Mijn dagboeken in Boer & Tuinder

oktober 20, 2012

Een film van het boerenleven.

Filed under: Luc Callemeyn — melkbrigade @ 8:44 pm

In 1971 keek ik naar de televisie om mijn vader te zien op de Boerenbetoging in Brussel. Niet iedereen was daar echter even “braaf” — 1976 was een zeer droge zomer, er was geen eten voor de koeien en van ellende probeerde een boer in het dorp met een hamer zijn hoofd in te slaan. — 1974 was een zeer nat najaar, het leger werd ingezet om de aardappelen en bieten van het land te halen — In 1984 kwam het melkquotum, het leidde tot een stabiele melkprijs tegen onnozel hoge onkosten. In 2015 vergaat alles weer in lucht. Heeft het ons iets opgebracht? — In 1986 ontplofte de kerncentrale in Tjernobyl, men vreesde dat de giftige wolken onze weiden gingen besmetten. — In 1987 begon Campina de Vlaamse markt te bewerken en dat heeft ons toen veel voordeel gebracht. — In 1988 vond ik een jonge boerin bereid om samen de schouders onder het bedrijf te zetten. Het begin van ons “succesverhaal Baliehof”. Drie dochters vervolledigden ons gezin — In 1989 was de melkprijs zo goed dat wij stallen bouwden zonder veel te moeten lenen — In 2001 heerste Mond- en Klauwzeer in Engeland en door contact of verdachtmaking mochten hele streken een poos geen melk meer leveren — In 1996 kwam de gekkekoeienziekte. Wanneer men één positief kalf of slachtdier vond was dit voldoende reden om een heel bedrijf op te ruimen — In 1999 werd de dioxinecrisis net voor de verkiezingen geëxploiteerd door Verhofstadt, daarna trad premier Dehaene af om dat zelf op te lossen. Niet zo slim, want de Liberalen wonnen en haalden ook de Groenen binnen. Dat leidde tot een nieuw Mestactieplan en de Groene Hoofdstructuur. Maar ook tot een degelijk crisismanagement inzake voedselveiligheid. Dioxine: men wist toen niet wat het was, waar het vandaan kwam en wat de gevolgen waren. De media zweepte alles op. Het beeld van te zware geslachte kippen die op de vuilnisbelt werden gekieperd blijft in mijn gedachten hangen —  Met zijn nieuwe, onvriendelijke wetten en controles groeide het Voedselagentschap uit tot een verafschuwd bastion. Als je toen een peiling had gedaan naar de minst populaire persoon die iets te maken had met landbouw, dan was de chef van het FAVV zeker met stip genoteerd. — In 2008 werd voorzitter Noel Devisch opgevolgd door Piet Vanthemsche. Ik had zin om meteen mijn lidmaatschap op te zeggen, maar iemand zei me “Geef hem toch een kans!”. Was hij de beste kandidaat? Ik denk dat een persoon als Yves Leterme of Herman Van Rompuy dat ook goed zouden gedaan hebben. De voorzitter is nu beter aanspreekbaar geworden en zijn persoon weerspiegelt de boerenvakbond. Maar ik geloof niet dat het aantal actieve en betrokken leden verhoogd is. — 2008 was een topjaar voor de melk, maar ontevreden melkveehouders stapten over naar een andere fabriek “voor nog een beetje meer”. Een zuiveladviseur stelde op een vergadering dat het niet altijd nodig is dat boeren zo veel verdienen. — 2009 was een absoluut dieptepunt in de melkprijs. Het beeld van honderden boeren die hun melk uitspreidden op een akker in Ciney was het beste voorbeeld van ondernemers die hun zaak op eigen risico verdedigden. — Na een kritisch Dagboek over een studiereis naar Portugal werd ik door Nederlandse immigranten aangeraden om daar een tijdje weg te blijven. — Het Melkprijzen-onderzoek is in stilte afgevoerd, “de Gouden Melkfactuur” kon niet verder werken omdat enkele melkfabrieken weigerden mee te werken. — Het gedrocht Veeportaal werd met veel complicaties geboren. Het is nooit een mooi kind geworden — 2011: de VLIF-inkomensgrens van een leefbaar bedrijf wordt vastgesteld op 12.500€, in slechte jaren mag het nog lager zijn. Deel dat eens door 3000 werkuren? Wie dit heeft bedacht en als realistisch gedoogd zou zich diep moeten schamen — 2012: onze grootste coöperatie betaalt de laagste melkprijs van Europa, ik heb hun prijs nooit als een topper ervaren. — Boerenblog verwelkomde al 320.000 bezoekers, het Youtube filmpje “Stro hakselen” al meer dan een half miljoen en dagelijks surfen 30 à 40 mensen naar www.baliehof.be — Vorig jaar hadden wij 3000 geïnteresseerde bezoekers op onze hoeve in het kader van landbouweducatie.

 

Volgende keer wil ik afsluiten door een drietal personen van commentaar te voorzien. Omdat ik vind dat het moet.

 

Luc Callemeyn

Advertenties

juni 21, 2012

Boeren is topsport en er kan wel eens een wiel aflopen.

Filed under: Luc Callemeyn — melkbrigade @ 3:36 pm

Ik ben niet op de Innovatiedag geweest, daar werd ondernemen vergeleken met topsport. Het voorbije voorjaar kan je ook heel goed vergelijken met topsport, maar er is  wel een verschil met de kampioenen op de TV. Daar zien we meestal een startschot, een uiterste krachtinspanning en een finish, en slechts 1 gelauwerde kampioen terwijl zovele anderen ook bijna net zo goed waren. We willen niet de beste zijn, maar gewoon kwalitatief werk afleveren. Toch enkele grote verschillen met die kampioenen: wij mogen onszelf naar eigen vermogen voorbereiden op onze prestatie, wij mogen zélf het startschot geven, we mogen zélf beslissen hoe hard we lopen, en de finish is niet alleen bij het oogsten, maar wel vele maanden later als wij kwalitatief ruwvoer verstrekken aan onze koeien. Door een koud en nat voorjaar moesten wij vele lange dagen wachten tot we konden beginnen. En dan was het nog altijd een wegsnoepen van enkele mooie dagen. Op korte tijd moet er dan zodanig veel extra werk gebeuren, en het werk aan de dieren moet ook nog gewoon verdergaan.  We hadden als bijkomende opdracht dat we een nieuwe dubbele cirkelhark moesten opstarten, en dat was nog even wennen. Het hakselen verliep traag en moeizaam, en het is nu nog de discussie of dat aan de hakselaar lag of aan de massale opbrengst van het gras of aan de harkbestuurder. Iedereen loopt op zo’n moment op de toppen van zijn tenen en er worden vele lange uren gewerkt tot de maïs gezaaid is. Hebben wij in deze topsport gewonnen in onze sprint? Dat zien we later wel. Zeer merkwaardig is dat de maïs dit jaar tussen zaaien en opkomst maar zes dagen nodig had. Verleden jaar was dit zes weken, en de nodige frustratie omwille van de uitzonderlijke droogte.

Niet iedereen zal het toegeven, maar er kan ook al eens een wiel aflopen. Wij hadden eind mei een controlebezoek gepland van IKM. Door het opschuiven van de werkzaamheden viel dit juist op een maandag dat er enorm veel werk was. Er moest met 2 tractoren drijfmest gevoerd worden, ook nog vaste mest openspreiden van boxen die we nog moesten uitmesten, en onmiddellijk daarna ploegen en zaaiklaar leggen. Het was een onachtzaamheid van me dat ik die IKM controle niet afgebeld had. We hadden het ook veel te druk gehad. Toen de controleur aankwam op bedrijf heb ik gezegd dat de controle voor mij niet kon plaatsvinden, maar dat was volstrekt niet naar haar zin. Haar werkplanning moest doorgaan. Toen we een tijdje diep en zwart in elkaars ogen hadden gekeken zijn we elk onze weg gegaan. Ik heb dit voorgesteld als een geval van overmacht, en dat was ook écht zo en ik heb meteen gebeld om een nieuwe afspraak te maken. Via contacten met het bureel heb ik vernomen dat het mij 60€ boete zal kosten voor die nieuwe afspraak. Dan nemen we dat erbij.

Zelden krijg je van een controleur goede punten. Er is een checklist en als je daar 10 tot 20 slechte punten scoort op 100 dan kijkt men je aan alsof dit bedrijf meteen mag gesloten worden. De “rommelstatus”  zou Moody’s zeggen. Wij zijn nu in de examentijd van onze kinderen. Wanneer zij daar 81 % halen krijgen ze grootste onderscheiding en mogen ze direct in gelijk welk bedrijf beginnen. Hoezo? Zij hebben toch ook 20% verkeerd dan?

Voor de groepen die wij op ons bedrijf ontvangen hebben wij een Gastenboek klaarliggen. Iedereen kan daar na het bezoek zijn commentaar in schrijven. Het is echt hartverwarmend om alle lofbetuigingen te lezen, vooral aan het adres van mijn kaasboerin Krista die de groepen met veel enthousiasme rondleidt. Sommige mensen schrijven daar dingen die we van onszelf zeker niet luidop zouden durven zeggen! Dat doet nog eens deugd, en staat in schril contrast met checklijsten en controlebezoeken waar je het nooit goed genoeg doet. Benieuwd? Ons Gastenboek kan je raadplegen op onze website www.baliehof.be .

Dit is mijn achtenveertigste Dagboek. Wat gaat de tijd snel! Bij mijn volgende twee Dagboeken zou ik graag afscheid van u nemen als lezer. Stoppen aan 50, zowaar. Ik wil dan nog twee speciaaltjes voor u klaarmaken: eentje over gebeurtenissen die mij in mijn huidige beroepscarrière van bijna 30 jaar het meest ge(k)raakt hebben. En dan nog eentje over enkele mensen die ik nog even van commentaar wil voorzien. Blijven lezen dus ….

Luc Callemeyn

maart 29, 2012

Nu 35 jaar ouder en 35 kg dikker

Filed under: Dagboek B&T,Luc Callemeyn — melkbrigade @ 3:34 pm

We zijn eind maart en het quotumjaar loopt ten einde. Daar zal weer niemand spijt van hebben. Het voorjaar 2011 was droog, de zomer was nog droger en de kwaliteit van het ruwvoeder maar vooral de opbrengst was ondermaats. Toch is de sector van de melkveehouderij er weer in geslaagd om tot op een paar weken geleden met een bange blik te moeten kijken op het vullen van de toegestane hoeveelheid melk die mag geleverd worden. Zit je eronder, dan heb je te weinig omzet en inkomen, zit je erboven, dan dreigt een serieuze superheffing. Hoe moeilijk het ook is om dit te passen met een stal levende dieren, toch slagen de meeste melkveehouders om dit tamelijk juist te doen. Aanpassen van ruwvoeder en krachtvoeder, aankopen of verkopen van koeien of vaarzen, het blijft soms een gokwerk. Met het afsluiten van het melkjaar moeten wij als hoeveproducenten ook nog een puzzelwerkje doen. Voor de Dienst Quotumbeheer onder ALV moeten dan ook nog de Boterboek afwerken. Dit is een omschrijving voor het document waarin wij moeten noteren wat wij allemaal verwerkt hebben. Wij zijn verplicht om dit wekelijks in te vullen. Ken je iets van boekhouding? Dan zal het volgende u welbekend voorkomen: wat zit er begin van de maand in de begininventaris, wat is er geproduceerd, wat is er verkocht, niet-verkocht, vernietigd, verbruikt in eigen huishouden en wat is de eindinventaris. Aangezien wij een groot assortiment hebben van melkproducten moeten wij dit ook voor elk product apart doen. Boter, room, volle melk, magere melk, harde kaas, volle plattekaas, magere plattekaas, volle yoghurt, magere yoghurt, roomijs, karnemelk, pudding, chocopasta, chocomousse, rijstpap, …. Zoals gezegd moeten wij wekelijks de verkochte hoeveelheden invullen, en op het eind van het melkjaar alle getallen van iedere maand optellen. Dit wordt vermenigvuldigd met voor ieder product een coëfficiënt volgens de hoeveelheid melk die erin gaat. Zodoende verschijnen er in onze Boterboek tegen het einde van het jaar ongeveer 2000 getallen, en aangezien je dit elke week moet invullen kan dit ook op elk moment via steekproef gecontroleerd worden. Bedoeling is dat het klopt met de productie van de koeien, met de leveringen aan de fabriek en de eigen verwerking. Jaja, wie schrijft, die blijft … bezig. Alweer.

Enkele weken geleden werd ik uitgenodigd voor een klasreünie van het eerste middelbaar in het St Janscollege in Meldert. Voor wie goed kan tellen, dit is 35 jaar geleden. In dit jongens-internaat tussen Leuven en Tienen kwam je terecht als je daar al kennissen had, of wanneer je bezocht werd door de reizende pater. Die had er een neus voor om zonen van boeren of zelfstandigen naar daar uit te nodigen. Ongeveer drie vierden van de leerlingen waren West Vlamingen, wij werden op zondagavond opgehaald door een bus. De eerste keer dat ik naar daar trok was voor 3 weken, daarna telkens voor 2 weken. Het was er best wel een gezellige maar strenge tijd. Ik was er niet van de braafste, maar er waren wel nog slechtere (hoorde ik later …). De grootste straffen die werden gegeven waren: klusjes opknappen, 100 bladzijden straf, of niet naar de film in het weekend. Ik ben daar 2 jaar gebleven, daarna was de roep van de landbouwschool in Roeselare groter. En nu was er dus een bijeenkomst van al die oude mannen. Het deed wel raar, om weer een naam te proberen te plakken op een gezicht. Velen waren erg veranderd, soms al wat ronder van vorm. Het was erg boeiend om te horen waar iedereen terechtgekomen is en hoe zij geëvolueerd zijn in hun werk en gezin. Frappant: bijna alle mannen waren alleen gekomen, slechts 3 hadden hun dame meegebracht. Benieuwd naar mijn tafelgenoten? Een loonwerker, een boer met gemengd bedrijf, een medewerker aan een helpcentrum, een onderhoudsingenieur, een zorgverlener, een directeur in Zwitserland met 4000 man personeel en 2 miljoen wagens onder beheer (ben ik niet jaloers van), een juwelier, twee veevoederhandelaars, een verkoper van kappersproducten, een onderhoudstechnieker in een casino, een vertegenwoordiger in “vanalles met percentjes” en een verkoper van beursaandelen. En ikzelf als kaasboertje ertussen natuurlijk. Raar hoe al deze mensen in de loop van een paar uur door gesprek en gedrag stilaan weer oude bekenden werden. We waanden ons bijna weer in de klas als 12-jarigen. De tijd van toen, gelukkig voltooid verleden tijd

Luc Callemeyn

januari 26, 2012

Stof tot nadenken.

Filed under: Dagboek B&T — melkbrigade @ 3:33 pm

Rond de jaarwisseling wensen wij elkaar het allerbeste voor het komende jaar. Ik heb er nog niet veel van gemerkt. Ik ben een liefhebber van techniek, en het mag al eens een graadje moeilijker zijn dan het gewone. Toch heeft die techniek mij wat parten gespeeld. Doodnormale zaken die gewoonlijk allemaal gesmeerd lopen, met als hoogtepunten de plaatsing van automatische afname en melkmeters die een enorme opstoot van uierontsteking tot gevolg hadden .

Ik ga nog even met u terug in de tijd. Begin december was er de landbouwbeurs Agribex. Zo heel toevallig rond Sinterklaas en net na het uitbetalen van de akkerbouwpremies. Vele jaren terug zou het gebeuren dat ik 3 keer in één week naar Brussel trok. Kwestie om alles gezien te hebben. Nu had ik genoeg aan een halve dag. Misschien vind je het gek dat ik de rest van die dag adviseur heb gespeeld. Ik ben op niet minder dan 5 standen of diensten geweest, en heb daar mijn mening gedeeld of discussie aangegaan met oog voor het voordeel van mijn collega-boer. Op dat ogenblik vond ik dat nuttig en dacht ik aan een win-win situatie. Nu 2 maanden later bemerk ik dat er weinig veranderd is. Eigenlijk is het te gek voor woorden, ik rijd naar Brussel, ik sta in de file, en besteed een halve dag van mijn Agribex-bezoek aan een werk waar een andere ervaringsdeskundige 75 € per uur voor vraagt. En als ik laat thuis kom moet ik dan nog mijn koeien melken.

Eind januari maken wij ons alweer op voor die andere landbouwbeurs in Roeselare, de Agro-Expo. Traditioneel is dit dé groentenbeurs. Ik sta er iedere keer weer van versteld hoe de standen uitgebouwd worden als groteske paleizen en hoe sommige zelfvoldane verkopers hun waren aan de man brengen. In de meeste gevallen een plateau met schuimende bierglazen, er mag al eens gefeest worden. Dan hopen ze dat de contracten wat vlotter zullen getekend worden. In Agribex sprak ik met boer Piet die een vrij groot areaal groenten teelt. Hij vertelde mij dat ongeveer driekwart van zijn areaal niet genoeg opbracht om de teeltkosten te dekken. Dat betekent dat toeleveranciers betaald zijn voor plantgoed, loonwerk, meststoffen en sproeistoffen en dat  boer Piet en zijn gezin een vol jaar voor niks hebben gewerkt. Wij kennen elkaar goed genoeg om er geen doekjes om te winden, ik vroeg wat de toekomst nu brengt? “Ik weet het niet” zuchtte hij, “kan ik iets anders dan weer voortdoen? In maart beginnen we alweer te planten.” Stof tot nadenken.

Er is nochtans geld genoeg op de wereld maar soms zit het op bizarre plaatsen. Op de wekelijkse markt staat Krista met haar zuivelproducten en daar komen veel toeristen. Met een koppel uit Texas in de VS raakten we aan de praat. Zijn hobby-farm is even groot als de mijne maar hij heeft maar 10  vleesdieren en ik heb 150 dieren. Hij doet iets met verzekeringen, in juli waren ze getrouwd (voor beiden allicht niet hun eerste keer) en nu maakten ze een wereldreis. Ze vonden onze bolletjes kaas zo lekker dat zij vroegen om er een aantal naar hun huis op te sturen. Wij hebben dit aanvaard, mits voorafbetaling van de kosten. Wij zijn wel goed, maar niet dom. Zij kochten voor 70€ kaas, en betaalden 60€ cash voor het transport. Het pakket was 10 dagen onderweg, en in Amerika is het de gewoonte dat “the postman always rings twice”, in dit geval werd de kaas 3 keer ten huize aangeboden, maar ze waren allicht nog niet thuis van hun wereldreis. Ik heb alle moeite gedaan om ze via internet en 1204 op te sporen, maar tevergeefs. Niet getreurd, getrouw aan de song van Elvis kwam het pakje “return to sender”, maar het was hier nog niet thuis of er kwam bericht dat het zo jammer was en bla bla bla en of we zo vriendelijk wilden zijn om het nogmaals op te sturen, dit keer met een order van nog 4 kg extra. Geen nood, alles wordt vooraf betaald, ook opnieuw de extra verzendkosten. Totale uitgave: ongeveer 250 euro voor een tiental kg kaas. Maar dan wel van de beste kwaliteit natuurlijk.

Verleden week was hier een groep Zweden op bezoek. Tractor dealers en grote loonwerkers. Hun belangrijkste werk: grasbalen wikkelen en heel de winter sneeuw ruimen. Behalve dit jaar want er is veel te weinig sneeuw. Eén van deze ondernemers vroeg mij of ik ooit al eens een aanbod had gekregen van een andere zuivelfabriek om ons te laten overnemen. Ik stond zowat perplex. Daar heb ik zelfs nog nooit over gedacht om daarover na  te denken.

 

Luc Callemeyn

november 10, 2011

Computergebruik voor dummies

Filed under: Luc Callemeyn — melkbrigade @ 8:29 am

Het leven is vol tegenstellingen en verrassingen. Vorig jaar verliep de oogst enorm slecht door het natte najaar. We dachten dat het nooit meer goed zou komen. We hadden nu een zeer droog voorjaar en zomer maar alles werd weer goedgemaakt door de neerslag in de nazomer en het gunstige weer in oktober. Iedereen kon oogsten en zaaien dat het een lust was. Ook hier is alle gras na de maïs gezaaid. Voorlopig is het druk met de najaarsactiviteiten waar wij onze hoeveproducten aan de man (proberen te) brengen. We moeten onze ambachtelijke producten niet beschouwen als gat in de markt, maar wij zien toch een voorzichtige groei in de afzet. Zoals altijd moeten wij hard werken voor de positieve extra’s en de negatieve krijgen wij gratis toe.
Dankzij Europa kan de VLIF steun voor de thuisverwerkers zorgen voor een steun in de rug. Deze zomer kwam er een nieuwe reglementering die ervoor moet zorgen dat enkel actieve en volwaardige boeren nog kunnen genieten van VLIF steun op hun landbouwbedrijf. Dat is een goede zaak. Er werd echter buitensporig gesleuteld aan de hoogte van de omzet die mag gehaald worden van buiten het bedrijf. Die bedraagt amper 5580 euro. Daarmee wordt de omzet bedoeld wordt die gehaald wordt uit verkoop van producten die niet van eigen bedrijf zijn. Reeds jaren zetten wij ons bij de Westvlaamse Hoeveproducenten in om uitwisseling te doen van producten, zodat in de kleinere hoevewinkels een breder assortiment kan aangeboden worden. Dit zorgt voor meer klanten en een beter inkomen. Die 5580 euro per jaar is maar 100 euro per week, Is dat teveel? Even vergelijken: dat is per jaar evenveel als 50 varkens afleveren, 1 week melken of 3 ha graan telen. Het alternatief is om een nieuwe vennootschap op te richten met aparte kassa en dubbele boekhouding. Iemand van administratieve vereenvoudiging gehoord?

Jaren geleden kocht ik een computer, ik denk in 2002. Bedoeling was om te bankieren, info op te zoeken, en ja, ook een beetje om op het web te snuffelen. Vandaag is dit helemaal omgezwaaid en de weg naar de computer is meestal om daar serieuze dingen op te doen. Zaken die we vroeger met de hand moesten invullen worden nu aangeboden in een web-applicatie waarbij iedere administratie zijn eigen systeem heeft. Duizenden veehouders moeten een mestbank aangifte bijhouden en ik zie daarvoor in de praktijk 3 grote systemen (mestbank, BB en SBB) die eigenlijk allemaal verschillend zijn in opbouw maar allemaal op het zelfde neerkomen. Uiteraard zullen er nog vele tientallen eigen programma’s zijn van voederadviseurs en boekhouders. En wanneer de mestbank u een controlebezoekje brengt, dan beginnen ze helemaal opnieuw met hun eigen systeem. Wat een verspilling eigenlijk. De overheid zou hier een sturende rol moeten nemen, samen met boekhouders en syndicale organisatie om daar één globaal invulsysteem van te maken. Er zijn voorbeelden genoeg dat dit wel kan, op een simpele manier. Kijk maar eens naar het e-loket, iedereen gebruikt dit nu om zijn percelen te registreren, ook de grote boekhoudkantoren. Let wel, vergeet dan niet om eens te kijken naar het Veeportaal om te zien hoe het zeker niet moet. We zijn nu al drie jaar na lancering en ikzelf en vele andere boeren blijven vloeken op heel dat onlogische gedoe. Hoe hard men ook zijn best doet om cursussen te organiseren (of is dat weer een bron van inkomsten?) of de helpdesk te bemannen. Het zou misschien kunnen dat boeren te dom zijn om te leren werken op de manier van de computer programmeurs. Het zou ook kunnen dat die lui te slim zijn om dat op een begrijpelijke manier aan de boeren (hun afnemers?) voor te stellen. Wie zijn dan de computer-dummies? Als men nog niet bezig is om heel die boel te herschrijven, dan is het vlug tijd om eraan te beginnen. Het is toch van het gekke dat er nu al minstens drie privé firma’s zijn die net het zelfde aanbieden als het Veeportaal, met dien verstande dat het alweer de boer is die hen moet extra betalen om hun programma te mogen gebruiken. Ik vind het daarbij ook wat pijnlijk te moeten vaststellen dat onze coöperatieve rundvee verbeterings organisatie VRV hierbij als hekkensluiter fungeert, hoewel zij toch het meeste baat hebben bij het versturen of binnenhalen van gegevens. Dit moet beter kunnen!

Maar al die verschillende systemen, een boer zou er door ontmoedigd worden. De overheid zou hier meer moeten coördineren en onze landbouworganisaties moeten hen daarbij helpen, dat zal meer liefde voor de stiel bijbrengen dan ergens in privébedrijven geld te investeren, is mijn mening. En iedereen op dezelfde manier laten werken, bijvoorbeeld met zoals met mijn traktor: “die is geel en groen, daar kan je toch alles mee doen?” Of is dit te simpel gedacht?

Luc Callemeyn.

september 1, 2011

Er groeit iets en er bloeit iets

Filed under: Luc Callemeyn — melkbrigade @ 3:29 pm

Eén van de nare neveneffecten  van hoeveproducten is het feit dat de productie heel wat geld kost. De grondstof melk hebben we aan onszelf (maar natuurlijk kost die ook), daarnaast heb je de factor mechanisatie en arbeid. Wie ooit denkt om met hoeveproducten te beginnen moet rekening houden  met veel stielkennis en met harde arbeid en natuurlijk 100 percent motivatie maar verliest de factor energie vlug uit het oog. Soms zijn we wel eens helemaal verkeerd bezig. De melk van onze koeien komt warm uit de uier, wordt diepgekoeld, wordt dan vervolgens in een bereiding verwarmd of gekookt, en dan weer gekoeld. Onze zwaarste kookketel trekt maar eventjes 18 kW per uur en om onze kaasmelk op te warmen staat hier een chauffageketel van 210 kW te gloeien (6 keer zoveel als een gewoon huis). Het kan dus ook niet anders dan dat de stookkosten en electriciteitsfactuur de pan uitrijzen. Ik denk dat onze stookolieboer iedere keer een grote glimlach opzet als ik hem opbel. Toen ik mijn laatste electriciteits afrekening kreeg kon ik er minder om lachen, een opleg na een jaar van meer dan 6000 euro en de laatste maandelijkse factuur bedroeg 2500 euro. Je kan daar licht overgaan, als het noodzakelijk is, dan moet het, maar ik wil er wel even op wijzen dat dit allemaal uit de verkoop van dat potteke yoghurt, dat pakje boter of die kwart kilo kaas moet komen. Ik vind het in ieder geval zeer frappant dat men om onze oren slaat met slogans om bij de goedkoopste energieleverancier  aan te sluiten, en dat ik anderzijds vaststel dat die concurrentiele prijs van de aanbieder van electriciteit slechts één vierde bedraagt van onze factuur, de rest is vaste kosten voor  transport en distributie en nog een tiental andere taksen en heffingen.

Gelukkig was er zondag de Energiedag te Beitem. Niet minder dan 1300 bezoekers hadden gelijklopende gedachten als ikzelf: die energiekosten omlaag trekken. Diverse aanbieders toonden ons verbranding, vergisting, zonnepanelen en zonneboilers, warmtewisselaars en warmtekrachtkoppelingen. Veelal blijkt ook een doordacht gebruik en een paar kleine technische aanpassingen te kunnen leiden tot energiebesparing, bijvoorbeeld warmterecuperatie op de koelgroep. In Beitem had men kosten noch moeite gespaard om iedereen de juiste info te geven, met informatieve standen, brochures en uitleg en daarnaast nog een hele straat met standhouders en demonstraties. Daar halen we wel wat uit. En dit is voor herhaling vatbaar. Uiteraard waren de contacten met collega’s al minstens even belangrijk. De tomeloze inzet waarmee deze studiedag werd gerealiseerd is een mooie afspiegeling van de dynamiek te Beitem. Recent heeft heel de Provinciale landbouwvoorlichting en landbouwverbreding een nieuwe structuur aangenomen.  De manier waarop dit alles werd ingeleid en voorgesteld was zeer professioneel opgevat. De slogan was”Er groeit iets in Beitem”. Het stemt mij ook  gelukkig dat in de nieuwe naam Inagro een duidelijke nadruk wordt gelegd op een Innovatieve Agro sector. Wie niet (meer) aan innovatie doet op zijn bedrijf wordt er op termijn uitgekegeld, daarom is permanente bijscholing en netwerkvorming noodzakelijk. Deze week stond ik als inleiding bij een vergadering even stil bij onze relaties met Beitem. Het waren er tientallen, van het begin van onze carrière tot nu. Zij hebben ons helpen vormen in onze bedrijfsvoering en zij zijn er een deel voor verantwoordelijk dat wij op vandaag zover staan in ons bedrijf en in onze werking. Het is dus gelukt om zaad uit te strooien, en dat zaad te doen “groeien”,   ik ben er van overtuigd dat hun inspanningen ook vruchten zullen afwerpen en ons bedrijf ook doen “bloeien”.

Ons bedrijf is gelegen in de Zandgrond. In het najaar zaaien wij na de maïs nog gras. Dit gras moet geoogst worden in het voorjaar, het was even wachten tot begin mei tot er genoeg opbrengst op stond. Ten gevolge van de droogte moesten wij onze maïs planten in het pure zand. Op een bepaald perceel heeft de droogte er voor gezorgd dat de maïs zeven weken heeft gewacht om boven te komen. Op beperkte schaal heb ik zelfs met de aalton wat water op gevoerd. Vooral een kostelijk maar verder vrijwel nutteloos werk. Geen mens had kunnen vermoeden dat het in de zomer nog zo veel zou kunnen regenen. Na geduldig wachten  is de meeste maïs dan toch bovengekomen en alles lijkt weer goed te komen. Het wijst ons toch weer op het enorme herstellende vermogen van de natuur en onze bodem, verleden jaar gewroet om de maïs van het land te krijgen, in de voorzomer veel te droog en nu lijkt alles weer goed. Uiteraard kunnen wij niet tegen het verwoestende effect van windhozen en hagel, en ook wij leven mee met de getroffen boeren in de hardfruitteelt. Hopelijk worden daar goede regelingen genomen, en hopelijk kunnen zij ook daar binnen enkele jaren zeggen dat alles weer “groeit en bloeit”.

Luc Callemeyn

maart 26, 2011

De fiere boer ploegt voort

Filed under: Luc Callemeyn — melkbrigade @ 8:33 pm

Zondag werd een nieuwe burgemeester binnengehaald in Jabbeke. Voor de vroegere burgemeester werd de combinatie bedrijf en parlementair werk te zwaar en zodoende kreeg onze eerste schepen Daniel plots de kans om aan het hoofd te komen van onze gemeente. Hij is opgegroeid op een gemengd bedrijf in Oudenburg en verdiende zijn eerste sporen in het organisatieleven in KLJ en in het gewest. Reeds 20 jaar is hij voorzitter van onze Landelijke Gilde en zo bekwam hij ook de verantwoordelijkheid over landbouw (maar niet milieu). De boerenstand is natuurlijk blij en trots met zo een hoge bevordering. Er was blijkbaar nog ruimte in de gemeentekas om een feestje te organiseren voor de installatie van de burgemeester, en in Jabbeke doen ze dat meteen goed. Het werd een zondagnamiddag vol met optredens en gratis drank en snacks uit het vuistje. Wij mochten dezelfde croc monsieurs bakken als op Agriflanders, helaas hadden wij geen elektriciteit genoeg en ging het niet snel genoeg naar de zin van de wachtenden. Op bepaalde momenten stonden wel 30 mensen voor en rond onze tafel met soms grove opmerkingen van ongeduldige hongerigen. Het was zelfs zo erg dat mijn stressbestendige Krista een paar keer een minuutje van tafel is weggelopen, en dat wil wel wat zeggen.
De laatste weken is het erg druk met de reservaties voor de bedrijfsbezoeken. Het lijkt wel of iedereen gewacht heeft op het voorjaar en dat nu alles losbreekt met de eerste warmte. Het boeiende is dat het altijd weer een verrassing is welk soort mensen je voor je hebt. Hoe volkser en spontaner, hoe liever wij het hebben, en hoe meer vragen ze stellen, hoe beter wij kunnen inspelen op hun leefwereld. Jammer genoeg krijgen wij wekelijks enkele aanvragen van mensen die denken dat het bij de boer zo even tussendoor kan en dan moet het maar gratis zijn. Het klinkt hard, maar voor niks gaat de zon op en wij moeten ook onze tijd nuttig besteden. (Lees: “Praten werkt”, maar wij moeten op het einde van de maand toch onze leningen terugbetalen). Er is vrij veel werk aan het beantwoorden van alle mails, het uitwerken van de aanvragen, en wij staan er altijd op dat organisatoren nog eens op voorbezoek komen. Soms is dit wel de grootste bron van frustratie: reisleiders blijken er een neusje voor te hebben om onverwacht en ongelegen te komen. En, niet onbelangrijk, bij het einde van het bezoek moet je opletten dat ze niet weg zijn zonder hun koffie en andere verbruiken af te rekenen.
IKEA lanceerde een stunt om een biefstukje aan te bieden voor de luttele prijs van 2,50€. Gratis promotie voor rundsvlees van bij ons vonden sommige producenten, anderen vonden het een kaakslag voor de landbouw omwille van de lage prijs. Boerenbond diende een terechte klacht in bij de overheid maar die klacht was niet ontvankelijk. Uit interesse volgde ik de reacties in de kranten. Misschien deed ik dat beter niet, want daar word je echt niet vrolijk van. Een hele kleine minderheid heeft begrip voor de ondermaatse uitbetaling van de boeren, maar de meerderheid van de reageerders wil enkel de allerlaagste prijs. Er is zelfs kritiek op alles wat wij doen, als wij met een kleine tractor rustig langs de baan rijden zijn wij een hinder op de weg. Wanneer we met een grote tractor efficiënt rijden met een grote vracht, dan zijn het mastodonten op de weg die aan 45 km/u “door de dorpskern scheuren”. Zelfs de zonnepanelen op de stallen vinden geen genade, een particulier mag op zijn woning 10kW leggen, en de boeren krijgen te veel subsidie om dan groenestroom certificaten uit te melken. Dan doe je nog eens iets voor het milieu. Samengevat zou ik denken dat het geen goed idee zou geweest zijn om daar die zondag aan de ingang van de Ikea actie te voeren. We konden wel eens slaag krijgen van de misnoegde consument.
Het gaat goed met de voedingsbedrijven de laatste tijd. Bedrijven die voor of na de boeren komen verdienen goed en presenteren hoge winsten. Het is hen gegund, zij hebben wat opgebouwd de laatste jaren. Des te schrijnender is het als je in de gespecialiseerde financiële pers leest dat zij hun winsten vooral halen uit beperking van de kosten voor de grondstoffen. Er is van alles genoeg en ze vinden altijd wel iemand die voor een lage prijs wil leveren. Dat is niet goed voor onze sector. Ik ga niet in detail treden maar men vertelt mij dat er momenteel processen aan de gang zijn in ons landbouwmilieu die zich in stilte als een kanker verspreiden en in de eerste plaats onze familiale bedrijven in hun greep houden om ze vervolgens rustig te verstikken. En de fiere boer, hij ploegt voort, maar niet meer op zijn eigen gronden die hij heeft geërfd van zijn voorvaderen. Wordt ongetwijfeld vervolgd …

Luc Callemeyn

maart 23, 2011

Stieren zijn beter dan koeien.

Filed under: Luc Callemeyn — melkbrigade @ 3:27 pm

Ik heb al enkele maanden een abonnement op het weekblad Trends. Daarin kan je iets lezen over binnen- en buitenlandse politiek, over businessmodellen en managerskwaliteiten, over geld beleggen en geld uitgeven. Met wat aandacht (maar zonder persoonlijke acties!) volg ik ook de “Money-talk”, waarin advies wordt gegeven over het spelen op de beurs. Steevast wordt in deze rubriek gewezen op  de mogelijke grote winsten die kunnen behaald worden bij het beleggen in (landbouw)grondstoffen. Grappig is wel dat men een stijgende beurswaarde aanduidt als “stieren”, bij dalende waardes heeft men het over “koeien”. Belangrijke indicatoren zijn: de olieprijs, het zuig-effect van China, de weersvoorspellingen in de hele wereld, het politieke klimaat, de voedselveiligheid. Er worden grote momenteel grote winsten voorspeld in de voedselkolom, en er wordt sterk aangeraden om nu te investeren in toeleveringsfirma’s voor zaaigoed, machines, bouwstoffen, of bij de afnemers van granen, vlees of groenten. Er moeten steeds meer monden gevoed worden, elke maand 100 miljoen meer hoorde ik verleden week, en landbouwgrond wordt steeds schaarser, of droger. Er is één enkele ontbrekende schakel in heel dit winst-gebeuren: het werk van de hand van de landbouwer wordt nooit vernoemd, wel alle schakels voor en na de boer. Niemand heeft interesse om te investeren, te werken en te incasseren als een boer. Een duidelijk signaal naar de politieke wereld om dit te (willen) zien.

Verleden week was ik op het jubileumfeest van de bedrijfsadvisering melkveehouderij. Deze dienst in het POVLT van de Provincie West Vlaanderen geeft onpartijdige voorlichting en advies over voederen, bemesten, zaaien, vruchtbaarheid. Niet minder dan 11 eminente sprekers passeerden de revue en in de zaal zaten 150 toehoorders, waaronder veel boeren, maar ook veel andere “collega”-adviseurs.  In de pauze, net toen het panel over melkprijs, economie en toekomst na melkquotum zou beginnen, zag ik enkele niet-boeren de zaal verlaten. Misschien moesten zij dringend weg omdat hun bedrijfswagen niet meer verzekerd is de vrijdagnamiddag na 16 uur ofwel snappen zij de relatie praktijkboeren en economie niet zo goed?

Gisteren was ik in een vergadering van onze veeverbeterings organisatie. De bedoeling is dat we daar ons gedacht gaan zeggen wat de organisatie voor ons moet doen, en niet omgekeerd. Daar is zowat de plaats waar we het meest praten over stieren en koeien en niemand neemt een blad voor de mond als het gaat over embryo’s, sperma, inseminatie en bevruchten. Wij hebben daar zelfs mensen in dienst die specialist zijn in het beoordelen van mooie benen en goedgevulde boezems. Ik hoorde daar ook wat nieuwe termen: “flirting teats, kissing teats en crossing teats”. Vooral robotboeren hechten daar veel belang aan. Zo hebben we eens iets anders om over te spreken dan grond, mest en tractoren.

Zondag is er een cultuurdag op onze boerderij met als speciale gasten een fantastische verteller en een virtuoze accordeonist, met daarnaast een tentoonstelling met kunst-in-metaal, gemaakt van oude landbouwvoorwerpen. Deze organisatie gebeurt onder de vleugels van de provinciale dienst voor landbouwverbreding en is gelijklopend op 10 boerderijen doorheen West Vlaanderen. Alweer een uitdaging die wij niet uit de weg gaan. Toevallig was ik ook deze week met een medewerkster van de Groene Zorg op zoek naar een zinvolle tijdsbesteding op onze boerderij voor een jongvolwassene met autisme. Ik ben blij dat we samen iets gevonden hebben waarin hij vrijwel helemaal zelfstandig kan werken. Het is niet meer zo logisch op onze moderne boerderijen, taken zijn meestal kort en afgelijnd en we werken met dure technologische machines. Onzichtbaar voor de buitenwereld zijn wij vele uren bezig met administratie en management. Een plotse herstelling kan zich opdringen. Allemaal situaties waarin je moeilijk zo’n minderbegaafde persoon rond je kan hebben of zinvol aan het werk kan zetten. Het is ook goed dat het provinciebestuur daar oog voor heeft, en dat zij daarvoor mensen als Els wil aanstellen om dit te begeleiden. Zij volgt ons bedrijf al een hele tijd vanaf de zijlijn, maar regelmatig komen wij elkaar wel eens tegen in het landelijke vergadercircuit. Toen we na het administratieve gedeelte nog wat zaten na te babbelen liet zij zich ontvallen dat wij als boerderij nu alweer lid zijn van een nieuw netwerk, namelijk de Groene Zorg(boerderij). Inderdaad, zo’n dingen komen zomaar op ons af en ik heb lang de boot afgehouden, ook wel vanwege het onbekende, maar nu willen wij het wel eens proberen.

 

Luc Callemeyn

februari 4, 2011

Ons vakmanschap proef je met verstand.

Filed under: Luc Callemeyn — melkbrigade @ 9:55 pm

Ben ik te laat om u allen een gelukkig 2011 toe te wensen? Misschien kan ik iemand schatrijk maken als hij mij een goedkoop (en toegelaten) middel kan bezorgen om het schuim op mijn rundermest te bestrijden. Mijn mestkelder staat nog maar voor 80% vol en toch komt het schuim lustig boven de rooster gebubbeld en dat zorgt voor een hele vieze bedoening. Ik zoek dus iets om met de mestmixer in de put te roeren. Laat het mij uittesten en ik vermeld het op Boerenblog zodat iedereen het bij u kan bestellen. Minder leuke gedachten heb ik voor de bedenkers van allerlei vaccinaties die er voor zorgen dat mijn koeien momenteel uiterst gestresseerd door de stal bewegen. Twee keer enten tegen blauwtong, twee keer per jaar voor IBR, twee acties voor tuberculineren en dan nog moet ik soms eens de stal in om een werk van barmhartigheid te verrichten zodat een koe ieder jaar opnieuw kan kalven. Maar we wijken af, ik wens u allen een goede gezondheid, veel plezier in het werk en in uw relaties … en minder onbetaalde facturen dan vandaag.
In de laatste weken werd mij een petitie onder de neus geduwd met daarop de eis voor de groententelers voor prijzen in het jaar 2011. Die zouden op een gelijk niveau moeten liggen als 2009. Wat een gekheid! Alle kosten bij de boer stijgen voor zaden, meststoffen, machines, mazout en pachten. Ook de eisen worden steeds strenger. Boeren leveren een steeds kwalitatiever product af voor steeds minder geld. Een Vlaamse boer wordt binnenkort minder per uur vergoed dan een ongeschoolde Pool. Meer met minder? Less is More = minder centen maar meer zorgen. Als een vakbondsman dit zou durven bij het ACV of ABVV, dan dragen ze hem naar buiten. Maar bij ons kan dit wel? Maar je zal zien, de fabrieken zullen wel kamikaze-boeren vinden die zelfs nog onder die voorgestelde 2009-prijs willen produceren.
Nu zondag nemen wij deel aan de “Dag van de Ambachten”. Geen grote Opendeurdag maar toch kan je een indruk opdoen van onze productie. Iedereen welkom!
Door de organisatie van Agriflanders te Gent en het Land- en Tuinbouw Salon te Roeselare werden wij net zoals velen gevraagd om een stand te bemannen voor de promotie van hoeve- en streekproducten. Mits betaling van standgeld natuurlijk. Wij hebben daarin toegestemd en tot onze verwondering zijn wij zowat de enigen die dit aandurven. Velen aanschouwen dit met een jaloerse blik, maar weinigen zetten de stap tot deelname. Het is ook niet zo simpel, het vraagt een maandenlange voorbereiding en een zenuwslopende week van werk en organisatie om dit allemaal rond te krijgen. Stand opbouwen en bemannen, in totaal meer dan 260 gewerkte uren (voor een arbeider/bediende is dit 7 werk-weken!), 18 ritten heen en terug naar Gent. Vooral de croque monsieurs en de sandwiches met speciaalkazen gingen … als zoete broodjes de deur uit. Ook hier verrichtten wij weer een werk van barmhartigheid: “De hongerigen spijzen”. Zo nu en dan zie je iemand staan gapen naar de stand om te zien hoe dit allemaal verloopt. We bevinden ons in een tijdperk van SOS Piet- en andere kookprogramma’s, ik zal er deze keer dan ook geen probleem van maken om ons geheime recept van ons vakmanschap mee te delen.
Hier komt het: neem uit de voorraad 30 kg maïs, 12 kg gras en 12 kg bietenpulp. Begin met de maïs fijn te snipperen en meng het luchtig met de bietenpulp en het gras. Let vooral op dat je het gras in zijn stengelige structuur laat. Voor het evenwicht voegen wij soja, koolzaad en lijnzaad toe en er mag ook een snuifje zout, calcium en mineralen bij. Serveer dit voor de ongeduldige koeien, en na anderhalve dag geven ze dan 25 à 30 liter melk. Pas op, niet laten afkoelen, maar laat in een grote tobbe stromen en voeg een geutje stremsel en zuursel toe. De bekomen massa in brokjes snijden, zorgvuldig wassen met heet water en in vormen stapelen. Na een passage in de pekel enkele weken geduldig wachten in de rijpingskamer en dan kan je daar plakjes van snijden. Ondertussen nemen we bloem, melk en een ei en daar bakken wij een speciaalbroodje van. Nu nog een snede gekookte (Belgische) ham aan toevoegen. Plaats het geheel tussen verwarmde bakplaten, zo bekom je een krokant korstje. Serveer met onze 3 geheime ingrediënten: authenticiteit, enthousiasme en liefde voor het vak. Buikje rond? Mannetje gezond!
Wij hebben wel genoten van die dagen op Agriflanders. Vooral door de verzorgde organisatie. Er komt ook heel veel volk die we veelal maar één keer op een jaar tegenkomen. Familie of verloren gewaande (klas)vrienden, plots staan ze daar voor je neus. Het thema voor Agriflanders was goed gekozen, “Iedereen wint”. Na zo’n beursbezoek ben je altijd informatie rijker en daar is het toch om te doen. Ergens werd de slogan toch even in vraag gesteld, wanneer wint de boer? Ik zou het ook kunnen zeggen zoals onze kalverhandelaar: ”De boeren waar ik handel mee drijf, laat ik altijd winnen: de ene keer is het geld en de andere keer is het verstand”.

Luc Callemeyn
Creatief melkproducent

december 1, 2010

De boer en zijn Mercedes

Filed under: Luc Callemeyn — melkbrigade @ 9:35 pm

Een paar weken geleden hadden wij hier opnames van het programma Dagelijkse Kost met Jeroen Meus op Eén. Daarin konden wij vertellen over de productie van kaas en de smaak van kaas op verschillende leeftijden. Onze klanten die het gezien hebben waren vol lof over het optreden van hun kaasboerin. Dergelijke filmpjes spelen dus inderdaad een belangrijke rol voor de vorming van de opinie van de consument. Op de website zag ik ook al andere producenten aan het werk over hun ambachtelijk bereide product. Dit is een goede zaak voor het imago van de landbouw en het is goed dat onze nationale zender dit wil oppikken binnen hun zendtijd.
Kijk je ook zo graag naar Boer zkt Vrouw? Steevast zitten wij ook op maandagavond aan de tv gekluisterd. Jammer dat het vergaderseizoen soms wat roet in het eten strooit want zo hebben wij een paar afleveringen gemist. Hoewel het scenario zo ongeveer heel voorspelbaar begint te worden –het zoeken van voldoende slaapplaats, de kennismaking met de boerderij en de familie, het verplichte rotkarweitje en het waterspelletje- is het programma nog altijd verrassend nieuw. De mooiste televisiemomenten komen wel als men de boer in zijn eigen waarde laat en zo weinig mogelijk verplichte nummertjes laat opvoeren. En dit is ook dit jaar heel goed geslaagd. Zouden er boeren zijn die er een lief aan overhouden? Ik hoop het. Is de kijker weer iets meer vertrouwd met het moderne boerenleven? Ik ben er van overtuigd.
Verleden week dinsdag werd ik gebeld door Radio 1 voor het programma Peeters&Pichal waar men het item salaris en loon verder wou uitdiepen. Er werd een straatenquête gehouden waarin de ondervraagden de sportlui en de politiekers en ook bedrijventop aanduidden als (te) grootverdieners, terwijl de zorgende sector en de boeren als onderbetaald werden aangewezen. De boeren? Er werd mij gevraagd of ik mijn medewerking wou verlenen aan het radioprogramma. Na een half uurtje werd ik teruggebeld, ondertussen had ik ruim de tijd om mij voor te bereiden. Na een minuutje vertellen zei de ondervrager dat dit voldoende was. “Jamaar”, antwoordde ik, “ik ben nog helemaal niet klaar hoor!” Toen werden nog een viertal minuten opgenomen over de oorzaak van het lage arbeidsloon van de boeren, hoe het zover kon komen en dat er bedrijven zijn waar de varkens beter wonen dan de boer en de boerin. Dit zou dus woensdag op de radio komen, maar iets voor het programma werd ik weer gebeld dat men toch liever had dat ik live op antenne kwam. Een kwartiertje later zou men terugbellen, dat werd ruim anderhalf uur, en toen was dit rechtstreeks. Ik had weer wat voorbereid, vertelde dat een boer geen maandsalaris heeft omdat er tijden zijn van zaaien en oogsten en misschien pas maanden later verkopen. Ook het jaarinkomen wisselt met de seizoenen en met de vraag en het aanbod. Ik had nog wel wat huiswerk gemaakt, maar de volgende vraag had ik niet voorbereid: ”Als het inkomen van de boeren zo laag is, waarom rijden al de boeren dan met een Mercedes?”. Benieuwd naar mijn antwoord? Op Boerenblog kan je een link vinden naar het programma. In ieder geval had ik het gevoel dat na mijn alerte bijdrage het onderdeel moeilijke vragen voorbij was.
Eind deze week gaat ook de verkiezing van de Creatiefste Ondernemer van Noord West Vlaanderen door. Dit is een organisatie van Unizo. Er waren een honderdtal inzendingen, daaruit werden 37 aansprekende dossiers geselecteerd en daarna kwam de jury tot een selectie van de 10 creatiefste bedrijven. Tot onze verrassing hoorden wij daar ook bij. Wij mochten ons dossier met alle mogelijke documentatie verdedigen voor de jury die bestaat uit een top van Westvlaamse ondernemers. Wij hadden ons goed voorzien van een korf vol verse hoeveproducten en kaas en konden de bijkomende vragen van de jury vlot beantwoorden. Helaas, wij zijn wel zeer creatief, maar er zijn nog wel bedrijven die een grotere uitstraling hebben dan ons familiaal bedrijfje. Dus wij behoren niet tot de supergenomineerden die meedingen naar de hoofdprijs. Daar zit een cateringbedrijf in met zeven medewerkers, een informatica ontwikkelingsbedrijf met 36 man personeel en in mijn ogen zowat de grootste kanshebber Laurierkwekerij Devisch. Niet toevallig uit onze gemeente, niet toevallig uit de tuinbouw. Deze familie is al jaren pionier in het kweken en veredelen van laurier en gaat plaatselijke en internationale inspanningen om hun product op een creatieve manier aan de man te brengen niet uit de weg.
Wij vinden het wel jammer dat wij niet tot de favoriete top behoren. Er was een aantrekkelijke prijzenpot voorzien met een promotiepakket, een bedrijfsfilm en een leasewagen. Langs de andere kant, promotie doen wij al, een bedrijfsfilm hebben we en die wagen was een Audi A1, en ik weet niet of ik daarin zou passen, met mijn lange benen …

Luc Callemeyn
creatief melkproducent

oktober 2, 2010

Wie niet zaait zal niet oogsten.

Filed under: Dagboek B&T,Luc Callemeyn — melkbrigade @ 3:02 pm

De organisatie van onze opendeurdag op 22 augustus mogen wij gerust in onze geschiedenisboeken schrijven. Wie zich ooit met zoiets heeft beziggehouden weet dat dit bergen werk met zich meebrengt. Wanneer het resultaat echter goed is dan vergeet je dat vlug. Een succes was het zeker, want wij schatten het bezoekersaantal toch op ongeveer 4000. Wij waren ook bijzonder verheugd dat wij zoveel mensen konden begroeten die vaste klant waren van de markt te Brugge. Daarnaast hadden wij niet minder dan 420 lekkerbekken op de middag om onze kaasschotel te proeven. Voor de drankvoorziening in de tent konden we rekenen op de steun van de jonge KLJ van Jabbeke, op en rond het bedrijf deden buren, familie en vrienden hun uiterste best om hun beste beentje voor te zetten. De hele dag hadden wij een bijzonder goed gevoel hoe het allemaal op wieltjes liep omdat wij zagen dat iedereen op de perfecte plaats ingeschakeld was, elk volgens zijn capaciteiten en mogelijkheden. Dat ging vanaf het persoonlijke onthaal aan de ingang tot de karnemelk proeverij, de kinderanimatie, de drankbedeling in de tent en aan de machine expo, de verkoop van kaas in onze nieuwe winkel tot de algemene orde op de boerderij. Zo bleef er voor onszelf voldoende ruimte om iedereen persoonlijk te begroeten. Wij hebben wel ervaren dat wij misschien wel 500 tot 1000 collega’s uit de landbouw “gemist” hebben. Het was immers die zondag zeer goed weer en heel de streek was met man en macht bezig om de restanten van de oogst binnen te halen. Maar zo konden wij een veelgehoorde opmerking weerleggen dat het zo moeilijk is om de burger te bereiken op een opendeurdag, dat het altijd boeren zijn die bij boeren op bezoek gaan. Bij ons was onze echte klant duidelijk in de meerderheid.
Was er dan niets minder rooskleurig te melden? Jawel, dat zoiets voor één dag organiseren allemaal zoveel geld kost. Een spantent van 45 meter mét plankenvloer, tafels, stoelen, versiering, drukwerk en promotie, veiligheid, proevertjes, kookdemonstaties en al het werk van de opkuis voordien, de stallen waren dan ook van top tot teen gereinigd én begaanbaar voor de bezoekers. Gelukkig is er goed gewerkt in de nieuwe hoevewinkel door onze enthousiaste verkoopsters. Zo nu en dan zie je eens afgunstige gezichten die je fijntjes melden dat er wel goed verkocht is in de winkel hé ? Dat zijn van die simpele zielen die nog nooit van economie gehoord hebben en die denken als je 10€ verkoopt dat je die 10€ dan privé mag uitgeven. Was het maar waar, al die kaas die bij ons maanden (of jaren) ligt te rijpen dat is wel ons uitgestelde melkgeld, vermeerderd met de productiekosten en onze arbeid! Maar je hoort ons niet klagen, zelfs nu nog krijgen wij nieuwe klanten over de vloer die afkomen op de gevoerde promotie of klanten van de markt die toch zo blij zijn dat ze “hun” kaasboerin eens aan het werk gezien hebben. Het is ook positief dat wij soms gecontacteerd worden door diensten of organisaties die plots ontdekken dat hier geen prutsboertje aan het werk is maar dat dit op een echte KMO gelijkt. Zo werden wij na de opendeurdag door de voorzitter van Unizo genomineerd als kandidaat voor “Creatiefste ondernemer van Noord-West Vlaanderen”. Jawel!
Ja, dit lijkt misschien op stoefen met onszelf dat wij zo populair zijn. Soms heeft dit ook zijn negatieve gevolgen. Zo werden wij in de voorbije week driemaal gecontacteerd om mee te werken aan een sociaal project ter bevordering van sociaal zwakkeren of ontwikkelingshulp. De verhalen waren divers, maar er was één constante, er werd beroep gedaan op onze bereidwilligheid of onze vrijgevigheid om hun project uit te voeren. Met de beste wil van de wereld, maar moeten wij daarvoor zwaar investeren in een aantal nieuwe gebouwen, in jarenlange know-how en ervaring? Daarnaast werden wij deze week gecontacteerd om een onderdeel te vormen van het nieuwe kookprogramma “Dagelijkse kost” op Eén. De moderne programmamaker stuurt een jongedame uit om een voor-verslagje te maken met wat foto’s en regelt de rest via telefoon en mail. Uren zijn we er al mee bezig geweest. En dan moet je nog plooien naar hun agenda: hun plan was om rond de middag tegelijk het kaasmaken en het melken te filmen. Eigenlijk beantwoorden wij niet helemaal aan hun normen want zij zochten een authentieke kaasmakerij met veel hout en weinig inox en misschien liefst nog een kromgewerkte maar enthousiaste boerin erbij. Op 24 oktober komt dit in het programma en er zullen allicht weer een aantal nieuwe mensen zijn die dit gezien hebben. Maar promotie loopt niet altijd van een leien dakje. Zorgen voor een prima product is het belangrijkste. Zo moeten wij nu al beginnen kaas maken als wij nog iets willen verkopen op Agriflanders in januari.

Luc Callemeyn
creatieve melkproducent

De nazomer

Filed under: Dagboek B&T — melkbrigade @ 3:01 pm

Pierre Michels, gemigreerde Vlaamse akkerboer

Uiteindelijk heb ik dan toch mijn dak vol zonnepanelen laten plaatsen. De oude asbestplaten hebben we zelf verwijderd, maar we kunnen ze nergens kwijt, zelfs niet op het containerpark. Half oktober, als de omvormers toekomen, hoop ik dat het systeem in werking treedt. Nog een geluk dat de verkoper de formulieren vóór 1 september heeft ingediend. Oorspronkelijk zouden we 60 cent krijgen per kilowattuur (kWh), maar die prijs ging op 1 januari naar 50 cent en nu naar 42 cent – en dat zou het systeem onrendabel maken. Kort gezegd, de Franse regering zakt hier sneller met de afnameprijs dan de zonnepanelen dalen in aankoopprijs.
Ik heb nu een contract van 50 cent per kWh gedurende twintig jaar. In theorie moet de installatie na twaalf jaar terugbetaald zijn. De installatieprijs is 4300 euro per kilowattpiek (kWp). Voor het dak op mijn huis ben ik nu ook aan het onderhandelen. Dat zou opnieuw zo’n 230 m² panelen zijn. De prijs hiervoor komt op 3600 euro per kWp, voor monokristallijne, niet-Chinese panelen. Voor de elektriciteit opgewekt op een huis krijg ik 51 cent per kWh gedurende twintig jaar. Voor zonnepanelen op een huis betalen ze dus meer dan voor panelen op de stal. Het dossier zou klaar moeten zijn voor 2011, want daarna zakken de prijzen van de energie opnieuw. De Franse regering heeft wel het inkomen uit nevenactiviteiten zoals zonne-energie opgetrokken van 50.000 naar 100.000 euro per jaar, zonder dat je een aparte vennootschap hoeft op te richten.
Er zijn nog weinig banken die zo’n projecten willen financieren en van mijn verzekeraar hoor ik ook niets meer.
We zijn onze eerste aardappelen beginnen te rooien en ik zie weinig verschil qua opbrengst tegenover vorig jaar. Aan de Franse boer waar mijn zoon soms helpt, bood de koper 280 euro/ton voor Charlotte. Omdat mijn zoon bij de prijsonderhandeling was, weet ik dat die boer 300 euro wil voor zijn aardappelen. Hij gaat ze nu opslaan in palloxen in zijn koeling, want hij is zeker is dat hij deze winter wel die prijs zal krijgen.
Intussen heb ik eens getelefoneerd naar de Belgische conservenerwtenindustrie. Die zijn blijkbaar absoluut niet van plan om voor volgend jaar hun contractprijzen te verhogen, zelfs de oppervlakte niet. Wel, volgend jaar zullen ze hier slechts een hoek en een kant krijgen – als ze braaf zijn. Wij Franse boeren zijn niet onnozel, hoor. Ze komen hier anderzijds met tarwecontracten van 180 euro/ton voor levering in november 2011 of 173 euro bij de oogst in 2011.
Het koolzaad is financieel goed geweest. Ik zie trouwens dat er meer gezaaid is eind augustus. Maar ja, ze moet de winter nog doorkomen. Onze suikerfabriek biedt ons bietenquota aan tegen 22 euro/ton. Dat quotum komt van een overzees departement, waar ze gestopt zijn met de bietenteelt. Ik heb zoveel aangevraagd als ik kan krijgen.
In totaal hebben we een 850 ha tarwestro geperst en amper 80 ha wintergerst. Op die 850 ha heb ik juist 4999 pakken van 300 kg geperst. Dat maakt 1760 kg stro per ha en dat is belachelijk weinig. Vorig jaar was dat 2300 kg/hectare en zelfs dat was niet veel.
Dit jaar heb ik van mijn weide van 102 hectare op de luchthaven in totaal 300 kg hooi per hectare opgeraapt. Ik kan er zelfs de compost en stikstof niet mee betalen die ik erop geworpen heb. Ik ga er nog twee jaar verder op boeren en als het rendement niet verhoogt, dan stop ik ermee. Het ergst van al is dat een oude Franse boer me had verwittigd dat het gras het enkel goed doet vanaf de grens van Noord-Frankrijk. Dus in België is het beter en in Nederland nog beter.
Op de luchthaven mag ik ook nog luzerne zaaien, maar ik kan dat aan niemand verkopen – tenzij we starten met rundvee. Ik word nu 53. Is het nu nog nodig dat ik als een zot blijf werken? Als ik mijn beide zonen en vrouw niet rond mij heb, ontzie ik het me eigenlijk. Waarschijnlijk zal ik moeten werken tot mijn 67 jaar, dus nog 15 jaar. Mijn zonen vinden dat ik nu een nieuwe tractor met een stropers moet kopen, maar dat is opnieuw 200.000 euro die we moeten ophoesten in alsmaar slechtere tijden. De gloriejaren van de rundveeboeren komen immers niet terug. Dus gaan we maar vooruit in de zonnepanelen. Daar hoef je tenminste niet aan te werken. Ik moet enkel de productiehoeveelheid opvolgen via de computer.

Onze zomer van 2010

Filed under: Dagboek B&T — melkbrigade @ 3:00 pm

Sofie Vansteelandt, witloofteler

Het is gewoon onvoorstelbaar hoe grillig Moeder Natuur kan zijn. We moeten dringend aardappelen rooien en we weten op geen honderd jaar of het zal lukken. Het heeft de laatste maand enorm veel geregend. Men beweert dat ons klimaat begint te veranderen en je zou het nog gaan geloven ook. Pas op, ik ben absoluut niet groengezind, maar ik heb nu toch mijn twijfels.
Tijdens de maand juli rooien we bloemkolen. Dat beschouwen we als de vakantiejob van onze juniors, maar ook voor onszelf blijft het een beetje plezant. We kunnen eindelijk de deur van het pluklokaal dichttrekken. De zon lonkte al een heuse tijd, maar zolang we witloof kweken, zijn we genoodzaakt om binnen te werken. We hadden bij de bloemkolen maar één groot probleem: onze plantjes hadden enorme dorst en wijzelf hebben niet genoeg grondwater. Dus was er maar één oplossing: water laten komen. Een transporteur in ons dorp is verschillende malen onze open put met water komen vullen. Mijn oudste zoon en mijn man wisselden af om het water rond te voeren. Het was een kwestie van de bloemkoolplantjes in leven te houden. Het is een ware zegen wanneer je als landbouwer bij een beek of plas woont. Tijdens de wintermaanden kan dat wel roet in het eten gooien, maar ’s zomers ben je toch gerust. We hebben het overleefd. Ik zei steeds: “En dat het in de winter zo nat kan zijn, onvoorstelbaar!” Maar het is nog geen winter en het is al zo ver. Momenteel schijnt de zon wel en we genieten van de laatste zomerse zonnestralen.
De kogel is door de kerk. Wie mijn dagboekbijdrage trouw leest, zal zich wel herinneren dat mijn jongste zoon graag kokkerelt. Wel, op 1 september is hij van school veranderd. Vroeger ging hij samen met zijn broer naar de landbouwschool. Hij zou tuinaanlegger worden. Mijn oudste zoon wil boer worden en de zaak voortzetten. Geen nood: een boer en een tuinaanlegger en mijn broodje zou binnen de kortste keren gebakken zijn. Maar van broodjes gesproken: de jongste is nu dus gestart in de bakkersschool in Brugge. Dat is wel een enorme omschakeling. Waarschijnlijk zal hij nu zijn gading vinden. De lessen zijn pas een tweetal weken bezig, maar op dit ogenblik denkt hij dat hij de juiste keuze gemaakt heeft. Het is wel een school met een totaal ander regime: beleefdheid en vóórkomen spelen er nog een belangrijke rol. Ik ben daar absoluut voorstander van, onze jeugd kan wel wat discipline gebruiken. Ik bedoel daarmee ‘de jeugd in het algemeen’, natuurlijk. Laten we enkele voorbeelden bekijken. Als je ’s morgens in je klas binnenkomt, blijf je naast je bank staan totdat de leerkracht zegt dat je mag gaan zitten. Als wij ergens binnenkomen, gaan we toch ook niet op de eerste de beste stoel zitten? Wij blijven toch ook beleefd wachten? ’s Morgens wandelt er een leerkracht op de speelplaats om de uniformen te controleren. Geen probleem, je kent de regels van het huis en die moeten gerespecteerd worden. Dat hoort in mijn huis ook zo. Dus, laat onze jongste maar begaan … We hopen binnen de kortste keren ons eerste stukje taart te mogen verorberen. We zijn in ieder geval in blijde verwachting ervan!
Onze grote vakantie is wel in mineur geëindigd. Mijn schoonmoeder is op 74-jarige leeftijd overleden. In 2008 werd bij haar voor de eerste keer kanker vastgesteld. Ze heeft een zware chemosessie ondergaan en na een hele tijd werd ze weer beter. Haar haren groeiden terug en we dachten allemaal dat het ergste achter de rug was. Na een ruim jaar is ze hervallen en toen is het geleidelijk bergafwaarts gegaan. Ik denk dat ze de enige patiënt was die zo’n doorzettingsvermogen en vechtlust had. Als je op bezoek ging, had je je eigen problemen verteld en ze had aandachtig geluisterd, maar van haar eigen ellende sprak ze niet. Veel mensen hebben haar gekend. Ze was een actief bestuurslid van onze KVLV en ze was ook een van de pioniers die in de jaren 70 in het proefcentrum van Beitem witloof leerden telen.
We hebben weer eens ons lesje geleerd. ‘De bomma’ is gestorven en ze heeft niks meegenomen – noch haar mooie bloemen, noch haar mooie foto’s. Alles laat je achter als je sterft. We werken veel, maar naast ons werk proberen we ook nog een leven te leiden en te genieten. Dan kan je natuurlijk de vraag stellen: “Wat is genieten?” Een antwoord daarop geven, is moeilijk, maar ik denk dat je dat voor jezelf moet uitmaken.
We zien het leven vanuit een ander oogpunt. Een sterfgeval in je naaste familiekring stemt toch tot nadenken. Waar zijn we in godsnaam toch dikwijls mee bezig? Veel dingen worden nu weer tot de groep van de futiliteiten verbannen en belangrijkere zaken komen op de voorgrond.

‘Ik heb een tuintje in mijn hart, alleen voor jou’

Filed under: Henk van Beek — melkbrigade @ 2:59 pm

Henk van Beek, boomkweker

Wat is het weer snel gegaan. De eerste week van september ligt alweer achter ons. De jongeren zijn weer naar school. Ik zie sommige boeren voor een laatste maal gras rapen en het zal waarschijnlijk niet meer lang duren voor ze aan de maïs beginnen. Ook in de boomkwekerij is het nu volop bedrijvigheid met leveren, uitsluitend containerplanten dan.
Ook hier zijn we dagelijks in de weer met het klaarmaken van orders, voor tuincentra zowel als voor de export. Dat is op zich een goed teken, geloof ik, maar dat weet je nooit zeker. Hier was het zo erg dat we eind juli onze eerste levering moesten doen. Planten stonden net buiten op hun plaats en waren in volle groei. Maar de klant is koning; dus als zij vragen, dan leveren wij – ook al heb ik er een hekel aan om planten zo vroeg in het seizoen af te leveren. Dat maakte dat we niet echt rust hebben gekend deze zomer. Al waren we dankzij de hulp van een jobstudent tijdig klaar met de grote werkzaamheden. Door die vroege afroep van de planten en omdat we nog een restantpartij heide veilden begin augustus, hadden we alle dagen wat om handen. Daar kwam nog bij dat we steeds het nodige snoeiwerk hebben. We moeten wildopslag verwijderen, onkruid wieden en tijdig ingrijpen bij plagen en ziekten. Gelukkig was de druk van plagen en ziekten relatief laag hier.
Augustus was goddank niet extreem warm, met geregeld een goede regenbui. Beter dan juli, toen vroeg vooral het beregenen veel van mijn tijd en zelfs extra avondwerk. Hoe zwoel de zomer ook mag zijn, een prille relatie is snel bekoeld wanneer ze te weinig aandacht krijgt. En zo ben je weer single. Ben ik te laat voor het nieuwe seizoen van ‘Boer zkt vrouw’? Misschien maar goed ook.
Deze week stond de boomkwekerijsector nog eens versteld. Nederlandse vakbladen bevestigden dat een van de grotere laanbomenkwekers officieel failliet was. Een bedrijf met naam en faam, meer dan 120 hectare jonge én oude laanbomen, en 28 mensen in dienst. Met een beetje geluk zou men proberen een doorstart te maken, indien er investeerders opdagen. Veel succes, zou ik zeggen. De oorzaak van het faillissement was een sterk verminderde afzet naar het buitenland, maar het fijne weet je toch nooit. Het is trouwens niet de eerste maal dat we dergelijk nieuws vernemen. Hier in België zijn de laatste decennia al meerdere grote boomkwekerijen failliet gegaan. De juiste oorzaak verneem je nooit. Vaak worden er nog enkele kleine bedrijven meegesleurd naar de afgrond. Laat het toch maar een teken aan wand zijn van hoe kwetsbaar je bent als bedrijf, zeker nu. Zou het aan de economie liggen? Tuurlijk niet, dit ligt gewoon aan onszelf.
Al meer dan tien jaar doen wij zaken met Scandinavische klanten. Het transport gebeurt steeds door internationaaltransportbedrijven. In de beginjaren waren dit vaak Denen, Duitsers of soms Nederlanders; de laatste vijf jaar bijna uitsluitend Oostblokkers – Polen, Roemeners of Wit-Russen. De laatste weken hebben we er weer drie op bezoek gehad. Met moeite parkeren ze achteruit op het erf. Ze spreken enkel hun moedertaal, geen Engels, Duits of Frans. En ook CMR-papieren invullen, lukt ze niet. Je krijgt een blanco exemplaar in de handen gestopt, waarbij ze met gebaren duidelijk maken dat je die moet invullen. Persoonlijk heb ik niks tegen die mensen, maar waarom? Een teken aan de wand?
Hebt u vorige week ook ‘Op de eerste rij’ van onze voorzitter Piet gelezen. Moet u toch eens doen als dat nog niet gebeurde. Het ging over zijn verblijf in het arme Afrika. Een prachtige samenvatting over het leven zoals het daar is. Maar vergeet niet, zelfs mijn grootvader heeft nog met paard en kar gereden en zijn koeien gemolken met de hand. Ik weet wel dat ik het niet mag doen, maar ik word steeds nostalgischer met het ouder worden. Ook mijn ambitie verlies ik zo nu en dan. Misschien zit het in de genen, maar ik wil geen zwartkijker zijn. Ik wil een realist zijn. Zo zie ik ook dat we harder moeten werken om net evenveel over te houden, met veel verplichtingen. Dát mag wel, dít mag niet. Administratie alsof ik na mijn uren een ambtenaar ben. Ik durf het niet te zeggen, maar als ik me niet vergis wil het GLB de ketenvorming versterken, terwijl we naar mijn bescheiden mening net in dat bedje ziek zijn. Ik heb erg veel moeite om daar dan ook in te geloven. Was ik maar een boomkweker in Afrika, dan moest het mooiste nu nog komen.
En toch gaan we verder, rug recht, met het gezicht in de zon, genietend van de nazomer. Het is nu maandag 6 september, net over 22 uur. Er kwamen net weer twee faxen en een mail binnen voor orders die woensdag moeten klaarstaan. We weten dus weer wat doen morgen, gelukkig.
Heeft u zondag nog geen plannen! Loenhout is nog steeds een ‘Dorp in Kijker’, met een hoogdag dit weekend – de Bloemencorso. Iedereen welkom.
-Henk Van Beek-

oktober 1, 2010

Sinatra: “I did it my way”

Filed under: Luc Callemeyn — melkbrigade @ 9:42 pm

Een tijdje geleden kreeg ik een telefoontje van de Mestbank dat men graag eens bij mij op bezoek wou komen. Niet echt als dwingende controle, maar wel eerder in het kader van advisering. Wel netjes om dat zo van voordien te laten weten! Oorzaak was een te hoog nitraatresidu in mijn grond waar de koeien heel de zomer op de wei hadden gelopen. Ik stond er van versteld hoe goed deze mensen onderlegd waren over “mijn gronden”. Ze hadden kaarten mee met de hoogtelijnen, met het koolstofgehalte, zelfs met de aanwezigheid van een rotslaag in de bodem. Zo kon het te hoge nitraatresidu op elk van deze waardemeters perfect uitgelegd worden. Kijk, dat snap ik nu niet. Te velde weet men nu perfect hoe een individuele bodem reageert met nitrificatie en uitspoeling ten gevolge van een droge zomer en een nat najaar. Men weet zelfs hoe het komt dat er nitraat in mijn bodem zit, en ook waarom het sommige jaren helemaal niet tot nut komt. Maar hoe komt het nu dat die hoge pieten in Brussel en Leuven daar geen weet van hebben? Hoe komt het dat men jaar na jaar de bemestingsnormen omlaag wil, met als gevolg dat mijn schrale zandgrond geen goede opbrengsten en gezonde gewassen meer zal kunnen leveren? Als al deze gegevens werkelijk ter beschikking zijn, zelfs op perceelsniveau, waarom gebruikt men ze dan niet? Terzijde, deze ambtenaar van de Mestbank was een fan (of niet?) van mijn schrijfsels in dit Dagboek. Toch vroeg hij mij met aandrang om zijn bezoek niet te vermelden bij een volgende publicatie. Iets waar ik natuurlijk niet kan op ingaan. Anders is de persvrijheid in gedrang!
Verleden week hielden wij een officiële opening van onze nieuwe hoevewinkel. Eerlijk gezegd werd er al enkele weken in gewerkt, maar wij doen het graag nog eens in ’t echt, zodoende. Over het hele openingsweekend mochten wij 500 bezoekers verwelkomen. Het doet deugd om van zovele mensen een woord van steun te krijgen bij de voltooiing van ons grote project. Voor onszelf vinden wij dit niet zo uitzonderlijk, het is een (voorlopig) eindpunt van onze drang om onze eigen producten aan een eerlijke prijs te verkopen. Het ontlokt sommige mensen wel eens de opmerking dat het eigenlijk ver gekomen is dat een boer niet alleen moet boeren om een inkomen te bekomen, maar dat hij ook nog volk moet ontvangen, hen eten geven of te slapen leggen met alle bijkomende lasten en lusten. Goed, ja, maar evengoed vind ik het ook niet logisch dat iedere boer verplicht zou moeten zijn om 100 koeien te houden of 100 hectaren of 500 zeugen of 80.000 kippen of 2 hectare serre om een goed inkomen te hebben. Ik houd het er op dat iedereen zijn expansiedrang naar eigen godsvrucht en vermogen moet of kan invullen, en zoals Frank Sinatra zingt “I did it my way”.
Mede door de goede winkelinrichting is het nu wat efficiënter geworden in de verkoop, en alles staat nu wat meer op zijn plaats. Bijna schreef ik hierboven dat het nu wat rustiger geworden is. Schijn bedriegt, want wij maken ons op voor de organisatie van onze Opendeurdag op zondag 22 augustus waar wij werkelijk alle deuren zullen openen. Natuurlijk kadert dit in het meer bekend maken van ons aanbod en onze werking. Het is ons hoofddoel om te tonen hoe het er momenteel aan toe gaat op een modern landbouwbedrijf, en in ons geval met kaasmakerij en zuivelverwerking als neventak. Wij plannen geen spectaculaire activiteiten, dat laten wij over aan de omliggende Landelijke Gildes. Misschien één uitzonderlijke activiteit: wij nodigen onze loonwerker uit om een demonstratie te geven met de hakselaar om balen stro te hakselen voor de droge koeien. Laat de motoren maar brullen! Verder wensen wij ons toe te leggen op het bereiden van een culinaire kaasschotel met diverse verrassende kaashapjes aangevuld met versgebakken brood en onder begeleiding van een streekbiertje. Zo kunnen wij ook tonen dat wij méér in onze mars hebben dan wat gesneden kaasblokjes.
Het spreekt voor zich dat al die schikkingen voor die opendeurdag weer heel wat organisatie teweegbrengen. Ik zal eerlijk zijn, wij hebben niets liever. Wij zijn opgegroeid met het verenigingsleven van KLJ en Groene Kring en wij zien dat onze kinderen op hun beurt meewerken aan school-activiteiten, Kazou of KLJ. Met de paplepel ingegoten zegt men dan. Hun veelzijdigheid weerspiegelt zich dan ook in de organisatie van ons bedrijf; Soms zijn zij van het ene moment naar het andere bezig met het opstellen van een tekst, het maken van etiketten, videobestanden afspelen, koffie bedienen of bestellen in de winkel. Niet zelden worden zij dan ook ingeschakeld in het landbouwbedrijf en melken zij de koeien, geven de kalveren of rijden met de tractor. Dit geheel van vaardigheden zijn ervaringen die zij in geen enkele school kunnen leren maar die goed van pas komen onder toeziend oog van ons als ouders. Zo leren zij ook flexibel te zijn in samenwerking met anderen.
Ook weer helemaal onze “Way of life”

Luc Callemeyn

De nieuwe tijd

Filed under: Pierre Michels — melkbrigade @ 9:42 pm

Onlangs herlas ik mijn Dagboek van 15 juli 2005, met als titel ‘In afwachting van de nieuwe tijd’. Toen ik de tekst las, was ik erg verbaasd, want wat ik toen geschreven had, is allemaal aan het uitkomen. Het belangrijkste was dat de golfstroom in de Atlantische Oceaan van richting aan het veranderen is. Toen schreef ik dat het in Frankrijk – dat tussen de 50 en 51° noorderbreedte ligt – even koud wordt als in de streek van Labrador, in het noorden van Canada, dat ook op 51° ligt. Het is waar dat onze planeet aan het opwarmen is, maar de winters worden telkens kouder en ieder jaar duren ze langer.
Op 15 mei liep ik door mijn koolzaad en mijn tarwe. Niets groeide. Voor de suikerbieten spraken ze ervan dat we maximum 30 ton per hectare zouden halen. Het gras op mijn luchthaven kreeg 5 ton compost (van kippen en varkens) en 80 eenheden stikstof, maar ik vroeg me af of ik het eigenlijk niet beter met mijn gazonmaaier zou afrijden dan met de grote maaier. Zouden de golfstroom en die vulkaanuitbarsting er voor iets tussenzitten? Eén ding is zeker: de tarwe- en gerstprijzen zullen door die koudegolf niet stijgen. De termijnmarkten voor de volgende maanden stijgen weinig. Iedereen is er voorlopig zeker van dat er graan genoeg zal zijn – zeker in Europa – omdat ze nog voor twee jaar gerst en voor één jaar tarwe in stock hebben. De Fransen vrezen wel dat de speculatiefondsen zich massaal uit de aandelen- en obligatiemarkten zullen terugtrekken en met een hoop geld zullen speculeren op landbouwproducten op de termijnmarkten. Dat zou dan dezelfde gevolgen hebben als twee jaar geleden.
Ik hoor hier geen enkele Franse boer opscheppen over twee jaar geleden. We hebben allemaal een goed financieel jaar gehad. We hebben toen al het geld opnieuw geïnvesteerd in machines en in gronden, maar daar hebben we nu spijt van. Het moet gezegd: dat jaar hadden we beter kunnen missen, want onze belastingsbrief en bijdrage aan de ziekenkas zijn in de brievenbus gevallen …
Onlangs zijn onze akkerbouwers in Parijs gaan betogen, omdat telkens een deel van de Europese premies van de graanboeren naar de veeboeren werd overgeheveld. En wat hoor ik de inwoners van Parijs zeggen op tv? “Wat hebben die boeren mooi materiaal.” Twee weken later spreken de Franse president en zijn ministers ervan dat ze de premies nog eens willen afromen en dat ze de nieuwe niet zullen uitbetalen omdat ze moeten besparen. Ik denk dat ze niet hardop durven zeggen: “Als ze met zo’n materiaal rijden, zijn ze toch al rijk genoeg.” Als de veeboeren hier betogen, dan doen ze dat met hun oude tractor met een frontlader met gevaarlijke pinnen erop en met een stinkende mestkar erachter. Die sukkelaars betogen allemaal in de steden in hun eigen buurt, want met hun tractor raken ze niet tot in Parijs.
Van mij mogen ze de graanpremies geleidelijk verminderen en dan zelfs afschaffen. Al die boeren die in Parijs betogen, werken slechts één mand per jaar en ze gaan driemaal per jaar op reis. Ze zaaien graan, ze oogsten het en verkopen het. Dat vinden ze genoeg. Typisch voor de Fransen: ze zijn tevreden als ze grond genoeg hebben – al hebben ze geen nagel om hun gat te krabben. Iets ontwikkelen en daarmee voortdoen, dat is veel gevraagd.
Vandaag, 5 juli, ben ik gestopt met stro aan te kopen. Eigenlijk hoef ik niet meer rond te gaan, want ze bellen me zelf op. De Franse boeren zijn tevreden met dezelfde prijs als vorig jaar. Ik heb de indruk dat er erg veel stro werd aangekocht, want de Fransen hebben geld nodig en daarom discuteren ze niet over de prijs. Wat er ook veranderde, is dat de boeren hier vroeger altijd wel iets aan hun machines zaten te repareren als ik op hun hoeve kwam. Nu zitten ze overdag binnen met hun computer te spelen. Als je dan op hun raam tikt, komen ze beschaamd en wereldvreemd naar buiten. Het is net of er pas een familielid gestorven is …
Een akkerbouwer hier had zich laten overtuigen om twee reusachtige vleeskippenstallen te bouwen, als inkomen voor een van zijn zonen. Wel, die gebouwen zijn na twee jaar bijna helemaal vernield. Met mijn oudste zoon heb ik een vergelijkbaar – zij het iets kleiner – probleem gehad. Hij wilde ook geen eieren rapen. “Van mijn leven niet”, zei hij. Hij ging nog liever als knecht werken bij een aardappelboer dan bij die ‘strontkiekens’. Ik heb de ezel dan maar een wortel voorgehouden … Ik ben mijn kippenstal met de bijbehorende hectares gaan presenteren bij een andere kippenkweker en ik zei tegen hem: “Denk er maar eens over na en kom het me vertellen.” ’s Anderendaags stond hij al vroeg bij mij in de keuken. Mijn zoon was totaal verrast dat die boer – die gewoonlijk bij mij stro komt vragen – nu mijn hok voor een mooie prijs wilde huren. Je kan je levendig voorstellen dat ik die voormiddag te horen kreeg: “Papa, je gaat dat toch niet doen, zeker?” Drie maanden later zaten onze legkippen erin en mijn zoon is nu heel tevreden dat hij gestart is als legkippenhouder.
– Pierre Michels

Het zal niet voor subiet zijn!

Filed under: Johan Schollier — melkbrigade @ 9:40 pm

Beste lezer, tot u spreekt Bob de Bouwer. U herinnert zich nog wel hoe ik vertelde over het huis dat wij aan het bouwen zijn. We hebben er zelf heel veel aan gewerkt, maar het doe-het-zelfgehalte zakt nu zeer snel. Dit huis vertoont inmiddels de eerste tekenen van bewoonbaarheid. Er zitten ramen en deuren in, het is gevoegd, alle nutsvoorzieningen zitten mooi weggestopt onder een isolerende ondervloer en we wachten nu op de ‘plakker’.Geen nood, er zijn hier al andere katten te geselen: de melkveestal.
Mijn grootvader had 12 koeien, mijn ouders molken er gaandeweg 45. In 1984 bouwden wij een ligboxstal en zonder tegenslagen zal onze zoon Brecht dit bedrijf voortzetten. Zijn gedrevenheid in de landbouw groeit met de dag. Daarom koopt een mens wat quotum bij, er komen wat meer dieren, de voederkuilen worden hoger … Maar ook dit: de mestopslag krijgt braakneigingen, de stal raakt overvol, met alle gevolgen van dien. Het is als een etterbuil die openspat. Je moet iets doen, nu … niet direct, maar subiet. Bijbouwen dus. Onlangs was ik met Guy, vriend des huizes en veehandelaar, in de Duitse deelstaat Niedersachsen. In 2 dagen kwamen wij wel op 30 melkveebedrijven. Daar waar waren heel grote bij: 250 koeien, 400 koeien, ook een bedrijf waar bijna de klok rond gemolken werd. Boeiend om eens te zien, maar ik zou het spijtig vinden als onze zoon echt zo hevig te keer moest gaan om zijn boterham te verdienen. Wij hebben nu een bouwvergunning voor een uitbreiding van de huidige stal met twee rijen ligboxen, drie grote stroboxen, wat ruimte voor zorgkoeien en een gemakkelijk bereikbare en injaagbare behandelbox. De melktank is voorlopig groot genoeg, en de melkmachine kan nog uitgebreid worden van 2×5 naar 2×6. Eerst moet de oude bindstal afgebroken worden. Aanvankelijk hadden wij een groter plan voor ogen, voor de volledige overbouwing van de oude stal: hoger, breder, langer … Merkwaardig genoeg is het onze zoon zelf die vond dat het best wat voorzichtiger kon. Vier spanten erbij en een ronde, bovengrondse mesttank. Dat zal een stuk minder kosten dan het eerste idee. De ommezwaai kwam er na de jongerendag van Milcobel, waar Brecht met vier jonge melkveehouders naartoe trok. Vooral de gesprekken in de wagen hebben hem een en ander doen inzien. Van de vijf reizigers vonden er twee dat je maar beter niet kon bouwen als de melkprijzen niet beter werden. Gelukkig heeft de markt zich de laatste maanden toch wat herpakt.
Je vraagt dus prijs voor een eerder klein project. Vooral de bedragen voor het betonwerk in de grond maken nogal snel duidelijk: “Mijnheer, wij doen dit liever niet, wij krijgen te veel kansen voor heel grote mestkelders onder volledig nieuwe stallen! Zou je dit niet beter zelf doen? … Je kan er duizenden euro’s mee verdienen of besparen.” Ziezo, onze vakantie is al gepland: hard werken en met de blokjes spelen. Betonnen stapelblokken voor de mestkelder. De metaalbouw kan snel, maar in prefabmuren kan men nauwelijks volgen. Ach ja, we zullen die ook maar zelf metsen. Als je niet een volledig nieuwe stal bouwt, heb je maar een korte tijd om dit te realiseren. Tegen de herfst moet alles eigenlijk binnen schot zijn.
Verbouwen of bijbouwen, het is hard werken, in moeilijke en gevaarlijke omstandigheden. En intussen moet je blijven melken. De koeien kunnen nauwelijks binnen of buiten langs nooduitgangen, diepe kuilen of hoge hopen rotzooi. Als er dan maar geen lijken uit de kast vallen – zoals ondergrondse obstakels van oude stallen, elektriciteits- of waterleidingen. Het is niet hetzelfde als bouwen op een stuk maagdelijke grond.

Och ja, in september zijn wij 25 jaar getrouwd. Wij zouden het er eens van nemen. Zelfs de kinderen zeggen: “Allez, pa en ma, wij zullen het werk wel doen.” En ze stellen ons een cruise van een weekje voor op de Rijn, de Donau of de Nijl … We zullen dat zeker wel eens doen, maar ’t zal niet voor subiet zijn.

Een tiental dagen geleden kreeg ik een bizar telefoontje van mijn broer. Zijn echtgenote Marleen was in KLJ Izegem goed bevriend met Lut De Bruyne. Ook Eric heeft haar inmiddels leren kennen, want hij levert groenten op de REO Veiling in Roeselare. Het was heel slecht nieuws. Ik was echt uit mijn lood geslagen. Lut De Bruyne, mens toch. Hoe is het mogelijk, zo jong nog, zo plots. Door dit Dagboek zagen of hoorden wij elkaar geregeld. Met de andere dagboekschrijvers kwamen we ook als eens samen voor een etentje. Lut kwam je overal tegen: op de werktuigdagen, op Agribex … Ik stapte samen met haar door enkele Gentse straten op de grote antigroen betoging in mei 2003. Een paar jaar geleden zat ik naast haar op het vliegtuig richting Ierland. Lut leidde deze reis. In mijn Dagboek daarover noemde ik haar ‘onze Moeder Overste’, want zij deed dit met brio.
Langs deze weg wil ik mijn medeleven betuigen aan haar gezin en haar naasten. Laat dit mijn ultieme eerbetoon zijn aan een grote dame, die heel veel betekend heeft voor de Vlaamse landbouw en ons platteland.
– Johan Schollier

Ik, Henk van Beek: (r)evolutie

Filed under: Henk van Beek — melkbrigade @ 9:38 pm

Onze levens als actieve land-en tuinbouwers, zijn soms als een lekkende oliebron in de Mexicaanse Golf wat dagboekmateriaal betreft. Ik heb er persoonlijk weinig moeite mee om wat neer te schrijven en ik moet vaak heel wat schrappen om mijn gemijmer binnen de lijntjes te laten passen. Ook 8 juni was weer zo’n dagboekdag.
God mag weten waarom, maar begin juni werd ik plots telefonisch gecontacteerd met de vraag of ik deel wou uitmaken van een workshop. In opdracht van de provincie Antwerpen moest men op zoek gaan naar de knelpunten van de land- en tuinbouw hier. Het onderzoek wordt geleid door mensen van de Universiteit Gent. Aan de hand van een SWOT-analyse (sterktes, zwaktes, kansen en bedreigingen) zouden we een SOR-analyse (Strategische Oriëntatie) uitvoeren. Een hele mond vol woorden om te zeggen dat we op zoek gingen naar de leefbaarheid voor de land- en tuinbouwsector in de provincie Antwerpen. Ik was wel verwonderd, maar ook vereerd met de uitnodiging. Ik, met mijn A3-opleiding, tussen de directeurs, voorzitters van veilingen en proeftuinen, belangenorganisaties en banken … Niet dat ik me minder voel, want ik heb ook mijn koffertje met ervaringen, kennis en knowhow als het over de boomkwekerij gaat. Al vrij vlug bleek dat onze sector binnen de provincie Antwerpen een belangrijk en direct economisch belang heeft, met nog veel groeimogelijkheden wat mij persoonlijk betreft. Ook al is dit onderzoek nog niet afgerond, ik wil het volgende resultaat wel al met u delen.
Toen we individueel een keuze moesten maken uit de lijst die we samen opgesteld hadden voor de SWOT-analyse, bleek dat de meerderheid de meeste kansen zag in concentratie (clusters, grote bedrijven) en technologie (wkk, mestverwerking). Er werd minder waarde gehecht aan diversiteit en marktniches. Ik kon het niet nalaten om op te merken dat zo’n keuze erg aanleunde bij de filosofie van banken, veilingen en proeftuinen. Vanuit sommige hoeken kreeg ik een lichte bevestiging van deze opmerking. Ik moet toegeven dat deze specifieke keuzes weinig invloed hadden op onze oefening, aangezien ik mij verder goed kon terugvinden in onze eindconclusie.
Diezelfde week zag ik per toeval nog een mooie documentaire op tv, want doordat het die week regenachtig was, had ik tijdens de avonden net een uurtje meer vrij. Bij warm weer ben ik toch vaak tot half tien bezig met beregenen. In die documentaire ging men op zoek naar de (bij)werking van Viagra en hoe men deze blauwe (dure) wonderpil in korte tijd tot een commercieel succes had gemaakt. Hoe was het farmaceutische bedrijf Pfizer erin geslaagd om in enkele jaren tijd een medicijn zo populair te maken? Een medicijn waar in principe slechts 3% van ons mannen werkelijk nood aan heeeft? Het succes groeide, onder meer door de druk vanuit allerlei media op de mannen om ook op seksueel vlak steeds topprestaties te leveren en als gevolg van een toegankelijke reclamecampagne ervoor. Zelfs jonge, viriele mannen gaven toe dat ze soms Viagra gebruikten. Volgens de maker van deze documentaire zou het gebruik van Viagra de mannelijkheid aantasten én kunnen leiden tot een vorm van afhankelijkheid. Ik kon mij helemaal vinden in het punt dat hier gemaakt werd. Niet onbelangrijk trouwens: de farmaceutische industrie verdient hier miljarden met de handel in seksueel zelfvertrouwen!
Nu ben ik met mijn lage scholing zeker geen professor, maar ik zou zo’n onderzoek graag eens laten uitvoeren in de land- en tuinbouw. Het verhaal van Viagra gaat wat mij betreft ook op voor onze sector. Maar wie is daar verantwoordelijk voor? Wie heeft de lust gecreëerd om de grootste te zijn, om steeds meer te produceren met minder (mannelijke) inspanningen? Waren het de banken die onze de pil (leningen) aanboden, omdat wij dachten dat we ze nodig hadden om goed te presteren? Waren het de proeftuinen, die zorgden voor minimale bijwerkingen en ons ondersteunen om topprestaties te leveren? Of de veilingen, die nooit voldaan bleken te zijn en nog tijden hebben van onverzadigbaar verlangen naar meer? Of misschien de media en de sociale druk, die steeds de grenzen verleggen?
Eigenlijk doet het er niet toe. We zijn allemaal verantwoordelijk voor onze eigen daden. Ieder voor zich is verstandig genoeg om de juiste keuze te maken. Maar laat je niet te snel verleiden. Ook voor land- en tuinbouwbedrijven geld de volgende spreuk: ‘Het is niet de grootte die telt, maar wat je ermee doet!’ Vanuit de stille Kempen alvast een zwoele zomer toegewenst.
– Henk van Beek.

Iets meer dan een jaar geleden namen we als dagboekschrijvers tijdens ons jaarlijkse etentje afscheid van Lut De Bruyne, die toen vol overgave aan een nieuwe jobuitdaging bij de REO Veiling begon. Vol ongeloof verneem ik nu het nieuws dat ze definitief afscheid heeft moeten nemen van haar leven hier. Dit is niet eerlijk. Enkele keren per jaar kwam je Lut wel ergens tegen. Steeds spontaan, goedlachs en een klaar voor praatje. Waarom Lut? Ik betuig mijn innige deelneming aan iedereen voor wie je zo dierbaar was.

Duurzaam leren werken

Filed under: Carine Cornu — melkbrigade @ 9:36 pm

En? Afgelopen zondag voldaan aan je vaderlandse plicht en gaan stemmen? Wij ook, natuurlijk. Onze kinderen zijn er een pak meer in geïnteresseerd dan wij op die leeftijd. Toen ik hen zondag dus vroeg of zij geen tip hadden voor een onderwerp voor mijn dagboek, kwamen ze al snel op de proppen met het thema ‘verkiezingen’. Dat heb ik nog sneller afgeblokt met ‘te saai’, maar daarmee heb je natuurlijk nog geen onderwerp. De tijd loopt, en je hersens werken op volle toeren op zoek naar een onderwerp. Geregeld flitsen die verkiezingen toch weer eens voorbij, tot je erover begint na te denken dat er enerzijds wel wat gelijkenissen zijn tussen ons, boeren, en de politici. Aan de andere kant kunnen ze heel wat leren van ons, landbouwers. Even daarover doorbomen, dat zag ik dus wel weer zitten. Hier volgt dus een relaas van mijn gedachten.
Boeren krijgen net als politici niet altijd loon naar werken. Voor ons is het voornamelijk op financieel vlak dat de beloning het een beetje (veel soms) laat afweten, bij politici is het vaak meer de appreciatie voor al het gedane werk die ontbreekt. Het zijn nu eenmaal niet altijd de hardste werkers die het meest geapprecieerd worden. We kennen dat, het is ook niet op de momenten dat je het hardst werkt dat je daarom het meest verdient. Maar het verschil tussen ons en de politici is dat zij de stekker uit de regering trekken als ze het niet meer zien zitten – met het alom bekende gevolg. Voor ons, landbouwers, is dat natuurlijk een stuk moeilijker en gaan daar wellicht heel wat slapeloze nachten aan vooraf. Je vecht voor je bedrijf tot de laatste snik. Het is je levenswerk, en iedereen ziet dat graag voltooid – ook al is het nooit af. Misschien een ideetje voor de politici om van iedere regering een stukje levenswerk te maken dat ze o zo graag zouden voltooien.
En dan was ik er zo ongeveer met de grote gelijkenissen. Voor de rest had ik vooral de indruk dat zij heel veel kunnen leren van ons, want wij hebben door hen al met heel veel dingen moeten leren omgaan. Neem nu de term ‘duurzaamheid’ – voor ons allang geen ijdel begrip meer. We hebben dat stilaan leren invullen op allerhande vlakken. Ik spreek dan vooral voor de sectoren die ikzelf ken, namelijk de melkveehouderij en de zeugenhouderij. Stap voor stap proberen we te gaan voor duurzamere koeien en zeugen. Dieren die langer kunnen meegaan, dat is goed voor ons en onze portemonnee. Maar dat is ook goed voor alle andere normen die ze ons opleggen rond milieu, dierenwelzijn enzovoort. Ook wat onze investeringen betreft, proberen we graag wat verder vooruit te kijken dan enkele jaren. Een duurzame investering start met een goed doordachte investering die heel wat jaren haar dienst kan bewijzen. Een investering die een hele tijd meekan, eentje die klaar is voor de toekomst. Het zit ons dan ook niet altijd mee wat de wetgeving betreft. Probeer maar eens duurzaam te investeren als de normen die in de wetgeving gesteld worden om de haverklap wijzigen.
Zou het voor de komende regering – wie er ook de scepter zwaait – niet eens het moment zijn om werk te maken van duurzame wetten? Als een van onze politici dat begrip nu eens zou lanceren, wordt het misschien nog een hype. Alleen nog duurzame wetten voorstellen, het zou weer eens wat anders zijn. Dan zijn wij verlost van een heleboel onzekerheid en kunnen we ons bedrijf eens wat gemakkelijker richten op een ietwat verdere toekomst. Het zou onze algemene economie ten goede komen, een argument dat kan tellen in een postcrisistijdperk.
Och ja, ik weet het wel: de meeste politici zijn kortetermijndenkers. Maar dat langetermijndenken kan je leren. Ze kunnen misschien wat geld steken in een cursus daarrond, in plaats van te pas en te onpas allerhande commissies op te richten. Misschien ook zouden we hen wat minder vaste wedde moeten geven, met een bonus als ze op een duurzame manier hun termijn uitdoen – terwijl ze ook al een beetje voorbereiden dat er in de volgende regering misschien iemand anders op hun stoel zal zitten. Het zou in elk geval al een goede stap zijn op de weg naar een duurzaam beleid. En wie weet wordt het ooit wel wereldnieuws, een krant die bloklettert: “België boert goed met een duurzaam beleid.” Het zou toch mooi zijn, misschien wel te mooi om waar te zijn. Ook al is dromen leuk, het is waarschijnlijk een pak realistischer om te denken dat ze wel weer wat zullen aanmodderen. En als het hen ook dit keer niet lukt, dan trekken ze wel weer de stekker uit de regering.
-Carine Cornu-

Een koe met een naam

Filed under: Marcel Heylen — melkbrigade @ 8:35 pm

Ik heb de gewoonte om elk kalf dat op onze boerderij geboren wordt een naam te geven. Dat maakt elke geboorte een beetje speciaal en spannend, want ik ben al aan het nadenken over een geschikte naam terwijl het kalven aan de gang is.
In 1989 – toen we vijf jaar aan het boeren waren – zijn we gestart met de letter A en we laten de naam elk jaar met een volgende letter van het alfabet beginnen, zodat we gemakkelijk kunnen onthouden welke koeien in hetzelfde jaar geboren zijn. Wie snel kan rekenen, weet dat we dus dit jaar aan de letter V gekomen zijn. Ik ging er in het begin van uit dat het wel stilaan tijd zou zijn om te stoppen als boer wanneer het alfabet ten einde was, en we dus 31 jaar geboerd zouden hebben. Maar nu ik op vier letters van het einde van het alfabet gekomen ben, begin ik hoe langer hoe meer te beseffen dat ik nog absoluut niet toe ben aan stoppen over vier jaar. Ik doe mijn job nog veel te graag. Ik ben zeker nog niet uitgeblust en ik heb nog heel wat plannen en doelen voor ogen die ik nog wil realiseren als boer. Ik heb daarom intussen voor mezelf al uitgemaakt dat ik zonder problemen opnieuw bij de letter A kan beginnen, omdat er op ons bedrijf natuurlijk allang geen koeien meer zijn met een naam die met A begint.
Voor diegenen die het willen weten, ik zal bij het einde van het alfabet 58 jaar zijn. Dat leek mij 21 jaar geleden – in een tijd dat de meeste loontrekkende mensen hier in mijn omgeving op 55 of 56 jaar met brugpensioen gingen – een normale leeftijd om ermee te stoppen. Maar de tijden veranderen en het komt mij goed uit dat men steeds meer begint te praten over werken tot 65 jaar. Ik ben dan ook van plan om nog een tijd door te gaan – als ik gezond mag blijven, natuurlijk. Zo lang ik plezier beleef aan het werken met mijn koeien en bij het inkuilen van een snede prima kwaliteit voordroog – zoals afgelopen zaterdag – dat gelukzalige gevoel van voldoening heb, is stoppen niet aan de orde.
Ik denk dat het belangrijk is voor je motivatie als boer om steeds doelen te hebben waar je naartoe werkt. Dat hoeven echt geen onbereikbare dromen te zijn, maar realiseerbare ambities. Een van mijn ambities was om ooit een 100.000-literkoe te fokken. Dat leek mij een realistisch maar toch ambitieus doel, want zo dik lopen de boeren niet die dit realiseerden. Als je dan je eerste 100.000-literkoe hebt, dan droom je natuurlijk van een tweede koe met deze productie. Lukt dat ook, dan droom je verder. Door met deze ingesteldheid te werken, wordt je leven geen sleur en blijf je steeds ambitieus.
Mijn gewoonte om mijn koeien al bij de geboorte een naam te geven, leverde onlangs een serieus probleem op bij het nieuwe managementprogramma van mijn melksysteem. Bij het overzetten van de diergegevens van het oude programma naar het nieuwe systeem – dat meer mogelijkheden heeft om allerhande rapporten en analyses te maken van de prestaties van de koeien – bleek dat al mijn jongvee verdwenen was uit het bestand. Het nieuwe systeem ging ervan uit dat alle dieren een nummer hebben. Aan dat nummer kan men eventueel wel een naam linken, maar zonder nummer geen dier. Dat is toch wel een beetje onbegrijpelijk, want onderzoek heeft al verschillende keren aangetoond dat koeien met een naam meer melk produceren dan koeien zonder. Zo’n conclusies moet je natuurlijk relativeren, want de achterliggende reden zal natuurlijk wel zijn dat boeren die de moeite doen om hun koeien een naam te geven hun dieren ook meer als een individu gaan benaderen. Die aanpak is dan meestal ook te zien in de kennis van de afstamming van hun koeien en de daarbij horende bewuste stierkeuze als vader voor het volgende kalf. Deze individuele benadering bij de stierkeuze heeft er bij onze koeien bijvoorbeeld toe geleid dat de 129 dieren op ons bedrijf 65 verschillende vaders hebben – ook voor mij een enigszins verrassende vaststelling.
Dat de manier waarop je met je dieren omgaat echt wel invloed heeft op de prestaties van de koeien, kon ik een paar jaar geleden ervaren. Ik was enkele dagen buiten strijd na een operatie aan mijn achillespees en tijdens die periode namen onze twee zonen het melken over. Hoewel de koeien hetzelfde rantsoen kregen als normaal, zagen we de melkproductie merkelijk dalen. Toen ik na een week het melken weer overnam, steeg de productie opnieuw naar het oorspronkelijke niveau. Er was maar één verklaring mogelijk: de koeien voelden duidelijk een verschil in aanpak van de melkers. In hun jeugdige enthousiasme waren onze zonen waarschijnlijk iets minder geduldig in de omgang met de dieren, wat resulteerde in stress en als gevolg daarvan een lagere melkproductie.
Ik heb de gewoonte om tegen mijn koeien te praten en dat kan soms wel leiden tot hilarische toestanden. Zo zei ik vorig jaar iets tegen één van onze koeien, in de weide naast onze buren. Aan de andere kant van de laurierhaag antwoordde onze buurman, omdat hij dacht dat ik hem aansprak.
– Marcel Heylen

Het is gelukt

Filed under: Kris Van der Velpen — melkbrigade @ 8:33 pm

De Belgische Fruitveiling is er als eerste in geslaagd om een handelsprotocol met China te ondertekenen. We kunnen er als telers alleen maar blij om zijn, want de Chinese markt kan ons wel mooie toekomstperspectieven bieden. Tot voor kort kenden de Chinezen de Conférencepeer helemaal niet. Er was zelfs overredingskracht voor nodig om die mensen te overtuigen dat het wel degelijk peren waren, want de peren die men in China kent, lijken helemaal niet op ons lange, groene kwaliteitsproduct. De Chinezen onze peren leren kennen, was nog maar het begin. Eenmaal ze van de kwaliteiten van de Conférence overtuigd waren, was het nog een lange weg om ze in dat immense land binnen te krijgen. Dat het uiteindelijk gelukt is, hebben we alleen maar te danken aan de inzet en de volharding van de topmensen in de veiling en hun entourage. Een dikke proficiat is hier zeker op zijn plaats.
Een product ergens binnenkrijgen is één ding. Je klant tevreden houden is een andere kwestie, zeker als je weet dat een land als China hoge fytosanitaire eisen stelt, zelfs voor je er binnen geraakt. Het is nu aan ons om enkel peren naar ginds te laten vertrekken waarvan we zeker zijn dat er niks op aan te merken valt. Het is volledig fout om te denken dat je nu volledige oogsten Conférence in een zeecontainer kan stoppen richting Verre Oosten. Je moet garanties kunnen bieden dat je de fruitmot en het bacterievuur helemaal onder controle hebt. Heel wat van onze provincies werken nu aan plannen rond de bestrijding van bacterievuur, maar als iedereen met planten die gevoelig zijn aan bacterievuur zijn verantwoordelijkheid neemt, is deze ziekte al flink gereduceerd. Fruittelers zouden eigenlijk de toelating moeten hebben om een zieke plant die ze ergens zien onmiddellijk te verwijderen – om het even op welk domein die plant staat. Je zou dan wel boze reacties krijgen, maar het bacterievuur zou wel vlug verdwijnen. Ook voor het opruimen – lees: verbranden – van zieke takken moet de overheid zich soepel opstellen, ofwel moet ze met een oplossing voor de dag komen. Het kan toch niet zijn dat wie aangetaste bomen of takken verwijdert dan een boete krijgt omdat hij geen toelating had om ze te verbranden.
In China heeft men ook graag uniforme peren. In dikkere maten lukt dit meestal wel, maar dan moet er toch heel nauwkeurig gesorteerd worden. Waarschijnlijk zullen de peren die naar Azië vertrekken wel centraal gesorteerd worden, maar dan moet het daar ook correct gebeuren. Laatst was ik in een grote Belgische supermarkt en daar moest ik vaststellen dat peren van een relatief kleine teler zeker even mooi gesorteerd waren als de kist ernaast, die ingepakt was bij een van de grote sorteerhuizen. Je hebt alleen maar garantie dat iets goed verloopt, als je het goed kunt controleren. In dat opzicht komen er misschien andere tijden. Vroeger was alles goed, zolang je klanten ermee tevreden waren. Je kon eigenlijk zeggen: “Dit is mijn fruit. Ik bied het zo aan. Wat geef jij ervoor?” Vandaag heeft de klant zijn eisenbundel klaar: dit mag erop gesproeid zijn, deze verpakking wil ik, op die dag moet het geleverd worden, aan de prijs die ik nog steeds bepaal. Kan je hieraan niet voldoen, dan heb je pech, want ergens kan iemand anders dat wel. Deze tendens hebben we het afgelopen seizoen duidelijk gezien in de appelmarkt.
Met onze lange, groene peer hebben we wel een exclusief product, dat niet in heel de wereld geteeld wordt. Dat geeft wel wat ruimte, maar we hebben de Chinezen in het begin onze mooiste, gelegde peren van een goede maat verkocht. Ik weet nu al zeker dat ze in de toekomst niet met minder tevreden zullen zijn. Zoals ik al zei, gaan niet alle peren naar China. Toch is er wel wat vraag en het fruit dat naar China kan, geeft ruimte voor andere peren op andere markten – al worden die ook steeds veeleisender. Er staat ons dus een grote uitdaging te wachten en misschien moeten we ons anders gaan structureren als teler.
In China vragen ze zich wel niet af of ze Vlaamse of Waalse peren zullen krijgen. Ze hebben zich daar ook niet afgevraagd of de Belgische staat nu al hervormd was of niet. Ook de splitsing van een kieskring was geen probleem bij de onderhandelingen. Lukt het onze politici na 13 juni om ons land weer bestuurbaar te krijgen? Misschien moet de volgende regering eens een stage komen doen bij fruittelend en handeldrijvend België, want daar vinden ze altijd wel een uitweg om crisissen te overleven.
– Kris Van der velpen

109!!

Filed under: Bernadette Jonckheere — melkbrigade @ 8:32 pm

Op 16 april overleed mijn laatste groottante, op dezelfde dag als de oudste inwoonster van België. Mijn moeder wordt deze zomer 87, dus spreekt het vanzelf dat tante Maria ook een zeer hoge leeftijd had. Ze werd namelijk net geen 109. Op de dag van haar begrafenis zou ze 109 geworden zijn. Voor haar was het zeker een verlossing, want al heel wat jaren bad ze hardop tot de Heer dat die haar zou komen halen. Tot enkele jaren geleden bad ze iedere avond een lang avondgebed, met de akte van geloof, hoop, liefde en berouw. Toen ze uiteindelijk toch stervende was, heeft ze meer dan eens aan de verpleegsters gevraagd of ze nu al in de hemel was. Op haar bidprentje staat er dat er geen enkele reden is om te wenen en dat ze wil dat we blijven lachen om de mooie momenten die het leven geboden had.
Tante had geen kinderen en ze stond erop dat voor de koffietafel na de begrafenis alle nichten, neven, achternichten en achterneven gevraagd zouden worden. We konden ons aanmelden via e-mail – zo onwezenlijk voor een begrafenis van een 109-jarige! Veel familieleden gaven verstek, vooral de achternichten en -neven. Eentje die normaal wel gekomen zou zijn, zat vast in Los Angeles door de aswolk van de IJslandse vulkaan met de moeilijke naam Eyjafjallajökull. Ondanks de drukke voorjaarswerkzaamheden ben ik toch naar de begrafenis en de koffietafel gegaan. Het was dit jaar toch een gemakkelijk voorjaar, zodat een ‘dagje vrij’ er wel afkon.
Aan tafel zat ik dus bij de achternichtjes en -neefjes, die intussen ook al ergens tussen de 40 en 55 zijn. We hebben inderdaad gelachen met de mooie herinneringen aan tante. Als je er op bezoek ging, blonk tante Maria wel vijfmaal de glazen op en veegde ze twee- of driemaal de tafel af, voor ze iets inschonk. Het was net een ceremonie. Iedereen was er altijd welkom. Ik heb wel spijt dat ik haar na mijn huwelijk eigenlijk niet meer opgezocht heb.
Er was ook een ver familielid van in de zeventig, die zich per abuis ook aan onze tafel had gezet. Een verbitterd man, die ik eigenlijk niet kende. Hij had op alles zijn commentaar en die was altijd negatief. Hij was wel een intellectuele mens, die vroeger in Argentinië gewerkt en gewoond heeft. Opeens zei hij dat er zeker geen boeren meer overbleven in de familie. Toen heb ik maar flink luid gezegd dat ik een boerin ben, en dat mijn broer boer is in bijberoep.
De grootvader van die man was afkomstig van dezelfde boerderij waar mijn moeder opgegroeid is. Die hoeve is helaas helemaal met de grond gelijk gemaakt en de plek is nu volgebouwd met woningen. Dat vond hij onrechtvaardig: ze hadden die hoeve moeten laten staan, omwille van de familienaam! Of op zijn minst hadden ze de watermolen moeten laten staan, want die had gediend om elektriciteit te maken toen iedereen nog met olielampen en kaarsen in de weer was. Het was in zijn ogen een stuk erfgoed. Net alsof iemand van hogerhand zich daar iets van aantrekt! Als ze in Brussel of elders denken dat ze grond nodig hebben, dan nemen ze die – zonder boe of ba – en van sentimentaliteit is al helemaal geen sprake. Toen ik zei dat wij ook onteigend waren, begon hij er natuurlijk over dat we zzeker veel geld gekregen hadden. Op zulke momenten kan ik wel ontploffen. Eigenlijk is er in heel dat onteigeningsgebeuren een woord dat ontbreekt, namelijk ‘ontpacht’ worden. Want vergoed worden als pachter is toch heel iets anders dan vergoed worden als eigenaar! Enfin, ik ben toch maar geen grote discussie aangegaan.
Wat later begon hij over het voedsel dat geproduceerd wordt. Ook nu was er niks positiefs te beluisteren, natuurlijk. Al het negatieve dat de media – terecht of onterecht – naar buiten brengen, passeerde de revue. Toen ben ik wel in de verdediging gegaan en ik kreeg opeens steun uit onverwachte hoek, namelijk van een zoon van een nicht van mijn moeder, wiens overgrootvader boer was. Voor hem is de landbouw eigenlijk ook een ver-van-mijn-bedshow, maar hij wist toch te vertellen dat er nergens meer voedselcontrole is dan in Vlaanderen – over Wallonië zullen we het maar niet hebben. Hij koos de kant van de landbouw en dat vond ik hartverwarmend. De klassieke dooddoeners zoals overbemesting, pesticiden, varkens- en vogelpest, dioxines, antibioticagebruik, alles heb ik kalm weerlegd en ik heb uitgelegd hoe goed we gecontroleerd en gevolgd worden. Ik heb dus ons imago voor heel de tafel nogmaals proberen op te krikken. Ik weet niet of ik hem heb kunnen overtuigen, maar hij heeft zich aan tafel wel driemaal laten opscheppen en hij heeft alles netjes opgegeten.
Toen moest ik plots aan tante Maria denken, die op het feest voor haar honderdste verjaardag tegen me zei dat ze nooit gedacht had dat ik met een boer zou trouwen. Ik ook niet, tante, maar de liefde is onvoorspelbaar.
– Bernadette Jonckheere

Bespiegelingen op een zondagavond

Filed under: Pierre Michels — melkbrigade @ 8:31 pm

Vorige zondag – op 9 mei, dus op Moederdag – heb ik mijn laatste maïs gezaaid in België. Tijdens de tractorrit van bijna vier uur terug naar Frankrijk heb ik tijd genoeg om over alles eens wat na te denken.
Op die enkele dagen tijd dat ik in Vlaanderen ben, kom ik met evenveel Belgen in contact als op een heel jaar hier in Picardië. Het valt me op dat die Vlamingen in een soort beschermde schelp leven. Telkens als ze geen regering hebben, is het alsof ze geen problemen meer hebben. Er wordt niet gediscussieerd over de Franstaligen of over de crisis. Het is alsof ze liever zo blijven, dan telkens weer al die problemen – die toch niet opgelost worden als ze wel een regering hebben. Als ik met mijn tractor aankom in de buurt van Doornik, schakel ik mijn radio telkens over op de Waalse RTL en daar hadden de presentatoren het er die avond over dat ze het ook beu zijn om telkens over BHV te twisten.
Eens de grens over, is het gedaan met die taaldiscussie. Ik zette de Franse radio aan en daar spraken ze over de crisis. Ik ben dan ook in mijn schelp gekropen en ik heb de radio maar afgezet. Toen begon ik wat na te denken. Ik ben nu 52 jaar. Moet ik nu heel mijn leven in twee landen blijven boeren? Geen van mijn twee zoons wil mijn Vlaamse grond bewerken, die interesseert hen niet. Ze willen niet zeggen: “Papa, laat die grond toch gaan”, omdat ze zien dat ik altijd opgetogen voor de Vlaanderen vertrek en moe weer naar huis kom. Ze weten heel goed dat die twintig hectare onbetaalbaar zijn bij aankoop, en dat je voor hetzelfde geld hier tweemaal of zelfs viermaal meer oppervlakte kan hebben – met grotere inkomsten dan nog. Waarschijnlijk denken ze dat ik op een bepaalde dag zelf wel zal zeggen dat ik ermee stop.
Als ik weer op de hoeve aankom, geef ik eerst en vooral mijn vrouwtje een kusje. Natuurlijk heb ik er niet aan gedacht om bloemen mee te brengen voor Moederdag – die moet ze zelf maar kopen. Maar ik had wel een Vlaamse boerenhesp meegebracht, droge worsten, hoofdvlees en chocolade van Côte d’Or. Ze was er heel tevreden mee. Ik heb haar dat gegeven en ik mag het nog zelf opeten ook.
Als ik een halfuurtje thuis ben, is het eerste wat ze vraagt: “Wat voor nieuws?” In het begin houd ik me steeds van de domme, want hoe meer ik zeg, hoe meer ze vraagt. Dan, na een uur begint het van: “Hebt ge dit of dat meegebracht uit België?” “Oei ja, ik ben het vergeten. ’t Zal voor de volgende keer zijn”, antwoord ik dan. “Morgen moet je de tarwe bijstrooien, ze staat geel. De bieten staan vol onkruid en het gaat niet dood. Heb je weeral te weinig producten in je sproeimachine gedaan?” vraagt ze me. Het is telkens alsof mijn Franse hof helemaal om zeep is als ik terugkom. Omdat we nu al meer dan 25 jaar getrouwd zijn, antwoord ik wel niet meer op al die commentaren. Het enige dat ik eruit versta is dat ze me laat weten waarmee ik de maandagochtend kan beginnen – en dat ik me beter ermee zou haasten ook.
Telkens als ik van mijn reis terugkom, vertel ik haar dat ik dit en dat gedaan heb, maar ze luistert niet. Het eerste wat ze controleert is mijn portefeuille. “Waar zijt ge nu al uw geld weer kwijt gespeeld?” vraagt ze me dan. Soms probeer ik haar te slim af te zijn door – voor ik vertrek – in mijn Belgische bank geld af te halen, maar dan ik vergeet elke keer het ontvangstbewijsje op tijd uit mijn portefeuille te halen – met alle beschamende gevolgen van dien.
Eigenlijk mag ik niet kwaad zijn op mijn vrouw. Ze kan onze boerderij perfect besturen zonder mij. Maar als ik het moest doen zonder mijn vrouw, dat zou veel moeilijker gaan of zelfs onmogelijk zijn. Dat zeg ik wel liever niet hardop, want anders springt ze me nog boven het hoofd.
Nu mijn beide zonen meewerken op de boerderij, heb ik aan mijn vrouw gevraagd om eens samen een bootreis of een vliegreis te maken. Maar ze wil nooit weg van de hoeve. Als we soms ergens naartoe gaan, dan zijn we nog geen honderd meter van de boerderij of ze is al ongerust. “We gaan ons niet te lang bezighouden, zodat we snel terug zijn”, zegt ze dan. Het is misschien daarom dat ik graag alleen naar België reis met mijn tractor – om er zogezegd te boeren.
– Pierre Michels

Moederdag

Filed under: Dagboek B&T,Sofie Vansteelandt — melkbrigade @ 8:30 pm

Het is weer bijna zover. Zondag staat de kalender op 8 mei, de tweede zondag van de maand mei en Moederdag. Ik vind het steeds fijn dat ik een dag je in de bloemetjes gezet word – misschien ook letterlijk, wie weet? Er hoeft niks gigantisch aan te pas te komen, maar het doet deugd om een extra schouderklopje te krijgen. Eigenlijk heb ik zeker niet te klagen.
Zoals jullie nu stilaan wel weten, hebben we twee zonen. De oudste zal boer worden en trekt hele dagen met zijn vader op. De jongste heeft zijn gading nog niet gevonden en trekt graag met mij op. Zo hebben we alle twee onze zin.
Onze oudste zoon heeft net zijn G-rijbewijs behaald. Het werd een heus karwei. Hij heeft theoretische lessen gevolgd en was bij zijn eerste examenpoging geslaagd. Toen kwamen de praktijklessen aan bod. Dat werd een ander paar mouwen. Hij rijdt thuis erg vlot met de tractor, maar een examinator naast jou is nu precies niet zo rustgevend. Hij heeft drie pogingen nodig gehad om te slagen. Ik kan gerust begrijpen dat zo’n examen niet van een leien dakje loopt. De jongens zijn nog maar zestien jaar en hebben nog geen enkele ervaring in het verkeer. Dat is heel verschillend van iemand die met de auto rijdt. Die behalen hun L-rijbewijs en kunnen een zeer ruime tijd in het verkeer oefenen. Bovendien zijn die twee jaar ouder en kunnen ze al veel meer situaties beter inschatten. Maar voor iedereen geldt dezelfde wet, dus moest hij er ook door, en bij de derde keer was hij geslaagd! Ik blijf bij mijn standpunt dat het onverantwoord is om jongens van zestien een trekker en vracht van meerdere tonnen te laten besturen. Ze kunnen onmogelijk inschatten wat er kan gebeuren in sommige onvoorziene omstandigheden. En ik ben ook niet gerust in de snelheden die sommige tractoren kunnen halen.
Onze jongste zoon heeft zijn gading nog niet echt gevonden. Hij rijdt ook erg graag met de tractor, maar hij is nog beperkt tot onze hoeve of een dichtbijgelegen veld. Tijdens de paasvakantie mocht hij de mest op het land inwerken. We lachten er steeds mee dat hij de ‘strontwerken’ kreeg, maar een mens moet toch ergens op de ladder beginnen en meestal is dat nog steeds aan de onderste trede. Klaas, onze oudste, ploegde daarna het veld en maakte het zaai- of plantklaar. Mijn man had maar één opdracht: delegeren.
Eigenlijk heeft mijn man een etappe overgeslagen. Een tiental jaren geleden hebben we namelijk een nieuwe tractor gekocht. Toen hielp zijn vader nog alle dagen mee, dus palmde die de nieuwe tractor in voor de voorjaarswerken. Maar zijn vader werd wat ouder en zag het niet meer zitten om hele dagen mee te draaien, dus werd de loonwerker voor de voorjaarswerken ingeschakeld. Nu heeft Klaas dus zijn rijbewijs behaald en hij rijdt nu op het veld. Zodoende is mijn man nog steeds gedoemd om witloof marktklaar te maken.
Als je de lokale krant openslaat, zie je dikwijls foto’s van viergeslachten. Wel, wij hebben een driegeslacht: mijn schoonvader, mijn man en mijn zoon brengen alle drie witloof naar de veiling. Zijn dat geen mooie taferelen? Moeten we dat niet koesteren?
Matthijs helpt graag zijn moeder en moeder aanvaardt nog veel liever de hulp van haar souschef. Tijdens de vakanties vindt hij het reuzeprettig om de tafel uitgebreid te dekken. Als wij dan binnenkomen om ons vieruurtje te verorberen, vinden we dikwijls een surprise op tafel. Hij houdt van bakken, dat varieert van wafels tot cake enzovoort. Soms zijn dat rechtstreekse aanvallen op mijn lijn, maar op zulke momenten proberen we dat even te vergeten. ’s Middags komt hij graag mee binnen om het middagmaal te bereiden. Dat gaat van de tafel dekken, tot groenten snijden en favoriete slaatjes bereiden. Het mogen zonen zijn, ze moeten toch ook de basisregels beheersen van eten bereiden. Je weet tenslotte nooit waar het leven je doet belanden. De tijden veranderen wel: mijn vader ging aan tafel zitten en at. Hij kon absoluut geen maaltijd bereiden en had er niet de minste interesse voor. Vandaag moet een mens toch zijn plan kunnen trekken en in het huishouden kunnen bijspringen. Natuurlijk moet er interesse zijn – en die is er bij onze jongste alvast.
Maar laten we nog even op volgende zondag terugkomen. Ik wens alle moeders op onze wereldbol een fijne, mooie Moederdag. Laat jullie maar eens lekker verwennen. En aan alle vaders: denk eraan, zondag is D-day. Willen jullie goede punten scoren, stip die dag dan in jullie agenda aan.
– Sofie Vansteelandt

juli 20, 2010

De nieuwe tijd

Filed under: Pierre Michels — melkbrigade @ 7:46 pm

Onlangs herlas ik mijn Dagboek van 15 juli 2005, met als titel ‘In afwachting van de nieuwe tijd’. Toen ik de tekst las, was ik erg verbaasd, want wat ik toen geschreven had, is allemaal aan het uitkomen. Het belangrijkste was dat de golfstroom in de Atlantische Oceaan van richting aan het veranderen is. Toen schreef ik dat het in Frankrijk – dat tussen de 50 en 51° noorderbreedte ligt – even koud wordt als in de streek van Labrador, in het noorden van Canada, dat ook op 51° ligt. Het is waar dat onze planeet aan het opwarmen is, maar de winters worden telkens kouder en ieder jaar duren ze langer.
Op 15 mei liep ik door mijn koolzaad en mijn tarwe. Niets groeide. Voor de suikerbieten spraken ze ervan dat we maximum 30 ton per hectare zouden halen. Het gras op mijn luchthaven kreeg 5 ton compost (van kippen en varkens) en 80 eenheden stikstof, maar ik vroeg me af of ik het eigenlijk niet beter met mijn gazonmaaier zou afrijden dan met de grote maaier. Zouden de golfstroom en die vulkaanuitbarsting er voor iets tussenzitten? Eén ding is zeker: de tarwe- en gerstprijzen zullen door die koudegolf niet stijgen. De termijnmarkten voor de volgende maanden stijgen weinig. Iedereen is er voorlopig zeker van dat er graan genoeg zal zijn – zeker in Europa – omdat ze nog voor twee jaar gerst en voor één jaar tarwe in stock hebben. De Fransen vrezen wel dat de speculatiefondsen zich massaal uit de aandelen- en obligatiemarkten zullen terugtrekken en met een hoop geld zullen speculeren op landbouwproducten op de termijnmarkten. Dat zou dan dezelfde gevolgen hebben als twee jaar geleden.
Ik hoor hier geen enkele Franse boer opscheppen over twee jaar geleden. We hebben allemaal een goed financieel jaar gehad. We hebben toen al het geld opnieuw geïnvesteerd in machines en in gronden, maar daar hebben we nu spijt van. Het moet gezegd: dat jaar hadden we beter kunnen missen, want onze belastingsbrief en bijdrage aan de ziekenkas zijn in de brievenbus gevallen …
Onlangs zijn onze akkerbouwers in Parijs gaan betogen, omdat telkens een deel van de Europese premies van de graanboeren naar de veeboeren werd overgeheveld. En wat hoor ik de inwoners van Parijs zeggen op tv? “Wat hebben die boeren mooi materiaal.” Twee weken later spreken de Franse president en zijn ministers ervan dat ze de premies nog eens willen afromen en dat ze de nieuwe niet zullen uitbetalen omdat ze moeten besparen. Ik denk dat ze niet hardop durven zeggen: “Als ze met zo’n materiaal rijden, zijn ze toch al rijk genoeg.” Als de veeboeren hier betogen, dan doen ze dat met hun oude tractor met een frontlader met gevaarlijke pinnen erop en met een stinkende mestkar erachter. Die sukkelaars betogen allemaal in de steden in hun eigen buurt, want met hun tractor raken ze niet tot in Parijs.
Van mij mogen ze de graanpremies geleidelijk verminderen en dan zelfs afschaffen. Al die boeren die in Parijs betogen, werken slechts één mand per jaar en ze gaan driemaal per jaar op reis. Ze zaaien graan, ze oogsten het en verkopen het. Dat vinden ze genoeg. Typisch voor de Fransen: ze zijn tevreden als ze grond genoeg hebben – al hebben ze geen nagel om hun gat te krabben. Iets ontwikkelen en daarmee voortdoen, dat is veel gevraagd.
Vandaag, 5 juli, ben ik gestopt met stro aan te kopen. Eigenlijk hoef ik niet meer rond te gaan, want ze bellen me zelf op. De Franse boeren zijn tevreden met dezelfde prijs als vorig jaar. Ik heb de indruk dat er erg veel stro werd aangekocht, want de Fransen hebben geld nodig en daarom discuteren ze niet over de prijs. Wat er ook veranderde, is dat de boeren hier vroeger altijd wel iets aan hun machines zaten te repareren als ik op hun hoeve kwam. Nu zitten ze overdag binnen met hun computer te spelen. Als je dan op hun raam tikt, komen ze beschaamd en wereldvreemd naar buiten. Het is net of er pas een familielid gestorven is …
Een akkerbouwer hier had zich laten overtuigen om twee reusachtige vleeskippenstallen te bouwen, als inkomen voor een van zijn zonen. Wel, die gebouwen zijn na twee jaar bijna helemaal vernield. Met mijn oudste zoon heb ik een vergelijkbaar – zij het iets kleiner – probleem gehad. Hij wilde ook geen eieren rapen. “Van mijn leven niet”, zei hij. Hij ging nog liever als knecht werken bij een aardappelboer dan bij die ‘strontkiekens’. Ik heb de ezel dan maar een wortel voorgehouden … Ik ben mijn kippenstal met de bijbehorende hectares gaan presenteren bij een andere kippenkweker en ik zei tegen hem: “Denk er maar eens over na en kom het me vertellen.” ’s Anderendaags stond hij al vroeg bij mij in de keuken. Mijn zoon was totaal verrast dat die boer – die gewoonlijk bij mij stro komt vragen – nu mijn hok voor een mooie prijs wilde huren. Je kan je levendig voorstellen dat ik die voormiddag te horen kreeg: “Papa, je gaat dat toch niet doen, zeker?” Drie maanden later zaten onze legkippen erin en mijn zoon is nu heel tevreden dat hij gestart is als legkippenhouder.
– Pierre Michels

juni 6, 2010

Zonnige groeten uit Zerkegem

Filed under: Luc Callemeyn — melkbrigade @ 11:05 am

Twee weken geleden hadden wij hier een bijzondere bijeenkomst: de KVLV en Landelijke Gilden organiseerden hier bij ons in onze nieuwe ontvangstruimte een “Mis voor de vruchten der aarde”. Dit is een jaarlijkse traditie en grijpt elk jaar op een andere hoeve plaats. De opkomst was goed, meer dan 50 parochianen. Dat was bijna meer dan in de zondagsmis. Een koffietje en een broodje achteraf werden goed gesmaakt.
Ik presenteer u enkele overpeinzingen van gedurende de tijd die ik op de tractor doorbracht in de afgelopen weken.
In de verafgelegen grasland was ik gras aan het openschudden en bij de buren in het natuurgebied bemerkte ik een bezoeker. Hij was voorzien van een statief en een fototoestel met lenzen erop die bijna zo groot waren als zijn statief en was waarschijnlijk op zoek naar een zeldzame plant of vlinder. Na twee uur speurwerk gaf hij het op, en daar was ik niet rouwig om want anders krijg ik misschien nog meer beperkingen op het gebruik van mijn nabijgelegen grasland.
Ik was op een ander perceel bezig met gras schudden toen een dame mij voorbij fietste met de vingers duidelijk op de neus geklemd. Ik begreep het niet: was er teveel stof dat vrijkwam uit het gras of was ze bang van de aswolk van de vulkaan?
Ik gebruik een perceeltje dat ingeklemd ligt in een woonwijk en dat slechts 25 are goot is, maar toch heb ik niet minder dan 18 buren en u mag van mij aannemen dat de tuintjes van de mensen er achteraan helemaal niet zo netjes bijliggen als vooraan. Het blijft ook telkens een hele opgave om daar mest op te gaan voeren zonder de buren te storen.
Mijn buurvrouw heeft een mooie nieuwe draad geplaatst om haar schapen binnen de perken te houden. Jammer dat zij een ijzeren trekpaaltje op een halve meter in mijn land had geplaatst. De loonwerker die kwam ploegen kon dit niet opmerken en heeft aldus een scheur van 15 cm in zijn tractorband opgelopen en stond hij 2 uren stil. Dat wordt een juridisch steekspelletje denk ik.
Mijn buurman heeft twee zwanen en elk jaar kweken die een nest jongen. Een van die zwanen lag een tijdlang verdacht stil langs de oever en enkele uren later kon ik niet anders dan concluderen dat hij gewoon dood was. Buurman vond dat spijtig, het koppel was zo zijn mannetje kwijt. Ik vond dat niet zo spijtig, het rotbeest slaagde er elk jaar in om een groot deel van mijn jonge maïsplantjes op te eten. Buurman is zijn zwaan uit de oever komen opvissen en brengt hem naar het labo in Torhout om te zien of hij niet ziek was. Straks vinden ze nog iets van vogelpest ofzo.
Buurman heeft een vrij grote tuin en maait daar de hele zomer en gooit alle maaisel op een hoop. Toen wij bezig waren met mest openvoeren heb ik de kraanman opdracht gegeven om dat op te scheppen en op mijn land te voeren. Nu zit ik met een gewetensprobleem: had ik dit moeten aangeven aan de Mestbank als aangevoerde nutriënten en had ik dat eerst moeten aanvragen? Misschien ben ik wel in overtreding ?
Mijn koe heeft een accident gehad. Ik heb ze ooit eens gekocht van de jongens van de Dairyboard in de nationale driekleur om zo actieve reclame te maken voor faire melk en om de te lage prijzen aan te klagen. Vorige zomer nam ik deel aan een betoging te Brussel met de tractor en had ik dat koetje (50 cm hoog) middels een stevige constructie vooraan op de tractor geplaatst op de frontgewichten. Later heb ik niet de moeite genomen om het er af te halen. Het heeft mij veel verbaasde blikken en meestal een glimlach opgeleverd. Helaas, ik had het dier te strak gemonteerd en door de trillingen zijn de poten afgebroken en op één been kan een koe ook niet blijven staan. Ik heb ze er afgehaald en zal ze herstellen. Misschien kan ze nog eens ergens dienen in een promotie actie, ik wil ze bijvoorbeeld gerust aanbieden aan onze grootste Belgische coöperatie als ze nog eens FAIRE BELgische melk wil op de markt brengen.
Verleden week was ik toevallige getuige van een conversatie op Facebook waarin drie jonge boerendochters wedijverden om voor elkaar de beste beschrijving te geven over hun ervaringen met jong gemaaid gras. Vooral de geur deed hen bijzondere gevoelens oproepen. Wie zegt daar dat er geen meisjes meer zijn die nog interesse hebben in de boerenstiel? Jonge mannen, niet versaagd, stuur mij een berichtje en ik breng ze met u in contact op 3 juli te Zuienkerke.
Zo, het gras is gemaaid, de maïs is gezaaid, de boer heeft zijn schoonste tijd van het jaar weer gehad. Ik belde verleden week met een dame uit de administratie, ze vertelde me dat ze twee weken met verlof ging. Ik heb mijn twee weken ook gehad hoor, ik stuur u een kaartje met daarop deze groeten: “Veel zon gehad, de tractorreis van 100 uren is goed verlopen, het eten voor de koeien ziet er lekker uit, en wij beginnen alweer met het gewone werk”

Luc Callemeyn

maart 29, 2010

Beton gieten, deze keer in ’t zwart.

Filed under: Dagboek B&T — melkbrigade @ 8:19 pm

Sedert verleden week is er veel veranderd aan het uitzicht van onze boerderij. Zaterdag was er hier veel volk bezig om 2 hopen aarde open te werken die hier lagen van toen we de funderingen maakten voor onze nieuwe kaasmakerij en ontvangstruimte. Met 2 kranen en 2 kippers waren ze hier druk aan het werk en tegen de avond was zag het er al helemaal anders uit. Voor morgen voorspellen ze regen, dus vandaag nog vlug gras zaaien en inwerken en dan kunnen de koeien tegen deze zomer er op. Ondertussen kregen we ook al adviserend bezoek van Kathleen, de landschapsarchitecte verbonden aan het Provinciaal Instituut van Beitem. Het is niet dat wij zo’n grote gedreven fan zijn van groen, maar een goede inkleding van de bedrijfgsgebouwen zien wij toch ook wel als een onderdeel van het visitekaartje van ons bedrijf. En het advies is dan ook toegespitst op functionaliteit en eenvoud, en vooral weinig snoeiwerk dus dat zien we wel zitten. Aan onze nieuwbouw hebben we nu ook wat beton gegoten, vooral aan de inkom en de ontvangstruimte, en onze plaatselijke betongieter Danny durfde het aan om die meteen in een zwarte kleur te gieten. (U had toch geen andere vermoedens bij de titel hoop ik?) Daarna wordt de beton in tegelmotief gezaagd voor een mooi effect.
Beetje bij beetje naderen wij aldus het einddoel en onze agenda bevat al heel wat boekingen voor bedrijfsbezoek en kaasschotel voor de komende maanden. Naast onze vernieuwde kaasmakerij willen wij er ons ook op toeleggen om groepen en verenigingen te ontvangen en het verhaal van onze koeien, melk en kaas en andere zuivel te vertellen en daarvoor bouwden wij een gezellige ontvangstruimte met aangepast sanitair en nieuwe winkel. Wij geloven er hard in dat de toekomst van ons bedrijf niet enkel meer ligt in het louter produceren van voedsel met afzet aan dumpingprijzen maar wij willen diezelfde liter melk een meerwaarde geven. Daartoe bespelen wij 2 vlakken, namelijk het verwerken tot ambachtelijk product met een duidelijke herkomst maar ook het aanbieden van educatie aan scholen, groepen of verenigingen.
Aangezien ik alle werken in deze nieuwbouw grotendeels zelf heb gedaan (of toch in eigen beheer) heeft het wat langer geduurd dan voorzien om dit alles te realiseren. En ik begrijp nu heel goed wat het spreekwoord zegt over “de laatste loodjes wegen het zwaarste”. Hoewel wij het einddoel steeds duidelijker voor ogen zien en het steeds dichterbij lijkt te komen worden wij weer keer op keer verrast door werkjes die ook belangrijk zijn en die het afwerken weer wat vooruitschuiven. Maar we komen er wel hoor, 6 april is alvast een datum waarop al heel wat moet klaar zijn, en dat zal ook wel zo gebeuren.
Niet dat wij nog helemaal nieuw moeten beginnen, wij zijn al van april 2009 aan het werk in de nieuwe kaasmakerij en na een zekere gewenningsfase wordt daar al volgens een vast stramien geproduceerd. Ons voordeel is dat wij er organisatorisch en ergonomisch heel veel op vooruit zijn gegaan omdat wij nu verschillende soorten kaas na elkaar kunnen maken. Eigenlijk zijn wij zo’n beetje slaaf van ons eigen enthousiasme, als er vraag is naar een nieuwe soort dan proberen wij die ook te maken, want de Klant is Koning, maar dan vraagt iemand anders de volgende keer weer net een soort die je niet hebt. Ach, dat geeft niet hoor, zo bouwen wij een uitgebreide kennis en expertise op die altijd wel ergens weer van pas komt.
Op zondag 22 augustus gooien wij de deuren van onze productieruimten wijd open en kan iedereen al dat moois komen bewonderen want dan organiseren wij opnieuw een Opendeurdag op ons bedrijf. De vorige editie dateert van 2005 en wij vinden het wel nuttig om dat nog eens te herhalen. Wij zien vooral graag dat veel van onze Brugse klanten er een dagje van maken om bij “hun” kaasboerin Krista te komen kijken. Vijf jaar geleden hadden wij ongeveer 4000 bezoekers, steken we dit jaar een tandje bij?
In mijn vorige Dagboek had ik het over een onaangepaste en dikwijls onverantwoorde administratie waarin men heel veel gegevens wil verzamelen zonder rekening te houden met de boer zijn mogelijkheden om dat in te vullen of aan te reiken. Kort gezegd, boeren verzuipen in de invulverplichtingen die allemaal “maar vijf minuutjes per dag vragen”. Toevallig stond ik op mijn Dagboek- weekend op de Agro Expo te Roeselare en ik kan getuigen dat ik felicitaties kreeg van tientallen boeren dat er eindelijk iemand was die dit durfde aan te kaarten. O ja, ook uit administratiehoek werd dit toegegeven, maar niet officieel, of wat dacht je? Velen vragen om een vervolg daarvan. Jammer, maar ik ben geen betaalde ombudsman. En ik kan niet altijd klagen in dit Dagboek.
Dit lijkt me meer een werk voor de landbouworganisaties, om daar eindelijk eens iets aan te doen.

Luc Callemeyn

Wat heb ik in 2010 al geleerd?

Filed under: Sofie Vansteelandt — melkbrigade @ 8:16 pm

De derde maand van het nieuwe jaar is nog maar ingezet en ik ben al op verschillende domeinen wijzer geworden. We zullen het eens op zijn Piet Huysentruyts uitdrukken: “En wat hebben we geleerd?”
Ten eerste heb ik geleerd dat Koning Winter toch nog bestaat. Aangezien onze winters de laatste jaren nogal zacht van aard waren, dachten we natuurlijk dat het zo hoorde. Maar dit jaar heeft de winter een lange adem. De vorstperiode startte nog voor Kerstmis en steekt geregeld haar kop weer op. Dat heeft wel een positieve invloed op de verkoop en consumptie van onze wintergroenten. Hoe kouder het aanvoelt – en effectief ook is – hoe meer wintergroenten de consument verorbert. Laat onze Frank maar verkondigen dat de aarde opwarmt, momenteel is daar maar weinig van te merken. Ik weet het, het is wat kortzichtig gedacht, maar ik kan de koude niet zo goed trotseren. We werken een hele winter in onze loods, waardoor we wat gevoeliger worden voor koude temperaturen. Maar geen nood, na de winter volgen twee mooie seizoenen. Misschien wordt onze zomer zoals onze winter: intens. Laat maar komen!
Ten tweede leerde ik dat ons lichaam geen machine is. We horen naar zijn signalen te luisteren, anders gaat onze gezondheid in ‘overdrive’. Ik heb al geruime (denk maar zeer ruime) tijd last van lage rugpijnen. Ik kreeg geregeld een spuitje van onze huisarts, zodat ik weer verder kon. Maar dat kan niet blijven duren. We horen daar nu eens intensief aan te werken. Dus ben ik ingeschreven in de rugschool van het ziekenhuis. Ik moet 24 uur les volgens, 2 uur les per week. Dat wordt dus een cursus van 12 weken of welgeteld 3 maanden en ik studeer rond half mei af. Het valt niet te onderschatten om voor deze extra uren tijd te maken in mijn werkschema. Een mens zit toch nooit met zijn vingers te draaien. En aangezien we nog volop in het seizoen zitten, moeten mijn man en ik extra inspanningen leveren om alles rond te krijgen. Maar wat betekenen 12 weken in een mensenleven? Je gezondheid gaat toch voor en werk zal er altijd zijn. Ik krijg oefeningen om mijn rugspieren te verstevigen en extra uitleg om bepaalde handelingen beter uit te voeren. Ze hebben me al meer dan eens proberen bij te brengen dat ons lichaam voldoende rust hoort te krijgen. Dus gaan we ons ritme wat bijschaven!
Ten derde hebben we dit witloofseizoen opnieuw te maken met het concept van ‘vraag en aanbod’. Door de droge zomer van 2009 hadden veel velden last van witloofwortelluis en ook wij zijn er niet aan ontsnapt. Door die ziekte blijven de pennen veel kleiner en zijn ze vervolgens onbruikbaar, met als gevolg een kleiner aanbod witloof op de markt. Doordat het aanbod ietsje kleiner is, is de prijs deze winter veel beter, want een kleiner aanbod betekent een beter marktevenwicht. We hebben weer hoop en daardoor is het ook veel aangenamer werken. Wat hebben we nu in de wandelgangen opgevangen? Je kan je oren niet geloven. Er zouden collega-witlooftelers aan uitbreiding denken! Hoe is het in godsnaam mogelijk. We waren een aantal jaren bijna verzopen in ons eigen product en nu wordt er weer aan schaalvergroting gedacht. Staan die telers er dan nooit bij stil dat iedereen graag zijn boterham verdient en dat we bij schaalvergroting weer de dieperik ingaan? We overleven niet door meer te werken voor een lagere prijs, zoals sommigen soms redeneren. Ik ben van het principe dat onze overlevingskansen er onder andere in bestaan dat we ons product proberen te opwaarderen. Hoe we dat in de werkelijkheid moeten vertalen, is mij wel nog een raadsel. Daarover zouden de bevoegde instanties beter eens nadenken. Door nieuwe, grote projecten te laten starten, komt het doodsvonnis voor sommige bedrijven weer een stapje dichterbij. Ik begrijp niet dat de bank nog steeds bereid is hiervoor geld te lenen. Maar blijkbaar kan je met een zogezegd goed businessplan veel gedaan krijgen bij de bank. Onze sector kan deze gedachtegang missen als kiespijn.
Hetzelfde scenario doet zich voor bij onze industriegroentesector. We mogen hetzelfde en zelfs meer voor een minprijs leveren. Dat gaat toch iets te ver. Waarom laten onze groenteboeren zich niet gelden? Onze melk- en varkensboeren hebben het bijltje er niet bij neergelegd en het heeft hen geen windeieren opgebracht.
Ten slotte gelden voor het nieuwe schrijfjaar dezelfde voorwaarden, mijn artikel mag namelijk maar een halve bladzijde van de krant innemen.
We zijn met de woorden van onze kok Piet begonnen en we zullen er ook mee afsluiten: nog een dikke merci dat je luisterde en tot de volgende keer.

– Sofie Vansteelandt

Werktuigen delen in de Cuma

Filed under: Pierre Michels — melkbrigade @ 8:16 pm

Ik was er rotsvast van overtuigd dat je met eigen machines meer kon verdienen dan met loonwerk. Ik ben nu 52 jaar en ik zie ze liever gaan dan komen. Er kwam hier een plaats vrij in de machinecoöperatie en ik ben in de bietenrooier en mestkar gestapt. Ze willen dat ik ook in een van de maaidorsers een aandeel koop. Het aanbod is aanlokkelijk – de ene dorst tegen 32 euro per ha en de andere tegen 58 euro, brandstof en chauffeur inbegrepen – maar wat gaan mijn beide behulpzame geburen dan denken? Bovendien is het misschien financieel wel interessant, maar die twee dorsers zijn vorig jaar bij mijn vriend wel van twee uur ’s nachts tot tien uur ’s morgens komen dorsen. Zoek dan maar enkele mensen die op zulke uren met de graankar willen rijden …
Voor de bietenrooier is het minder riskant, want die kan gespreid over drie maanden en zelfs in de regen rooien. Voor het gebruik van de bietenrooier zal ik zo’n 170 euro per ha betalen, of iets minder dan loonwerk (200 euro). Die prijs valt mee omdat er enkele boeren gestopt zijn met bieten.
Deze week heb ik vijftien volle vrachtwagens Belgische compost laten overkomen, om het gras van de luchthaven te bemesten. Dat heb ik gedaan met de mestkar van de Cuma. Op een dikke namiddag was ik klaar en dat zal me normaal 100 euro kosten. Voor die prijs kan ik me geen mestkar kopen en een heel jaar in mijn loods zetten. Je mag het draaien of keren, maar goedkoper kan het niet en bovendien krijgen we om de zeven jaar een nieuwe machine. De afspraak is dat iedere boer maximaal twee dagen achter elkaar de kar mag gebruiken en ze dan moet afstaan aan de volgende.
Hier gebruiken ze die mestkarren vooral in de nazomer, om hun mest op de strostoppel te voeren. Als ze in Vlaanderen ook een Cuma zouden oprichten, dan konden die mestkarren in de lente naar de Vlaamse boeren gaan. Wij hebben ze dan toch niet nodig omdat we winterploeg doen. De Vlaamse boeren die lid zijn van de coop zouden dan voor amper enkele tientallen euro’s al hun mest kunnen openvoeren – want hoe meer leden eigenaar er zijn, hoe goedkoper het wordt. In plaats van een 37.807 euro te betalen voor een mestkar (die toch meer dan 10% in waarde daalt elk jaar), investeer je dan in een gps op je tractor, en je mestkar wordt een computergestuurde bemestingskar.
Heeft het te maken met de depressie of komt door die lange winter, maar hier in Frankrijk hebben heel wat boeren zich van het leven beroofd. Op tv of in de pers wordt daar weinig gewag van gemaakt, maar het gaat om tweeëndertig boeren hier in het noorden – en zelfs drie buren die ik zelf ken. Na de begrafenis van mijn derde buur – die zonder een kerkelijke dienst begraven werd –– zijn alle boeren met de auto elkaar gaan opzoeken. We moesten elkaar spreken. Eigenlijk hadden we elkaar niks te zeggen, afgezien van die zelfmoord – maar het was bedoeld om nog meer zulke gevallen te voorkomen, als het mogelijk is. Bij de veeboeren in Bretagne willen ze zelfs geen statistieken meer bijhouden. Als een boer daar ’s nachts naar het vee gaat kijken, dan zal de boerin haar man vergezellen. Veel varkensboeren zitten met achterstallige schuld bovenop hun lening, die in totaal meer waard is dan hun hele bedrijf.
Op het landbouwsalon hebben we deze situatie aangekaart bij onze president Sarkozy, maar die antwoordde dat wij boeren al 35 jaar zo hard klagen dat hij niet veel belang meer hecht aan onze woorden. Eigenlijk zijn we teleurgesteld in Sarkozy en hij zal bij de volgende verkiezingen zeker onze stem niet krijgen, of toch niet zomaar. De Villepin – die vroeger eerste minister was, een goede vriend was van Jacques Chirac en die openlijk nee zei tegen de Amerikaanse invasie in Irak – bracht zes uur door tussen de dieren en boeren op het landbouwsalon in Parijs en er is een grote kans dat hij de boeren achter zich schaart. Sarkozy, die liep in versneld tempo door het salon. Wee degene die zich niet uit de voeten maakt of hij scheldt hem uit – zoals vorig jaar gebeurde.
De bergboeren uit Macon, die door hun winterreserves heen zitten en voorlopig hun dieren niet buiten kunnen laten, vragen om hulp, maar ze kunnen ons niet betalen. In de Vendée – een andere streek, waar de velden en weiden door de zee overspoeld werden zodat ze voor jaren onvruchtbaar zijn – vragen ze ook om hulp. Het Noord-Franse hulpfonds Secours Populaire heeft zich over hun lot ontfermd. Zolang er hulpgeld binnenkomt, gaat het dagelijks een vrachtwagen met stro sturen.
– Pierre Michels

februari 21, 2010

Het verdronken land van Koning Welvaart

Filed under: Johan Schollier — melkbrigade @ 8:29 pm

Koning Winter speelt het hard vandaag. Strooizout wordt schaars. Ik heb uit goede bron vernomen dat er nu magnesiumkaïniet op onze wegen gestrooid wordt. Daardoor schiet de prijs van deze weidemeststof omhoog. Het mag stoppen met vriezen!
Je kan deze dagen niet naar je brievenbus stappen of er zit wel een pakje maïsreclame tussen. Allemaal hebben ze de beste, de best verteerbare, de VEM-rijkste, de vroegste, de gezondste … Eigenlijk kan het niet anders dan dat wij die hele ‘commerce’ voor een stuk mee betalen. Als je – ik zeg maar iets – 20 ha maïs in je teeltplan hebt, dan gaat er al een flink budget naar maïszaad. Voor mijn part mag men het zaaigoed gewoon in witte zakken leveren, maar dan liefst 25 euro per dosis goedkoper. Dat zou ons beter uitkomen in deze crisistijd.
Als occasioneel bestuurder van een hakselaar weet ik dat de beste maïs toch altijd bij de beste boeren te vinden is. Ook bij diegenen waar het meezit in de fase van de zaai, want een hevige plensbui kan al van bij de start veel schade berokkenen. Bij degenen die hun kanten verzorgen en geen hout vijf rijen ver over de maïs laten groeien. Bij diegenen waar niet de hele wendakker door akkerwinden tegen de grond getrokken is. Allemaal al meegemaakt, trouwens.
Wat je ook steeds meer tegenkomt, zijn velden die besmet zijn met rhizoctonia. In onze zwaardere en koudere gronden is deze schimmel een grote boosdoener, nogal vaak in een gras-maïscultuur. Gras en maïs zijn waardplanten van deze schimmel. Tot voor kort kregen wij er al eens mee af te rekenen in de suikerbietteelt. Ook in schorseneren of aardappelen kan de schimmel lelijk huishouden.
Ik heb een perceel waarop het de laatste tijd niet meer meeviel om maïs te telen. De maïs werd er ziek bij de voet, viel om, maar groeide dan toch krom tegen een andere plant omhoog. Eigenlijk hetzelfde beeld van maïs die in zijn jeugdgroei door een storm of onweer tegen de grond lag, maar dan toch nog min of meer naar boven groeit. Gevolg: een ongelijk veld, onafgewerkte planten en een flauwe opbrengst. Het kan zo erg zijn dat je de maïs vanuit één richting moet afrijden. Maar toen kreeg ik van een landbouwer uit Vinkt een tip met enig ‘Tante Kaat’-gehalte: vul de bemestingsbakken van de maïszaaier met kalkstikstof ‘Perkla’ of gekorrelde cyanamide en stel de machine af op 200 kg/ha. Deze meststof komt dan in de grond, op de rij, vlakbij het maïszaad. Toen ik het de eerste keer probeerde, vroeg ik me af of die het kiemende zaad niet zou verbranden. Maar nee hoor, het resultaat was ver-bluf-fend! Het hele groeiseizoen bleef de maïs erg gezond, homogeen recht en zwaar van opbrengst. Alvast een opsteker! Zaai ook niet te vroeg, want rhizoctonia slaat toe in koude periodes met groeistilstand.

Mijn uitsmijter is wat langer vandaag. Enig hersenspinsel van mijnentwege, een doordenkertje. In november maakte ik samen met Vera te elfder ure een uitstap. Waarom niet eens met de trein vanuit Dairy Station? In het station stonden tien treinen. Trein één op perron één, trein twee op perron twee, trein drie op perron drie … Aan elke trein hingen tien wagons. Op de eerste trein zat bijna niemand meer. Komt die trein het station nog uit? Hij zag er dan ook maar uit als een ‘perte totale’. Ook rond trein twee was er heel weinig beweging. Dit kon ook moeilijk anders, want hij spoorde naar ‘Het verdronken land van … weet ik veel!’ Trein drie zag er danig versleten uit. Die moet in het verleden heel veel gebruikt geweest zijn, maar nu wou iedereen er zo snel mogelijk af. Halverwege de perrons was er veel beweging. Bij de verste perrons was het dan weer wat rustiger. Trein tien heette ‘The millionnaire’ en een ticket voor deze trein was heel duur. Treinen elf, twaalf, dertien … waren nog niet binnen, maar wij zouden toch geen van deze treinen nemen.
Aanvankelijk zaten we in de laatste wagon van een trein ergens halverwege, maar die zat overvol. We stapten dan maar over in de derde wagon van een trein twee perrons verderop. De trein van vijf voor twaalf. Hierop was nog veel plaats, en hoe verder je naar achteren ging, hoe meer plaats er was. Van waar we toen zaten, konden we ‘The millionnaire’ niet zien, er stonden nog treinen tussen. De trein naar het verdronken land zien we allang niet meer, ook daar staan treinen tussen. Waarheen spoort onze trein? Dat weten we nog niet, het is dan ook een verrassingsuitstap. Pas bij de aankomst zullen we weten of het een beetje de moeite loonde. Zal hij sporen naar het land van melk en honing? Of wie weet naar het land van Koning Welvaart?
Vera zou al meer de trein genomen hebben, ik voelde daar niet zo veel voor. Zo gaat dat nu eenmaal in een huishouden. Wat was het beste? De laatste vier jaar zijn er nogal wat verloren ritten gemaakt. Den ijzeren (melk)weg heeft zijn prijzen fors verlaagd de laatste tijd, dus heeft onze uitstap nu nog enige zin? Het gerucht doet de ronde dat Dairy Station gesloten zou worden, maar daar begint men nu steeds meer over te mopperen. Nochtans zou het kalf al verdronken zijn.

– Johan Schollier

Volgende pagina »

Blog op WordPress.com.