de bedrijfsbezoeken. Het lijkt wel of iedereen gewacht heeft op het voorjaar en dat nu alles losbreekt met de eerste warmte. Het boeiende is dat het altijd weer een verrassing is welk soort mensen je voor je hebt. Hoe volkser en spontaner, hoe liever wij het hebben, en hoe meer vragen ze stellen, hoe beter wij kunnen inspelen op hun leefwereld. Jammer genoeg krijgen wij wekelijks enkele aanvragen van mensen die denken dat het bij de boer zo even tussendoor kan en dan moet het maar gratis zijn. Het klinkt hard, maar voor niks gaat de zon op en wij moeten ook onze tijd nuttig besteden. (Lees: “Praten werkt”, maar wij moeten op het einde van de maand toch onze leningen terugbetalen). Er is vrij veel werk aan het beantwoorden van alle mails, het uitwerken van de aanvragen, en wij staan er altijd op dat organisatoren nog eens op voorbezoek komen. Soms is dit wel de grootste bron van frustratie: reisleiders blijken er een neusje voor te hebben om onverwacht en ongelegen te komen. En, niet onbelangrijk, bij het einde van het bezoek moet je opletten dat ze niet weg zijn zonder hun koffie en andere verbruiken af te rekenen.
IKEA lanceerde een stunt om een biefstukje aan te bieden voor de luttele prijs van 2,50€. Gratis promotie voor rundsvlees van bij ons vonden sommige producenten, anderen vonden het een kaakslag voor de landbouw omwille van de lage prijs. Boerenbond diende een terechte klacht in bij de overheid maar die klacht was niet ontvankelijk. Uit interesse volgde ik de reacties in de kranten. Misschien deed ik dat beter niet, want daar word je echt niet vrolijk van. Een hele kleine minderheid heeft begrip voor de ondermaatse uitbetaling van de boeren, maar de meerderheid van de reageerders wil enkel de allerlaagste prijs. Er is zelfs kritiek op alles wat wij doen, als wij met een kleine tractor rustig langs de baan rijden zijn wij een hinder op de weg. Wanneer we met een grote tractor efficiënt rijden met een grote vracht, dan zijn het mastodonten op de weg die aan 45 km/u “door de dorpskern scheuren”. Zelfs de zonnepanelen op de stallen vinden geen genade, een particulier mag op zijn woning 10kW leggen, en de boeren krijgen te veel subsidie om dan groenestroom certificaten uit te melken. Dan doe je nog eens iets voor het milieu. Samengevat zou ik denken dat het geen goed idee zou geweest zijn om daar die zondag aan de ingang van de Ikea actie te voeren. We konden wel eens slaag krijgen van de misnoegde consument.
Het gaat goed met de voedingsbedrijven de laatste tijd. Bedrijven die voor of na de boeren komen verdienen goed en presenteren hoge winsten. Het is hen gegund, zij hebben wat opgebouwd de laatste jaren. Des te schrijnender is het als je in de gespecialiseerde financiële pers leest dat zij hun winsten vooral halen uit beperking van de kosten voor de grondstoffen. Er is van alles genoeg en ze vinden altijd wel iemand die voor een lage prijs wil leveren. Dat is niet goed voor onze sector. Ik ga niet in detail treden maar men vertelt mij dat er momenteel processen aan de gang zijn in ons landbouwmilieu die zich in stilte als een kanker verspreiden en in de eerste plaats onze familiale bedrijven in hun greep houden om ze vervolgens rustig te verstikken. En de fiere boer, hij ploegt voort, maar niet meer op zijn eigen gronden die hij heeft geërfd van zijn voorvaderen. Wordt ongetwijfeld vervolgd …

Luc Callemeyn

maart 23, 2011

Stieren zijn beter dan koeien.

Filed under: Luc Callemeyn — melkbrigade @ 3:27 pm

Ik heb al enkele maanden een abonnement op het weekblad Trends. Daarin kan je iets lezen over binnen- en buitenlandse politiek, over businessmodellen en managerskwaliteiten, over geld beleggen en geld uitgeven. Met wat aandacht (maar zonder persoonlijke acties!) volg ik ook de “Money-talk”, waarin advies wordt gegeven over het spelen op de beurs. Steevast wordt in deze rubriek gewezen op  de mogelijke grote winsten die kunnen behaald worden bij het beleggen in (landbouw)grondstoffen. Grappig is wel dat men een stijgende beurswaarde aanduidt als “stieren”, bij dalende waardes heeft men het over “koeien”. Belangrijke indicatoren zijn: de olieprijs, het zuig-effect van China, de weersvoorspellingen in de hele wereld, het politieke klimaat, de voedselveiligheid. Er worden grote momenteel grote winsten voorspeld in de voedselkolom, en er wordt sterk aangeraden om nu te investeren in toeleveringsfirma’s voor zaaigoed, machines, bouwstoffen, of bij de afnemers van granen, vlees of groenten. Er moeten steeds meer monden gevoed worden, elke maand 100 miljoen meer hoorde ik verleden week, en landbouwgrond wordt steeds schaarser, of droger. Er is één enkele ontbrekende schakel in heel dit winst-gebeuren: het werk van de hand van de landbouwer wordt nooit vernoemd, wel alle schakels voor en na de boer. Niemand heeft interesse om te investeren, te werken en te incasseren als een boer. Een duidelijk signaal naar de politieke wereld om dit te (willen) zien.

Verleden week was ik op het jubileumfeest van de bedrijfsadvisering melkveehouderij. Deze dienst in het POVLT van de Provincie West Vlaanderen geeft onpartijdige voorlichting en advies over voederen, bemesten, zaaien, vruchtbaarheid. Niet minder dan 11 eminente sprekers passeerden de revue en in de zaal zaten 150 toehoorders, waaronder veel boeren, maar ook veel andere “collega”-adviseurs.  In de pauze, net toen het panel over melkprijs, economie en toekomst na melkquotum zou beginnen, zag ik enkele niet-boeren de zaal verlaten. Misschien moesten zij dringend weg omdat hun bedrijfswagen niet meer verzekerd is de vrijdagnamiddag na 16 uur ofwel snappen zij de relatie praktijkboeren en economie niet zo goed?

Gisteren was ik in een vergadering van onze veeverbeterings organisatie. De bedoeling is dat we daar ons gedacht gaan zeggen wat de organisatie voor ons moet doen, en niet omgekeerd. Daar is zowat de plaats waar we het meest praten over stieren en koeien en niemand neemt een blad voor de mond als het gaat over embryo’s, sperma, inseminatie en bevruchten. Wij hebben daar zelfs mensen in dienst die specialist zijn in het beoordelen van mooie benen en goedgevulde boezems. Ik hoorde daar ook wat nieuwe termen: “flirting teats, kissing teats en crossing teats”. Vooral robotboeren hechten daar veel belang aan. Zo hebben we eens iets anders om over te spreken dan grond, mest en tractoren.

Zondag is er een cultuurdag op onze boerderij met als speciale gasten een fantastische verteller en een virtuoze accordeonist, met daarnaast een tentoonstelling met kunst-in-metaal, gemaakt van oude landbouwvoorwerpen. Deze organisatie gebeurt onder de vleugels van de provinciale dienst voor landbouwverbreding en is gelijklopend op 10 boerderijen doorheen West Vlaanderen. Alweer een uitdaging die wij niet uit de weg gaan. Toevallig was ik ook deze week met een medewerkster van de Groene Zorg op zoek naar een zinvolle tijdsbesteding op onze boerderij voor een jongvolwassene met autisme. Ik ben blij dat we samen iets gevonden hebben waarin hij vrijwel helemaal zelfstandig kan werken. Het is niet meer zo logisch op onze moderne boerderijen, taken zijn meestal kort en afgelijnd en we werken met dure technologische machines. Onzichtbaar voor de buitenwereld zijn wij vele uren bezig met administratie en management. Een plotse herstelling kan zich opdringen. Allemaal situaties waarin je moeilijk zo’n minderbegaafde persoon rond je kan hebben of zinvol aan het werk kan zetten. Het is ook goed dat het provinciebestuur daar oog voor heeft, en dat zij daarvoor mensen als Els wil aanstellen om dit te begeleiden. Zij volgt ons bedrijf al een hele tijd vanaf de zijlijn, maar regelmatig komen wij elkaar wel eens tegen in het landelijke vergadercircuit. Toen we na het administratieve gedeelte nog wat zaten na te babbelen liet zij zich ontvallen dat wij als boerderij nu alweer lid zijn van een nieuw netwerk, namelijk de Groene Zorg(boerderij). Inderdaad, zo’n dingen komen zomaar op ons af en ik heb lang de boot afgehouden, ook wel vanwege het onbekende, maar nu willen wij het wel eens proberen.

 

Luc Callemeyn

februari 4, 2011

Ons vakmanschap proef je met verstand.

Filed under: Luc Callemeyn — melkbrigade @ 9:55 pm

Ben ik te laat om u allen een gelukkig 2011 toe te wensen? Misschien kan ik iemand schatrijk maken als hij mij een goedkoop (en toegelaten) middel kan bezorgen om het schuim op mijn rundermest te bestrijden. Mijn mestkelder staat nog maar voor 80% vol en toch komt het schuim lustig boven de rooster gebubbeld en dat zorgt voor een hele vieze bedoening. Ik zoek dus iets om met de mestmixer in de put te roeren. Laat het mij uittesten en ik vermeld het op Boerenblog zodat iedereen het bij u kan bestellen. Minder leuke gedachten heb ik voor de bedenkers van allerlei vaccinaties die er voor zorgen dat mijn koeien momenteel uiterst gestresseerd door de stal bewegen. Twee keer enten tegen blauwtong, twee keer per jaar voor IBR, twee acties voor tuberculineren en dan nog moet ik soms eens de stal in om een werk van barmhartigheid te verrichten zodat een koe ieder jaar opnieuw kan kalven. Maar we wijken af, ik wens u allen een goede gezondheid, veel plezier in het werk en in uw relaties … en minder onbetaalde facturen dan vandaag.
In de laatste weken werd mij een petitie onder de neus geduwd met daarop de eis voor de groententelers voor prijzen in het jaar 2011. Die zouden op een gelijk niveau moeten liggen als 2009. Wat een gekheid! Alle kosten bij de boer stijgen voor zaden, meststoffen, machines, mazout en pachten. Ook de eisen worden steeds strenger. Boeren leveren een steeds kwalitatiever product af voor steeds minder geld. Een Vlaamse boer wordt binnenkort minder per uur vergoed dan een ongeschoolde Pool. Meer met minder? Less is More = minder centen maar meer zorgen. Als een vakbondsman dit zou durven bij het ACV of ABVV, dan dragen ze hem naar buiten. Maar bij ons kan dit wel? Maar je zal zien, de fabrieken zullen wel kamikaze-boeren vinden die zelfs nog onder die voorgestelde 2009-prijs willen produceren.
Nu zondag nemen wij deel aan de “Dag van de Ambachten”. Geen grote Opendeurdag maar toch kan je een indruk opdoen van onze productie. Iedereen welkom!
Door de organisatie van Agriflanders te Gent en het Land- en Tuinbouw Salon te Roeselare werden wij net zoals velen gevraagd om een stand te bemannen voor de promotie van hoeve- en streekproducten. Mits betaling van standgeld natuurlijk. Wij hebben daarin toegestemd en tot onze verwondering zijn wij zowat de enigen die dit aandurven. Velen aanschouwen dit met een jaloerse blik, maar weinigen zetten de stap tot deelname. Het is ook niet zo simpel, het vraagt een maandenlange voorbereiding en een zenuwslopende week van werk en organisatie om dit allemaal rond te krijgen. Stand opbouwen en bemannen, in totaal meer dan 260 gewerkte uren (voor een arbeider/bediende is dit 7 werk-weken!), 18 ritten heen en terug naar Gent. Vooral de croque monsieurs en de sandwiches met speciaalkazen gingen … als zoete broodjes de deur uit. Ook hier verrichtten wij weer een werk van barmhartigheid: “De hongerigen spijzen”. Zo nu en dan zie je iemand staan gapen naar de stand om te zien hoe dit allemaal verloopt. We bevinden ons in een tijdperk van SOS Piet- en andere kookprogramma’s, ik zal er deze keer dan ook geen probleem van maken om ons geheime recept van ons vakmanschap mee te delen.
Hier komt het: neem uit de voorraad 30 kg maïs, 12 kg gras en 12 kg bietenpulp. Begin met de maïs fijn te snipperen en meng het luchtig met de bietenpulp en het gras. Let vooral op dat je het gras in zijn stengelige structuur laat. Voor het evenwicht voegen wij soja, koolzaad en lijnzaad toe en er mag ook een snuifje zout, calcium en mineralen bij. Serveer dit voor de ongeduldige koeien, en na anderhalve dag geven ze dan 25 à 30 liter melk. Pas op, niet laten afkoelen, maar laat in een grote tobbe stromen en voeg een geutje stremsel en zuursel toe. De bekomen massa in brokjes snijden, zorgvuldig wassen met heet water en in vormen stapelen. Na een passage in de pekel enkele weken geduldig wachten in de rijpingskamer en dan kan je daar plakjes van snijden. Ondertussen nemen we bloem, melk en een ei en daar bakken wij een speciaalbroodje van. Nu nog een snede gekookte (Belgische) ham aan toevoegen. Plaats het geheel tussen verwarmde bakplaten, zo bekom je een krokant korstje. Serveer met onze 3 geheime ingrediënten: authenticiteit, enthousiasme en liefde voor het vak. Buikje rond? Mannetje gezond!
Wij hebben wel genoten van die dagen op Agriflanders. Vooral door de verzorgde organisatie. Er komt ook heel veel volk die we veelal maar één keer op een jaar tegenkomen. Familie of verloren gewaande (klas)vrienden, plots staan ze daar voor je neus. Het thema voor Agriflanders was goed gekozen, “Iedereen wint”. Na zo’n beursbezoek ben je altijd informatie rijker en daar is het toch om te doen. Ergens werd de slogan toch even in vraag gesteld, wanneer wint de boer? Ik zou het ook kunnen zeggen zoals onze kalverhandelaar: ”De boeren waar ik handel mee drijf, laat ik altijd winnen: de ene keer is het geld en de andere keer is het verstand”.

Luc Callemeyn
Creatief melkproducent

december 1, 2010

De boer en zijn Mercedes

Filed under: Luc Callemeyn — melkbrigade @ 9:35 pm

Een paar weken geleden hadden wij hier opnames van het programma Dagelijkse Kost met Jeroen Meus op Eén. Daarin konden wij vertellen over de productie van kaas en de smaak van kaas op verschillende leeftijden. Onze klanten die het gezien hebben waren vol lof over het optreden van hun kaasboerin. Dergelijke filmpjes spelen dus inderdaad een belangrijke rol voor de vorming van de opinie van de consument. Op de website zag ik ook al andere producenten aan het werk over hun ambachtelijk bereide product. Dit is een goede zaak voor het imago van de landbouw en het is goed dat onze nationale zender dit wil oppikken binnen hun zendtijd.
Kijk je ook zo graag naar Boer zkt Vrouw? Steevast zitten wij ook op maandagavond aan de tv gekluisterd. Jammer dat het vergaderseizoen soms wat roet in het eten strooit want zo hebben wij een paar afleveringen gemist. Hoewel het scenario zo ongeveer heel voorspelbaar begint te worden –het zoeken van voldoende slaapplaats, de kennismaking met de boerderij en de familie, het verplichte rotkarweitje en het waterspelletje- is het programma nog altijd verrassend nieuw. De mooiste televisiemomenten komen wel als men de boer in zijn eigen waarde laat en zo weinig mogelijk verplichte nummertjes laat opvoeren. En dit is ook dit jaar heel goed geslaagd. Zouden er boeren zijn die er een lief aan overhouden? Ik hoop het. Is de kijker weer iets meer vertrouwd met het moderne boerenleven? Ik ben er van overtuigd.
Verleden week dinsdag werd ik gebeld door Radio 1 voor het programma Peeters&Pichal waar men het item salaris en loon verder wou uitdiepen. Er werd een straatenquête gehouden waarin de ondervraagden de sportlui en de politiekers en ook bedrijventop aanduidden als (te) grootverdieners, terwijl de zorgende sector en de boeren als onderbetaald werden aangewezen. De boeren? Er werd mij gevraagd of ik mijn medewerking wou verlenen aan het radioprogramma. Na een half uurtje werd ik teruggebeld, ondertussen had ik ruim de tijd om mij voor te bereiden. Na een minuutje vertellen zei de ondervrager dat dit voldoende was. “Jamaar”, antwoordde ik, “ik ben nog helemaal niet klaar hoor!” Toen werden nog een viertal minuten opgenomen over de oorzaak van het lage arbeidsloon van de boeren, hoe het zover kon komen en dat er bedrijven zijn waar de varkens beter wonen dan de boer en de boerin. Dit zou dus woensdag op de radio komen, maar iets voor het programma werd ik weer gebeld dat men toch liever had dat ik live op antenne kwam. Een kwartiertje later zou men terugbellen, dat werd ruim anderhalf uur, en toen was dit rechtstreeks. Ik had weer wat voorbereid, vertelde dat een boer geen maandsalaris heeft omdat er tijden zijn van zaaien en oogsten en misschien pas maanden later verkopen. Ook het jaarinkomen wisselt met de seizoenen en met de vraag en het aanbod. Ik had nog wel wat huiswerk gemaakt, maar de volgende vraag had ik niet voorbereid: ”Als het inkomen van de boeren zo laag is, waarom rijden al de boeren dan met een Mercedes?”. Benieuwd naar mijn antwoord? Op Boerenblog kan je een link vinden naar het programma. In ieder geval had ik het gevoel dat na mijn alerte bijdrage het onderdeel moeilijke vragen voorbij was.
Eind deze week gaat ook de verkiezing van de Creatiefste Ondernemer van Noord West Vlaanderen door. Dit is een organisatie van Unizo. Er waren een honderdtal inzendingen, daaruit werden 37 aansprekende dossiers geselecteerd en daarna kwam de jury tot een selectie van de 10 creatiefste bedrijven. Tot onze verrassing hoorden wij daar ook bij. Wij mochten ons dossier met alle mogelijke documentatie verdedigen voor de jury die bestaat uit een top van Westvlaamse ondernemers. Wij hadden ons goed voorzien van een korf vol verse hoeveproducten en kaas en konden de bijkomende vragen van de jury vlot beantwoorden. Helaas, wij zijn wel zeer creatief, maar er zijn nog wel bedrijven die een grotere uitstraling hebben dan ons familiaal bedrijfje. Dus wij behoren niet tot de supergenomineerden die meedingen naar de hoofdprijs. Daar zit een cateringbedrijf in met zeven medewerkers, een informatica ontwikkelingsbedrijf met 36 man personeel en in mijn ogen zowat de grootste kanshebber Laurierkwekerij Devisch. Niet toevallig uit onze gemeente, niet toevallig uit de tuinbouw. Deze familie is al jaren pionier in het kweken en veredelen van laurier en gaat plaatselijke en internationale inspanningen om hun product op een creatieve manier aan de man te brengen niet uit de weg.
Wij vinden het wel jammer dat wij niet tot de favoriete top behoren. Er was een aantrekkelijke prijzenpot voorzien met een promotiepakket, een bedrijfsfilm en een leasewagen. Langs de andere kant, promotie doen wij al, een bedrijfsfilm hebben we en die wagen was een Audi A1, en ik weet niet of ik daarin zou passen, met mijn lange benen …

Luc Callemeyn
creatief melkproducent

oktober 2, 2010

Wie niet zaait zal niet oogsten.

Filed under: Dagboek B&T,Luc Callemeyn — melkbrigade @ 3:02 pm

De organisatie van onze opendeurdag op 22 augustus mogen wij gerust in onze geschiedenisboeken schrijven. Wie zich ooit met zoiets heeft beziggehouden weet dat dit bergen werk met zich meebrengt. Wanneer het resultaat echter goed is dan vergeet je dat vlug. Een succes was het zeker, want wij schatten het bezoekersaantal toch op ongeveer 4000. Wij waren ook bijzonder verheugd dat wij zoveel mensen konden begroeten die vaste klant waren van de markt te Brugge. Daarnaast hadden wij niet minder dan 420 lekkerbekken op de middag om onze kaasschotel te proeven. Voor de drankvoorziening in de tent konden we rekenen op de steun van de jonge KLJ van Jabbeke, op en rond het bedrijf deden buren, familie en vrienden hun uiterste best om hun beste beentje voor te zetten. De hele dag hadden wij een bijzonder goed gevoel hoe het allemaal op wieltjes liep omdat wij zagen dat iedereen op de perfecte plaats ingeschakeld was, elk volgens zijn capaciteiten en mogelijkheden. Dat ging vanaf het persoonlijke onthaal aan de ingang tot de karnemelk proeverij, de kinderanimatie, de drankbedeling in de tent en aan de machine expo, de verkoop van kaas in onze nieuwe winkel tot de algemene orde op de boerderij. Zo bleef er voor onszelf voldoende ruimte om iedereen persoonlijk te begroeten. Wij hebben wel ervaren dat wij misschien wel 500 tot 1000 collega’s uit de landbouw “gemist” hebben. Het was immers die zondag zeer goed weer en heel de streek was met man en macht bezig om de restanten van de oogst binnen te halen. Maar zo konden wij een veelgehoorde opmerking weerleggen dat het zo moeilijk is om de burger te bereiken op een opendeurdag, dat het altijd boeren zijn die bij boeren op bezoek gaan. Bij ons was onze echte klant duidelijk in de meerderheid.
Was er dan niets minder rooskleurig te melden? Jawel, dat zoiets voor één dag organiseren allemaal zoveel geld kost. Een spantent van 45 meter mét plankenvloer, tafels, stoelen, versiering, drukwerk en promotie, veiligheid, proevertjes, kookdemonstaties en al het werk van de opkuis voordien, de stallen waren dan ook van top tot teen gereinigd én begaanbaar voor de bezoekers. Gelukkig is er goed gewerkt in de nieuwe hoevewinkel door onze enthousiaste verkoopsters. Zo nu en dan zie je eens afgunstige gezichten die je fijntjes melden dat er wel goed verkocht is in de winkel hé ? Dat zijn van die simpele zielen die nog nooit van economie gehoord hebben en die denken als je 10€ verkoopt dat je die 10€ dan privé mag uitgeven. Was het maar waar, al die kaas die bij ons maanden (of jaren) ligt te rijpen dat is wel ons uitgestelde melkgeld, vermeerderd met de productiekosten en onze arbeid! Maar je hoort ons niet klagen, zelfs nu nog krijgen wij nieuwe klanten over de vloer die afkomen op de gevoerde promotie of klanten van de markt die toch zo blij zijn dat ze “hun” kaasboerin eens aan het werk gezien hebben. Het is ook positief dat wij soms gecontacteerd worden door diensten of organisaties die plots ontdekken dat hier geen prutsboertje aan het werk is maar dat dit op een echte KMO gelijkt. Zo werden wij na de opendeurdag door de voorzitter van Unizo genomineerd als kandidaat voor “Creatiefste ondernemer van Noord-West Vlaanderen”. Jawel!
Ja, dit lijkt misschien op stoefen met onszelf dat wij zo populair zijn. Soms heeft dit ook zijn negatieve gevolgen. Zo werden wij in de voorbije week driemaal gecontacteerd om mee te werken aan een sociaal project ter bevordering van sociaal zwakkeren of ontwikkelingshulp. De verhalen waren divers, maar er was één constante, er werd beroep gedaan op onze bereidwilligheid of onze vrijgevigheid om hun project uit te voeren. Met de beste wil van de wereld, maar moeten wij daarvoor zwaar investeren in een aantal nieuwe gebouwen, in jarenlange know-how en ervaring? Daarnaast werden wij deze week gecontacteerd om een onderdeel te vormen van het nieuwe kookprogramma “Dagelijkse kost” op Eén. De moderne programmamaker stuurt een jongedame uit om een voor-verslagje te maken met wat foto’s en regelt de rest via telefoon en mail. Uren zijn we er al mee bezig geweest. En dan moet je nog plooien naar hun agenda: hun plan was om rond de middag tegelijk het kaasmaken en het melken te filmen. Eigenlijk beantwoorden wij niet helemaal aan hun normen want zij zochten een authentieke kaasmakerij met veel hout en weinig inox en misschien liefst nog een kromgewerkte maar enthousiaste boerin erbij. Op 24 oktober komt dit in het programma en er zullen allicht weer een aantal nieuwe mensen zijn die dit gezien hebben. Maar promotie loopt niet altijd van een leien dakje. Zorgen voor een prima product is het belangrijkste. Zo moeten wij nu al beginnen kaas maken als wij nog iets willen verkopen op Agriflanders in januari.

Luc Callemeyn
creatieve melkproducent

oktober 1, 2010

Sinatra: “I did it my way”

Filed under: Luc Callemeyn — melkbrigade @ 9:42 pm

Een tijdje geleden kreeg ik een telefoontje van de Mestbank dat men graag eens bij mij op bezoek wou komen. Niet echt als dwingende controle, maar wel eerder in het kader van advisering. Wel netjes om dat zo van voordien te laten weten! Oorzaak was een te hoog nitraatresidu in mijn grond waar de koeien heel de zomer op de wei hadden gelopen. Ik stond er van versteld hoe goed deze mensen onderlegd waren over “mijn gronden”. Ze hadden kaarten mee met de hoogtelijnen, met het koolstofgehalte, zelfs met de aanwezigheid van een rotslaag in de bodem. Zo kon het te hoge nitraatresidu op elk van deze waardemeters perfect uitgelegd worden. Kijk, dat snap ik nu niet. Te velde weet men nu perfect hoe een individuele bodem reageert met nitrificatie en uitspoeling ten gevolge van een droge zomer en een nat najaar. Men weet zelfs hoe het komt dat er nitraat in mijn bodem zit, en ook waarom het sommige jaren helemaal niet tot nut komt. Maar hoe komt het nu dat die hoge pieten in Brussel en Leuven daar geen weet van hebben? Hoe komt het dat men jaar na jaar de bemestingsnormen omlaag wil, met als gevolg dat mijn schrale zandgrond geen goede opbrengsten en gezonde gewassen meer zal kunnen leveren? Als al deze gegevens werkelijk ter beschikking zijn, zelfs op perceelsniveau, waarom gebruikt men ze dan niet? Terzijde, deze ambtenaar van de Mestbank was een fan (of niet?) van mijn schrijfsels in dit Dagboek. Toch vroeg hij mij met aandrang om zijn bezoek niet te vermelden bij een volgende publicatie. Iets waar ik natuurlijk niet kan op ingaan. Anders is de persvrijheid in gedrang!
Verleden week hielden wij een officiële opening van onze nieuwe hoevewinkel. Eerlijk gezegd werd er al enkele weken in gewerkt, maar wij doen het graag nog eens in ’t echt, zodoende. Over het hele openingsweekend mochten wij 500 bezoekers verwelkomen. Het doet deugd om van zovele mensen een woord van steun te krijgen bij de voltooiing van ons grote project. Voor onszelf vinden wij dit niet zo uitzonderlijk, het is een (voorlopig) eindpunt van onze drang om onze eigen producten aan een eerlijke prijs te verkopen. Het ontlokt sommige mensen wel eens de opmerking dat het eigenlijk ver gekomen is dat een boer niet alleen moet boeren om een inkomen te bekomen, maar dat hij ook nog volk moet ontvangen, hen eten geven of te slapen leggen met alle bijkomende lasten en lusten. Goed, ja, maar evengoed vind ik het ook niet logisch dat iedere boer verplicht zou moeten zijn om 100 koeien te houden of 100 hectaren of 500 zeugen of 80.000 kippen of 2 hectare serre om een goed inkomen te hebben. Ik houd het er op dat iedereen zijn expansiedrang naar eigen godsvrucht en vermogen moet of kan invullen, en zoals Frank Sinatra zingt “I did it my way”.
Mede door de goede winkelinrichting is het nu wat efficiënter geworden in de verkoop, en alles staat nu wat meer op zijn plaats. Bijna schreef ik hierboven dat het nu wat rustiger geworden is. Schijn bedriegt, want wij maken ons op voor de organisatie van onze Opendeurdag op zondag 22 augustus waar wij werkelijk alle deuren zullen openen. Natuurlijk kadert dit in het meer bekend maken van ons aanbod en onze werking. Het is ons hoofddoel om te tonen hoe het er momenteel aan toe gaat op een modern landbouwbedrijf, en in ons geval met kaasmakerij en zuivelverwerking als neventak. Wij plannen geen spectaculaire activiteiten, dat laten wij over aan de omliggende Landelijke Gildes. Misschien één uitzonderlijke activiteit: wij nodigen onze loonwerker uit om een demonstratie te geven met de hakselaar om balen stro te hakselen voor de droge koeien. Laat de motoren maar brullen! Verder wensen wij ons toe te leggen op het bereiden van een culinaire kaasschotel met diverse verrassende kaashapjes aangevuld met versgebakken brood en onder begeleiding van een streekbiertje. Zo kunnen wij ook tonen dat wij méér in onze mars hebben dan wat gesneden kaasblokjes.
Het spreekt voor zich dat al die schikkingen voor die opendeurdag weer heel wat organisatie teweegbrengen. Ik zal eerlijk zijn, wij hebben niets liever. Wij zijn opgegroeid met het verenigingsleven van KLJ en Groene Kring en wij zien dat onze kinderen op hun beurt meewerken aan school-activiteiten, Kazou of KLJ. Met de paplepel ingegoten zegt men dan. Hun veelzijdigheid weerspiegelt zich dan ook in de organisatie van ons bedrijf; Soms zijn zij van het ene moment naar het andere bezig met het opstellen van een tekst, het maken van etiketten, videobestanden afspelen, koffie bedienen of bestellen in de winkel. Niet zelden worden zij dan ook ingeschakeld in het landbouwbedrijf en melken zij de koeien, geven de kalveren of rijden met de tractor. Dit geheel van vaardigheden zijn ervaringen die zij in geen enkele school kunnen leren maar die goed van pas komen onder toeziend oog van ons als ouders. Zo leren zij ook flexibel te zijn in samenwerking met anderen.
Ook weer helemaal onze “Way of life”

Luc Callemeyn

juni 6, 2010

Zonnige groeten uit Zerkegem

Filed under: Luc Callemeyn — melkbrigade @ 11:05 am

Twee weken geleden hadden wij hier een bijzondere bijeenkomst: de KVLV en Landelijke Gilden organiseerden hier bij ons in onze nieuwe ontvangstruimte een “Mis voor de vruchten der aarde”. Dit is een jaarlijkse traditie en grijpt elk jaar op een andere hoeve plaats. De opkomst was goed, meer dan 50 parochianen. Dat was bijna meer dan in de zondagsmis. Een koffietje en een broodje achteraf werden goed gesmaakt.
Ik presenteer u enkele overpeinzingen van gedurende de tijd die ik op de tractor doorbracht in de afgelopen weken.
In de verafgelegen grasland was ik gras aan het openschudden en bij de buren in het natuurgebied bemerkte ik een bezoeker. Hij was voorzien van een statief en een fototoestel met lenzen erop die bijna zo groot waren als zijn statief en was waarschijnlijk op zoek naar een zeldzame plant of vlinder. Na twee uur speurwerk gaf hij het op, en daar was ik niet rouwig om want anders krijg ik misschien nog meer beperkingen op het gebruik van mijn nabijgelegen grasland.
Ik was op een ander perceel bezig met gras schudden toen een dame mij voorbij fietste met de vingers duidelijk op de neus geklemd. Ik begreep het niet: was er teveel stof dat vrijkwam uit het gras of was ze bang van de aswolk van de vulkaan?
Ik gebruik een perceeltje dat ingeklemd ligt in een woonwijk en dat slechts 25 are goot is, maar toch heb ik niet minder dan 18 buren en u mag van mij aannemen dat de tuintjes van de mensen er achteraan helemaal niet zo netjes bijliggen als vooraan. Het blijft ook telkens een hele opgave om daar mest op te gaan voeren zonder de buren te storen.
Mijn buurvrouw heeft een mooie nieuwe draad geplaatst om haar schapen binnen de perken te houden. Jammer dat zij een ijzeren trekpaaltje op een halve meter in mijn land had geplaatst. De loonwerker die kwam ploegen kon dit niet opmerken en heeft aldus een scheur van 15 cm in zijn tractorband opgelopen en stond hij 2 uren stil. Dat wordt een juridisch steekspelletje denk ik.
Mijn buurman heeft twee zwanen en elk jaar kweken die een nest jongen. Een van die zwanen lag een tijdlang verdacht stil langs de oever en enkele uren later kon ik niet anders dan concluderen dat hij gewoon dood was. Buurman vond dat spijtig, het koppel was zo zijn mannetje kwijt. Ik vond dat niet zo spijtig, het rotbeest slaagde er elk jaar in om een groot deel van mijn jonge maïsplantjes op te eten. Buurman is zijn zwaan uit de oever komen opvissen en brengt hem naar het labo in Torhout om te zien of hij niet ziek was. Straks vinden ze nog iets van vogelpest ofzo.
Buurman heeft een vrij grote tuin en maait daar de hele zomer en gooit alle maaisel op een hoop. Toen wij bezig waren met mest openvoeren heb ik de kraanman opdracht gegeven om dat op te scheppen en op mijn land te voeren. Nu zit ik met een gewetensprobleem: had ik dit moeten aangeven aan de Mestbank als aangevoerde nutriënten en had ik dat eerst moeten aanvragen? Misschien ben ik wel in overtreding ?
Mijn koe heeft een accident gehad. Ik heb ze ooit eens gekocht van de jongens van de Dairyboard in de nationale driekleur om zo actieve reclame te maken voor faire melk en om de te lage prijzen aan te klagen. Vorige zomer nam ik deel aan een betoging te Brussel met de tractor en had ik dat koetje (50 cm hoog) middels een stevige constructie vooraan op de tractor geplaatst op de frontgewichten. Later heb ik niet de moeite genomen om het er af te halen. Het heeft mij veel verbaasde blikken en meestal een glimlach opgeleverd. Helaas, ik had het dier te strak gemonteerd en door de trillingen zijn de poten afgebroken en op één been kan een koe ook niet blijven staan. Ik heb ze er afgehaald en zal ze herstellen. Misschien kan ze nog eens ergens dienen in een promotie actie, ik wil ze bijvoorbeeld gerust aanbieden aan onze grootste Belgische coöperatie als ze nog eens FAIRE BELgische melk wil op de markt brengen.
Verleden week was ik toevallige getuige van een conversatie op Facebook waarin drie jonge boerendochters wedijverden om voor elkaar de beste beschrijving te geven over hun ervaringen met jong gemaaid gras. Vooral de geur deed hen bijzondere gevoelens oproepen. Wie zegt daar dat er geen meisjes meer zijn die nog interesse hebben in de boerenstiel? Jonge mannen, niet versaagd, stuur mij een berichtje en ik breng ze met u in contact op 3 juli te Zuienkerke.
Zo, het gras is gemaaid, de maïs is gezaaid, de boer heeft zijn schoonste tijd van het jaar weer gehad. Ik belde verleden week met een dame uit de administratie, ze vertelde me dat ze twee weken met verlof ging. Ik heb mijn twee weken ook gehad hoor, ik stuur u een kaartje met daarop deze groeten: “Veel zon gehad, de tractorreis van 100 uren is goed verlopen, het eten voor de koeien ziet er lekker uit, en wij beginnen alweer met het gewone werk”

Luc Callemeyn

januari 22, 2010

Het Veeportaal of “De draak met zeven koppen”.

Filed under: Luc Callemeyn — melkbrigade @ 10:01 pm

U kent allicht het sprookje van de draak die een grot moet bewaken met daarin een grote schat. Wie durft te naderen maakt kennis met deze vuurspuwer. In een aangedikte versie is er een draak met zeven koppen, en je moet elke kop afhakken om aan de schat te raken. Een onmogelijke opdracht dus.
Jaren geleden werden alle problemen rond het synchroniseren van diergegevens toegeschreven aan de tekortkomingen van het Sanitel systeem. Maar er leefde hoop want het Veeportaal zou ons veel gelukkiger maken. Het is voor mij een grote ontgoocheling geworden. De start van het Veeportaal is bijna 2 jaar uitgesteld omdat andere partijen steeds maar nieuwe uitbreidingen vroegen. De firma die dit ontworpen heeft was wel de goedkoopste maar kende weinig van landbouw toepassingen. Bij de opstart van het systeem lagen alle aanmeldingen een hele week plat, ik was bij de eersten die het paswoord verkregen maar sommige boeren hebben maanden moeten wachten. Ondertussen konden ze terecht op het telefonisch meldingssysteem dat ook aangepast was en dat nu gemiddeld dubbel zo lang duurde als voorheen. Ik ben er met grote verwachtingen aan begonnen, ik ben niet gespeend van opzoekingslust en ken wat van computers en hun verborgen nukken. Maar hier spande het Veeportaal toch wel de kroon. Na een tijdje kon ik al een geboorte aangeven zonder foutmelding, maar een vertrek invoeren was een ander probleem. Ik heb er mijn tanden op stukgebeten hoe je een favoriete koper kon inbrengen, maar ik kon het niet gewoon worden dat alle invulvelden kriskras door elkaar stonden, onder goedverborgen knopjes die soms zelfs niet overeenkwamen met de handleiding. Het lijkt wel voor “De slimste mens” gemaakt. Op de helpdesk zijn ze heel vriendelijk maar ze blijven dweilen met een kraan halfopen want bijvoorbeeld voor de handleiding of de veelgestelde vragen moet je terug naar de website van DGZ. Waarom staan die oplossingen niet gewoon onder een “Help” tekentje op de pagina die je moet invullen? Toen ik eens een klein uurtje met de helpdesk in gesprek was vertelde de jongedame mij dat zij ook lange tijd op dat misleidende onderwerp had zitten vloeken. Ik dacht: “Ik ook, maar jij mag vloeken in je betaalde uren …”. Kunnen zij nu echt geen nieuw systeem anno 2009 maken waarbij ze uitgaan van de gedachte dat alles gewoon zonder handleiding moet kunnen? Van pure ellende ben ik zo vlug mogelijk overgestapt naar het (betalende) Unifarm management programma waar al die invulvelden toch overzichtelijk kunnen voorgesteld worden, mits een gewone dosis gezond boerenverstand dan wel.
Ik meld al deze technische problemen in dit Dagboek, omdat ik met heel dit systeem dagelijks te maken heb. Ik realiseer hier op mijn bedrijf een kleine 100 geboortes op een jaar, dat zijn dus al minstens 200 aan- en afmeldingen, voeg er dan nog een paar speciale erbij en nog wat opzoekingwerk, het zal duidelijk zijn dat dit systeem mij in het laatste jaar al heel wat hoofdbrekens en gevloek heeft gekost. Nochtans ben ik mij bewust van het enorme potentieel van heel dit Veeportaal. Er kunnen gegevens doorgestuurd worden naar andere programma’s die ze op hun beurt automatisch kunnen verwerken. Denk maar aan melkcontrole, mestbank, premieberekeningen… Zij weten op vandaag beter wat wij zitten hebben op onze boerderij dan wijzelf.
Stilaan wordt ook duidelijk dat het bezitten van onze gegevens big business geworden is. Daarbij is het een interessante gedachte wie nu eigenlijk de eigenaar is van (onze) gegevens, wie die mag verwerken of beheren. De administratieve last op onze bedrijven is enorm. Maar er is goed nieuws en er is slecht nieuws: het goede nieuws is dat er al veel kan uit handen genomen worden door diverse adviesbureaus , het slechte nieuws is dat de administratieve vereenvoudiging volledig op onze kosten zal afgerekend worden.
Op onze laatste Bedrijfleiderskring zaten we met een tiental boeren samen om de boekhouding en het bedrijf te bespreken, toen was er een jonge boer die in de groep gooide dat hij meer wilde aansturen op een samenwerkingsverband met melkquota ringen omdat hij er zeker van was dat hij geen opvolgers had. De groep reageerde perplex, zijn kinderen waren 4 en 6 jaar. Ik denk dat de toekomst elke dag moet gemaakt worden, en dat je morgen maar vruchten kan plukken van hetgeen je vandaag zaait. Het heeft mij wel aan het denken gezet. Ook bij mij kwam de vraag naar boven: “Heb ik een opvolger?”. Ik ben bijna zeker van wel, ik kan mij onmogelijk voorstellen dat een uitgebouwd bedrijf als het onze dat een frisse blik heeft op de toekomst niet zal overgenomen worden. Maar of dat in eigen familie zal gebeuren? Dat zien we wel. Ik heb zelf nog een paar jaartjes te gaan. En ik moet nog een paar draken de kop afhakken.

Luc Callemeyn

november 10, 2009

Uit het leven gegrepen.

Filed under: Luc Callemeyn — melkbrigade @ 8:33 pm

Voor wie het zich nog zou herinneren: in mijn vorige Dagboek had ik het over de Mestbank die mij een boete toestuurde van bijna 10.000 € te veel. Ik kon daar toen echt niet mee lachen heb hier alle details uit de doeken gedaan. Dat ik geen gangster ben, maar dat ik op het verkeerde moment een terechte actie heb gedaan die me nu nog altijd zuur opbreekt. Het kan een ongelooflijk toeval geweest zijn, maar 3 dagen na het verschijnen van mijn Dagboek in Boer & Tuinder kreeg ik een brief van het hoofd van de Mestbank Dhr Struyf met de boodschap dat men mijn dossier zéér aandachtig zou bestuderen. Verleden week kreeg ik aangetekende bericht dat mijn bezwaar ontvankelijk werd beschouwd en dat ik binnenkort de juiste berekening zou mogen verwachten. En eerlijk is eerlijk, er waren ook verontschuldigingen bij voor de aangedane ongemakken. Wel een beetje goedkoop om zich daar zo mee vanaf te maken natuurlijk, ik vraag mij af als ik een inbreuk zou plegen ten overstaan van de Mestbank ter waarde van 10.000€ als ik er ook met een welgemeende “sorry” zou vanaf komen. Een (gedeeltelijke) kwijtschelding van mijn boete zou ik eigenlijk wel geapprecieerd hebben
Het lijkt wel alsof de zomer een tijdje heeft stilgestaan door de aanhoudende droogte. Alles in het najaar is er vlugger dan verwacht. De graangewassen werden vlot binnengehaald, de oogst van de maïs was aan de vroege kant, koeien en jongvee staan al in de stallen, er is alweer geploegd en gezaaid en straks binnen twee weken is het Landbouwsalon er al weer. Zouden we dat kunnen combineren met de pakjestijd? Als je de organisatoren van Agribex mag geloven is er van doemdenken geen sprake. Ofwel zijn die mannen grote luchtfietsers ofwel hebben ze niet echt een zicht op de agrarische markten, denk ik. Noem eens één sector waar er een fatsoenlijk inkomen als loon voor werk kan verdiend worden? Laat staan dat we dan nog zouden investeren in arbeidsgemak, efficiëntie of milieubevorderende ingrepen. Eigenlijk is het wel echt tegenstellend, de voorlichting vertelt ons dat we op het goede moment moeten investeren, en dat is meestal als de markttendensen laag zijn, dan staan we even later (meestal één tot twee jaar) klaar om geld te verdienen tegen dat het een keer goed gaat. Dit zou ook de moment moeten zijn om ons eens goed bij te scholen en nieuwe kennis op te doen. Helaas, de werkelijkheid van de lopende zaken (en de lopende rekening) dwingt vele gezinnen om nog eens een tandje bij te zetten en wat meer te presteren of wat meer dingen zelf te doen die anders zouden uit handen gegeven worden. Ook de vergaderkalender staat vol met interessante lezingen en bijeenkomsten, maar onze tijd is zo beperkt. Ik kan mij er daarbij zeer sterk aan ergeren dat men een melkveehouder om halfacht of acht uur fris gewassen in een vergadering verwacht. Vanwege steeds groter wordende afstanden zou men dan van ons verwachten dat wij om zeven uur al gedaan hebben met ons werk. Misschien kan dat bij vele anderen, maar bij mij meestal niet. Ik heb er geen probleem mee om vroeg op te staan, en misschien ’s avonds iets later binnen te zijn (rond acht uur is zowat mijn gemiddelde), als de dag dan een beetje kan ingedeeld worden met nu en dan een rustpauze. Vele melkveehouders slaan meer de richting van de automatisering en kiezen voor de robot om de koeien te melken. Wat een prachtig stuk techniek! En wat een uitgelezen manier om de boer meer “quality time” te bezorgen. Het komt mij dan ook vreemd voor dat het net deze mensen zijn die je minder op een vergadering ziet dan vroeger, hoewel ze hun tijd toch anders en beter kunnen inrichten. Andere inzichten? Andere horizonten?
In onze streek zijn een paar opendeurdagen geweest met melkveehouders die hun investering in een prachtige nieuwe stal showden aan het grote publiek. En met recht, wat een mooie en moderne en diervriendelijke bouwwerken. Dit zijn meestal boeren die in de euforie van de hoge melkprijs een toekomstvisie ontwikkeld hebben die mijn diepe respect kan wegdragen. Ik twijfel er echter niet aan dat zij gedurende het bouwtraject, en geconfronteerd met de lage prijzen, wel menige keer in hun haar zullen gekrabd hebben, voor zover zij er nog hebben. Ook wij hebben op ons bedrijf een toekomstvisie ontwikkeld, hoewel wij andere sporen volgen. Waar anderen investeren in vergroting en speculeren op groei zoeken wij het eerder in de breedte en proberen wij de zelfde liter melk op een betere manier te valoriseren. Ik denk niet dat het een kwestie is van wie nu het meeste gelijk heeft in zijn visie, de toekomst zal het uitwijzen. Men moet namelijk doen waar men toe in staat is, elk op zijn best mogelijke manier.
Al moet ik vaststellen dat ik steeds minder haar begin te krijgen , en ik vraag mij af of dit een uiting is van erfelijke factoren, van de leeftijd, of van de …..

Luc Callemeyn

september 4, 2009

Adembenemend

Filed under: Dagboek B&T,Luc Callemeyn — melkbrigade @ 12:00 am

Op een mooie zomerse zondagavond was ik eens bezig aan de paperassen. Dat is niet zo verwonderlijk, tijdens de week zijn we druk aan het werk en dan worden al die enveloppen en papieren al vlug op een stapel gelegd. Zo nam ik ook een brief ter hand van de Mestbank. Weer ergens een toelichting om iets te doen wat we niet graag doen dacht ik. Ik ben niet erg schrikachtig meer, maar toen ik de inhoud van die brief aan het lezen was moet mij een wel erg hoorbare zucht ontsnapt zijn. Krista kwam zelfs vanuit de zetel kijken wat er scheelde. En dat was niet van de poes! Er werd mij een heffing opgelegd die ongeveer 10.000 euro te hoog was omdat ik niet genoeg aan de mestverwerkingsplicht had voldaan … in 2006!
Vele jaren geleden hadden wij als gemengd bedrijf nog varkens op de boerderij. Omdat ons hart meer bij de koeien lag dan bij de varkens hebben wij toen onze stallen verhuurd aan een zeugenhouder die zo met zijn eigen biggen een gesloten bedrijf maakte. Een sanitaire ideale droom dus. Maar toen de mestwetgeving opkwam besloten wij dat de eigenaar van de varkens ook eigenaar van de mest moest worden en zorgen voor de (betalende) mestafzet. Plots kwam echter minister Dua op de proppen die het nodig vond om mestrechten toe te wijzen aan personen, en dat vonden wij in ons geval natuurlijk niet zo juist. In volledige samenspraak met de huurder van onze stallen hebben wij toen die mestrechten op ons laten zetten, maar daarmee beschouwde men ons als overnemer uit een groot bedrijf en zo erfden wij de besmetting van de mestverwerkingsplicht. Ondertussen hebben wij al lang geen varkens meer hier, het andere bedrijf is ook al grotendeels afgebouwd, maar de heffing blijft bestaan. Al vier jaar op rij betaalden wij daar een boete voor van ongeveer 1900 euro, maar dit jaar was men er op de administratie van de Mestbank in geslaagd om ons een verkeerde berekening voor te schotelen van bijna 10.000 euro te hoog. Een mens zou van minder verschieten. Onnodig te zeggen dat dit in deze moeilijke tijden in de landbouw bijzonder ongelegen komt. Maar hoe is het eigenlijk zover kunnen komen dat iemand daar in de Mestbank (enkele tientallen?) verkeerde aangiftes verstuurd heeft? De wegen van de Mestbank zijn ondoorgrondelijk en ik zal het allicht nooit weten.
Toen ik deze heffing kreeg werd het mij gelijk bijna zwart voor de ogen. Eigenlijk dacht ik dat ik door de nieuwe reglementering van die heffing af was. Ik wist al dat die van vroeger 5 jaar ging lopen. En ik dacht dat die ten einde was. Met deze nieuwe heffing dacht ik dat ik nu misschien een nieuwe cyclus ingezet had van 5 jaar. De hoge heffing was dus van 2006. Ik wist al dat ik ook in 2007 en 2008 niet voldoende mest had verwerkt (gewoon omdat ik dat niet verplicht was) dus zag ik dat cijfer van de heffing al vermenigvuldigen met een factor 3. Meteen begon ik aan mezelf te twijfelen over mijn capaciteiten als manager van mijn bedrijf. Had ik iets over het hoofd gezien? Iets verkeerd ingeschat? En zou een stommiteit mij uiteindelijk misschien wel 50.000 euro gaan kosten? Allemaal vragen die mij die avond te binnen schoten. Later bedacht ik wat een minder sterke persoonlijkheid had kunnen doen als hij bijvoorbeeld die avond langs de loods zou lopen en daar een touw zien liggen …. En dat allemaal door een fout van de Mestbank. Boeren vandaag lopen (financieel) op de toppen van de tenen, en voor een administratieve fout aan Mestbank, Sanitel of premies worden zij gestraft met 500 of 5000 euro, het lijkt wel een willekeur. Ik vraag mij af als die verantwoordelijke van de Mestbank voor zijn onbedachte daad zal aangesproken worden? Of misschien zal het zijn chef nooit opvallen.
In ieder geval was ik er nog niet van af. In eerste instantie wilde ik mij tot een bekende politieker wenden die hier en daar wel wat te zeggen heeft. Daarna dacht ik mij een gerenomeerde advokaat aan te schaffen. Eentje die de rechtbank zou binnenstormen en die zou zeggen: “Luistert eens hier jongens, zo zit dat, en maakt dat eens gauw in orde”. Niets van dat alles, ik legde mijn geval uit aan de dienst die ook mijn mestbank aangiftes verzorgt, en die kon mij vertellen dat de Mestbank toegaf een fout te hebben gemaakt. Daarna maakt ik een afspraak met de verantwoordelijke van die dienst heffingen. Er was inderdaad een fout gemaakt, zo vertelde hij. Ik moest nu maar een bezwaar indienen. Ik zuchtte weer. Ik moest dus een bezwaar indienen dat mij handenvol geld zou kosten, terwijl de Mestbank al wist dat ze zelf in de fout waren . Ik ben nogal voor simpele oplossingen, dus stelde ik voor om mij gewoon een nieuwe, juiste heffing te bezorgen, en die vorige, zand erover. Ja, maar dat kon niet want eens een heffing uitgeschreven was moest die ook geïnd worden. Administratie!! Ik mocht dat bezwaar ook zelf en in mijn eigen woorden doen en dat heb ik dan op grond van de eerder medegedeelde gegevens zo goed en zo kwaad mogelijk gedaan.
Nog even de adem inhouden tot er een antwoord komt.

Luc Callemeyn

juni 17, 2009

Land van hoop en glorie?

Filed under: Luc Callemeyn — melkbrigade @ 9:33 am

Het is precies 5 jaar geleden dat ik u hier het verslag bracht van onze reis naar Amerika met onze fokkerijclub Westhoek Holsteins. Ik ben nu net een week thuis van de tweede editie. Waar wij de vorige keer de streek van Michigan en vervolgens Canada bezochten, trokken we nu meer naar het warme zuiden met als start de omgeving van Dallas in Texas en vervolgens New Mexico, Arizona, Nevada en California. Niet alleen het klimaat was er anders (zeer heet), we kwamen ook terecht op de mega-grote bedrijven. Naar schatting hebben wij op onze reis 50.000 koeien gezien en ongeveer 70.000 stuks jongvee. Zo zagen wij bedrijven van 200 tot 10.000 koeien, of ook een jongvee opfokbedrijf met 26.000 dieren van 8 – 23 maand. Niet te geloven allemaal, als je dan met de bus aan het rondrijden bent in de voedergangen en op het bouwblok van een slordige 150 hectaren, loodsen, silo’s en mestopslag inbegrepen. Wat dacht je van een bedrijf waar 7 mengvoerwagens constant voeder aan het bereiden zijn? Of 4000 kalverhutjes waar elke dag 100 à 150 verse kalveren binnenkomen die moeten biest krijgen?
Het was imponerend om te zien, maar tegelijk ook confronterend om te leren hoe men omgaat met de diverse productiefactoren zoals: klimaat, voeder, arbeid, gebouwen en kapitaal.
Het heeft mij verrast dat er zoveel onproductieve oppervlakte is in de VS. Wij hebben ongeveer 6000 km afgelegd met de bus en daarvan was meer dan de helft gebieden met droge prairie, rotsen, bergen of zandvlakten met cactussen. Niet alleen is het daar warm, in de zomer gemiddeld 35-45° met uitschieters tot 50°, er valt ook bijzonder weinig neerslag, tot 300 liter per jaar. Zo zagen we heel veel grote watersproeiers die tot 60 ha in één cirkel konden beregenen, tot 600 liter per vierkante meter. Door de warmte kan men dan wel tot 2 oogsten per jaar hebben (tarwesilage + maïs) maar iedereen vroeg zich af hoe lang zulke roofbouw op het grondwater nog mogelijk is. Het voeder van de grote melkveebedrijven wordt dikwijls van 1000 km ver aangevoerd, liefst zo droog mogelijk om zoveel mogelijk kg ds te vervoeren per vracht. Op de boerderij voegt men dan wel weer water of kaaswei toe voor de smakelijkheid.
De kosten voor gebouwen zijn minimaal, een corral (grote box) afgespannen met staaldraden en een voerhek en in het midden een afdakje voor wat schaduw tegen de verzengende hitte, precies groot genoeg dat alle koeien er onder kunnen. Er zijn dan wel gigantische hoeveelheden ventilatoren die wat luchtstroming moeten teweegbrengen, of ook koudwatersproeiers aan het voerhek. De mest in de corral wordt met de tractor steeds weer verdeeld zodat hij vlug kan opdrogen en die wordt later uitgeschept en verder gecomposteerd en gedroogd voor de akkerbouw. Ofwel wordt de mest uit de loopgangen opgezogen en op een betonvlak verdeeld om te laten drogen. De gangen worden regelmatig gespoeld met recyclagewater van de mestverwerking zodat ook het zand dat uit de ligboxen valt weer kan gerecupereerd worden.
Arbeid is nog steeds vlot beschikbaar in Amerika, en zeker door de huidige recessie is het niet moeilijk om aan goedkope werkkrachten (Mexicanen aan 3-5 dollar per uur) te komen. Kijk dan maar niet te nauw naar hun huisvesting, ik zag krotjes waar je in Vlaanderen nog geen vergunning zou voor krijgen om varkens in te houden. Wat betreft efficiëntie is er nog niet veel veranderd, 1 man doet net als bij ons ongeveer 50 koeien. Op het grootste bedrijf met 10.000 koeien is dit wel 200 man personeel, om dat te leiden moet je niet enkel een goede koeiboer zijn, maar ook een uitstekend manager!
De capaciteiten van de manager komen in deze moeilijke tijd voor de melkveehouderij ook tot uiting in het beheer of aantrekken van kapitaal. Vele bedrijven in de VS staan dezer dagen op de rand van het failliet vanwege lage melkprijs, hoge voederkosten en grote aflossingen. Waar we 5 jaar geleden zagen dat vele bedrijven bezig waren om te verdubbelen of meer, zagen we nu mooie recente bedrijven van ongeveer 2000 koeien die niet volzet waren of die leeg stonden. Het laatste jaar geen vaarzen ingeschakeld, of helemaal failliet. Een volgende confrontatie met het kapitaal wordt de volgende maïsoogst. Veel akkerbouwers zijn voor hun vorige oogst nog niet betaald, en wanneer die nu in juli-aug beslissen om niet te hakselen als voeder maar om hun maïs te dorsen (momenteel voor zeer goede prijzen), dan verdwijnt een groot ruwvoederpotentieel.
Bij onze laatste bedrijven die we bezochten bespeurden wij een zekere kentering. Eentje was zijn bevloeide gronden aan het omschakelen van dierenvoeder naar wijngaarden en amandelnoten, een ander maakte plannen om de bio-melk van zijn 800 koeien te gaan verwerken tot boter en kaas. Tja, ook daar staat de evolutie niet stil.
Ik ben blij dat ik weer terug ben, straks kan ik 3 ha tweede snede gaan maaien voor mijn 75 koeien. Toch weer met de voetjes op de grond.

Luc Callemeyn

april 17, 2009

Innovatie of creativiteit.

Filed under: Luc Callemeyn — melkbrigade @ 7:42 pm

Vorige zomer en deze winter konden we deelnemen aan een reeks van activiteiten van het Innovatiesteunpunt. Daarbij een bemerking: om halfacht ’s avonds een vergadering beginnen, is voor mij als creatieve en hardwerkende mens veel te vroeg. Ik was dus nu en dan wel eens te laat.

Het bezoek aan het heftruckbedrijf Thermote & Vanhalst (boerenzonen!) heb ik gemist, maar even later waren wij er wel bij voor een bezoek aan Gandaham. Met één tussenstap evolueert men van een anoniem goedkoop bulkproduct (varkenshesp) tot een delicatesse met merknaam – met daarbij heel veel toegevoegde waarde. De bedrijfsleider is niet bang om wat aangeboden kansen uit te proberen, ook al horen die niet meteen tot zijn eigen productengamma. Een derde bezoek aan het Distributiecentrum van Colruyt was over heel de lijn adembenemend. Het bedrijf heeft een enorm logistiek apparaat ter beschikking, om honderden tonnen van het fijnste voedsel op de juiste plaats te krijgen. Het indrukwekkendst was de gerobotiseerde inrichting voor groenten en fruit, die de kisten sorteerde die van de veiling kwamen en ze geheel geautomatiseerd opnieuw samenbracht per winkel volgens bestelbon. Van het gegeven dat al dat voedsel eerst primair door boerenhanden is voortgebracht, is nog weinig herkenbaar. En zeker van een eerlijke prijs is niets te merken. In hun verkooppraatje gaan ze wel uit van vaste en langdurende relaties, maar dat weerhoudt hen er niet van om te proberen hun marge te vergroten door te knibbelen op de inkoopprijzen. Onze verkoopprijzen dus.

Deze winter werden ook enkele vergaderingen georganiseerd met daarbij als centrale thema ‘Hoe kunnen we de aankoper het beste verleiden?’ Zo konden we luisteren naar Fons van Dyck, die ons inzicht bracht in de consument en zijn boek Het merk mens voorstelde. Daarna was er een sessie over het ontwikkelen van een sterk merk en de daarbij horende administratieve hindernissen. Een volgende vergadering met spreker Johan Lambrecht behandelde de strategie en missie van het bedrijf.

Enkele rode draden heb ik alvast onthouden. Vooreerst moet een bedrijf authentiek zijn. Dat wil zeggen dat het geen probleem is om te vertellen dat je hetgene wat je (goed) doet al jaren zo doet. Successen in het verleden geven de beste voorspelling van succes in de toekomst. Never change a winning team. Daarbij is het ook belangrijk dat een bedrijf een vastgelegde missie heeft, die aangeeft waar het naartoe wil in de toekomst en waar het voor staat. Elke medewerker moet die missie uitstralen. Bepaal een doel en ga er recht op af. Zijsprongetjes zijn toegelaten, zolang ze de oorspronkelijke missie niet in gevaar brengen.

Hoe meer ik naar dergelijke voordrachten luister, hoe meer ik besef dat wij met zijn allen geweldig goed bezig zijn. Wij boeren zijn toch authentiek? Wij werken al generaties op een bedrijf dat onze voorouders moeizaam opgebouwd hebben. Een boer herken je van op afstand, dat zie je, dat hoor je, en in het slechtste geval ruik je het. We zijn bereid om vast te pakken en we zijn voor 100 procent begaan met ons beroep. De meesten kunnen bijna over niks anders praten. We hebben een duidelijke missie, want we hebben al lang voor ogen wat we willen en gaan tot het uiterste, zelfs als het niet eens zeker is dat er geldelijk gewin aan te pas zal komen.

In heel de reeks van voordrachten heb ik echter het meest bewondering gekregen voor de sector van de siertelers. Zij moeten al drie jaar van tevoren kunnen inschatten wat de markttendensen zullen zijn naar vorm, kleur en aantallen. Vervolgens moeten ze stekken uitplanten, nieuwe ziekten leren bestrijden en een persoonlijke vorm aan hun planten geven. Daarna moet er verkocht worden en moeten ze geheel volgens eigen inzicht een eerlijke prijs bepalen en zichzelf verzekeren dat ze met een betrouwbare handelaar in zee gaan. Een internationale visie is hierbij zelfs onontbeerlijk. Siertelers ontwikkelen zelf hun planten, kruisen en experimenteren en moeten zelfs soms patenten aanvragen op hun creaties, anders is er concurrentie door de buren of zelfs de Chinezen. Heel iets anders dan de melk-, runder-, varkens-, kippen- en akkerbouwsector, die meestal bulkproducten voortbrengen en prijsnemend zijn.

Bij het woord ‘Innovatie’ denkt men meestal aan iets geheel nieuws. Na vele jaren Innovatiesteunpunt van de Boerenbond is het mij duidelijk geworden dat het creëren van een nieuwe landbouwtak niet meteen voor het grijpen ligt. Er is echter een veelheid van gebieden die kunnen doorontwikkelen. Hoofdzaak is dat je heel veel creativiteit aan de dag legt bij de aangeboden kansen. En die zijn er elke dag, we moeten de ogen open houden voor elke nieuwe ontwikkeling. Daarbij moeten we niet kijken ‘wat’ een ander doet, maar ‘hoe’ hij het doet.
Een oud-leraar zei ooit (in het West-Vlaams): “Het geld ligt achter straate, maar je moet het willen en kunnen zien en je moet je bukken om het op te rapen.”

Luc Callemeyn

februari 13, 2009

En de boer, hij betaalde voort…

Filed under: Luc Callemeyn — melkbrigade @ 12:00 am

Elke dag hoor je op radio en TV berichten van grote multinationals die tienduizenden werknemers ontslaan. De eisen die men stelt vanuit de vakbondshoek waren altijd maar gericht op minder werken en meer verdienen en meer consumeren als gevolg. Plots is deze zeepbel uit elkaar gespat, orderboekjes bij fabrieken raken stilaan leeg, werknemers worden werkloos gezet, die verdienen dus nu wat minder en houden de portemonnee dicht voor de extra consumptie uitgaven. Voeg erbij dat de banken aan bedrijven in nood al minder overbruggingskredieten vertrekken (als ze al zelf niet in de problemen zitten) en zo blijft de bal maar rollen. En het einde is nog niet in zicht. Wacht nog maar een maand of drie tot ook de onderaannemers in de problemen komen en tot de bouw misschien helemaal stil ligt.
Het lijkt dan wel of alles en iedereen in crisis is. Vorige week las ik in dit ledenblad zelfs over een voedselcrisis. Hoezo? Was er een voedselschandaal? Waren de prijzen te hoog voor de consument. Neen, de prijzen zijn te laag aan de boer. Jammer genoeg is dit eerder het resultaat van een jojo effect op lange termijn waarbij de prijzen eerst naar boven doorschoten, en nu zitten wij in het diepe dal. Zoveel omwentelingen in de prijzen vragen eerst veel geduld tot alles weer op zijn plooi komt. Een volatiele markt dus.
Was u ook op de Boerenfeesten in de voorbije weken? Het leek wel een echte klaagmuur. Boeren vragen dan vertwijfeld of men dan geen enkele garantie meer kan krijgen als verdienste voor het vele werk. Het antwoord is waarschijnlijk even hard als ontnuchterend. Neen. Als men op vandaag grote fabrieken laat failliet gaan en mensen op straat zet, zal men dan dat scenario tegenhouden voor een handjevol boeren? Voeg erbij dat machtige consumenten organisaties alleen maar uit zijn op goedkope aankoop voor de burgers en ik vrees dat onze verzuchtingen niet in hun plaatje passen.
Maar vandaag zijn er wel bedrijfsleiders wie het water tot aan de lippen staat. Noem mij eens een sector waar het wél goed gaat? Melk? Vlees? Akkerbouw? Varkens? Groenten? Fruit? Sierteelt? Het is dan ook schrijnend vast te stellen dat de crisis alvast geen vat lijkt te hebben op de overreglementering die er heerst voor de actieve ondernemers. Voor alles wat je wil doen moet je dossiers opmaken, zenuwslopende vergunningen aanvragen, en vervolgens controle vrezen. En dat moet je alleen maar doen om te mogen werken. Het kost ons allemaal zo veel tijd en handenvol geld. Want elke reglementering is zo complex dat je er best een specialist bijhaalt die aan een exotisch uurtarief werkt, aan wie je eerst je gegevens moet overmaken, die deze samen met jou op jouw aangifte invult, en dat vervolgens in hun envelop verstuurt met jouw handtekening eronder. Hopelijk is alles juist, maar wees gerust, de rekening komt wel. Het kan geen toeval zijn dat adviesbureaus als paddenstoelen uit de grond rijzen en dat grote bureaus constant nieuwe mensen aanwerven. Weet u dat binnen de twee jaar meer dan tienduizend gewone milieuvergunningen moeten worden vernieuwd? Even rekenen, twee dagen werk per dossier is twintigduizend dagen, driehonderd werkdagen per jaar, dat geeft (hoera!) weer werk aan zeventig mensen. En de boer, hij betaalde voort.
Voortdurend komen er nieuwe aangiftes bij, gelukkig (?) meer en meer op de computer. Bij de uitleg krijg je dan steevast te horen dat het maar vijf of tien minuutjes per dag vraagt om regelmatig bij te houden. Tel je even mee? Managementprogramma, Sanitel, mestaangifte, derogatieregistraties, bankverrichtingen, technische boekhouding, mails en info opzoeken. Ik zit al dagelijks aan een vol uur. Als het goed gaat tenminste. Al ooit eens geconfronteerd geweest met een computercrash? Een falend Internet? Een printer die even niet meewil? Hardnekkige foutmeldingen in een programma? Of gewoon als je zelf een griepje van een week hebt. Opgelet, je mag ook niet meer met een hamer op je vingers slaan, want dan kan je niet meer typen.
Gezelle scheef: “Wie schrijft die blijft”. Bij de overheid zeggen ze: “Wie print die wint”. En ik denk soms: “Als we het allemaal blijven slikken, dan zullen we erin verstikken”. Ik zie in deze rompslomp die op ons af komt véél te weinig de inbreng van de landbouworganisaties en ik vrees dat de overweging dat er weer zitdagen en cursussen kunnen gegeven worden aan de leden misschien soms zwaarder wegen dan het gezonde verstand bij het overleggen, bijsturen én afremmen van deze materie in de ontwerpfase.
Allé vooruit, nu nog een pasgeboren kalf proberen aan te geven, dan is die alvast weer legaal in ons bedrijf.

Luc Callemeyn

december 5, 2008

Sinterklaas kapoentje

Filed under: Luc Callemeyn — melkbrigade @ 12:00 am

Het zal wel een toeval zijn, maar precies twee jaar geleden mocht ik hier ook het ‘Dagboek’ brengen rond de tijd van Sinterklaas. Wie het nog eens wil nalezen kan dit op http://www.mijndagboeken.wordpress.com. Ik had het daar in mijn Sinterklaasbrief over een serieuze Piet die een paar maanden voordien uit de lucht gevallen was. U moet niet twijfelen, ik had het toen over onze voorzitter Piet Vanthemsche. Aanvankelijk werd hij door de boeren met behoorlijk wat argwaan bekeken, maar als ik vandaag in Boer&Tuinder lees waar hij allemaal mee bezig is, dan denk ik dat hij op de goede weg is. Niet in het minst heeft hij de begrippen ‘economisch boeren’ en ‘open ruimte voor landbouw’ weer in het spotlicht gezet. Het kan natuurlijk nog beter. Zo wacht ik nog met spanning op de dag waarop hij net zoals Dina Tersago in Boer zkt vrouw over de Boerenbondleden zal spreken als over “mijn boeren”. Voorzitter, dan kom ik op Agriflanders wel een pint met u drinken.

Een paar weken geleden hadden wij hier dan een stagiaire. En niet zomaar één, maar wel een ambtenaar van het ministerie van Landbouw. Ik heb namelijk wel eens in een ‘Dagboek’ geschreven dat ik vond dat nieuwe ambtenaren op landbouwdiensten maar eens op stage moesten op een écht landbouwbedrijf. Het kan niet anders of onze toenmalige minister van Landbouw Leterme moet dit gelezen hebben. Het is nu een voorwaarde geworden dat wie nieuw is op een landbouwdienst binnen het jaar na indiensttreding een paar dagen moet meelopen op een actief bedrijf.
Onze (supervriendelijke) stagiaire heeft zich uitstekend aan haar taak gehouden. Ze was hier net toen wij de maïs aan het hakselen waren. Aangezien het haar doel was om zoveel mogelijk mensen te spreken die met landbouw bezig zijn, zag ik haar van tractor naar tractor overstappen en ze reed zelfs een hele tijd met de hakselaar mee. Daar had de chauffeur wel plezier in! Maar ook in de kaasmakerij en de zuivelbereiding werkte ze mee, zelfs in de verkoop. De reden was dat er dikwijls veel vragen zijn rond de haalbaarheid en de wenselijkheid van bepaalde projecten op de hoeves. Ik ben er dan ook van overtuigd dat dit een prima actie is om te velde van de sfeer te proeven. Zo zie je als ambtenaar ook eens dingen die je van op je bureau niet kan inschatten. Ik kijk zelfs met spanning uit naar het uitgebreide verslag van deze driedaagse aflevering van “Ambtenaar zkt Boer”.

Over controleurs heb ik het hier ook wel al gehad. En het was in de controle net iets drukker dan andere jaren deze zomer. Eerst hadden wij iemand van de VLM die kwam kijken naar onze waterteller. Ja hoor, gewoon kijken was genoeg. En natuurlijk de meterstand (na tien jaar) eens opnemen, de meter voorzien van een loodje (stel je voor dat ik zou gaan frauderen!) en dan nog met de gps de positie van de boorput bepalen. Liegen kan dus niet meer.
Op een mooie herfstdag kwam hier ook een controleur langs om mijn nieuwste loods op te meten. Ook allemaal met vernuftige gps-apparatuur natuurlijk. Neen, ik moest geen meterlintje helpen vasthouden. Ik denk dat deze controleur ondertussen ook de taak had om eens te kijken of die loods daadwerkelijk een landbouwgebruik had en geen caravans of bouwmaterialen huisvestte of zelfs een stokerij of een cannabisplantage. Het schijnt dat dit allemaal meer geld opbrengt dan zuiver landbouw. Neen, bij mij dus gewoon machines en stro. Mij leek het allemaal niet zo nuttig, maar ik denk dat de controleurs wel doorzeggen aan elkaar dat de koffie hier klaarstaat (voor wie zich eerst wil aanmelden).
Op een maandag viel hier een aangetekende brief in de bus van onze btw-controleur dat hij ons vier dagen later op vrijdag een bezoek wilde brengen, omdat wij zo buitensporig veel btw terugvorderden. Alles klaarleggen van facturen, verkoopboeken, aankoopboek, dagontvangsten, bestelbonnen, plannen, bestekken en offertes van de bouw, personeelsregister en bankuittreksels – en dat van twee jaar ver. Onze haren kwamen recht bij het lezen van al dat fraais. Onze boekhouder Bart stelde ons gerust, de soep wordt niet zo heet gedronken als ze wordt opgediend. En dat was ook wel zo, maar heel gerust hebben we die week toch niet geslapen. Achteraf gezien hebben we meer over de boerderij en de marktverkoop gepraat en over de plannen voor ons nieuwe project dan over iets anders, en de controle van de aankoopfacturen viel al bij al wel mee.
Ook de staalnemer van de Mestbank is langsgeweest omdat wij verleden jaar met 130 kg nitraatresidu veel te hoog zaten, het resultaat was nu 93. De Mestbank zal zeggen: “Dat is net 3 te veel” Ik zou erop zeggen: “Niet slecht gewerkt, dat is toch al 30 procent minder!” Als je op de snelweg 3 km te snel rijdt dan krijg je 25 euroboete. Ik vrees dat deze overtreding mij dit jaar weer honderden euro’s zal kosten.

Ik vrees dat ik vrijdagavond wel weer mijn schoen zal moeten zetten voor de Sint.

Luc Callemeyn

oktober 10, 2008

Als de dag van toen …

Filed under: Luc Callemeyn — melkbrigade @ 12:00 am

“Als de dag van toen hou ik van jou.
Misschien oprechter en bewuster trouw.
Want toch steeds weer is een dag zonder haar,
Een verloren dag, met stil verlangen naar.”

Er hangen weer speciale sferen in de lucht want een paar weken geleden vierden wij onze twintigste trouwverjaardag. Ja ja, al twintig jaar lang; al 240 maanden, 1040 weken, 7300 dagen en 175.200 uren sinds wij op het historische stadhuis van Damme de even historische woorden “Ja, ik wil” uitspraken. Lang heeft onze vrijage niet moeten duren, op een jaar tijd waren wij er al uit dat wij met elkaar het leven wilden delen. Ik geef toe, wij kenden elkaar al zes jaar ervoor en waren op allerlei niveaus en besturen in KLJ actief met elkaar. En op zo’n manier samenwerken, dingen organiseren met lukken en mislukken, zo leer je elkaar beter kennen dan in een discotheek of via een datingsite.
Als de dag van toen
zitten wij tijdens de week weer met zijn tweetjes aan de keukentafel. Onze drie kinderen zijn al half uitgevlogen, eentje zit al op kot en de andere twee op internaat in Brugge en Torhout. Dat is dus druk als ze thuiskomen, en voor ons ook weer rust als ze een week weg zijn. Wij zijn ervan overtuigd dat dit voor alle partijen het beste is: zij hebben alle mogelijkheden om zich volop aan hun studie en vrienden te wijden en wij staan ook niet meer ‘op uur’ om te eten als ze in hun schoolritme zitten.
Als de dag van toen
hebben wij deze zomer onze betonmolen weer een keer goed doen blinken. Net zoals we toen vol plannen zaten en die ook prompt uitvoerden (en soms maar een vergunning aanvroegen als we al een tijdje bezig waren), hebben wij de laatste maanden gevuld (meer dan gevuld) met ontwerpen, vergunning aanvragen, offertes uitschrijven, vertegenwoordigers ontvangen, vervolgens de prijs nog wat drukken, de markt en het internet afspeuren naar goede aanbiedingen, kraanwerk, rioleringen, betonneren, muren plaatsen, schijven, boren, vijzen en siliconen. Noem het maar gerust dat ons vierde kind op komst is; ik hoop wel dat het geen negen maanden meer gaat duren. We zijn al bijna twee jaar bezig met de voorbereidingen op papier en nu zien wij het stukje bij beetje groeien onder onze handen.
Als de dag van toen
moeten wij vechten voor ons inkomen, en de markten worden er steeds grilliger op. Onze ouders zijn gelukkig nog aan beide zijden in goede gezondheid. Zij hebben het geluk gehad in stabiele tijden te boeren en waren bijna zeker van hun inkomen als ze maar hard genoeg werkten. Vandaag is het omgekeerd: wij zijn verzekerd van hard werk, maar zijn niet zeker van een vast (of voldoende) inkomen.
Als de dag van toen
springen wij ’s morgens fluks uit ons bed. Meer nog, ik heb de indruk dat wij nu vandaag soms eerder opstaan dan vroeger. Ik wil ook nog eens toegeven dat het vandaag soms auw en krak en piep is, maar wij zijn beiden nog niet in groot onderhoud geweest. Van op jonge leeftijd ben ik geconfronteerd met een slechte rug, maar dat is er gelukkig niet erger op geworden. Het is zelfs zo dat ik denk dat ik meer een zere rug heb van op een stoel te zitten dan van te werken. In beweging blijven lijkt wel het beste. En als de pijngrens eens duidelijker voelbaar wordt, dan heeft dit wel ergens een reden: onverwachte bewegingen, de maïshoop met banden dekken, of te lang zitten hobbelen op de tractor.
Als de dag van toen
zijn wij bezig met de uitbouw van ons bedrijf. Sommige collega’s van onze leeftijd denken al aan uitbollen. Andere vrienden kochten zich al een huis in het dorp. Wij doen nog een stapje vooruit op ons bedrijf. Zo zijn wij voorlopig niet bevreesd dat het spook van de midlifecrisis plots zal toeslaan of we zijn niet bang voor een creatieve burn-out. Daar zorgt de wetgever wel voor, die legt ons altijd maar opnieuw nieuwe wetten en regeltjes op en tegen dat wij het al een klein beetje gewoon zijn komt er een nieuwe minister en die geeft me er een nieuwe draai aan.
Als de dag van toen
is het leven pas begonnen de dag ná het trouwfeest. ’t Is allemaal wel goed hoor, dat feesten, maar enkele dagen later word je met de werkelijkheid geconfronteerd. Omstreeks deze tijd hebben wij ook heel wat ooms en tantes die een gouden of ander jubileum vieren. Wij zijn bijlange nog zover niet, maar het is toch mooi als je deze oudere koppels ziet, omringd door kleinkinderen en vrienden en met een blij gezicht van zo’n overdosis geluk in het leven. Op internet vond ik dat 20 jaar getrouwd zijn een porseleinen bruiloft genoemd wordt. We zijn dus al flink op weg naar goud, en doen dapper voort.

“Ik tel de dagen die sindsdien verstreken,
Al lang niet meer op de vingers van een hand.”

– Luc Callemeyn

juli 18, 2008

Hoera! Vakantie!

Filed under: Luc Callemeyn — melkbrigade @ 12:00 am

Het schooljaar is zo zoetjesaan ten einde gelopen. Voor onze oudste dochter Lies werd dit gevolgd door de proclamatie van de examenresultaten van haar laatste jaar middelbaar. Alweer maken wij dus volgend schooljaar de stap mee naar een nieuwe grote school. De keuze is gevallen op de historische stad Gent voor een lerarenopleiding. Dat betekent meteen ook dat ze op kot moet. Zo trokken wij enkele weken geleden rond, op zoek met een stadsplan en computerprints in de hand. Overal aanbellen waar een bordje ‘Kot te huur’ uithing. Grappig genoeg waren tientallen andere ouders en jongvolwassenen met net hetzelfde bezig.
Onze jongsten volgen allebei de Sociaal-Technische richting, waar nog wat praktische vorming aan te pas komt. Dat stemt ons tevreden, want het lijkt er de laatste tijd steeds meer op dat er een tekort is aan mensen die nog eens de handen uit de mouwen kunnen steken.
Wat dat laatste betreft, proberen wij ook steeds een educatief steentje bij te dragen door onze kinderen te leren wat werken is. Kinderarbeid? Nee hoor, laten wij het uitdrukken als ‘gewoon meelopen met vader en moeder’ en dat is het. Neen, het is natuurlijk meer dan dat. Wat bij jonge kinderen eerst onschuldig lijkt op meelopen met de ouders, wordt in werkelijkheid het opknappen van allerlei kleine karweitjes. Zo kunnen ze bij het koeien melken al vlug een nieuwe serie koeien in de melkstand jagen, of koeien bijhalen uit de stal, ondertussen misschien de ligboxen reinigen en de waterbak leegmaken. Als ze wat groter zijn, kunnen ze al eens afnemen of speendippen en nog wat later al eens aanhangen, of – als vader ‘toevallig’ eens wat langer wegblijft – het melken al eens voortzetten. U voelt het al, onze kinderen moeten bij ons goed ‘hun steke staan’ bij de dagelijkse werkzaamheden. Maar veel zeer doet hen dat niet. “Er is nog niemand dood van werken”, zegt mijn moeder dan.
Ach, zo eenvoudig is het allemaal niet. Jongeren van die leeftijd hebben andere, zeer drukke bezigheden die hun aandacht vragen, zoals daar zijn computer, msn, shoppen, een boek lezen. En als wij dan met die stomme werkjes afkomen, dan is er soms wel eens heibel. Beschaamd zijn we daar niet voor, want wij weten wel dat kunnen werken een zeer nuttige eigenschap is. Waarom worden boerenkinderen overal eerst gevraagd? Omdat ze doorzicht hebben, iets praktisch kunnen oplossen (gezond boerenverstand!) en bovenal niet bang zijn om nog eens door te trekken als het nodig is. Met al die ambetante werkjes die ze bij ons al hebben moeten doen, zijn wij toch al zover geslaagd dat wij met een gerust gemoed al eens een nachtje kunnen wegblijven bij een of andere reis en dat bevalt ons ten zeerste. Zo kunnen onze kinderen al helemaal zelf de koeien melken en de melkmachine reinigen.
Dit jaar zijn we eigenlijk een beetje stout geweest: we hebben heel onze vakantie in eigen huis geboekt. Als topper hebben we ons dan nog een vrij groot en intensief bouwwerk gepland en daar zijn we nu volop mee bezig. Vandaag (dinsdag) werd de helft van het beton gegoten en woensdag de rest. Zeer actueel dus, dit dagboek.
Voor dergelijke bezigheden zijn kinderen en jongvolwassenen ook altijd welkom. Er zijn heel wat kleine werkjes die zij kunnen doen, al is het maar om de meter te helpen vasthouden, stenen bij te zetten, materialen te halen of gewoon zo nu en dan te zorgen voor een drankje en een versnapering. Gewoonlijk maken ze er al een heel drama van als we nog maar afkomen dat ze iets zullen moeten doen. Meteen zien ze al dramatische taferelen voor zich van een hele dag helpen en ongelooflijk zware arbeid, maar naderhand blijkt het toch veelal leuk te zijn geweest om te mogen helpen met papa of mama. Ach, ze trekken wat tegen. Het is als een jong paardje: als je ze voor de eerste keer in het werk steekt, spant het gareeltje nog wat. Het rare is dat ze dan altijd afkomen met het argument dat andere kinderen helemaal niks hoeven te doen, maar bij navraag aan de betrokken ouders horen die precies hetzelfde verhaaltje.
Even terug naar ons bouwproject, wij zijn precies 17 dagen geleden begonnen uit de grond te bouwen en nu ligt het beton er bijna in. Tel daarbij op dat wij alles zoveel mogelijk zelf ontwerpen en uittekenen en ook nog klaarmaken, dan begrijp je wel dat de laatste weken zeer intensief gevuld waren? Ja, hier is wat werk verricht. Tot op het onmenselijke eigenlijk, want wij wilden de vloer erin net voor het bouwverlof.
Ook Krista doet een bijzondere bijdrage, naast haar activiteiten in de melkverwerking en kaasmakerij. Zo melkt zij de laatste tijd zoveel mogelijk de koeien en helpt ook in de bouw waar ze kan. Maar ze moet er wel wat voor over hebben natuurlijk, want eigenlijk ben ik bezig om haar een mega-indoorspeeltuin te bezorgen – een kaas- en melkthemapark dan wel.
– Luc Callemeyn

mei 29, 2008

De ochtendploeg heeft het werk neergelegd

Filed under: Luc Callemeyn — melkbrigade @ 9:11 am

Verleden week was heel Vlaanderen nog in de ban van de aangekondigde mega-treinstaking. Eigenlijk ging het effect ervan helemaal verloren, want iedereen was veel te goed voorbereid. Nu had niemand er nog wat pijn aan en de media konden niet uitpakken met schrijnende berichten van kwade, gestrande treinreizigers. Neen, iedereen ging met de fiets of zat lekker thuis en ging eigenlijk akkoord met de inzet van de actie.
Koopkrachtvermindering is nu het modewoord geworden. Na het duurder worden van de olie, de voeding en de ijzer- en bouwgrondstoffen, begint iedereen het zowat te voelen dat er niet eindeloos in de portemonnee gegraaid kan worden. Ook de media hebben dit nieuwe virus opgenomen in hun berichtgeving en laten geen gelegenheid voorbijgaan om nog wat meer zout op de wonde te leggen.
En kijk, er zijn oplossingen genoeg. Laat de regering het maar oplossen, zij zijn toch de oorzaak van alle kwaad. Of de werkgevers, die moeten maar wat meer loon uitbetalen, da’s toch zo simpel als wat? Of de warenhuizen, laat ze maar wat bekvechten en prijzenstunten, met algemene inzet tegen het dure leven. De reclameblaadjes liegen er niet om. Of toch wel? Of de producenten van voeding, die zorgen dat de maag begint te knorren omdat de frieten te duur zijn in de LasagneHut of de McQuick. ’t Is toch overdreven dat de boeren weeral klagen dat ze te weinig krijgen voor hun varkensvlees! Weet je wel wat dat kost in een bereide schotel? Of een biefstuk, of bizonvlees, of ik weet niet wat allemaal. De koopkrachtvermindering is eigenlijk een woord dat uitgevonden werd door de vakbonden en door de media verdraaid werd tot koopkrachthysterie, maar ik noem het eerder een koopkrachtdesoriëntatie.
Weten de consumenten eigenlijk nog wel een onderscheid te maken tussen wat nodig is, wat nuttig is en wat overbodig is? Kijk eens bij de kassa in de warenhuizen wat daar naar buiten gaat. Zóóó noodzakelijk allemaal, maar binnen de vijf jaar moet het allemaal naar het containerpark. Is het wel zo nodig om in de winter naar Oostenrijk te gaan skiën, met gevaar om poten en oren te breken (maar dat is niet erg, want hun baas heeft hen goed verzekerd), met Valentijntjesdag een citytrip naar Barcelona mee te pikken en in de zomervakantie met hun kont naar de zon te liggen draaien in Turkije? “Het leven is zo duur, meneer”, zei die vertegenwoordiger en hij stapte in zijn grote door zijn baas betaalde Mercedes-met-tankkaart. In Test-Aankoop stond een tijdje geleden de Beste Koop van breedscherm plasma-tv’s voor 1600 euro. Dat is voor heel wat mensen meer dan een maandloon! Maar dan kan je het wel écht breed zien. Een gsm kost (bijna) niks, maar die abonnementen of kaarten, tel ze maar eens op in een gezin! Een gewoon goed digitaal fototoestel kost meer dan 300 euro en is na twee jaar niet meer te herstellen – uit de mode en vervangen door een nieuw model.
Mijn buurman is al iets ouder dan ik en hij heeft het altijd voorspeld: “De mensen gaan de boeren maar beginnen te waarderen als ze eens honger krijgen of bij oorlog.” Zou dit moment dan nu aangebroken zijn? Krijgt men al een beetje waardering voor ons beroep? Voor de varkenshouder met zijn zere rug die hele dagen in fijn stof werkt? Voor de melkveehouder die op de onmogelijkste uren van de dag (van ’s morgens om zes uur tot ’s avonds om acht uur) de koeien melkt? Voor de groenteteler die in weer en wind met zijn bult in de lucht staat? Of voor die akkerbouwer die lange uren op zijn luidruchtige rammeltractor moet doorbrengen om de oogst binnen te krijgen? Ik weet het niet, maar ik denk dat we op een omslagpunt zitten. Ofwel gaat men ons liefdevol omarmen en zeggen dat wij het toch goed doen, ofwel gaat men ons nog wat meer proberen uit te wringen door het opleggen van lagere prijzen of strengere wetten.
Tja, misschien wordt het wel eens tijd dat ook wij het werk neerleggen. Stel je voor dat dit morgen in de krant zou staan: “Er is al de hele week op geen enkel landbouwbedrijf enige activiteit te bespeuren. De poorten zijn gesloten, er hangen blauwe en gele vlaggen. De dieren staan hongerig te brullen in de stallen. De mest loopt over het erf. Er wordt niet geoogst. De melk loopt uit de uiers van de koeien en de groenten staan te rotten op het veld. De slachterijen ontvangen geen varkens en geen runderen; het personeel is technisch werkloos naar huis gestuurd. De winkels worden niet meer bevoorraad, de rekken zijn leeg. Aan de hoevepoort staan tientallen hongerige consumenten op zoek naar een hompje eten. Het kernkabinet komt bijeen om dit probleem op te lossen, premier Leterme wordt vooruit gestuurd om te bemiddelen, want dat is nog een beetje een boerenvriend. Het land en heel Europa zijn in crisis. De enige oplossing zou zijn om de boeren meer te betalen voor hun grondstoffen, maar dat wil niemand toegeven.”

Zo, misschien kunnen wij dan ook eens een ochtendje doorslapen, zalig nietwaar? Alhoewel, als daar maar geen ‘ongelukje’ van komt …
– Luc Callemeyn

april 3, 2008

Over naar plan B

Filed under: Luc Callemeyn — melkbrigade @ 9:35 pm

Ik was al enkele weken aan het studeren op een pikant verhaal. Wie Boerenblog een beetje volgt, zal wel weten waarover. Ik twijfelde nog steeds of ik alles zou brengen zoals ik van plan was. Helaas, voor één keer heeft mijn zelfcensuur moeten ingrijpen en het verhaal zal (voorlopig) niet gepubliceerd worden. Ik ben genoeg bij machte om bepaalde mistoestanden uit te brengen en neer te schrijven. Vraag blijft altijd of het nodig en verantwoord is dat IK dat allemaal doe. Het besluit is genomen, het ‘Dagboek’ blijft hier (voorlopig) binnenskamers. Of misschien dat men ooit zoals bij Hugo Claus in een theater voorleest uit mijn eigen werk, ik zal het allicht niet meemaken.
Ook op een bedrijf moeten wij flexibel zijn en ons zo dikwijls aanpassen. Niet alleen het weer is een onberekenbare factor, ook de prijzen en onze afnemers zijn soms wispelturig. Over het algemeen geldt dat wie zekerheid wil niet het allerhoogste inkomen zal behalen. Toch zijn enkele zekerheden onontbeerlijk om de normale bedrijfsvoering te laten doorgaan.
In de melkveesector zijn in de nazomer bijna ware revoluties ontstaan, waarbij jarenlange afspraken en vaste relaties aan de kant zijn gezet voor kortstondig denken en snel geldgewin. De langere termijn zal moeten uitwijzen of er verstandige beslissingen zijn genomen. Hoewel ik wat behoudzamer ben en mezelf als een voorlopige blijver beschouw, heb ik respect voor diegenen die de sprong in het onbekende wagen. Een ondernemer zet altijd stappen, soms is het een grote vooruit, soms een stap op de plaats, soms een stapje zijwaarts. Toch is het belangrijk om stappen te zetten, anders groeit men vast. Ik hoorde ooit het gezegde dat het niet aan iedereen gegeven is om over de Kemmelberg te kunnen fietsen. Maar dikwijls is er ook een pad omheen, dat duurt wat langer, maar misschien doet het minder pijn. Alle stappen samen echter geven een golf aan waarin de sector zich beweegt, en dat zal zich vertalen in een evolutie.
Wij blijven hier op ons bedrijf ook niet bij de pakken zitten. Ik ben er nu bijna vijfenveertig en als het wat meezit (of tegenzit) heb ik nog een vijftien à twintig jaar te boeren. Dit bepaalt ook ons denken over wat wij in de nabije toekomst willen. Momenteel gaan wij ervan uit dat alles wat wij nu nog doen, moet kunnen dienen voor onze carrière. Vandaag kunnen wij dus nog investeringen plannen en voorzien om af te schrijven. Over vijf jaar kan dat misschien anders zijn, dat weten wij nu nog niet.
Een grote uitbreiding in omvang zien wij niet zo direct zitten, dat zou ook op veel vlakken grote en dure aanpassingen vragen. Anderzijds willen wij wel de meerwaarde van de producten die wij nu al hebben nog verhogen. Jaren hebben wij hard gewerkt om onze naam bekend te maken en tegelijk ook te verbinden aan een bepaald kwaliteitsimago. Niet dat we dat nu willen achterwege laten, maar wij vinden dat het nu wel eens tijd wordt om daar de vruchten van te plukken. Daarom denken wij om in de toekomst die troeven nog te intensiveren en nog meer uit te spelen. Hoevebezoeken, winkelactiviteiten, kaas maken en verkopen aan de consument, dit zou wel verder uitgebouwd mogen worden.
Helemaal logisch is dit niet. Velen die dit horen, zijn wel enthousiast en dromen nog van een verbredingssector die duidelijk in de lift zit, maar de harde waarheid is soms wel anders. Van de vele honderden cursisten die ooit een opleiding hoeveproducten hebben gevolgd, zijn er in onze provincie maar een tiental degelijke en toekomstgerichte bedrijven overgebleven. Struikelstenen zijn meestal de hoge investeringskosten, de productbewerkingen, de strenge normen voor voedselveiligheid en procesopvolging maar vooral de eis naar de bereidheid om klaar te staan voor de consument op het moment dat hij/zij met geld in zijn handen staat te zwaaien. Ik hang soms wat rond op zoekertjessites van het internet zoals ‘Tweedehands’, ‘Kapaza’ en ‘Hebbes’, en om de zoveel weken zie ik daar weer een inventaris van een (hoeve)ijsbereider opduiken van ongeveer acht jaar oud. Typisch eigenlijk, maar jammer voor de verloren investering. Dan denk ik stilletjes: “Kijk, weer eentje die we overleefd hebben.”
Sinds een paar maanden staan alle dagboeken van alle schrijvers ook op het internet onder een blog, net zoals Boerenblog. Wel leuk voor wie nog eens een dagboek van een paar weken geleden wil herlezen. Niet onverwacht hebben al bijna 5000 bezoekers deze site gezien. Sommigen komen vanaf de Boerenbondsite, anderen vanaf Boerenblog, of velen hebben al een vaste link staan op de computer. Nieuw is ook dat lezers commentaar kunnen geven, dit lijkt me een goede aanvulling. Ook eens benieuwd?
www.mijndagboeken.wordpress.com . Maar voorzie wel een lange avond, want dat kan toch even duren …

– Luc Callemeyn

januari 17, 2008

Herinneringen, aan zoveel mooie dingen …

Filed under: Luc Callemeyn — melkbrigade @ 3:13 pm

Dit is een historisch Dagboek, beste lezer, en u mag het meemaken.
Dit is mijn vijfentwintigste in de rij.
Jaja, de tijd gaat snel.
Ik zal niet meer herhalen wat ik al allemaal heb neergeschreven, daar zijn andere plaatsen voor (vb. op Internet) om dat terug te vinden. Ik blik echter tevreden terug naar de voorbije periode. Het was leuk om voor u te schrijven, en nog leuker om heel af en toe een reactie te horen.
De laatste Dagboeken krijg ik echter wat tegenwind. Ik schreef over Portugal, volgens mij te warm en te droog, en nog een paar opmerkingen, en kort daarna leek het wel of ik heel agrarisch geëmigreerd Portugal op mijn dak kreeg. Daarna plaatste ik de boer als actieve marktkramer, en ik schreef ook over de melkprijs en de melkfabrieken, juist toen er wat rumoer rond bepaalde acties was in Aalter. Ach, wat was ik veel te braaf, zei men me toen, ik moest rebelser zijn, meer op mijn strepen staan, een voorbeeld voor de sector. Mijn oren ja. Als ik schrijf over de afnemer van mijn hoofdproduct en leverancier van mijn hoofdinkomen, dan wil ik dat wel met respect blijven doen, zodat ik nog iedereen in de ogen kan kijken.
En toen ik over “project zoekt boer” schreef heb ik allicht enkele wenkbrauwen laten fronsen, evengoed kreeg ik van betrokkenen uit verwante sectoren te horen dat ik alles correct had beschreven.

Maar goed, een Nieuw Jaar, een nieuwe start.
Ik heb me voorgenomen om niet meer zuur te schrijven.
Vanaf nu kijk ik alleen maar naar de mooie dingen.
Zo had ik het geluk (?) om dit weekend eens mijn overvolle dossierkast te kuisen.
Kijk, het maakte mij zeer blij om een hele hoop papier te ruimen en naar het containerpark te brengen. Mestbankaangiftes vanaf begin de jaren ’90, vergunningen die allang niet meer geldig zijn, Sanitel papieren voor varkens die ik allang niet meer heb, of voor runderen die allang verkocht zijn naar de Mc Donalds, een bezwaarschrift tegen een natuurgebied in onze gemeente dat er uiteindelijk niet gekomen is.
Kilo’s papier heb ik zo uit die dossierkast gehaald. Burenregelingen die ik al zeven jaar spaar tegen dat niemand ze komt bekijken, toelichtingen bij de premieaanvraag van 80 bladzijden die nog nooit iemand heeft ingekeken, projectaanvragen die me de helft van mijn grijs haar hebben bezorgd.
Het was met groot plezier dat ik eindelijk ook de heffing mestverwerking heb kunnen weggooien, het heeft me 4 jaar lang ongeveer 1900€ (per jaar) gekost aan boete, terwijl ik al mijn mest correct had afgezet, maar ja, zo maakte ik Vera Dua ook blij, en dus iedereen tevreden, ook Natuurpunt en andere goeroes die de centen hebben opgesoupeerd.
Ik heb ook wat muffe wetteksten weggegooid, onder andere over het produceren, verpakken, bewaren, verkopen van hoeveproducten, maar het mag geen naam hebben, een hoopje van amper 10 cm waar Boudewijn en Albert II met de glimlach hun naam hebben ondergezet. Wees maar gerust, ik heb ze nooit gelezen.
Al jaren spaar ik offertes, bestelbonnen, ontledingen, voederrantsoenen, perceelsfiches, graskalenders, sproeistof toepassingen. Het zou je ooit als boer maar eens kunnen overkomen dat iemand stroomafwaarts een claim naar je toestuurt. Het was een heel mooie verzameling, maar toen ik er ooit een andere boer naar vroeg had hij precies hetzelfde. Ik die dacht dat ik iets unieks had.
Naast enkele plannen over een Aquafinproject om riolen te leggen door onze weiden en landerijen (met gratis overstort van de gemeente) vond ik hier ook nog enkele akten van de notaris, zo met een lintje eraan. Even doorsnuisteren bracht aan het licht dat er wel meer akten van lening tussen zitten dan andere, maar het goede nieuws is dat van de meeste al het grootste deel van hun looptijd is verstreken. Het bezorgde mij een grote smile op het gezicht.
Meer problemen had ik met de Identificatiekaart, overeenkomst met de dierenarts, landbouwtelling en provincie belastingen. Waar leg je dat eigenlijk. Tenslotte heb ik ze met de ogen dicht weer in een la geduwd waar ze al jaren liggen te liggen, geen mens die er ooit naar vraagt. Maar betalen moet je wel.

Kortom, ik heb een prachtig weekend achter de rug.
Zoveel mooie herinneringen die bij me opkwamen, maar, laat ons duidelijk zijn, wel nadat ik al die muffe dossiers weer opgesloten heb, toen voelde ik me pas goed.

Ik heb toen een kloek besluit genomen.
Na vijfentwintig Dagboeken is het goed geweest.
Daarom doe ik , met toestemming van de redactie, nog eens een potje van vijfentwintig erbij.

Luc Callemeyn.

november 15, 2007

Project zkt boer

Filed under: Luc Callemeyn — melkbrigade @ 1:21 pm

Opgemaakt 12 nov 2007

Zo’n jaar of vijf-zeven geleden werd er beslist dat het platteland wat meer aandacht verdiende. En kijk, daar wonen zowaar de boeren. Dus werden die onder impuls van toenmalig minister Dua aangespoord om de burger iets te doen beleven op het platteland.
Tonnen subsidies werden uitgetrokken om meer landbouwgebieden aan te kopen. Er kwamen projecten om boeren aan te zetten tot hoevetoerisme, tot groenaanplanting, tot hoeveproductie, tot landbouweducatie, tot zorgverstrekking. Ik herinner mij in 2002 een voorstellings vergadering voor het Brugse Ommeland waar wel een paar tientallen boeren aanwezig waren. Iedereen op zoek wat men voor het platteland kon betekenen (of om te kijken of er geen massa subsidies uit de lucht zou vallen). Ik meen dat er toen 1,5 miljoen € beschikbaar was over 6 jaren binnen dit project. Domper was wel dat er geen rechtstreekse subsidies zouden gegeven worden. Bij de volgende denk-vergadering waren we dus nog met zeven, en erg luxueus, er was een moderator (die niks opschreef), en een secretaresse (die geen woord zei). De nieuwe overlegkultuur dachten wij toen. Er werd ons een lelijk logo opgedrongen, er werd uren vergaderd over het huishoudelijk reglement waarin de toelatingsmodaliteiten werden gepreciseerd. Uiteindelijk deden we verder met een 15-tal zelfzuivelaars maar jammer genoeg was er naast de jaarlijkse algemene vergadering weinig dynamiek in de begeleiding, en van netwerkvorming was al helemaal geen sprake. Onder strikte voorwaarden was wel eens een projectje met wat subsidie mogelijk, wij hebben er zelf ook eens aan gewerkt. Het heeft mij bloed, zweet en (bijna) tranen gekost om het project op te stellen, om het goedgekeurd te krijgen, en om dan nog eens aan de toegekende subsidie te raken, later kreeg ik Europese controle erbovenop.
Het is niet echt aan mij besteed, heel dat circus van die administratieve molen, en volgens mij is dat ook de doodsteek voor vele van die projecten.
Ik heb het dan evengoed over projecten binnen landbouwonderzoek, studiediensten of begeleiding. Hoe is zo’n project meestal opgebouwd? Er moet voordien een uitgebreide omschrijving gemaakt worden van de inhoud, het beoogde doel, de middelen, de tijdslijn, een samenstelling van de kosten/baten analyse. Wanneer het project van start gaat moet de medewerker van dienst zich eerst inleven in de materie, dit duurt ongeveer 2 à 3 maanden, afhankelijk van de technische inhoud, de wetgeving, de medespelers in die branche. Daarna wordt het project in vorm gegoten met een huishoudelijk reglement. Eindelijk zijn we dan aan de actieve werving, laat het ons uitdrukken als “projectleider gaat de boer op”. Er volgt een periode van kennismaking, van gewenning, en algauw zijn er enkele gegadigden die in het project willen meestappen. Er komt wel iets van in de pers, er wordt een brochure gemaakt, een lijst van deelnemers. Er komt zelfs iemand op het lumineuze idee om er een website van te maken, bijvoorbeeld http://www.projectvoorboeren.be en hop, iedereen kan een fiche invullen, wat foto’s plaatsen, de webmaster doet zijn werk, en dan staat het project al online. Proficiat! Wie zichzelf een beetje respecteert lanceert ook een Nieuwsbrief, een jaarlijkse verplichte vorming, een receptie en een uitstapje. Uren wordt er vergaderd, liters koffie worden gedronken. Eenmaal het project goed loopt is er al bijna een jaar of twee voorbij, en dat is meestal ook de levensduur ervan. De laatse maanden kan het wel wat afvlakken. De eerste voorlopers zijn al meegestapt en de anderen laten zich niet gemakkelijk over de streep trekken, en de projectleider is eigenlijk al weer enthousiast aan het werk aan het ontwerp van het volgende project waarna …. Of hij/zij is al weggekocht door de privé.
Ik wordt daar allemaal zo verschrikkelijk moe van. Niet dat elk van die projecten op zich niet interessant zijn, maar teveel is trop, en trop is teveel. Ik noem er enkele op waar wij bij aangeloten zijn: Brugse Ommeland, Belgische Kazen, Fermweb, Hoeveproducten, Hoeveproducten W Vl, Het beste van bij ons, Innovatiesteunpunt, Melk4kids, Met de klas de boer op, Onthaal op de boerderij, VLAM, ….
Ooit was er een project van de provincie waarbij boeren 25 € kregen om een klas te ontvangen. Eindelijk eens een beetje vergoeding om educatie te verzorgen op de boerderij terwijl mijn collega-boeren dapper op hun land aan het werk zijn? Mis hoor, een jaar later werd 30 € subsidie rechtstreeks aan de scholen gegeven. Aan de boer iets geven kan niet. Aan een school wel. Is dat dan boerengeld besteden aan scholen?

Ik wil nog eindigen met een doordenker: wij hebben 15 jaar keihard moeten werken om een meerprijs te realiseren voor onze melk, door de melkverwerking, door onze educatieve opstelling, en door vallen en opstaan. Dezelfde melkprijs is in 3 maanden tijd evengoed bereikt door een beetje tekorten en door de marktwerking.

oktober 17, 2007

Als marktkramer zijn we (niet) geboren.

Filed under: Luc Callemeyn — melkbrigade @ 8:17 pm

Net op deze dag dat ik dit artikel zit te typen zijn wij negentien jaar getrouwd. Toen we in 1988 pas overgenomen hadden was er enig tumult op de melkmarkt want er kwam een kaper op de kust. Het argument van deze ronselaar voor de Hollandse concurrentie was eigenlijk vrij eenvoudig: “een nieuwe boer op ’t hof, een nieuwe melkerij mét een hogere prijs!” Het klonk vrij aanlokkelijk, wij zijn er echter niet in meegestapt. Wij houden nogal van een goede verstandhouding met onze vaste relaties. Toch heeft het ons niet tegengehouden om daar eens, met succes, op tafel te kloppen.
Vandaag zit er blijkbaar meer dan één hond in het kegelspel. Het lijkt wel of er geen einde komt aan het opbod tussen melkerijen en opkopers om toch maar aan die gouden liters te geraken.
Wij boeren zijn dat nog helemaal niet gewoon. Wij bevonden ons in een unieke situatie dat wij in veel gevallen een product leverden, en pas nadien een prijs uitbetaald werden. En, laten we eerlijk zijn, zo slecht hebben wij het daarmee niet gehad. Jarenlang konden wij met enige zekerheid de fluctuaties van de markt wat inschatten, en zelfs de grootste doemdenkerij die ons jarenlang werd voorgehouden dat de melkprijs nog 5 cent ging dalen en de slogan “dat we blij mochten zijn dat onze melk altijd zou verzekerd zijn van ophaling” werd geslikt als zoete koek. Meer nog, het weerhield ons als ondernemers niet om nog flink te investeren in melkquota’s.
Op vandaag zijn vele melkveehouders wel kort van geheugen, maar ik wil het wel even helpen opfrissen. Hoe lang is het geleden dat enkele kleine melkfabriekjes plots zonder boe of ba de melkophaling stopten wegens niet meer rendabel? Hoe lang is het geleden dat een grote fabriek met tederheid onder de vleugels van de grote coöperatie werd genomen en dat alle melkleveraars geholpen hebben om die put te vullen? Hoe lang is het geleden dat een coöperatie in Nederland failliet ging, en dat de melkveehouders die mede-eigenaar waren nog mochten de schulden helpen betalen?
Enkele maanden geleden nog stonden wij met boeren op de bres voor een fatsoenlijke melkprijs in de supermarkt, maar het gevaar kwam niet altijd van uit de richting van de prijsbewuste inkopers, soms hadden wij meer last van onder de prijs kruipende collega’s uit omringende landen. En, Eddy Leloup heeft het ons altijd voorgehouden:”Melkveehouders, vergis u niet van vijand!”.
Vandaag lijkt het echter belangrijker om ons te omringen met “goede vrienden” in de handel. Van alle kanten staan opkopers met verschillende achtergronden te dringen naar onze gunsten. Zolang het allemaal duurt natuurlijk, ik zou het niet mogen bedenken om een paar maanden melkgeld met de noorderzon (letterlijk dan) te zien verdwijnen. Op dat vlak lijkt het mij een bijzonder goede uitdaging voor de landbouworganisaties om de boeren daarin te begeleiden. Moeten zij dan enkel zorgen voor de allerhoogste melkprijs? Ik denk het niet. Want dan sturen zij bijvoorbeeld de mestkalverhouders regelrecht naar het faillissement. Neen, volgens mij moeten ze de markt scherp helpen in de gaten houden wat er gebeurt, wat de mogelijkheden zijn en boeren helpen en ondersteunen bij het afsluiten van goede contracten. Dit lijkt me één van de basisbeginselen van de boerenorganisaties, maar op vandaag heb ik er nog maar weinig van gemerkt.
Want zeg nu zelf, wat beloven de nieuwe opkopers?” Wij garanderen een hogere prijs maar geven geen enkele garantie!”
Laten wij het maar aan elkaar toegeven, van marktinzicht en handel op hoog niveau hebben wij als boer nog maar weinig kaas gegeten, het zit niet echt in onze genen. Bij veel boeren wordt de tank in drie dagen vol gemolken, ’s nachts opgehaald door een onbekende chauffeur die de opgezogen liters netje op een kaart voor je schrijft, en drie weken na einde van de maand komt er een bedrag op de rekening. Als er geen problemen zijn komt de vertegenwoordiger van de melkfabriek niet meer dan één keer per jaar bij je langs, en meestal is dat nog voor een formaliteit.
Maar, nu gaan we het allemaal veranderen, we hebben lang genoeg op het rond punt gereden, nu gaan we eindelijk eens afslaan. Pas op voor wie in dat geval de populaire discussies en hitsigmakerij met blinde kop volgt net zoals met de GPS. Je zou wel eens in een zandweggetje kunnen vastraken.
Je hebt het in dit artikel allicht al kunnen afleiden, ik wil graag verder doen met mijn vertrouwde relatie. Als ze hun verstand gebruiken natuurlijk.
Ik refereer even naar mijn eerste zin. Ik ben tenslotte toch ook al negentien jaar getrouwd. In lief en leed, nog altijd met dezelfde vrouw.
“Want”, zegt ze mij soms fijntjes, “je kan je toch niet verbeteren …”

Link naar Dagboek 23 op Boerenblog

Portugal, land van melk en ….droogte.

Filed under: Luc Callemeyn — melkbrigade @ 8:14 pm

Verleden week had ik het genoegen om mee te gaan met de jaarlijkse meerdaagse studiereis van Melkveeclub Westhoek Holstein. Verleden jaar was Krista mee naar Ierland, dus was het dit jaar mijn beurt.
Hoewel Krista alle taken van het melken en kalveren voeren op zich nam (soms tot net voordat ze naar de markt in Brugge vertrok) zijn er nog tal van zaken te regelen voordat een boer van zijn boerderij wegkan. Zo heb ik de laatste avond nog een tiental koeien drooggezet, dat waren er dan toch al zoveel minder om te melken.
Reizen is wel leuk, jammer dat die vervelende tijd op en rond het vliegtuig daar altijd bij staat. Maar eens we voet op Portugese bodem gezet hadden konden we weer ons hartje ophalen want meteen reden we naar ons eerste melkveebedrijf. Oorspronkelijk was dit bedrijf opgezet als (Havep) fokbedrijf, nu was dit geëvolueerd naar enkel nog economisch produceren. Meteen werd duidelijk dat dit de doelstelling is van de melkveehouderij in Portugal.
De meeste bedrijven die we bezochten waren van Nederlandse origine en hadden ongeveer 200 – 300 koeien. Volgens de bedrijfsleiders is dit de schaalgrootte waar men met 2 à 3 personeelsleden behoorlijk goed kan ronddraaien. Zijn er minder koeien, dan werkt het personeel minder efficiënt, zijn er meer dan moet serieus geïnvesteerd worden in melkcapaciteit en personeel. De echte Portugezen zijn niet erg werkzaam, vertelde men. Dat is goed te begrijpen, want de slimme Portugezen trekken naar het buitenland en verdienen een veelvoud van wat op de boerderij te verdienen is. Dus wat overblijf dat zijn de minder werkzame of minder betrouwbare arbeiders. In de meeste gevallen echter werd beroep gedaan op (nog goedkopere) buitenlandse arbeidskrachten. Polen, Roemenen, Georgiërs, Oekraïeners, en noem maar op.
Ondanks het feit dat de meeste boeren die we daar bezochten daar al een tiental jaar waren zijn ze nog druk bezig om hun boerderij op punt te zetten, en werd luidop gedroomd van bepaalde wensen rond erfinrichting en sleufsilo’s. Dit ontlokte aan menig Vlaamse boer de bemerking dat het dan eigenlijk niet anders is dan bij ons, er is goed te leven van wat de boerderij opbrengt, maar vooral de overheid en de milieumaatregelen zorgen ervoor dat we er net niet toe komen om een spaarpotje aan te leggen.
Onze indruk van Portugal is dat daar geen grote bergen geld verdiend worden. De melkprijs ligt weliswaar enkele centen hoger dan de onze, quotumprijs is miniem, of zelfs over quotum melken is eerder standaard dan uitzondering. Maar de bijkomende kosten aan ruwvoederwinning liggen bijzonder hoog. Sinds mei had het niet meer geregend en dat zou dan ook zo blijven tot eind september, begin oktober. Dus alle gras is dood, en moet standaard heringezaaid worden. De eerste maaisnede komt er in januari en dan volgt een tweede en eventueel een derde snede, afhankelijk van het weer. Maïs is voldoende te krijgen op contract, maar wie enige opbrengst wil halen moet de hele zomer beregenen.
Hoewel het Portugese onderwijs geroemd wordt omwille van zijn degelijkheid volgen de meeste kinderen nog de Nederlandse school in Portugal, enkele uren per week. De meeste jongeren worden na hun middelbaar weer naar Nederland gestuurd om verdere studies te voltooien. Het verwondert ons dan ook helemaal niet dat de meeste emigranten na hun avontuurlijke loopbaan van plan waren om terug te keren naar hun thuisland. De vraag die velen van ons dan stelden was wat ze dan eigenlijk bereikt hadden? Vertrokken ofwel met een zak geld vanwege ergens (duur) onteigend ofwel met veel ambitie om echt te willen boeren, maar geen plaats op het ouderlijk hof. Aankomen in den vreemde, al of niet voor een bepaald deel bedrogen in de aankoop van een boerderij, zeer moeilijk of niet kunnen integreren, de kinderen die toch een stuk van je weggroeien als ze een vreemde taal beginnen te spreken, hen dan wegsturen naar Nederland naar school, vreemde arbeidskrachten in een steeds wisselende taal en voor korte duur, voeder is zeer duur in aankoop, net als de goede (beregenbare) grond. En na hun loopbaan terugkeren naar het thuisland, waar de bekenden van vroeger ook hun eigen leven leiden.
Mijn bijzondere aandacht ging ook uit naar de werking en organisatie van De Kennisclub, een poging tot netwerkvorming onder de Nederlandse emigranten. Er worden studievergaderingen, feestjes en bedrijfsbezoeken georganiseerd, er is het online contact via de website en Nieuwsbrief. Toch loopt het niet allemaal op wieltjes. De meeste boeren die ik daar sprak kenden de werking, maar namen er niet actief aan deel. Toch had het volgens sommigen een bijzonder bindende waarde voor de emigranten, volgens anderen leek de info soms op koffieklets.
Boeren onder de bakkende Portugese zon, het is in Vlaanderen niet slechter zeker?

Link naar Dagboek 22 op Boerenblog

Voor een uitgebreid foto-album over onze reis naar Portugal, klik op de link naar Picasa (600 foto’s)

Doe nooit wat onkuisheid is

Filed under: Luc Callemeyn — melkbrigade @ 8:12 pm

In deze tijden van Eerste en Plechtige Communies is de inhoud van de tien geboden actueler dan ooit, hoewel men het niet meer leert zoals in mijn tienertijd. Wij hadden toen nog een pastoor (in soutane, jawel) die eraan hield om ons twee keer per week te onderwijzen over de catechismus, de tien geboden, de akten van geloof, hoop en liefde. Vandaag zoekt en vindt men nog elk jaar vrijwilligers om de kinderen wat te vertellen over het christelijk geloof. Bijhorend vraagt men dan de twaalfjarigen om op zondag aanwezig te zijn in de kerk. Deze week waren er drie present (van de twintig), op Pasen waren ze ook met drie. Waar blijft de vroegere oproep aan de gelovigen van “Ga elke zondag naar de mis”, later afgezwakt tot “Houd steeds uw Pasen”? Het lijkt er bijna op dat men aan die plechtige communicanten de boodschap meegeeft van: “Nah, dit was misschien de laatste keer dat het nog eens echt moest.” Sorry voor meneer pastoor, maar zo voelt het toch een beetje als je als 44-jarige in de kerk zit en er bijna de jongste bent.

Maar we wijken af, er zijn een paar lezers die hier enkel gekomen zijn omdat ze verlekkerd zijn over wat ik ga schrijven over het zesde Gebod: ‘Doe nooit wat onkuisheid is’. Wel, eerlijk gezegd, niets. Maar ik wil je wel iets vertellen over het vijfde Gebod: ‘Dood niet, geef geen ergernis’, en dan vooral over dat laatste. Natuurlijk heb ik het dan over de ergernis die mensen kunnen bezorgen aan een boer.

Soms hebben wij hier bezoekers op de boerderij die met een grote zwaai (en een even grote Mercedes) het hof komen opgereden, vlak voor de oprit parkeren, en dan besluiten dat dit het meest geschikte moment is om even mobiel te bellen. Als vriendelijke mens komen wij uit ons huis of onze stallen, we gaan alvast de bezoeker tegemoet, en dan sta je daar wat verloren te wachten tot meneer gedaan heeft met bellen. Omwille van de privacy wil je niet meeluisteren, weggaan is ook al verkeerd want straks moet die kerel je ook weer komen zoeken. Vanaf nu geldt een nieuw reglement: ofwel blijven ze op straat staan, ofwel moeten ze hun gesprek maar afbreken, anders ga ik weer weg en dan zien ze mij niet meer terug. Moeten ze maar op een andere keer terugkomen.

Van een ander kaliber zijn diegenen die een echt boerenhof gewoon zijn. Aan de voordeur bellen doen ze niet, dus gaan ze zoals gewoonlijk recht naar de achterdeur, doorheen de wasplaats en het bottenhoekje, en voordat je het weet staan ze in je keuken, je woonkamer of je bureau. Van privacy hebben ze nog nooit gehoord, laat staan dat ze dat goed zouden kunnen toepassen. “Maar we moeten overal langs achter binnengaan”, zeggen ze. Wel, bij ons niet! Wij bepalen wie langs achter binnenmag en wie langs voren komt.

Dan zijn er ook bezoekers die het niet nodig vinden om zich aan te melden. Ze zien iets bewegen of horen lawaai achteraan, en dus gaan ze op zoek. Blijkbaar beseffen ze niet dat wij over onze oprit zo een luchtslangetje hebben liggen dat ons meldt wanneer iemand binnenrijdt. Wanneer wij dat horen, komen wij vanzelf wel af. Wat zien we dan? Een auto op de binnenplaats, onbekend, en niemand erin. De spannende vraag is dan waar die persoon naartoe zou kunnen zijn. Links of rechts? In het ene geval kom je elkaar vlug tegen, in het andere geval blijf je rondjes lopen achter elkaar. Ook een veelgemaakte fout is een leverancier die maar meteen doorrijdt naar achteren om daar iets af te zetten. Allemaal heel begrijpelijk, maar Krista hoort de bel, stopt met haar werk in de kaasmakerij, kijkt naar buiten en ziet dus niemand. Even later komt die auto weer van achteraan weggereden, weer over dat luchtslangetje, weer kijken we buiten, weer is er niemand.

Soms komen er ook bezoekers die geen tijd hebben om te wachten. Een boer is meer en meer met ingewikkelde administratieve zaken bezig, waarbij het nodig is dat je je concentreert op het telefoongesprek, het opstellen van een mail, een Sanitelaangifte of bankverrichtingen. Het is dan bijzonder vervelend om gedurende een gesprek met de ambtenaar van de administratie – die je na lang wachten eindelijk te pakken krijgt – iemand van verre te horen roepen, toeteren en uiteindelijk weer te zien wegrijden op het moment dat je net je hoofd buiten steekt. Je zou ze ….

En dan heb je nog bezoekers die langskomen zonder een afspraak te maken, gelukkig al veel minder dan vroeger. Een tijdlang zond Krista iedereen weg die geen afspraak gemaakt had. Zo was er eens een verkoper die aan de deur kwam en die bijna teruggestuurd werd. “Ja maar”, antwoordde hij kleintjes, “Luc heeft daarnet gebeld met zijn gsm met de vraag of ik zo vlug mogelijk kon binnenkomen …”

Link naar Dagboek 21 op Boerenblog

Ik zou zo graag eens “een vliegske” willen zijn.

Filed under: Luc Callemeyn — melkbrigade @ 8:11 pm

Dat heeft mijn moeder me dikwijls voorgehouden toen ik me in de jaren tachtig klaarmaakte om mij in het uitgaansleven te storten. En dat “storten” was wel letterlijk want op vrijdagavond was er de KLJ-activiteit, op zaterdag bezochten we een fuifje en de zondagavond was Het Schutttershof onze vaste stek.
Om van mijn moeder haar gezegde af te zijn hield ik haar voor dat zij als “vliegske” nooit rap genoeg kon vliegen om mij te volgen.

Dat oude gezegde spookt mij soms door het hoofd als ik mensen van buiten mijn bedrijf hoor oordelen over ons, bijvoorbeeld van een klant in onze winkel, van bekenden die we zagen op de beurs in Gent of Roeselare (kaas gekocht of net niet) of van de bezoekers aan ons bedrijf. Misschien moet ik maar beter toch niet alles horen. “Het zijn niet allemaal vrienden die lachen naar u”. (Ook een spreekwoord van mijn moeder.)

Langs de andere kant kan ik me nog wel situaties voor de geest halen waarin ikzelf wel dat “vliegske” zou willen zijn.
Zo ben ik eigenlijk razend benieuwd hoe de onderhandelingen rond dat nieuwe MestActiePlan wel verlopen. Ik kan me voorstellen dat aan de ene kant van de tafel een groepje mensen zitten die bepaalde eisen in hun hoofd hebben rond milieu en omgeving (en natuur). Of die technisch onderlegd zijn weet ik niet. Meestal gebruiken ze “de wil van Europa” als stok (of zeg maar knots) achter de deur om hun zin door te drijven. Aan de andere kant van de tafel zit een vertegenwoordiger van de boeren, en die moet er voor zorgen dat het eisenpakket niet te zwaar wordt.
Nu kunt u zich wel indenken beste lezer wat onderhandelingen zijn. U hebt wellicht al eens onderhandeld over een machine, of zat wel eens aan een (notaris) tafel om een stuk grond aan te kopen. Wel, als de voorwaarden te zwaar worden, dan heft men zijn gat op, en men is weg. Beetje cru gezegd, maar zo is het.
Gaat dat in die stront-onderhandelingen ook zo? Ik bedoel maar, het is daar zeker net als bij de solden, eerst verhoogt men de eisen buitensporig (op papier), en daarna kan men afzwakken tot het er zelfs als een cadeautje uitziet. Hoe kan men zich als boerenvertegenwoordiger weren tegen de druk van Brussel?
Minister Peeters, die is niet van de domste, daar stroomt nog een beetje zelfstandigenbloed door de aders. En die heeft gedacht:” WIJ zullen geen nieuw Mestdecreet opleggen aan de boeren, we laten het hen zelf schrijven en dan vertellen we hen wel wat er verkeerd aan is”. Meteen worden ook alle problemen rond knelgevallen en uitzonderingen van tafel geveegd, de sector moet zelf maar zorgen dat alles van de eerste keer in orde is. Dan stel ik mij de vraag of die onderhandelaar van ons wel ver genoeg is gegaan.

Toen ik een paar Dagboeken geleden schreef over de aankoop van melkquotum of “gebakken lucht”, over de geplande afschaffing in 2015 en over die massa investeringen die dan in niets zullen opgaan was er een lezer die me vroeg in welke zure appel ik gebeten had toen ik dat schreef. Het zat me toen nogal hoog, en dat liet ik best wel merken in mijn tekst.

Op vandaag mag u gerust denken dat ik een liter azijn gedronken heb want de toon is er niet minder om.
Ik ben namelijk een weekje geleden mijn mestpapieren gaan invullen, en daar bleek dat ik naast mijn eigen 25 ha nog op zoek mag naar 38 bijkomende ha.
Kunt u zich dat voorstellen? Iedereen hier in de streek moet net als ik op zoek naar bijkomende hectares. En die zijn er niet. Als ik die reken aan de prijzen voor burenregeling die ik hier en daar al hoor rondstrooien, dan zal deze grap mij 200 € per koe kosten aan extra mestafzet. Dat is zo ongeveer 10 % van de omzet (niet winst!) uit melk. Puur voor de natuur. Kom maar eens met zo’n heffing af bij de werknemers, Meneer Peeters !

Bijzonder jammer vind ik dan dat iedereen die in dit dossier betrokken is moet toegeven dat nog nooit enig onafhankelijk onderzoek heeft aangetoond welke relatie er is tussen (tijdstip van) bemesting, grondsoort, humusgehalte, regenval en uiteindelijk het gehalte aan reststikstof in de bodem.
Dan vind ik dat de overheid al vanaf de groene minister Vera Dua tot op vandaag een ferme steek heeft laten vallen en hun nieuwe mestdecreet op drijfzand hebben gebouwd. En het is de boer die erin zal wegzakken.

Maar, wie ben ik als Dagboekschrijver om nu en dan eens een prikje uit te delen. Een “vliegske” zoals ik, die overal een beetje zijn neus insteekt, moet ook opletten.
Niet zelden klapt men wild in de handen waar een vlieg voorbij komt (meestal niet van blijdschap) en soms staat aan het einde van de rit iemand met een vliegenmepper klaar die met een zelfvoldane kreet het “vliegske” plat klopt.
Zo, die zal niet meer steken.

Link naar Dagboek 20 op Boerenblog

Ooo, kom er eens kijken, wat ik in mijn schoe-oentje vond.

Filed under: Luc Callemeyn — melkbrigade @ 8:09 pm

Lieve Sint,
Ik wil je bedanken voor al wat ik dit jaar in mijn schoentje vond. Ik draag een maat 46, dus die kan al heel wat bevatten. En door de uiteenlopende taken op mijn bedrijf heb ik ook veel schoenen die openstaan, dus er viel wel wat te vangen dit jaar.

Lieve Sint,
Ik wist niet dat er zoveel variatie kon zijn in het weer dat we kregen dit jaar. Ik vond wel dat u het wat beter had kunnen verdelen. Iedere keer een hele maand extreem van hetzelfde, dat is niet echt verantwoord, misschien uw helpers eens vragen om dat een beetje te spreiden. Een paar dagjes zon en een beetje regen ’s nachts zou beter zijn.

Lieve Sint,
Ik wil je bedanken dat ik dit jaar een nieuwe tractor mag kopen. Dat is een leuke gedachte. Toch was dit nog helemaal niet nodig. Met een beetje meer Voorzienigheid was de aftakaandrijving niet in de soep gedraaid en kon ik met mijn beestje nog een jaar of vijf verder werken. Veel heb ik hem niet nodig, een beetje veldwerk, wat dieren halen en zaaien. Voor de rest roep ik de loonwerker, of wil zwartepiet hier ook wat trekkerrijden?

Lieve Sint,
Ik wil je bedanken dat je gedurende de verkiezingen voor de gemeenteraad de kiezers geholpen hebt om een duidelijke stem te geven aan het Platteland. In onze gemeente bijvoorbeeld zijn drie schepenen op de vijf enthousiast voor landbouw, en met alle vijf kandidaten gekozen in de gemeenteraad zijn alle verwachtingen ingelost. Ja, de zwartepieten van de oppositie krijgen het steeds moeilijker.

Lieve Sint,
Op 23 juni is hier tot onze grote verbazing een Piet zowaar uit de lucht gevallen. En niet zomaar een Piet maar wel een HoofdPiet, en recht in het Hoofdbestuur van Boerenbond dan nog wel. Piet Vanthemsche werd democratisch tot Ondervoorzitter verkozen met zicht op doorstroming tot Voorzitter. Het zal zowaar niet gemakkelijk zijn om de gewone boer voor zich te winnen, wij moeten er echt nog aan wennen. Tenslotte stond hij dikwijls aan de andere kant van de lijn als wij vroeger ons schoentje hadden uitgezet in de hoop op betere voorwaarden in besprekingen.

Lieve Sint,
Wij hebben een nieuw Mestactieplan gevonden in onze schoentjes, en dat was een beetje wringen want er is nu niet veel plaats meer om naast de schreef te lopen. U bent samen met de Minister Peeters zo voorzienig geweest om de landbouwsector zo veel mogelijk te betrekken in het ontwerp van MAP3, ja zo kunnen we niemand tot zwartepiet verwijten natuurlijk. Ik vind echter dat je nog eens wat MilieuPieten naar hier zou mogen sturen om eindelijk eens duidelijkheid te brengen over de impact van bemesting op het stikstofniveau in het grondwater. Na 15 jaar werking van de Mestbank en adviseerdiensten weet eigenlijk nog niemand of daar enig verband tussen bestaat. En op basis daarvan wordt een dwingende reglementering opgesteld die ons weer verdraaid veel kluiten en miserie zal kosten. Misschien blijft er wel geen budget meer over voor een wortel of raap voor Uw paard, beste Sint, en trouwens, heeft U voor dat brave dier wel een milieuvergunning, een nutriëntenhalte, een dierplaats, en een lap grond om zijn welriekende mest af te zetten?

Lieve Sint,
Ik breng per dag wat tijd door achter de computer. Ik ben zo vrij geweest om zelf mijn Boerenblog aan te melden voor de verkiezing van “Blog van het Jaar 2006” anders hadden Uw InternetPieten er misschien nooit op gelet. Tot mijn niet geringe verbazing werd ik dan ook genomineerd tussen de honderd besten van Vlaanderen, vele andere professionals staan er knarsetandend op te kijken. Of Boerenblog dan wel zo geliefd is bij het stemmerspubliek wordt vandaag vrijdagavond met enige feestelijkheden bekend gemaakt. Mag ik U nog een pintje aanbieden, beste Sint, om de pieten van Clickxmagazine een vaste hand te geven bij het tellen van de stemmen.

Lieve Sint,
Er zijn nog een paar losse onderwerpen waarvoor ik U eigenlijk nog ten zeerste moet danken. Vooreerst hebben wij onze nieuwe marktwagen na bijna twee jaar blijde verwachting eindelijk afgewerkt gekregen en kunnen wij onze boerenzuivel nog beter aan de man brengen. Dankzij de goede zorgen van de bouwfirma is er een nieuwe loods verrezen en is de beton errond helemaal afgewerkt en wordt het water uit de hemelsluizen op een milieuvriendelijke manier afgevoerd naar silosapciterne en gracht. En dankzij een bijna nieuwe muur van de sleufsilo ligt alle voeder netjes opgeslagen met de wintervoorraad.

Lieve Sint, kom nog maar gerust eens langs, en strooi wat picknicken in het rond, dat is beter dan de postbode met witte en bruine enveloppes, mét en zonder venstertjes.

Link naar Dagboek 19 op Boerenblog

Volgende pagina »

Blog op WordPress.com.