Mijn dagboeken in Boer & Tuinder

maart 29, 2012

Nu 35 jaar ouder en 35 kg dikker

Filed under: Dagboek B&T,Luc Callemeyn — melkbrigade @ 3:34 pm

We zijn eind maart en het quotumjaar loopt ten einde. Daar zal weer niemand spijt van hebben. Het voorjaar 2011 was droog, de zomer was nog droger en de kwaliteit van het ruwvoeder maar vooral de opbrengst was ondermaats. Toch is de sector van de melkveehouderij er weer in geslaagd om tot op een paar weken geleden met een bange blik te moeten kijken op het vullen van de toegestane hoeveelheid melk die mag geleverd worden. Zit je eronder, dan heb je te weinig omzet en inkomen, zit je erboven, dan dreigt een serieuze superheffing. Hoe moeilijk het ook is om dit te passen met een stal levende dieren, toch slagen de meeste melkveehouders om dit tamelijk juist te doen. Aanpassen van ruwvoeder en krachtvoeder, aankopen of verkopen van koeien of vaarzen, het blijft soms een gokwerk. Met het afsluiten van het melkjaar moeten wij als hoeveproducenten ook nog een puzzelwerkje doen. Voor de Dienst Quotumbeheer onder ALV moeten dan ook nog de Boterboek afwerken. Dit is een omschrijving voor het document waarin wij moeten noteren wat wij allemaal verwerkt hebben. Wij zijn verplicht om dit wekelijks in te vullen. Ken je iets van boekhouding? Dan zal het volgende u welbekend voorkomen: wat zit er begin van de maand in de begininventaris, wat is er geproduceerd, wat is er verkocht, niet-verkocht, vernietigd, verbruikt in eigen huishouden en wat is de eindinventaris. Aangezien wij een groot assortiment hebben van melkproducten moeten wij dit ook voor elk product apart doen. Boter, room, volle melk, magere melk, harde kaas, volle plattekaas, magere plattekaas, volle yoghurt, magere yoghurt, roomijs, karnemelk, pudding, chocopasta, chocomousse, rijstpap, …. Zoals gezegd moeten wij wekelijks de verkochte hoeveelheden invullen, en op het eind van het melkjaar alle getallen van iedere maand optellen. Dit wordt vermenigvuldigd met voor ieder product een coëfficiënt volgens de hoeveelheid melk die erin gaat. Zodoende verschijnen er in onze Boterboek tegen het einde van het jaar ongeveer 2000 getallen, en aangezien je dit elke week moet invullen kan dit ook op elk moment via steekproef gecontroleerd worden. Bedoeling is dat het klopt met de productie van de koeien, met de leveringen aan de fabriek en de eigen verwerking. Jaja, wie schrijft, die blijft … bezig. Alweer.

Enkele weken geleden werd ik uitgenodigd voor een klasreünie van het eerste middelbaar in het St Janscollege in Meldert. Voor wie goed kan tellen, dit is 35 jaar geleden. In dit jongens-internaat tussen Leuven en Tienen kwam je terecht als je daar al kennissen had, of wanneer je bezocht werd door de reizende pater. Die had er een neus voor om zonen van boeren of zelfstandigen naar daar uit te nodigen. Ongeveer drie vierden van de leerlingen waren West Vlamingen, wij werden op zondagavond opgehaald door een bus. De eerste keer dat ik naar daar trok was voor 3 weken, daarna telkens voor 2 weken. Het was er best wel een gezellige maar strenge tijd. Ik was er niet van de braafste, maar er waren wel nog slechtere (hoorde ik later …). De grootste straffen die werden gegeven waren: klusjes opknappen, 100 bladzijden straf, of niet naar de film in het weekend. Ik ben daar 2 jaar gebleven, daarna was de roep van de landbouwschool in Roeselare groter. En nu was er dus een bijeenkomst van al die oude mannen. Het deed wel raar, om weer een naam te proberen te plakken op een gezicht. Velen waren erg veranderd, soms al wat ronder van vorm. Het was erg boeiend om te horen waar iedereen terechtgekomen is en hoe zij geëvolueerd zijn in hun werk en gezin. Frappant: bijna alle mannen waren alleen gekomen, slechts 3 hadden hun dame meegebracht. Benieuwd naar mijn tafelgenoten? Een loonwerker, een boer met gemengd bedrijf, een medewerker aan een helpcentrum, een onderhoudsingenieur, een zorgverlener, een directeur in Zwitserland met 4000 man personeel en 2 miljoen wagens onder beheer (ben ik niet jaloers van), een juwelier, twee veevoederhandelaars, een verkoper van kappersproducten, een onderhoudstechnieker in een casino, een vertegenwoordiger in “vanalles met percentjes” en een verkoper van beursaandelen. En ikzelf als kaasboertje ertussen natuurlijk. Raar hoe al deze mensen in de loop van een paar uur door gesprek en gedrag stilaan weer oude bekenden werden. We waanden ons bijna weer in de klas als 12-jarigen. De tijd van toen, gelukkig voltooid verleden tijd

Luc Callemeyn

januari 26, 2012

Stof tot nadenken.

Filed under: Dagboek B&T — melkbrigade @ 3:33 pm

Rond de jaarwisseling wensen wij elkaar het allerbeste voor het komende jaar. Ik heb er nog niet veel van gemerkt. Ik ben een liefhebber van techniek, en het mag al eens een graadje moeilijker zijn dan het gewone. Toch heeft die techniek mij wat parten gespeeld. Doodnormale zaken die gewoonlijk allemaal gesmeerd lopen, met als hoogtepunten de plaatsing van automatische afname en melkmeters die een enorme opstoot van uierontsteking tot gevolg hadden .

Ik ga nog even met u terug in de tijd. Begin december was er de landbouwbeurs Agribex. Zo heel toevallig rond Sinterklaas en net na het uitbetalen van de akkerbouwpremies. Vele jaren terug zou het gebeuren dat ik 3 keer in één week naar Brussel trok. Kwestie om alles gezien te hebben. Nu had ik genoeg aan een halve dag. Misschien vind je het gek dat ik de rest van die dag adviseur heb gespeeld. Ik ben op niet minder dan 5 standen of diensten geweest, en heb daar mijn mening gedeeld of discussie aangegaan met oog voor het voordeel van mijn collega-boer. Op dat ogenblik vond ik dat nuttig en dacht ik aan een win-win situatie. Nu 2 maanden later bemerk ik dat er weinig veranderd is. Eigenlijk is het te gek voor woorden, ik rijd naar Brussel, ik sta in de file, en besteed een halve dag van mijn Agribex-bezoek aan een werk waar een andere ervaringsdeskundige 75 € per uur voor vraagt. En als ik laat thuis kom moet ik dan nog mijn koeien melken.

Eind januari maken wij ons alweer op voor die andere landbouwbeurs in Roeselare, de Agro-Expo. Traditioneel is dit dé groentenbeurs. Ik sta er iedere keer weer van versteld hoe de standen uitgebouwd worden als groteske paleizen en hoe sommige zelfvoldane verkopers hun waren aan de man brengen. In de meeste gevallen een plateau met schuimende bierglazen, er mag al eens gefeest worden. Dan hopen ze dat de contracten wat vlotter zullen getekend worden. In Agribex sprak ik met boer Piet die een vrij groot areaal groenten teelt. Hij vertelde mij dat ongeveer driekwart van zijn areaal niet genoeg opbracht om de teeltkosten te dekken. Dat betekent dat toeleveranciers betaald zijn voor plantgoed, loonwerk, meststoffen en sproeistoffen en dat  boer Piet en zijn gezin een vol jaar voor niks hebben gewerkt. Wij kennen elkaar goed genoeg om er geen doekjes om te winden, ik vroeg wat de toekomst nu brengt? “Ik weet het niet” zuchtte hij, “kan ik iets anders dan weer voortdoen? In maart beginnen we alweer te planten.” Stof tot nadenken.

Er is nochtans geld genoeg op de wereld maar soms zit het op bizarre plaatsen. Op de wekelijkse markt staat Krista met haar zuivelproducten en daar komen veel toeristen. Met een koppel uit Texas in de VS raakten we aan de praat. Zijn hobby-farm is even groot als de mijne maar hij heeft maar 10  vleesdieren en ik heb 150 dieren. Hij doet iets met verzekeringen, in juli waren ze getrouwd (voor beiden allicht niet hun eerste keer) en nu maakten ze een wereldreis. Ze vonden onze bolletjes kaas zo lekker dat zij vroegen om er een aantal naar hun huis op te sturen. Wij hebben dit aanvaard, mits voorafbetaling van de kosten. Wij zijn wel goed, maar niet dom. Zij kochten voor 70€ kaas, en betaalden 60€ cash voor het transport. Het pakket was 10 dagen onderweg, en in Amerika is het de gewoonte dat “the postman always rings twice”, in dit geval werd de kaas 3 keer ten huize aangeboden, maar ze waren allicht nog niet thuis van hun wereldreis. Ik heb alle moeite gedaan om ze via internet en 1204 op te sporen, maar tevergeefs. Niet getreurd, getrouw aan de song van Elvis kwam het pakje “return to sender”, maar het was hier nog niet thuis of er kwam bericht dat het zo jammer was en bla bla bla en of we zo vriendelijk wilden zijn om het nogmaals op te sturen, dit keer met een order van nog 4 kg extra. Geen nood, alles wordt vooraf betaald, ook opnieuw de extra verzendkosten. Totale uitgave: ongeveer 250 euro voor een tiental kg kaas. Maar dan wel van de beste kwaliteit natuurlijk.

Verleden week was hier een groep Zweden op bezoek. Tractor dealers en grote loonwerkers. Hun belangrijkste werk: grasbalen wikkelen en heel de winter sneeuw ruimen. Behalve dit jaar want er is veel te weinig sneeuw. Eén van deze ondernemers vroeg mij of ik ooit al eens een aanbod had gekregen van een andere zuivelfabriek om ons te laten overnemen. Ik stond zowat perplex. Daar heb ik zelfs nog nooit over gedacht om daarover na  te denken.

 

Luc Callemeyn

oktober 2, 2010

Wie niet zaait zal niet oogsten.

Filed under: Dagboek B&T,Luc Callemeyn — melkbrigade @ 3:02 pm

De organisatie van onze opendeurdag op 22 augustus mogen wij gerust in onze geschiedenisboeken schrijven. Wie zich ooit met zoiets heeft beziggehouden weet dat dit bergen werk met zich meebrengt. Wanneer het resultaat echter goed is dan vergeet je dat vlug. Een succes was het zeker, want wij schatten het bezoekersaantal toch op ongeveer 4000. Wij waren ook bijzonder verheugd dat wij zoveel mensen konden begroeten die vaste klant waren van de markt te Brugge. Daarnaast hadden wij niet minder dan 420 lekkerbekken op de middag om onze kaasschotel te proeven. Voor de drankvoorziening in de tent konden we rekenen op de steun van de jonge KLJ van Jabbeke, op en rond het bedrijf deden buren, familie en vrienden hun uiterste best om hun beste beentje voor te zetten. De hele dag hadden wij een bijzonder goed gevoel hoe het allemaal op wieltjes liep omdat wij zagen dat iedereen op de perfecte plaats ingeschakeld was, elk volgens zijn capaciteiten en mogelijkheden. Dat ging vanaf het persoonlijke onthaal aan de ingang tot de karnemelk proeverij, de kinderanimatie, de drankbedeling in de tent en aan de machine expo, de verkoop van kaas in onze nieuwe winkel tot de algemene orde op de boerderij. Zo bleef er voor onszelf voldoende ruimte om iedereen persoonlijk te begroeten. Wij hebben wel ervaren dat wij misschien wel 500 tot 1000 collega’s uit de landbouw “gemist” hebben. Het was immers die zondag zeer goed weer en heel de streek was met man en macht bezig om de restanten van de oogst binnen te halen. Maar zo konden wij een veelgehoorde opmerking weerleggen dat het zo moeilijk is om de burger te bereiken op een opendeurdag, dat het altijd boeren zijn die bij boeren op bezoek gaan. Bij ons was onze echte klant duidelijk in de meerderheid.
Was er dan niets minder rooskleurig te melden? Jawel, dat zoiets voor één dag organiseren allemaal zoveel geld kost. Een spantent van 45 meter mét plankenvloer, tafels, stoelen, versiering, drukwerk en promotie, veiligheid, proevertjes, kookdemonstaties en al het werk van de opkuis voordien, de stallen waren dan ook van top tot teen gereinigd én begaanbaar voor de bezoekers. Gelukkig is er goed gewerkt in de nieuwe hoevewinkel door onze enthousiaste verkoopsters. Zo nu en dan zie je eens afgunstige gezichten die je fijntjes melden dat er wel goed verkocht is in de winkel hé ? Dat zijn van die simpele zielen die nog nooit van economie gehoord hebben en die denken als je 10€ verkoopt dat je die 10€ dan privé mag uitgeven. Was het maar waar, al die kaas die bij ons maanden (of jaren) ligt te rijpen dat is wel ons uitgestelde melkgeld, vermeerderd met de productiekosten en onze arbeid! Maar je hoort ons niet klagen, zelfs nu nog krijgen wij nieuwe klanten over de vloer die afkomen op de gevoerde promotie of klanten van de markt die toch zo blij zijn dat ze “hun” kaasboerin eens aan het werk gezien hebben. Het is ook positief dat wij soms gecontacteerd worden door diensten of organisaties die plots ontdekken dat hier geen prutsboertje aan het werk is maar dat dit op een echte KMO gelijkt. Zo werden wij na de opendeurdag door de voorzitter van Unizo genomineerd als kandidaat voor “Creatiefste ondernemer van Noord-West Vlaanderen”. Jawel!
Ja, dit lijkt misschien op stoefen met onszelf dat wij zo populair zijn. Soms heeft dit ook zijn negatieve gevolgen. Zo werden wij in de voorbije week driemaal gecontacteerd om mee te werken aan een sociaal project ter bevordering van sociaal zwakkeren of ontwikkelingshulp. De verhalen waren divers, maar er was één constante, er werd beroep gedaan op onze bereidwilligheid of onze vrijgevigheid om hun project uit te voeren. Met de beste wil van de wereld, maar moeten wij daarvoor zwaar investeren in een aantal nieuwe gebouwen, in jarenlange know-how en ervaring? Daarnaast werden wij deze week gecontacteerd om een onderdeel te vormen van het nieuwe kookprogramma “Dagelijkse kost” op Eén. De moderne programmamaker stuurt een jongedame uit om een voor-verslagje te maken met wat foto’s en regelt de rest via telefoon en mail. Uren zijn we er al mee bezig geweest. En dan moet je nog plooien naar hun agenda: hun plan was om rond de middag tegelijk het kaasmaken en het melken te filmen. Eigenlijk beantwoorden wij niet helemaal aan hun normen want zij zochten een authentieke kaasmakerij met veel hout en weinig inox en misschien liefst nog een kromgewerkte maar enthousiaste boerin erbij. Op 24 oktober komt dit in het programma en er zullen allicht weer een aantal nieuwe mensen zijn die dit gezien hebben. Maar promotie loopt niet altijd van een leien dakje. Zorgen voor een prima product is het belangrijkste. Zo moeten wij nu al beginnen kaas maken als wij nog iets willen verkopen op Agriflanders in januari.

Luc Callemeyn
creatieve melkproducent

De nazomer

Filed under: Dagboek B&T — melkbrigade @ 3:01 pm

Pierre Michels, gemigreerde Vlaamse akkerboer

Uiteindelijk heb ik dan toch mijn dak vol zonnepanelen laten plaatsen. De oude asbestplaten hebben we zelf verwijderd, maar we kunnen ze nergens kwijt, zelfs niet op het containerpark. Half oktober, als de omvormers toekomen, hoop ik dat het systeem in werking treedt. Nog een geluk dat de verkoper de formulieren vóór 1 september heeft ingediend. Oorspronkelijk zouden we 60 cent krijgen per kilowattuur (kWh), maar die prijs ging op 1 januari naar 50 cent en nu naar 42 cent – en dat zou het systeem onrendabel maken. Kort gezegd, de Franse regering zakt hier sneller met de afnameprijs dan de zonnepanelen dalen in aankoopprijs.
Ik heb nu een contract van 50 cent per kWh gedurende twintig jaar. In theorie moet de installatie na twaalf jaar terugbetaald zijn. De installatieprijs is 4300 euro per kilowattpiek (kWp). Voor het dak op mijn huis ben ik nu ook aan het onderhandelen. Dat zou opnieuw zo’n 230 m² panelen zijn. De prijs hiervoor komt op 3600 euro per kWp, voor monokristallijne, niet-Chinese panelen. Voor de elektriciteit opgewekt op een huis krijg ik 51 cent per kWh gedurende twintig jaar. Voor zonnepanelen op een huis betalen ze dus meer dan voor panelen op de stal. Het dossier zou klaar moeten zijn voor 2011, want daarna zakken de prijzen van de energie opnieuw. De Franse regering heeft wel het inkomen uit nevenactiviteiten zoals zonne-energie opgetrokken van 50.000 naar 100.000 euro per jaar, zonder dat je een aparte vennootschap hoeft op te richten.
Er zijn nog weinig banken die zo’n projecten willen financieren en van mijn verzekeraar hoor ik ook niets meer.
We zijn onze eerste aardappelen beginnen te rooien en ik zie weinig verschil qua opbrengst tegenover vorig jaar. Aan de Franse boer waar mijn zoon soms helpt, bood de koper 280 euro/ton voor Charlotte. Omdat mijn zoon bij de prijsonderhandeling was, weet ik dat die boer 300 euro wil voor zijn aardappelen. Hij gaat ze nu opslaan in palloxen in zijn koeling, want hij is zeker is dat hij deze winter wel die prijs zal krijgen.
Intussen heb ik eens getelefoneerd naar de Belgische conservenerwtenindustrie. Die zijn blijkbaar absoluut niet van plan om voor volgend jaar hun contractprijzen te verhogen, zelfs de oppervlakte niet. Wel, volgend jaar zullen ze hier slechts een hoek en een kant krijgen – als ze braaf zijn. Wij Franse boeren zijn niet onnozel, hoor. Ze komen hier anderzijds met tarwecontracten van 180 euro/ton voor levering in november 2011 of 173 euro bij de oogst in 2011.
Het koolzaad is financieel goed geweest. Ik zie trouwens dat er meer gezaaid is eind augustus. Maar ja, ze moet de winter nog doorkomen. Onze suikerfabriek biedt ons bietenquota aan tegen 22 euro/ton. Dat quotum komt van een overzees departement, waar ze gestopt zijn met de bietenteelt. Ik heb zoveel aangevraagd als ik kan krijgen.
In totaal hebben we een 850 ha tarwestro geperst en amper 80 ha wintergerst. Op die 850 ha heb ik juist 4999 pakken van 300 kg geperst. Dat maakt 1760 kg stro per ha en dat is belachelijk weinig. Vorig jaar was dat 2300 kg/hectare en zelfs dat was niet veel.
Dit jaar heb ik van mijn weide van 102 hectare op de luchthaven in totaal 300 kg hooi per hectare opgeraapt. Ik kan er zelfs de compost en stikstof niet mee betalen die ik erop geworpen heb. Ik ga er nog twee jaar verder op boeren en als het rendement niet verhoogt, dan stop ik ermee. Het ergst van al is dat een oude Franse boer me had verwittigd dat het gras het enkel goed doet vanaf de grens van Noord-Frankrijk. Dus in België is het beter en in Nederland nog beter.
Op de luchthaven mag ik ook nog luzerne zaaien, maar ik kan dat aan niemand verkopen – tenzij we starten met rundvee. Ik word nu 53. Is het nu nog nodig dat ik als een zot blijf werken? Als ik mijn beide zonen en vrouw niet rond mij heb, ontzie ik het me eigenlijk. Waarschijnlijk zal ik moeten werken tot mijn 67 jaar, dus nog 15 jaar. Mijn zonen vinden dat ik nu een nieuwe tractor met een stropers moet kopen, maar dat is opnieuw 200.000 euro die we moeten ophoesten in alsmaar slechtere tijden. De gloriejaren van de rundveeboeren komen immers niet terug. Dus gaan we maar vooruit in de zonnepanelen. Daar hoef je tenminste niet aan te werken. Ik moet enkel de productiehoeveelheid opvolgen via de computer.

Onze zomer van 2010

Filed under: Dagboek B&T — melkbrigade @ 3:00 pm

Sofie Vansteelandt, witloofteler

Het is gewoon onvoorstelbaar hoe grillig Moeder Natuur kan zijn. We moeten dringend aardappelen rooien en we weten op geen honderd jaar of het zal lukken. Het heeft de laatste maand enorm veel geregend. Men beweert dat ons klimaat begint te veranderen en je zou het nog gaan geloven ook. Pas op, ik ben absoluut niet groengezind, maar ik heb nu toch mijn twijfels.
Tijdens de maand juli rooien we bloemkolen. Dat beschouwen we als de vakantiejob van onze juniors, maar ook voor onszelf blijft het een beetje plezant. We kunnen eindelijk de deur van het pluklokaal dichttrekken. De zon lonkte al een heuse tijd, maar zolang we witloof kweken, zijn we genoodzaakt om binnen te werken. We hadden bij de bloemkolen maar één groot probleem: onze plantjes hadden enorme dorst en wijzelf hebben niet genoeg grondwater. Dus was er maar één oplossing: water laten komen. Een transporteur in ons dorp is verschillende malen onze open put met water komen vullen. Mijn oudste zoon en mijn man wisselden af om het water rond te voeren. Het was een kwestie van de bloemkoolplantjes in leven te houden. Het is een ware zegen wanneer je als landbouwer bij een beek of plas woont. Tijdens de wintermaanden kan dat wel roet in het eten gooien, maar ’s zomers ben je toch gerust. We hebben het overleefd. Ik zei steeds: “En dat het in de winter zo nat kan zijn, onvoorstelbaar!” Maar het is nog geen winter en het is al zo ver. Momenteel schijnt de zon wel en we genieten van de laatste zomerse zonnestralen.
De kogel is door de kerk. Wie mijn dagboekbijdrage trouw leest, zal zich wel herinneren dat mijn jongste zoon graag kokkerelt. Wel, op 1 september is hij van school veranderd. Vroeger ging hij samen met zijn broer naar de landbouwschool. Hij zou tuinaanlegger worden. Mijn oudste zoon wil boer worden en de zaak voortzetten. Geen nood: een boer en een tuinaanlegger en mijn broodje zou binnen de kortste keren gebakken zijn. Maar van broodjes gesproken: de jongste is nu dus gestart in de bakkersschool in Brugge. Dat is wel een enorme omschakeling. Waarschijnlijk zal hij nu zijn gading vinden. De lessen zijn pas een tweetal weken bezig, maar op dit ogenblik denkt hij dat hij de juiste keuze gemaakt heeft. Het is wel een school met een totaal ander regime: beleefdheid en vóórkomen spelen er nog een belangrijke rol. Ik ben daar absoluut voorstander van, onze jeugd kan wel wat discipline gebruiken. Ik bedoel daarmee ‘de jeugd in het algemeen’, natuurlijk. Laten we enkele voorbeelden bekijken. Als je ’s morgens in je klas binnenkomt, blijf je naast je bank staan totdat de leerkracht zegt dat je mag gaan zitten. Als wij ergens binnenkomen, gaan we toch ook niet op de eerste de beste stoel zitten? Wij blijven toch ook beleefd wachten? ’s Morgens wandelt er een leerkracht op de speelplaats om de uniformen te controleren. Geen probleem, je kent de regels van het huis en die moeten gerespecteerd worden. Dat hoort in mijn huis ook zo. Dus, laat onze jongste maar begaan … We hopen binnen de kortste keren ons eerste stukje taart te mogen verorberen. We zijn in ieder geval in blijde verwachting ervan!
Onze grote vakantie is wel in mineur geëindigd. Mijn schoonmoeder is op 74-jarige leeftijd overleden. In 2008 werd bij haar voor de eerste keer kanker vastgesteld. Ze heeft een zware chemosessie ondergaan en na een hele tijd werd ze weer beter. Haar haren groeiden terug en we dachten allemaal dat het ergste achter de rug was. Na een ruim jaar is ze hervallen en toen is het geleidelijk bergafwaarts gegaan. Ik denk dat ze de enige patiënt was die zo’n doorzettingsvermogen en vechtlust had. Als je op bezoek ging, had je je eigen problemen verteld en ze had aandachtig geluisterd, maar van haar eigen ellende sprak ze niet. Veel mensen hebben haar gekend. Ze was een actief bestuurslid van onze KVLV en ze was ook een van de pioniers die in de jaren 70 in het proefcentrum van Beitem witloof leerden telen.
We hebben weer eens ons lesje geleerd. ‘De bomma’ is gestorven en ze heeft niks meegenomen – noch haar mooie bloemen, noch haar mooie foto’s. Alles laat je achter als je sterft. We werken veel, maar naast ons werk proberen we ook nog een leven te leiden en te genieten. Dan kan je natuurlijk de vraag stellen: “Wat is genieten?” Een antwoord daarop geven, is moeilijk, maar ik denk dat je dat voor jezelf moet uitmaken.
We zien het leven vanuit een ander oogpunt. Een sterfgeval in je naaste familiekring stemt toch tot nadenken. Waar zijn we in godsnaam toch dikwijls mee bezig? Veel dingen worden nu weer tot de groep van de futiliteiten verbannen en belangrijkere zaken komen op de voorgrond.

oktober 1, 2010

Moederdag

Filed under: Dagboek B&T,Sofie Vansteelandt — melkbrigade @ 8:30 pm

Het is weer bijna zover. Zondag staat de kalender op 8 mei, de tweede zondag van de maand mei en Moederdag. Ik vind het steeds fijn dat ik een dag je in de bloemetjes gezet word – misschien ook letterlijk, wie weet? Er hoeft niks gigantisch aan te pas te komen, maar het doet deugd om een extra schouderklopje te krijgen. Eigenlijk heb ik zeker niet te klagen.
Zoals jullie nu stilaan wel weten, hebben we twee zonen. De oudste zal boer worden en trekt hele dagen met zijn vader op. De jongste heeft zijn gading nog niet gevonden en trekt graag met mij op. Zo hebben we alle twee onze zin.
Onze oudste zoon heeft net zijn G-rijbewijs behaald. Het werd een heus karwei. Hij heeft theoretische lessen gevolgd en was bij zijn eerste examenpoging geslaagd. Toen kwamen de praktijklessen aan bod. Dat werd een ander paar mouwen. Hij rijdt thuis erg vlot met de tractor, maar een examinator naast jou is nu precies niet zo rustgevend. Hij heeft drie pogingen nodig gehad om te slagen. Ik kan gerust begrijpen dat zo’n examen niet van een leien dakje loopt. De jongens zijn nog maar zestien jaar en hebben nog geen enkele ervaring in het verkeer. Dat is heel verschillend van iemand die met de auto rijdt. Die behalen hun L-rijbewijs en kunnen een zeer ruime tijd in het verkeer oefenen. Bovendien zijn die twee jaar ouder en kunnen ze al veel meer situaties beter inschatten. Maar voor iedereen geldt dezelfde wet, dus moest hij er ook door, en bij de derde keer was hij geslaagd! Ik blijf bij mijn standpunt dat het onverantwoord is om jongens van zestien een trekker en vracht van meerdere tonnen te laten besturen. Ze kunnen onmogelijk inschatten wat er kan gebeuren in sommige onvoorziene omstandigheden. En ik ben ook niet gerust in de snelheden die sommige tractoren kunnen halen.
Onze jongste zoon heeft zijn gading nog niet echt gevonden. Hij rijdt ook erg graag met de tractor, maar hij is nog beperkt tot onze hoeve of een dichtbijgelegen veld. Tijdens de paasvakantie mocht hij de mest op het land inwerken. We lachten er steeds mee dat hij de ‘strontwerken’ kreeg, maar een mens moet toch ergens op de ladder beginnen en meestal is dat nog steeds aan de onderste trede. Klaas, onze oudste, ploegde daarna het veld en maakte het zaai- of plantklaar. Mijn man had maar één opdracht: delegeren.
Eigenlijk heeft mijn man een etappe overgeslagen. Een tiental jaren geleden hebben we namelijk een nieuwe tractor gekocht. Toen hielp zijn vader nog alle dagen mee, dus palmde die de nieuwe tractor in voor de voorjaarswerken. Maar zijn vader werd wat ouder en zag het niet meer zitten om hele dagen mee te draaien, dus werd de loonwerker voor de voorjaarswerken ingeschakeld. Nu heeft Klaas dus zijn rijbewijs behaald en hij rijdt nu op het veld. Zodoende is mijn man nog steeds gedoemd om witloof marktklaar te maken.
Als je de lokale krant openslaat, zie je dikwijls foto’s van viergeslachten. Wel, wij hebben een driegeslacht: mijn schoonvader, mijn man en mijn zoon brengen alle drie witloof naar de veiling. Zijn dat geen mooie taferelen? Moeten we dat niet koesteren?
Matthijs helpt graag zijn moeder en moeder aanvaardt nog veel liever de hulp van haar souschef. Tijdens de vakanties vindt hij het reuzeprettig om de tafel uitgebreid te dekken. Als wij dan binnenkomen om ons vieruurtje te verorberen, vinden we dikwijls een surprise op tafel. Hij houdt van bakken, dat varieert van wafels tot cake enzovoort. Soms zijn dat rechtstreekse aanvallen op mijn lijn, maar op zulke momenten proberen we dat even te vergeten. ’s Middags komt hij graag mee binnen om het middagmaal te bereiden. Dat gaat van de tafel dekken, tot groenten snijden en favoriete slaatjes bereiden. Het mogen zonen zijn, ze moeten toch ook de basisregels beheersen van eten bereiden. Je weet tenslotte nooit waar het leven je doet belanden. De tijden veranderen wel: mijn vader ging aan tafel zitten en at. Hij kon absoluut geen maaltijd bereiden en had er niet de minste interesse voor. Vandaag moet een mens toch zijn plan kunnen trekken en in het huishouden kunnen bijspringen. Natuurlijk moet er interesse zijn – en die is er bij onze jongste alvast.
Maar laten we nog even op volgende zondag terugkomen. Ik wens alle moeders op onze wereldbol een fijne, mooie Moederdag. Laat jullie maar eens lekker verwennen. En aan alle vaders: denk eraan, zondag is D-day. Willen jullie goede punten scoren, stip die dag dan in jullie agenda aan.
– Sofie Vansteelandt

maart 29, 2010

Beton gieten, deze keer in ’t zwart.

Filed under: Dagboek B&T — melkbrigade @ 8:19 pm

Sedert verleden week is er veel veranderd aan het uitzicht van onze boerderij. Zaterdag was er hier veel volk bezig om 2 hopen aarde open te werken die hier lagen van toen we de funderingen maakten voor onze nieuwe kaasmakerij en ontvangstruimte. Met 2 kranen en 2 kippers waren ze hier druk aan het werk en tegen de avond was zag het er al helemaal anders uit. Voor morgen voorspellen ze regen, dus vandaag nog vlug gras zaaien en inwerken en dan kunnen de koeien tegen deze zomer er op. Ondertussen kregen we ook al adviserend bezoek van Kathleen, de landschapsarchitecte verbonden aan het Provinciaal Instituut van Beitem. Het is niet dat wij zo’n grote gedreven fan zijn van groen, maar een goede inkleding van de bedrijfgsgebouwen zien wij toch ook wel als een onderdeel van het visitekaartje van ons bedrijf. En het advies is dan ook toegespitst op functionaliteit en eenvoud, en vooral weinig snoeiwerk dus dat zien we wel zitten. Aan onze nieuwbouw hebben we nu ook wat beton gegoten, vooral aan de inkom en de ontvangstruimte, en onze plaatselijke betongieter Danny durfde het aan om die meteen in een zwarte kleur te gieten. (U had toch geen andere vermoedens bij de titel hoop ik?) Daarna wordt de beton in tegelmotief gezaagd voor een mooi effect.
Beetje bij beetje naderen wij aldus het einddoel en onze agenda bevat al heel wat boekingen voor bedrijfsbezoek en kaasschotel voor de komende maanden. Naast onze vernieuwde kaasmakerij willen wij er ons ook op toeleggen om groepen en verenigingen te ontvangen en het verhaal van onze koeien, melk en kaas en andere zuivel te vertellen en daarvoor bouwden wij een gezellige ontvangstruimte met aangepast sanitair en nieuwe winkel. Wij geloven er hard in dat de toekomst van ons bedrijf niet enkel meer ligt in het louter produceren van voedsel met afzet aan dumpingprijzen maar wij willen diezelfde liter melk een meerwaarde geven. Daartoe bespelen wij 2 vlakken, namelijk het verwerken tot ambachtelijk product met een duidelijke herkomst maar ook het aanbieden van educatie aan scholen, groepen of verenigingen.
Aangezien ik alle werken in deze nieuwbouw grotendeels zelf heb gedaan (of toch in eigen beheer) heeft het wat langer geduurd dan voorzien om dit alles te realiseren. En ik begrijp nu heel goed wat het spreekwoord zegt over “de laatste loodjes wegen het zwaarste”. Hoewel wij het einddoel steeds duidelijker voor ogen zien en het steeds dichterbij lijkt te komen worden wij weer keer op keer verrast door werkjes die ook belangrijk zijn en die het afwerken weer wat vooruitschuiven. Maar we komen er wel hoor, 6 april is alvast een datum waarop al heel wat moet klaar zijn, en dat zal ook wel zo gebeuren.
Niet dat wij nog helemaal nieuw moeten beginnen, wij zijn al van april 2009 aan het werk in de nieuwe kaasmakerij en na een zekere gewenningsfase wordt daar al volgens een vast stramien geproduceerd. Ons voordeel is dat wij er organisatorisch en ergonomisch heel veel op vooruit zijn gegaan omdat wij nu verschillende soorten kaas na elkaar kunnen maken. Eigenlijk zijn wij zo’n beetje slaaf van ons eigen enthousiasme, als er vraag is naar een nieuwe soort dan proberen wij die ook te maken, want de Klant is Koning, maar dan vraagt iemand anders de volgende keer weer net een soort die je niet hebt. Ach, dat geeft niet hoor, zo bouwen wij een uitgebreide kennis en expertise op die altijd wel ergens weer van pas komt.
Op zondag 22 augustus gooien wij de deuren van onze productieruimten wijd open en kan iedereen al dat moois komen bewonderen want dan organiseren wij opnieuw een Opendeurdag op ons bedrijf. De vorige editie dateert van 2005 en wij vinden het wel nuttig om dat nog eens te herhalen. Wij zien vooral graag dat veel van onze Brugse klanten er een dagje van maken om bij “hun” kaasboerin Krista te komen kijken. Vijf jaar geleden hadden wij ongeveer 4000 bezoekers, steken we dit jaar een tandje bij?
In mijn vorige Dagboek had ik het over een onaangepaste en dikwijls onverantwoorde administratie waarin men heel veel gegevens wil verzamelen zonder rekening te houden met de boer zijn mogelijkheden om dat in te vullen of aan te reiken. Kort gezegd, boeren verzuipen in de invulverplichtingen die allemaal “maar vijf minuutjes per dag vragen”. Toevallig stond ik op mijn Dagboek- weekend op de Agro Expo te Roeselare en ik kan getuigen dat ik felicitaties kreeg van tientallen boeren dat er eindelijk iemand was die dit durfde aan te kaarten. O ja, ook uit administratiehoek werd dit toegegeven, maar niet officieel, of wat dacht je? Velen vragen om een vervolg daarvan. Jammer, maar ik ben geen betaalde ombudsman. En ik kan niet altijd klagen in dit Dagboek.
Dit lijkt me meer een werk voor de landbouworganisaties, om daar eindelijk eens iets aan te doen.

Luc Callemeyn

januari 22, 2010

Goedele met melkmuil, mmm …

Filed under: Dagboek B&T — melkbrigade @ 9:57 pm

Met een erg goed gevoel kijk ik terug op 2009. We zijn nu in aanloop naar de feestdagen en de jaarwisseling. Ik denk dat we met z’n allen terugkijken op een hectisch jaar, met zelden positief nieuws – de geboorte van een olifantje buiten beschouwing gelaten. Persoonlijk ben ik dus wel tevreden over de resultaten die ik geboekt heb. Ondanks de economische malaise durf ik zeggen dat onze bedrijven het meer dan goed gedaan hebben. Voor mij het bewijs dat kleinschalige, familiale bedrijven echt nog wel toekomst hebben. Nichemarkten bewerken is dan wel een noodzaak, vrees ik. Ik maak hier ook wel een duidelijk onderscheid tussen ondernemers en (louter) producenten, die toch vaak met handen en voeten gebonden zijn aan de handel.
Voor een laatste maal dit jaar wil ik een praktijkvoorbeeld aanhalen. Dit najaar heb ik me gewaagd aan wat klokverkoop, via FloraHolland. Ik kon een mooie partij perfecte, visuele Euonymus fortuneisoorten op korte stammetjes aanbieden. Ik had deze planten zelf uitgeselecteerd en veilingklaar gemaakt. Naar mijn bescheiden mening was het een partij planten met een hoge marktwaarde, waarvoor ik mijn handen in het vuur zou steken. De najaarsverkoop verloopt nu eenmaal een beetje terughoudend en de particuliere verkoop van tuinplanten verplaatst zich toch steeds meer naar het voorjaar. Ik besef natuurlijk maar al te goed dat klokverkoop via de veiling een kwestie is van aanbod en vraag. In eerste instantie had ik er dan ook geen moeite mee toen er afgeklokt werd onder de marktwaarde van mijn planten – wel pijnlijk, natuurlijk. Tegen het einde van de eerste week werd een kar geweigerd voor klokverkoop. Vol verbazing nam ik snel telefonisch contact op met de veiling. Een keurmeester was van mening dat het geen uniforme partij betrof. Wat doe je dan? Rustig blijven? Zeggen dat je het niet eens bent met zijn mening, natuurlijk. Als leverancier trek je onvermijdelijk aan het kortste einde. Maar men was wel blij met mijn aanbod, kwestie van verbreding te hebben van het veilingaanbod. De volgende dag heb ik dan maar alle verpakkingsmateriaal van de veiling, de extra legborden en veilingkarren teruggezonden. Ik ben toch niet gek! Ik ben een ondernemer, geen melkkoe.
Nu wil het (toevallig) zo zijn dat ik nog geen week later ik een mail ontving van een Deense boomkweker die een aantal jaren geleden mijn boomkwekerij had bezocht. Een nieuwe klant dus, die net op zoek was naar mijn Euonymus fortuneisoorten op korte stammetjes. Snel wat foto’s gemaild, aangeboden met de correcte prijs, zelfs een partij van mindere kwaliteit – met een korting die toch nog hoger lag dan wat ik op de veiling kreeg. Een orderbevestiging volgde binnen de 24 uur. Kassa! Dan ben ik trots op wat ik doe en waar ik voor sta. “Laat me, laat me, ik heb het altijd zo gedaan”, zong Ramses Shaffy, die op 1 december overleed.
Toen ik begin november op zoek was naar een leuk boek voor de verjaardag van mijn petekindje Blijke, lag daar Goedele – met gratis Oxfam fair trade chocolade. Voor een eerste maal kon ik de verleiding niet weerstaan en ik kocht het maandblad, vooral voor de reep chocolade. Goedele is ook wel het type vrouw waar ik voor zou kunnen vallen. ‘Met ballen aan het lijf’, zoals ze hier – en waarschijnlijk ook elders – zeggen. Verstandig, charmant, mooi, welbespraakt en niet bang om allerlei taboes bespreekbaar te maken, zonder vulgair of choquerend te zijn. De chocolade was wel oké, maar wat fair trade betreft, blijf ik sceptisch. Ik heb dat met allerlei labels, die toch vaak om commerciële redenen gebruikt worden. Laat dat wel geen reden zijn om een goed doel niet te ondersteunen. In dit nummer van Goedele trof ik per toeval ook een hele reportage over ‘De Melkbrigade’. En Goedele deed het weer. Op een prachtige manier besprak ze de melkcrisis, naar mijn mening geheel objectief. De boeren moesten niet zeuren want … . De boeren moesten blijven protesteren want … . Ook mooie reportages over de melkboer, kaasboer en zuivelbereidingen. De herkenbaarheid van de Groene Kringoverall die boer Paul Goosen droeg, zorgde voor een gevoel van trots. Dit zijn wij ook, de land-en tuinbouwsector.
Ik heb dit najaar een kookcursus gevolgd bij Landelijke Gilde Loenhout. Een erg fijne ervaring, een leuke groep en lekker eten. Ook dat was de ‘schuld’ van de media. De kookprogramma’s waar men ons mee om de oren slaat, zorgden bij mij voor een wrede goesting naar meer. Dat wou ik ook, een hobbykok zijn! Wel, koken bleek ook echt leuk te zijn, werken met natuurproducten. Misschien ga ik hier nog mee verder, als ik ooit meer vrije tijd heb. Deze lessen zorgden voor nog meer respect voor mijn moeder en voor alle mama’s of papa’s die dagelijks instaan voor lekkere, gezonde en natuurlijk evenwichtige maaltijden. Nog even felicitaties richten aan Lutgarde. Prachtig hoe ze de kookmannen wist te sturen naar een lekker kookresultaat, niet altijd even gemakkelijk.
Wat rest er mij nu nog, behalve jullie prettige feestdagen te wensen en een ondernemend 2010.

– Henk van Beek

september 4, 2009

Adembenemend

Filed under: Dagboek B&T,Luc Callemeyn — melkbrigade @ 12:00 am

Op een mooie zomerse zondagavond was ik eens bezig aan de paperassen. Dat is niet zo verwonderlijk, tijdens de week zijn we druk aan het werk en dan worden al die enveloppen en papieren al vlug op een stapel gelegd. Zo nam ik ook een brief ter hand van de Mestbank. Weer ergens een toelichting om iets te doen wat we niet graag doen dacht ik. Ik ben niet erg schrikachtig meer, maar toen ik de inhoud van die brief aan het lezen was moet mij een wel erg hoorbare zucht ontsnapt zijn. Krista kwam zelfs vanuit de zetel kijken wat er scheelde. En dat was niet van de poes! Er werd mij een heffing opgelegd die ongeveer 10.000 euro te hoog was omdat ik niet genoeg aan de mestverwerkingsplicht had voldaan … in 2006!
Vele jaren geleden hadden wij als gemengd bedrijf nog varkens op de boerderij. Omdat ons hart meer bij de koeien lag dan bij de varkens hebben wij toen onze stallen verhuurd aan een zeugenhouder die zo met zijn eigen biggen een gesloten bedrijf maakte. Een sanitaire ideale droom dus. Maar toen de mestwetgeving opkwam besloten wij dat de eigenaar van de varkens ook eigenaar van de mest moest worden en zorgen voor de (betalende) mestafzet. Plots kwam echter minister Dua op de proppen die het nodig vond om mestrechten toe te wijzen aan personen, en dat vonden wij in ons geval natuurlijk niet zo juist. In volledige samenspraak met de huurder van onze stallen hebben wij toen die mestrechten op ons laten zetten, maar daarmee beschouwde men ons als overnemer uit een groot bedrijf en zo erfden wij de besmetting van de mestverwerkingsplicht. Ondertussen hebben wij al lang geen varkens meer hier, het andere bedrijf is ook al grotendeels afgebouwd, maar de heffing blijft bestaan. Al vier jaar op rij betaalden wij daar een boete voor van ongeveer 1900 euro, maar dit jaar was men er op de administratie van de Mestbank in geslaagd om ons een verkeerde berekening voor te schotelen van bijna 10.000 euro te hoog. Een mens zou van minder verschieten. Onnodig te zeggen dat dit in deze moeilijke tijden in de landbouw bijzonder ongelegen komt. Maar hoe is het eigenlijk zover kunnen komen dat iemand daar in de Mestbank (enkele tientallen?) verkeerde aangiftes verstuurd heeft? De wegen van de Mestbank zijn ondoorgrondelijk en ik zal het allicht nooit weten.
Toen ik deze heffing kreeg werd het mij gelijk bijna zwart voor de ogen. Eigenlijk dacht ik dat ik door de nieuwe reglementering van die heffing af was. Ik wist al dat die van vroeger 5 jaar ging lopen. En ik dacht dat die ten einde was. Met deze nieuwe heffing dacht ik dat ik nu misschien een nieuwe cyclus ingezet had van 5 jaar. De hoge heffing was dus van 2006. Ik wist al dat ik ook in 2007 en 2008 niet voldoende mest had verwerkt (gewoon omdat ik dat niet verplicht was) dus zag ik dat cijfer van de heffing al vermenigvuldigen met een factor 3. Meteen begon ik aan mezelf te twijfelen over mijn capaciteiten als manager van mijn bedrijf. Had ik iets over het hoofd gezien? Iets verkeerd ingeschat? En zou een stommiteit mij uiteindelijk misschien wel 50.000 euro gaan kosten? Allemaal vragen die mij die avond te binnen schoten. Later bedacht ik wat een minder sterke persoonlijkheid had kunnen doen als hij bijvoorbeeld die avond langs de loods zou lopen en daar een touw zien liggen …. En dat allemaal door een fout van de Mestbank. Boeren vandaag lopen (financieel) op de toppen van de tenen, en voor een administratieve fout aan Mestbank, Sanitel of premies worden zij gestraft met 500 of 5000 euro, het lijkt wel een willekeur. Ik vraag mij af als die verantwoordelijke van de Mestbank voor zijn onbedachte daad zal aangesproken worden? Of misschien zal het zijn chef nooit opvallen.
In ieder geval was ik er nog niet van af. In eerste instantie wilde ik mij tot een bekende politieker wenden die hier en daar wel wat te zeggen heeft. Daarna dacht ik mij een gerenomeerde advokaat aan te schaffen. Eentje die de rechtbank zou binnenstormen en die zou zeggen: “Luistert eens hier jongens, zo zit dat, en maakt dat eens gauw in orde”. Niets van dat alles, ik legde mijn geval uit aan de dienst die ook mijn mestbank aangiftes verzorgt, en die kon mij vertellen dat de Mestbank toegaf een fout te hebben gemaakt. Daarna maakt ik een afspraak met de verantwoordelijke van die dienst heffingen. Er was inderdaad een fout gemaakt, zo vertelde hij. Ik moest nu maar een bezwaar indienen. Ik zuchtte weer. Ik moest dus een bezwaar indienen dat mij handenvol geld zou kosten, terwijl de Mestbank al wist dat ze zelf in de fout waren . Ik ben nogal voor simpele oplossingen, dus stelde ik voor om mij gewoon een nieuwe, juiste heffing te bezorgen, en die vorige, zand erover. Ja, maar dat kon niet want eens een heffing uitgeschreven was moest die ook geïnd worden. Administratie!! Ik mocht dat bezwaar ook zelf en in mijn eigen woorden doen en dat heb ik dan op grond van de eerder medegedeelde gegevens zo goed en zo kwaad mogelijk gedaan.
Nog even de adem inhouden tot er een antwoord komt.

Luc Callemeyn

augustus 20, 2009

Nos amis, les Wallons en Ardenne

Filed under: Dagboek B&T,Sofie Vansteelandt — melkbrigade @ 12:00 am

Naar jaarlijkse gewoonte trekken wij er het eerste weekend van augustus op uit. Telkens rijden we richting Ardennen. Het begint stilaan op een familiebezoekje te lijken. Het is al voor de vierde maal dat we onze tenten op dezelfde hoeve opslaan. Allez, we slaan niet letterlijk onze tenten op, we gaan gewoonweg op hoevetoerisme: ‘chambres d’hôtes’ zoals je op zoveel plaatsen ziet.
Wij houden van de stilte, van de natuur en van het platteland – plat is het daar niet, maar je begrijpt wel wat ik bedoel! We logeren bij mevrouw Tassigny. Zijzelf heeft een stal dikbillen, maar tijdens de zomermaanden lopen haar dieren in de weiden rond haar boerderij. De zolder van haar huis heeft ze ingericht om mensen te ontvangen. Er kunnen een stuk of tien mensen overnachten. Je kan het niet geloven hoe kalm men daar leeft. Er is weinig stress te merken. Natuurlijk draait de boerenstiel – net zoals hier – niet echt rond, maar ze leven er toch totaal anders. Telkens wij Vlaanderen verlaten, zien wij een heuse bedrijvigheid op de velden en hoe verder wij het land intrekken, hoe kalmer het wordt. Je zou je beginnen afvragen wie er de slimste van de twee is. Je hebt tenslotte maar één leven en als er hierboven beslist wordt dat het gedaan is, is het ook werkelijk met je gedaan!
Een weekendje is zo vlug voorbij. Intussen staan we weer met ons beide voeten op Vlaamse gronden en hebben we ons witloofseizoen gestart. Ook wij zoeken manieren om ons product beter aan de man te krijgen en we hebben nieuwe perspectieven geopend. Mijn man heeft namelijk besloten om elke zaterdagnamiddag op de boerenmarkt van Diksmuide te staan. Ik steun hem voor de volle honderd procent. Hij heeft gelijk, hij zoekt een manier om meer waardering te vinden en voldoening in zijn geteelde groente. Op de veiling moet je dat momenteel niet zoeken, want het is er nog steeds niet te vinden.
We hebben deze stand overgenomen van een kweker, die daarmee gestopt is. Op de markt hangt er een speciale sfeer. Het is een sfeer van samenhorigheid van landbouwers. Boeren die trots zijn op hun werk en hun product en dat willen aanprijzen aan de man in de straat. Het zijn producten die rechtstreeks van de producent aan de consument verkocht worden. Dus, aan de versheid ervan hoef je niet te twijfelen. Er staan kramen met zuivelproducten, groenten en fruit, vlees, gevogelte, ijsjes en pannenkoeken, bloemen enzovoort. Waaraan zou je als consument nog twijfelen? Waarom zou je nog naar de supermarkt gaan? Je hebt er alles bij de hand. De producten worden er op een democratische en klantvriendelijke manier verkocht.
Je mag het wel niet onderschatten. De zaterdag was al de drukste dag van de week en met deze markt op zaterdagnamiddag moeten we nog een tandje bijsteken. Maar voor mijn man zijn dit echt een viertal uurtjes ontstressen. Hij doet het graag en dat is toch ook belangrijk. Intussen kan ik mijn huis schoonmaken en onze oudste zoon is dan boer ‘ad interim’. Hij heeft dikwijls een hele waslijst klusjes die nog afgewerkt moeten worden, terwijl zijn vader de markt doet. Maar geen nood, hij werkt ze met plezier af.
Van zodra we het witloofseizoen starten, begint de zomervakantie vlug te korten. Eens half augustus voorbij blijven er maar een tweetal weekjes meer over. Wat gaat die tijd toch vlug. Onze twee jongens hebben tijdens de maanden juli en augustus veel gewerkt. In juli hebben ze geholpen met de bloemkolen en in augustus helpt onze oudste bij onze buur courgettes plukken. Klaas is vijftien jaar oud en heeft graag zijn dagelijkse bezigheid. Het hoeven daarom niet allemaal even drukke dagen te zijn, maar hij werkt graag. De vakantie eindigt voor hem met een weekje ‘vakantiepraktijk’. Hij moet nog een weekje op school helpen de tuinen te onderhouden, de vruchten in de serres plukken enzovoort.
Onze jongste is momenteel op kamp met de Chiro. Het is dus stilletjes in huis en dat zit me niet zo lekker. Ik heb graag mijn kroost rond mij. Hetzelfde scenario herhaalt zich tijdens de eerste schoolweek. Twee maanden waren mijn kinderen in en rond het huis, in de gebouwen of ergens op de boerderij, maar ze waren thuis. Vanaf september is het stil, zowel binnen als buiten. Enerzijds keert de stilte en de rust terug, maar het blijft toch steeds een stukje afgeven. Dat is lastig voor mijn moederhart!
– Sofie Vansteelandt

juni 17, 2009

Overschakelen naar Plan B

Filed under: Dagboek B&T — melkbrigade @ 9:33 am

Tijdens het interviewen van een bekend persoon wordt er soms naar een ‘plan B’ gevraagd. Daarmee bedoelen ze welk beroep je op de tweede plaats in gedachten had. Wel, ik heb daar ook al dikwijls bij stilgestaan. Ik ken collega-landbouwers die gedeeltelijk uit de sector gestapt zijn en een nieuwe start als werknemer genomen hebben. Dat stemt toch tot nadenken! Zelf ben ik geïnteresseerd in heel wat verschillende beroepen. Zo heeft het me altijd al aangesproken om ambtenaar bij het parket te worden. Waarschijnlijk kunnen jullie de link niet leggen, maar ik heb nog een tijdje Rechten gestudeerd. Het fascineert me hoe deze mensen ongevallen, dubieuze sterfgevallen, moordzaken enzovoort ophelderen.
In de tweede plaats had ik graag iets in de horeca ondernomen, want ik kook en bak met veel plezier. Ooit – misschien als mijn kinderen groter zijn – wil ik aan het vormingsinstituut kooklessen volgen. Bij KVLV lassen we elk jaar drie of vier kooklessen in. Ons gezin is voor de bakker een slechte klant want mijn brood bak ik zelf, van gewoon bruin tot volkoren en rozijnenbrood. Sporadisch halen we nog een taart bij de bakker. Het geeft een grote voldoening als je een eigen creatie op tafel kan aanbieden. Het lukt de ene keer beter dan de andere, maar we zijn allemaal maar amateur-bakkers. Ik ben misschien wat ouderwets, maar mijn mayonaise bereid ik ook zelf. Je weet dan tenminste wat er allemaal insteekt en de smaak is helemaal anders. Natuurlijk komt er bij mij soms ook kunst- en vliegwerk aan te pas en dan zet ik een maaltijd op tafel uit een bokaal.
Graag had ik onze jongste zoon naar de hotelschool gezonden, want hij heeft ook een boontje voor koken. Het mocht niet baten, de interesse is er wel maar niet voldoende om er zijn beroep van te maken. Ik begon al te dagdromen. Matthijs baat een restaurant uit en mama helpt in de keuken mee want een helpende hand blijft toch steeds welkom. Ik probeer graag een nieuw recept uit en dan geeft iedereen op een score op tien. Mijn ene keukenkast zit vol kookboeken en mappen met recepten die ik verzamel uit tijdschriften als Libelle of Nest, enzovoort.
Toen mijn plannetje maar niet wou lukken, zijn we in de slagerijschool op bezoek gegaan. Misschien zou hij zijn gading vinden als slager. Dan kon ik in zijn slagerij helpen. Maar nee hoor, na ons eerste bezoek zakte het enthousiasmepeil tot nul. Hij zou absoluut geen slager meer worden. Misschien probeerde ik te veel mijn gedachten in zijn handen te leggen. Iedereen moet zijn eigen weg vinden en blijkbaar kronkelt die van Matthijs tussen de struiken en de bomen. Hij wilde last but not least tuinaanlegger worden. Als er nu één iets is waar ik echt geen verstand van heb, is het toch wel daarvan. Ik heb absoluut geen groene vingers, zelfs een cactus kan ik laten sterven – en dat is toch niet evident, hé!
We zullen het maar vanuit de positieve hoek bekijken: binnen afzienbare tijd hoef ik de tuin niet meer te onderhouden. Mijn tuinman zal dat wel doen. Zelfs nu doet hij het al gedeeltelijk. Ieder weekend rijden de kids het gras af. Ze hebben samen een moestuintje en regelmatig wordt het onkruid verwijderd. Ik had bij hoog en bij laag gezworen nooit meer een moestuintje aan te leggen, want het eindigt toch altijd in een herbarium van soorten onkruid. Mijn man kreeg toen de opdracht om het tuintje maar weer bij het gazon te brengen. Nu mijn twee zonen les volgen in de tuinbouwschool, willen ze wat experimenteren. Het gevolg daarvan is dat het gazon weer gedeeltelijk omgespit werd en de moestuin is ‘back’.
Genoeg gemijmerd, ik zal maar opnieuw witloof gaan plukken. We gaan onze laatste twee weken in. Daarna wordt het tijd om de stress even aan de kant te schuiven. We stoppen tot half augustus. Intussen hebben we vruchten op het land waarmee we bezig zijn. We hebben een eerste vrucht bloemkolen staan. De nieuwe witloofwortelen zijn al gedeeltelijk gezaaid. Later zullen we die wat dunnen, het onkruid verwijderen enzovoort. We zijn blij dat we onze geest wat kunnen laten rusten, want het was nu ook geen seizoen om in de annalen te noteren. Je zou er de moed bij verliezen. Momenteel herstelt de markt zich een beetje. Aan alle witlooftelers wil ik graag het volgende meegeven: laat de moed niet zakken. Het is niet plezant om voor een minimumprijsje je product op de markt te brengen. Maar ik houd me aan één gedachte vast: “Het is nog nooit slecht blijven gaan en het tij zal wel keren. Na regen komt de zon altijd weer tevoorschijn!”
– Sofie Vansteelandt

Maak een gratis website of blog op WordPress.com.